De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Organisaties vaak effectiever dan politieke partijen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Organisaties vaak effectiever dan politieke partijen

Jubilee Campaign

10 minuten leestijd

In het nummer van de Waarheidsvriend d.d. 12 augustus 1999 werd vanwege de organisatie Jubilee Campaign een drieledig vraaggesprek gevoerd over het werk van deze organisatie, namelijk met de fractievoorzitters van de SGP (ir. B. J. van der Vlies), het GPV (G. J. Schutte) en de RPF (L. van Dijke). Uit de lezerskring werd zowel aan de redactie als aan genoemde organisatie gevraagd waarom de visie van het CDA inzake mensenrechten ontbrak. Volledigheidshalve volgt daarom hier nog een vraaggesprek met dr. A. Klink, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA en diens collega drs. T. B. F. Brinkel, beleidsmedewerker Buitenlandse Zaken en onder meer ook betrokken bij het werk van Amnesty International. Ook dit vraaggesprek is gevoerd door Emma Bergman, medewerkster van Jubilee Campaign.

Dr. A. Klink, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA en collega drs. T. B. F. M. Brinkel, CDA beleidsmedewerker Buitenlandse Zaken (onder meer betrokken bij het werk van Amnesty International en Justitia et Pax).

Bent u bekend met het werk van Jubilee Campaign?
A. Klink: De informatie die ik over Jubilee Campaign heb ontvangen spreekt mij erg aan, in die zin dat wij ons volledig kunnen herkennen in de ambities van deze organisatie. Het werk van Jubilee Campaign verdient steun. De christen-democratie, het CDA, heeft altijd buitengewoon veel aandacht besteed aan non-gouvernementele organisaties, ook in de sfeer van de mensenrechten. Om twee redenen: in de eerste plaats omdat mensenrechten niet alleen iets zijn van de politiek, maar van mensen zelf, van de samenleving zelf; en in de tweede plaats omdat die organisaties vaak nog veel effectiever kunnen werken dan politieke partijen en dan staten.

T. Brinkel: Wanneer wij conferenties hebben of bijeenkomsten van deskundigen op het gebied van buitenlandse politiek sturen wij vanuit het wetenschappelijk bureau van het CDA ook altijd graag uitnodigingen aan maatschappelijke organisaties zoals de uwe, om ons voor te kunnen lichten en hun expertise te geven, want we vinden het ontzettend belangrijk dat je naast de ervaring van diplomaten van de politiek ook de ervaring hebt van mensen die in het veld betrokken zijn bij het opkomen voor de onderdrukten in de wereld. Organisaties als de uwe weten doorgaans heel goed hoe je het beste voor de rechten en de belangen van die mensen op kunt komen.

Wat zeggen mensenrechten u nu persoonlijk?
A. Klink: Mensenrechten zijn in de westerse democratie vrij onomstreden. Daar kunnen we onszelf mee gelukkig prijzen. Voor mij persoonlijk betekent het een belangrijke bron voor beleidsvorming. Ik denk wel dat je een onderscheid moet maken tussen mensenrechten in buitenlands en binnenlands beleid. De mensenrechten zoals wij die in het binnenlandse beleid, in ons land hanteren hebben zich uitgekristalliseerd tot grondrechten en daaromheen vormen wij onze politiek. Zij zijn baken en grondslag voor het beleid, ook al leggen partijen duidelijk verschillende accenten bij de interpretaties van grondrechten. Wat betreft mensenrechten in de sfeer van de internationale politiek zit je heel snel bij de echte harde kern, namelijk bij de bescherming van de fysieke integriteit van mensen, zodanig dat ze niet mishandeld, gemarteld of gevangen gezet worden zonder goede gronden. In die zin is er dus een onderscheid. Bij dat laatste zijn instellingen zoals de uwe en actie zoals die van Jubilee Campaign van buitengewoon grote betekenis. Wat betreft het binnenland, met name als we het hebben over de vrijheid van godsdienst, mensen moeten niet alleen maar hun godsdienst kunnen belijden maar de leefwijze die erbij past ook in de praktijk kunnen brengen, bijvoorbeeld via hun instituties, zoals omroeporganisaties, scholen en dergelijke. En dat heeft dus meer te maken met de sociale dimensie van mensenrechten, dan met de 'harde kern' van mensenrechten.

Maar welke kant van die mensenrechten brengt nu uw hart in beweging?
A. Klink: Er is een zekere taakverdeling, natuurlijk. Vanuit mijn werk heb ik het meest te maken gehad met de binnenlandse politiek, maar natuurlijk voel je je hevig aangedaan als je verneemt van schendingen in het buitenland die zo hardnekkig en intens zijn dat er eigenlijk onmiddellijk opgetreden moet worden.

