De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Pinkstergeest spreekt alle talen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Pinkstergeest spreekt alle talen

Zendingsf eest

10 minuten leestijd

'Aan het begin van de 20e eeuw leek 't voor het eerst mogelijk om de hele wereld het evangelie te brengen! Alles werkte toen mee. Azië en Afrika waren in de 19e eeuw open gegaan: westerse koloniën zoals Brits Indië, Nederlands Indië enz., maar ook landen China en Japan, die eeuwenlang gesloten waren geweest voor westerse invloeden. Livingstone had in zwart Afrika een weg gebaand voor de handel èn het evangelie. Ook wetenschap werkte mee: de taalwetenschap die de volkeren kon bereiken, de medische wetenschap, die bv. tropenziekten kon bestrijden, en het moderne transport. En juist het protestantse Groot Brittannië beheerste de wereldzeeën. Dat protestantisme herleefde in het niet-koloniale Amerika door opwekkingsbewegingen en dat stimuleerde de zending.'

Dit schrijft ds. C.Blenk in een bijdrage Het zendingsbevel in de twintigste eeuw in het boek De Kerk (uitgave De Groot Goudriaan, Kampen). Voor het verdere verloop van de twintigste eeuw had hij nog kunnen wijzen op de grote vlucht, die de communicatiemedia hebben genomen. De hele wereld is snel bereikbaar geworden.
De grootste revolutie aller tijden is die van internet en het daaraan gekoppelde e-mail. Door een enkele muisclick kunnen boodschappen ogenblikkelijk wereldwijd worden verspreid. Er wordt veel negatiefs gezegd over internet. Maar de mogelijkheden voor communicatie van het Evangelie zijn er ook in korte tijd enorm door. vergroot. We denken intussen misschien, dat dit het einde van de menselijke mogelijkheden wel zal zijn. En nog is het einde niet. Welke mogelijkheden zullen er nog in de schoot der (nabije) toekomst liggen om ook het Evangelie wereldwijd te communiceren?!

               * * *

De Heilige Geest heeft vanaf de Pinksterdag het evangelie wereldwijd naar de volkeren gestuwd. In principe betekent dit ook, dat de gemeente van Christus wereldgericht is. Ze is missionair. Via en vanuit Israël ontvingen wij het heil, met de roeping het ook verder te dragen. 'De gemeente van Christus is geen joodse sekte maar een gemeente die vergaderd wordt uit Israël en de volkeren', zegt dr. A. Noordegraaf in hetzelfde boek. De gemeente van Christus is woonstede Gods in de Geest (Ef. 2: 22), vanwaaruit het heil wordt verder gedragen, de eeuwen door en de wereld door.

Talen
Sinds Pinksteren spreekt de Geest alle talen. Het wordt uitgezongen in een eenvoudig lied, dat de kenmerken van Pinksteren draagt, toen de apostelen eendrachtig bijeen waren en zij het wonder van de ene boodschap in verschillende talen beleefden: 'Samen in de Naam van Jezus, heffen wij de lofzang aan. Want de Geest spreekt alle talen, en doet ons elkaar verstaan'. De discipelen hadden reeds vóór Kruis en Opstanding, na het eerste avondmaal in eigen taal samen de lofzang gezongen (Mt. 26: 3). Op de Pinksterdag echter mochten ze de lofzang op de Opgestane zingen in voor hen vreemde talen, die de Geest hun gaf uit te spreken.

               * * *

Het mag treffend heten, dat met name het boek Openbaring, het boek van Gods toekomst, verschillende malen over volkeren en talen in één adem spreekt. De vierentwintig ouderlingen voor de troon van het Lam zongen het nieuwe lied: '.. .want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk en natie' (Openb. 6: 9). De schare, die niemand tellen kan ofwel de schare van 'de martelaren in heerlijkheid', komt ook uit 'alle natie, en geslachten, en volken en talen' (Openb. 7: 9). Johannes kreeg, nadat hij de boekrol gegeten had, de opdracht: 'Gij moet wederom profeteren voor vele volken, en natiën, en talen, en koningen' (Openb. 10: 11). En de engel in Openbaring 14 had 'het eeuwige Evangelie, om te verkondigen degenen, die op de aarde wonen, en aan alle natie, en geslacht en taal en volk'. Dat is zending in eschatologisch perspectief.
De verkondiging van het Evangelie is geen plaatselijk, provinciaal of nationaal gebeuren maar wereldwijd. Ieder mag horen in eigen taal en cultuur. Sinds Pinksteren spreekt de Geest alle talen. Eerst moet het Evangelie van het Koninkrijk in alle talen verkondigd zijn. Dan zal het einde zijn. In de zeventiger jaren van de twintigste eeuw was nog twee-derde van de wereldbevolking niet bereikt met het Evangelie! Er ligt nog veel terrein braak voor de Geest en daarom voor de gemeente van Christus.

