Blij vooruitzicht
'Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstandig. Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding. Over deze heeft de tweede dood geen macht.' Openbaring 20: 5, 6a
Wat is de Schrift eerlijk! Ook in de ernst van leven en dood. Het moet Johannes' geestelijke draagkracht welhaast te boven zijn gegaan, een glimp op te vangen van het leven na de dood. Niet alleen de zielen van de martelaren in heerlijkheid - ook de doden die niet in de Heere zijn gestorven. Zij werden niet weder levend. Zij waren immers niet met Christus opgewekt in een nieuw godzalig leven en hadden geen deel aan het eeuwige leven. Na hun sterven blijven zij in de dood. Straks (na de 1000 jaar) wacht hun het eeuwige oordeel, de tweede dood (vers 14). Dan worden zij geworpen in de poel van vuur en sulfer. Ronduit schrikwekkend. Tenminste, als je er persoonlijk over nadenkt. Maakt een ijskoude huiver zich dan ook niet van u en jou meester? Denk aan je eigen toekomst. Aan de toekomst van je naaste. Degenen die je lief zijn. Ik heb geen vrede zolang mijn naaste geen vrede met God heeft. De apostel spoort ons aan: grijpt ze uit het vuur!
Johannes is de enige die al deze beelden concreet gezien heeft. Het is alsof hij door een sleutelgat in een vertrek mag kijken, waar verder niemand toegang heeft. En wij bevinden ons als lezers achter Johannes in zijn kamer. Al kijkend vertelt Johannes ons van hetgeen weldra geschieden moet. Ook over de eerste opstanding. Als hij dat visioen ziet, roept hij in spontane verrukking uit: Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding! Johannes ziet immers broeders en zusters op die tronen zitten. Broeders en zusters die omwille van het geloof ter dood gebracht zijn, terwijl Johannes verbannen is. Wat hebben ze geleden en gestreden! Maar zie eens, in hoeveel heerlijkheid zij nu bij Christus zijn! Hoe smartelijk was hun dood, hoe kostelijk hun opstanding. Hoe bitter hun einde, hoe zoet dit eeuwige begin! Johannes' hart loopt vol van vreugde en vrede, als hij een blik in deze heerlijkheid mag werpen. Zalig zijn ze, de strijd te boven. Maar ook heilig. Ze horen helemaal bij de Heere. Gaan als priesters bij Hem in en uit. Kennen Hem van aangezicht tot aangezicht. Wat een troost, te mogen weten dat die in Christus ontslapen zijn (al dan niet als martelaar), deze heerlijkheid ontvangen hebben.
Maar als Johannes dat zo uitroept draait hij zich ook even snel om naar ons. Zijn uitroep is voor ons een belofte, een aansporing: Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding. Dat is een belofte voor de vervolgde Kerk van zijn dagen. Na het lijden wacht deze kroon der heerlijkheid. Met die kroon in zicht kunnen de broeders en zusters de loopbaan blijven lopen. Ze hoeven niet te vrezen voor hen, die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel. Het is tevens een belofte aan uw en jouw adres. Zalig bent u, wanneer u deel hebt in deze eerste opstanding. Nu. U en ik mogen nog leven. Niemand weet hoe snel het anders kan worden. Maar het moet al anders zijn. We moeten van een Ander zijn, de Opgestane Heere en Heiland. Wie deel heeft in de eerste opstanding, hoeft voor de dood niet meer te vrezen. Ook niet als het een plotselinge dood is. En wie in Christus is, hoeft zeker niet meer te vrezen voor de tweede dood, het eeuwig oordeel. Door het geloof bent u geborgen in Christus. Zult u door 's vijands zwaard niet sterven, maar leven! Met een bijna heilige spot schrijft Johannes: over deze heeft de tweede dood geen macht. Zoals Luther in heilige verachting tegen de satan zei: Het brengt u geen gewin, wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken. Zo!
Als u echt Pasen hebt gevierd, kunt u nu ook echt Hemelvaart vieren. Wie deel heeft aan de Opgestane, heeft ook deel aan de ten hemel Gevarene. Mag eenmaal op een troon zitten naast Hem Die de troon beklom op de dag van Zijn hemelvaart. Dan is Hemelvaart de dag waarop ik bidden mag: Heere, wanneer zal ik U volgen in Uw hemelse heerlijkheid?
Kunt u er ook zo naar uitzien? Maakt dit visioen ook u niet heilig nieuwsgierig en verlangend naar Christus en Zijn heerlijkheid? Juist in het strijdperk van dit leven? Of ontdekt het u aan uw geestelijke leegte? Aan uw aardsgezindheid? Aan uw levenloze godsdienst? Aan het vooruitschuiven van de laatste vragen? Aan...?
Misschien zegt u: wist ik het maar zeker... en hoe heb ik deel aan die eerste opstanding? Hoe: door het geloof. Wie in Mij gelooft, zegt Christus, hééft het eeuwige leven. En zekerheid: niet in onszelf. In onszelf getuigt alles tegen ons. In mezelf besterft me de hoop. Mijn enige grond is Christus. Mijn enige zekerheid. Wij steken het hoofd omhoog en zullen de eerkroon dragen.
Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen!
Hei- en Boeicop A. J. Mensink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's