T. Brinkel: In persoonlijk opzicht: wij hebben het in Nederland ontzettend goed als je het vergelijkt met de rest van de wereld, zowel in de zin van armoede, en ook in de zin van onderdrukking. Het goede van contacten met mensen die onderdrukt worden, met mensen die aan armoede lijden, is dat Bijbelse begrippen als gerechtigheid, als solidariteit en naastenliefde ontzettend veel meer scherpte krijgen. Iemand (Schillebeecks) heeft dat ooit een contrast-ervaring genoemd. Als je zoiets meebeleeft, als je daar over praat met die mensen en als je iets probeert te doen aan de slachtoffers van onrecht en van uitbuiting: daarmee wordt eigenlijk je besef van wat er in de Bijbel bedoeld wordt met gerechtigheid ontzettend aangescherpt. Dat vind ik voor mij persoonlijk heel erg belangrijk. Ik heb een avond mogen doorbrengen bij een organisatie in Kaapstad die ten tijde van de apartheid opkwam voor politieke gevangenen en voor hun familie. Die politieke gevangenen zaten op Robben-eiland, Zuid-Afrika. Die familie wist van niets, mensen werden zonder vorm van proces gevangen gehouden, verdwenen, zoals dat in het jargon heet, dus niemand wist waar ze waren. Pas na maanden kwam zo'n familie erachter dat het wel eens daar en daar zou kunnen zijn en dan was er in een oud gebouw ergens in Kaapstad een plek waar die familie naar toe kon, bij gebrek aan mogelijkheid om die gevangenen te bezoeken. Daar was een pastor bij en er was de mogelijkheid voor hen om op verhaal te komen. En als er af en toe een mogelijkheid was om in contact te komen met politieke gevangenen dan werd dat voor hen bemiddeld en gefaciliteerd. Dat gold ook andersom, als een gevangene op straat werd gezet nadat hij 'behandeld' was in een politieverhoor bijvoorbeeld, dan werd hij met het bootje de zee overgevaren en op de kade gezet, met een treinkaartje naar het thuisland waar hij thuishoorde en dan kon hij het na jaren van gevangenschap verder bekijken. Zo iemand had begeleiding nodig en dat werd ook van daaruit gedaan. En persoonlijk vind ik dat je daar echt ziet wat er in de Bijbel bedoeld wordt met gevangenen bezoeken, het is toch heel moeilijk om in Nederland zulk soort vormen van onrecht en armoede te ervaren. Ze zijn er wel maar het is allemaal veel minder en veel minder fel gekleurd dan in situaties als ik zo-even beschreef.

Wat voor rol spelen mensenrechten voor u in de christelijke politiek, zoals het CDA die wil bedrijven?
A. Klink: Het meest scherp komt de betekenis van mensenrechten aan de orde op het moment dat mensen echt bedreigd en vervolgd en gemarteld worden. En dan is onze internationale politiek er natuurlijk op gericht om dat te verhelpen. Vandaar ook de steun voor non-gouvernementele organisaties als de uwe. Vandaar ook het belang van een scherp en normatief buitenlandse beleid van onze Nederlandse overheid. Maar daarnaast ook meer intern, in Nederland waarin vervolging en het wegdrukken van religie niet voorkomt, besteden wij wel aandacht aan mensenrechten in de zin van de eerder genoemde grondrechten die vervolgens vertaald worden naar het publieke leven. Wij willen van de godsdienst geen aangelegenheid maken die weggedrukt wordt uit het openbare leven van mensen. Daarom is het belangrijk dat minderheden, ook de christelijke, beschermd worden. Dat er bij verpleegkundigen geen verlies van hun baan of loopbaan aan de orde is als zij weigeren te aborteren of te euthanaseren etc. Het gaat hier om bescherming van rechten die wat verder af liggen van het hart van de mensenrechten zoals Jubilee Campaign daar over de grenzen mee te maken krijgt, maar er is uiteindelijk wel degelijk een verband.

Hoe zou u het belang van godsdienstvrijheid definiëren?
A. Klink: Bij het CDA benadrukken wij niet alleen het belang van godsdienstvrijheid voor christenen, maar uitdrukkelijk voor iedereen. Dat geldt zowel voor mensen in binnen- als buitenland. Christenen en aanhangers van andere religies; het recht op godsdienstvrijheid van beiden moet beschermd worden. Ten opzichte van Nederland is het CDA er vooral op gericht de rechten van godsdienstige groepen te waarborgen, zoals ik al eerder aangaf. Wij willen ervoor zorgen dat .mensen hun geloof en rechten niet alleen thuis of in een kerk kunnen beleven, maar ook kunnen uitdragen via vereniging of omroep. Toch heeft het recht op godsdienstvrijheid van christenen ook onze bijzondere aandacht. In het buitenland willen wij vooral een signaalfunctie hebben: dat wil zeggen dat mensenrechtenschendingen inzake godsdienstvrijheid benoemd worden en dat wij doorvragen bij regeringsvertegenwoordigers, om uitleg over wat er aan de hand is en ook oproepen om daar verandering in te brengen.

