De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Overpeinzingen bij Hemelvaart

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Overpeinzingen bij Hemelvaart

10 minuten leestijd

De hemel en de eeuwigheid horen bijeen. Wij weten, zegt Paulus, dat wanneer onze aardse tent wordt afgebroken we een huis bij God hebben, 'eeuwig in de hemelen'. Zowel de hemel als de eeuwigheid kunnen we ons niet voorstellen. Wij zijn opgesloten in de tijd en in de ruimte. Dat bepaalt ons denken. De hemel echter is de ruimte van onze alledaagse werkelijkheid voorbij en de eeuwigheid is de tijd voorbij. 'Die of die mens is uit de tijd', plegen we te zeggen.
Zo onverklaarbaar en onvoorstelbaar zijn ook de Heilsfeiten. Omdat ze buiten onze denkkaders vallen. Wie het verklaren wil loopt vast. Ds. N. M. ter Linden, die het nochtans wil verklaren, wierp bij zijn recente afscheid als columnschrijver van Trouw nog eens de vraag op hoe Christus dan opgestaan kon zijn als hij (naar zijn oordeel) nochtans in het graf is gebleven. Dan komt men verklarenderwijs, in allerlei varianten, niet verder dan dat Hij in de herinnering, in het geloof van Zijn volgelingen is blijven voortleven. Van Hemelvaart blijft helemaal niets meer over.

               * * *

Maar het graf werd door de vrouwen leeg bevonden (Luk. 24: 3). En toen de elf discipelen bijeen waren en bij Zijn verschijning dachten dat ze een geest zagen, zei Jezus: 'Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet dat Ik heb'. De vrouwen grepen Zijn handen en voeten (Mt. 28: 10) en Thomas mocht de littekenen zien en betasten. Christus at vis en Hij brak het brood voor de ogen van de Emmaüsgangers. Hij werd, wanneer het Hem behaagde, na Zijn Opstanding zintuigelijk waargenomen.
Maar er was meer. Jezus zei ook tot Maria: 'Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader' (Joh. 20: 17). En Hij kwam en verdween door gesloten deuren. Zijn Lichaam was van een. andere orde dan voor Zijn dood. Hij moest Zich in de ontmoeting met de Emmaüsgangers ook gaandeweg aan hen openbaren. Aan het lichaam, waarmee Hij was opgestaan, bleef een geheimenis.

Hemelvaart
Dit alles betekent, dat ook de Hemelvaart van Christus ontoegankelijk is voor ons denken. De discipelen mochten erbij zijn toen Hij vanaf de Olijfberg is opgevaren. Ook hier was er de zintuigelijke waarneming. Hij werd opgenomen 'daar zij het zagen' (Hand. 4: 9). Maar dat was slechts tot op zekere hoogte: 'en een wolk nam Hem weg van hun ogen'. Toen hield het op. Toen gebeurde verder wat Hij had voorzegd: 'Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God' (Joh. 20: 17). Hier kan de plaats waar Hij heenging niet nader worden aangewezen. Naar Zijn Vader, dat was genoeg. En willen we dat toch nog duiden, dan moeten we duiden waar God is. Hij bewoont echter een ontoegankelijk Licht. Hij is alom tegenwoordig. Welk een tegenstelling met het ongeloof, want dan is God nergens.

             * * *

In God Zelf is oneindige ruimte. Datzelfde geldt voor de Opgestane en Opgevarene. Want Christus heeft met Zijn Hemelvaart plaats genomen aan de rechterhand van de Vader. Hij zit bij de Vader in de troon. Maar dat vermogen we niet meer in onze begrippen ruimtelijk te concretiseren. Een voor ons aanwijsbare plek in onze ruimte heeft Hij niet meer, zoals hij had bij Zijn rondgang op aarde.
De hemel is waar de Vader is. De ruimte van Gods liefde, niet te localiseren. En daar is ook Christus. Zijn troon is toch ook niet aan plaats gebonden? Christus is de Pantocrator, de Albestuurder. Hij is de Verheerlijkte, die door Zijn Geest de Zijnen leidt en de wereld regeert. En vanuit die troon zal Hij ooit het Koninklijk teruggeven in de handen van de Vader.
Hier staat ons verstand vol eerbied stil. Zalig zijn degenen die niet gezien hebben en nochtans geloven. Maar geloof wordt aanschouwen. Nu nog niet. 'Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen', zegt Paulus als hij over het verlangen naar de hemel spreekt (2 Kor. 5: 7). Maar het komt er wel van.

