De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Vorige week kondigden we een boek aan van Richard Heijster Mysterie 14/18 ('De Eerste Wereldoorlog onverklaard'). We typeerden dit boek ais 'merkwaardig', gezien de beschrijving van vele niet-verklaarbare, merkwaardige verschijnselen (o.a. 'verschijningen') in deze gruwelijke oorlog, waarin miljoenen mensen het leven lieten. In dit boek komt ook een passage voor uit het boek van wijlen prof. dr. H. Jonker over Verdun, Sporen van een slag ('Een pelgrimage naar Verdun 1916'). We weten van nabij hoe gefascineerd en geïmponeerd Jonker was toen hij dit boek schreef en hij het slagveld meerdere malen bezocht. Volledigheidshalve laten we hier de bewuste passage uit het boek van Jonker volgen; een belevenis die hij had in het Bois des Caures:

'Hier liggen mannen in het zand bedolven en begraven. Na de slag werden.de lijken wel weggehaald, maar alleen daar waar een arm of been uit de aarde stak.
Soldaten die volledig werden begraven heeft men laten liggen en als "vermist" opgegeven. Het was. toch onmogelijk om het hele bos open te leggen. Het gebied is eigenlijk één groot kerkhof. Ik ga op een omgevallen boom zitten. De duisternis van het bos brengt het verleden heel dichtbij. Verleden en heden vermengen zich... En plotseling gebeurde het. Het was alsof het bos ineens vol was met dansende figuren, schimmen met loshangende soldatenjassen aan en helmen op. Alles krioelde door elkaar heen. Ze botsten niet tegen elkaar op maar gingen dwars door elkaar heen als een filmtruc. Op een gegeven ogenblik verscheen er te midden van het gewoel een geraamte spelende op een viool. Maar ik hoorde geen geluid, alles verliep stil en plechtig, haast gewijd: De schimmen vormden als volgens afspraak een kring rondom het viool spelende geraamte en hielden en macabere rondedans, hand in hand. Ze leken in deze dodendans allen op elkaar. Er was geen onderscheid Alleen de helmen verschilden, de helm met de Gallische hanenkam zweefde broederlijk naas de Pickelhaube. Er heerste een stille vrede, vrede van de dood...
Ik sta op en keer met grote passen snel terug naar de lichtkring van de bunker, uit het spookachtige duister van het verleden naar het daglicht van het heden. Ik voel mij onbehaaglijk, wat beschaamd, het is alsof ik mij bemoei met zaken die mij niet aangaan, alsof ik loop op heilige grond die vreemden niet zomaar mogen betreden.'

                 * * *

'(...) is het de tragiek van jonge mensenlevens, mensen van leven en bloed, ook bemind en minnend, met relaties, verwachtingen en idealen, daar op het slagveld als drek weggeworpen? Het is aangrijpend dat ik er niet los van kan komen en er blijvend mee bezig ben, door mijn leven en dat van mijn tijdgenoten naast dat van hen te leggen.'

                  •  •  

In de Waarheidsvriend van 25 mei gaven we uit het afscheidscollege van Bruno M. Nagel aan de Universiteit van Amsterdam een citaat weer van de Middeleeuwse mysticus Meester Eckhart over tijd en eeuwigheid. Dat citaat eindigde (abusievelijk door ons weergegeven) met'... zo ben ik waarlijk de enige zoon in Christus'. Dat moest zijn en Christus. Het in Christus zijn ging bij Eckhart zover dat hij zich met Hem identificeerde. Daarom schreef mij een (deskundig) lezer, T. D. Bouma, Voorthuizen, dat hier 'een adder onder het gras zat'. De briefschrijver schreef zelf een boek, getiteld Zicht op een spoor van licht. Eckhart volgt hier, zegt hij, Johannes Scotus Eriugena. We willen voor liefhebbers verwijzen naar het boek zelf maar laten hier een passage volgen:

'Als Johannes Scotus Eriugena Jezus Christus als beeld Gods tekent, dan worden we hierin teleurgesteld; niet het enige gave beeld verschijnt, maar eerder een voorloper van de mens. De radicale aantasting van de mens door de zondeval lijkt bij Johannes beperkt te blijven tot het natuurlijke lichaam, dat bij de dood eenvoudig als een kledingstuk wordt afgelegd. De miskenning van Christus' radicale verlossing gaat hand hand met de overschatting van het schepsel. De menselijke geest lijkt geschikt voor terugkeer tot God.'

Hier is (was) verder in het geding de uitleg van Ef. 1 :4 e.v., waarin staat 'uitverkoren in Hem'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's