Wat betreft de rechten van godsdienstige minderheden, waar onder langzamerhand ook christenen in Nederland, zou ik nog een opmerking willen maken over bijvoorbeeld de Wet Gelijke Behandeling. In het begin, toen deze wet geïntroduceerd werd, had een aantal christelijke groeperingen en politieke partijen daar grote bezwaren tegen. De verantwoordelijk minister, Hirsch Ballin moest het ontgelden, ook al wees hij er toen al op dat juist ook christenen er bescherming aan zouden kunnen ontlenen. Onlangs onderkende EO-directeur Ad de Boer dat in het blad Visie. Ter illustratie noemde ik al het verplegend personeel.

Hoe geeft het CDA hier nu gestalte aan als oppositiepartij?
T: Brinkel: Het Paarse beleid heeft, zeker recent nog, getoond een afschuw te hebben van het zogenaamde 'wijzende vingertje'. Bij een recente handelsmissie naar China mochten 'niet te kritische vragen aan China gesteld worden over het schenden van de mensenrechten'. Het is duidelijk dat andere belangen dan voorop gaan. Het CDA heeft met dat wijzende vingertje minder moeite. Je hoort weliswaar vaak de opmerking van andere (niet westerse) landen dat mensenrechten een westerse uitvinding zijn. Het opkomen voor het recht van een individu is dan vreemd aan het gedachtegoed van niet-westerse culturen, waar men meer in collectieve verbanden denkt. Maar dat wordt altijd gezegd door de machthebbers in die landen, de instandhouders van een totalitair regime. De lijdende mens zelf in zo'n land zul je dat niet horen zeggen. Het is voor zo'n gevangene juist van levensbelang dat het wijzende vingertje in het westen verontwaardigd is! Op situaties zoals in Rusland, wanneer mensen geen Bijbels meer kunnen verspreiden zonder daarvoor gearresteerd te worden, daar moeten wij op wijzen.

U deelt dus niet de mening van de vorige minister van Buitenlandse Zaken, de heer Van Mierlo, die er tijdens een parlementair debat over godsdienstvrijheid eens op wees dat 'mensenrechten-schendingen op zich al zo complex zijn, zodat we ons niet al te intensief bezig kunnen houden met de (godsdienstige) motieven erachter?
T. Brinkel: Het is van Van Mierlo bekend dat hij zich zuchtend door zijn ambtsperiode als minister van Buitenlandse Zaken heeft heen gesteund. Het is inderdaad waar dat mensenrechtenschendingen complex zijn en dat die met inzicht benaderd moeten woeden. Zeker wat betreft godsdienstvrijheid. Maar daarom moet je die problematiek niet gaan omzeilen. Daar heb je nu juist een goede, kundige Minister van Buitenlandse Zaken voor nodig...

Zou het CDA zover gaan als de SGP, die zich uitsprak tegen een bezoek van de koningin aan China, vanwege schendingen van de mensenrechten in dat land?
A. Klink: Wij vinden dat we in bepaalde gevallen die consequentie zouden moeten trekken. Zoals in het geval van Oostenrijk bijvoorbeeld.

Wat is uw visie op de activiteit voor mensenrechten onder het christelijk deel van de bevolking? Waartoe zou u de mensen willen inspireren? (in kerken, in het maatschappelijk leven).
Klink: Te lang is het opkomen voor mensenrechten iets geweest van zogenaamde progressieve stromingen. Langzamerhand doet zich een kentering voor. Christenen worden zich er in bredere lagen van de bevolking van bewust dat zij als bijvoorbeeld consument een verantwoordelijkheid hebben. Bewust inkopen van coöperaties die mensen niet uitbuiten, ook als het product (de spijkerbroek, de thee etc.) dan iets duurder is. Die tendens zie je gelukkig. Hopelijk vertaalt die betrokkenheid zich ook in steun voor uw werk.

Op welke manier kunnen organisaties als Jubilee Campaign uw fractie van dienst zijn bij het opkomen voor mensenrechten? 
A. Klink: Vooral het geven van goede, betrouwbare informatie over schendingen van mensenrechten is heel belangrijk. De CDA-fractie kan daar vervolgens zijn werk mee doen, langs politieke kanalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Organisaties vaak effectiever dan politieke partijen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's