Naar de hemel
'Vader, Ik wil, dat waar Ik ben ook bij Mij zijn, die Gij mij gegeven hebt', bidt Christus tot de Vader. Wie in geloof heengaat, gaat dus naar de hemel. Daar zijn onze geliefden, die Hoop op God hadden. Maar wezenlijker is dat ze bij Christus zijn. Waar zijn ze? In Christus! 'In Christus' staat 66 keer in het Nieuwe Testament. En dat krijgt een vervolg bij het sterven. 'Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, die ons leven is, dan zult gij ook met hem geopenbaard worden in heerlijkheid', schrijft Paulus (Col. 3: 4). De toegang tot de heerlijkheid wordt bepaald door het zijn in Christus, en zo in God.
In de tekst ervoor zegt Paulus: 'Want gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God'. Maar dat raakt(e) het leven hier al. 'Indien gij dan met Christus opgewekt zijt...' (vs. 1). Ligt hierachter niet wat een oude uitdrukking zegt? 'Wie sterft voordat hij sterft, sterft niet meer als hij sterft.' Het hemelleven begint al hier. Met Christus gestorven en opgestaan.

             * * *

Velen vandaag hebben nog vage beseffen van een leven na de dood, van hemel en eeuwigheid. Ieder wil dan ook wel gaan 'hemelen'. Maar een hemel zonder Christus is geen hemel. Wie in Christus is, is reeds een nieuwe schepping. Die heeft de eeuw(igheid) al in het hart. De genieting van de hemel is gelegen in het in Christus zijn. Hij maakt alle dingen nieuw. 'Een nieuw begin' zei een mij bekende met haar laatste levensadem. Maar de vreugde van de eeuwige sabbat is er al hier. Totdat ons sterfelijk lichaam aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig zal worden.

Overdenking
Wie met Christus is opgewekt, zal dan ook de dingen zoeken, 'die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods' (Col. 3: 2). Of zoals het klassieke avondmaalsformulier het zegt: Laat ons onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Christus zit aan de rechterhand van de Vader. Dit is wat Calvijn noemde de meditatio futurae vitae, de overdenking van het toekomende leven.
Prof. dr. G. C. van Niftrik haalt in zijn boek Waar zijn onze doden? zijn leermeester prof. dr. M(aarten) van Rhijn aan, die een boek schreef over prof. dr. Aart Jan Theodorus Jonker (1851-1929). Daarin vertelt Van Rhijn, dat Jonker, na de dood van zijn vrouw en zijn zoontje Hans, zijn hoogleraarschap heeft neergelegd en zijn verdere leven in rouw heeft doorgebracht, 'zich verdiepende in zijn smart, zijn leed verwerkende, bezig zijnde met Calvijns meditatio futurae vitae'. Hij heeft naar huis verlangd. Van Niftrik vraagt zich af of het altijd zo moet. 'Maar - zegt hij - wie zal hier oordelen? God gaat met Zijn kinderen zeer verschillende wegen. Het zou kunnen zijn, dat er volgens Gods oeconomie van tijd tot tijd mensen moeten zijn, die met ergerlijke eenzijdigheid alleen naar bóven kijken als manend getuigenis voor degenen, die alleen naar vóren kijken.' Hij verwijst hier overigens naar een uitspraak van Jonker zelf in diens boek Voor donkere dagen, waarin deze zegt: 'Wij willen rustig onzen tijd hier beneden uitdienen, verlangende naar huis, maar toch ijverig in 't ons toevertrouwde werk, niet als knechten, maar als geliefde kinderen'. Tegelijk zegt Jonker met Jung Stilling: 'Zalig die het heimwee hebben, want zij zullen zeker thuis komen'. Maar, schrijft hij erbij, 'aan de honger naar de eeuwigheid dient het hongeren naar de gerechtigheid vooraf te gaan'. En dan komen we uit bij de gerechtigheid van Christus, in Wie ook de garantie ligt, dat in de nieuwe bedeling geen leed en verderf meer zullen zijn, 'want de aarde zal vol van de kennis des Heeren zijn' (Jes. 11: 9). Alom gerechtigheid!

             * * *

Een kind van God heeft verantwoordelijkheidsbesef voor dit tijdelijke leven, zolang God ons leven geeft, maar kent ook eeuwigheidsverlangen. Die twee gaan in het leven van een christen hand in hand. Er is bij de dood een breuk maar er is ook continuïteit. 'Wij zijn voor en na de dood in Christus. Opgenomen in zijn lichamelijkheid. Opgenomen in zijn liefderuimte', zegt Van Niftrik in De hemel, een dogmatische studie over 'de ruimtelijkheid van God'.
Bij de hemelvaart van Christus liet Hij Zijn jongeren achter. Hun wachtte nog een grote en grootse taak, vol spanning, zorg en strijd. Maar Hij liet hen geen wezen. Zijn Geest gaf stuwkracht. Maar Zijn Geest leerde ook de overdenking van het toekomende leven. En zo is het de eeuwen doorgegaan.
Een christen is burger van twee werelden: de wereld waarin hij leeft en werkt en de geestelijke 'wereld', waarin uiteindelijk God alles in allen zal zijn. Want we hebben een pand in de hemel en een hemelse pleitbezorger bij de Vader.
Hemelvaartsdag wordt het stiefkind onder de feestdagen genoemd. En dat terwijl onze wandel al in de hemel is.

Punt
De nieuwe bedeling komt nog, namelijk als Christus het Koninkrijk aan het einde van de tijd, bij Zijn wederkomst teruggeeft aan de Vader. De Opstanding van Christus staat garant voor de wederopstanding der doden. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid en opgewekt in onverderfelijkheid. Of zoals Paulus het zegt aan de gemeente van Filippi: 'Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam...' (Fil. 3: 21). Zo zijn stervende gelovigen hemelvaarders, in het gevolg van 'de tweede Mens', de Heere uit de hemel'(1 Kor. 15: 47). Hoe hun verheerlijkt lichaam zijn zal, blijft ons even verborgen als het verheerlijkte lichaam van Christus. Slechts ons gebeente - niet ons vlees en bloed - worden bewaard tot Zijn Grote Dag.

             * * *

Die nieuwe bedeling wordt gemarkeerd door 'een punt des tijds'. Het lied van de Opstanding (1 Kor. 15) loopt uit op een 'verborgenheid', '...wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik met de laatste bazuin'. In een ogenblik dus. Wat is een ogenblik. Het is ondeelbaar (atomos). Een ogenblik vergaat even snel als het ontstaat. Vandaar dat het een punt des tijds heet. In zo'n ogenblik zal het geschieden. Dan staat de tijd, die normaal een oneindige reeks van ogenblikken is, stil. De nieuwe eeuw breekt aan. Dat moet een nieuwe bedeling zijn, waarin de tijd plaats maakt voor de eeuwigheid. Alle dingen worden in een ogenblik samengetrokken en worden nieuw. Hier schiet ons voorstellingsvermogen tekort. De opgestane doden, die in Christus zijn, veranderen, worden opgewekt in heerlijkheid. De doden worden onverderfelijk opgewekt.

Keten
Zo vormen Gods heilsdaden een gouden keten door de tijd en over de tijd heen. Onverklaarbaar en onvoorstelbaar. Van de Opstanding van Christus naar de Hemelvaart en van de Hemelvaart naar de Wederkomst. Dan, in een oogwenk, worden allen veranderd, de doden die in Christus zijn gestorven en de dan nog levenden, die in Christus Zijn.
En daarom zeggen we, toelevende naar Hemelvaartsdag: 'Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heeren Jezus Christus' (1 Kor. 15: 57). Voor die lofzegging hebben we Pinksteren nodig.
Hij ging heen en Hij komt terug. Christenen trekken geen wissel op de eeuwigheid (Marx) maar dragen de eeuwigheid al in het hart. Want de eeuwige sabbat begint al hier en nu (zondag 38) en de kinderen Gods gevoelen het beginsel van de eeuwige vreugde al in hun hart (zondag 22). Maar eenmaal is de vreemdelingschap vergeten, en wij,  wij zijn in 't vaderland.
Thuis, in Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Overpeinzingen bij Hemelvaart

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's