Vertaling
Bij velen heerst de gedachte, dat het werk van de Heilige Geest vooral in emotie, in het uiterste geval in extase tot uitdrukking komt. Vooral in Pinksterkringen kan men dit aantreffen. Maar de Heilige Geest gaat vooral ook een gestage weg, op het voertuig van de taal in de geschiedenis, door volkeren aan te doen met het evangelie in hun eigen taal. Zo worden mensen, wanneer het evangelie een volk bereikt, in eerste instantie volksgewijs tot Christus gebracht.
Wycliff-bijbelvertalers bijvoorbeeld zetten zich in om de Bijbel te brengen in nog onbereikte taalgebieden. Daarachter gaat de Heilige Geest schuil. Want de Geest wil alle talen spreken. Daarin gaat de Geest ook mét de tijd, want in de tijd mee. In nieuw bereikte taalgebieden zal men de Bijbel overzetten in de taal zoals die vandaag wordt gesproken. De grondtalen zijn de enige talen, waarin het Woord tot de mensheid is gekomen onder inspiratie van de Heilige Geest. Vertaalwerk geschiedt onder de verlichting van de Heilige Geest. Zoals Luther het Hebreeuws en het Grieks Duits liet spreken, en zoals de Statenvertalers de grondtalen (oud-)Nederlands lieten spreken, zo laten hedendaagse vertalers de grondwoorden eigentijdse talen spreken, als om de laatste volkeren te bereiken.
Als zodanig is vertaling van de Schrift ook nooit af. Ook vandaag mag, onder verlichting met de Heilige Geest en in getrouwheid aan de brontalen, het Woord dicht bij de mensen worden gebracht. De Geest sprak ooit oude talen - Hebreeuws en Grieks - maar is ook doorgegaan met spreken, in aansluiting bij de eigen taal, die mensen spraken. Geen vertaling kan ooit de laatste zijn. Want geen vertaling is goddelijk, in de zin zoals het geopenbaarde Woord in haar door de Heilige Geest geïnspireerde vorm goddelijk is.

                * * *

In dit verband moeten we ook zeggen, dat de Heilige Geest zich een eigen weg heeft gebaand en baant in de onderscheiden culturen. Bijbelvertalers worden ermee geconfronteerd dat elke taal haar eigen door de cultuur bepaalde woordenschat en vooral ook beeldenschat heeft. Wanneer het gaat om beeldtaal in de bijbel, zal men moeten worstelen om woorden die aansluiten bij de betreffende cultuur. Niet zelden schept de Heilige Geest zich daarbij een eigen taalveld om de geheimenissen of de grote werken Gods te verwoorden, dat de taal van het volk dat wordt bereikt vooruit is. Zo was het ook ten tijde van de Statenvertaling. Die heeft een eigen coloriet, zeg: een eigen taalkleur. Maar die is niet gebonden aan de eeuw van het ontstaan. Want taal is levend.

Pinksterkerken
De Geest spreekt alle talen. In het vorig jaar verschenen boek Onthaast verwachten, schrijft drs. J. J. Tigchelaar in een bijdrage over zending, dat in de loop van de laatste tien jaar het aantal christenen op het zuidelijk halfrond van onze aarde groter is geworden dan op het noordelijk halfrond, waar het christendom is ontstaan. De snelste groei van de kerk wordt gerapporteerd bij de charismatische groepen en de pinksterbeweging. Zijn die voorlopers als het gaat om het wereldwijde werk van de Geest? De gereformeerde theologie - zegt Tigchelaar - vormt een probleem in de omgang met deze groepen. Er is enerzijds verwantschap in 'de aanvaarding van Jezus Christus als de eniggeboren Zoon van God en het gemeenschappelijk aanvaarde schriftgezag'. Maar anderzijds is er de huiver voor 'het oncontroleerbare beroep op de Geest'. Dr. P. Van den Heuvel schreef in Kontextueel inzake 'Pinksteren in Amerika', dat hij soms met verbijstering heeft gelezen 'welke bizarre onzin op rekening van de Geest wordt geschreven'.
Dat valt alleen maar te beamen. Maar een feit is, dat het beroep op de Heilige Geest altijd oncontroleerbaar is. Omdat de Geest waait waarheen Hij wil. Wellicht ligt de 'kracht', in ieder geval de aantrekkingskracht van deze bewegingen er in, dat men los van vormen, tradities en zelfs van theologie, aansluiting vindt en zoekt bij de cultuur, waarbinnen men opereert. En ook doordat men in een biblicistisch omgaan met de bijbel soms tot gemakkelijke antwoorden komt in moeilijke zaken. Al moet men niet uitsluiten dat zulke bewegingen ook gedachtengoed uit de Schriften, dat binnen de kerken is verwaarloosd, opnieuw aan het licht brengen. Daarom, zegt Tigchelaar, moet men deze bewegingen niet doodzwijgen maar vanuit het gereformeerd erfgoed corrigeren. Hij zegt: 'Opnieuw zal de gereformeerde theologie zich moeten bezinnen op de schatten die in de bijbelse leer van de Heilige Geest gelegen zijn. Deze schatten en deze leer zullen beslissend zijn in de houding ten opzichte van de Pinksterbeweging'.

                 * * *

Hoe vinden we vandaag ook in eigen land woorden om bij de moderne mens (nog) binnen te komen? Dat vraagt in elke cultuur een eigen benadering. In dit verband wil ik er nog op wijzen, dat wijlen prof. dr. A. A. van Ruler de uitdrukking 'zending in zes continenten' afwees. Hij vond het een psychologische èn theologische 'blunder' om al het zendingswerk op één hoop te vegen. De geseculariseerde Europeaan en de heidense Afrikaan verschillen, met name als het gaat om de benadering met het Evangelie. Gods verhouding met een heiden en 'een verworpen christendom' is anders. Het verschil tussen zending en evangelisatie noemde hij daarom 'diep-geestelijk en principieel-theologisch'. Daarom is het een hoge opgave om te onderscheiden de weg, die de Geest in eigen tijd schrijft onder de nog te kerstenen volkeren en onder volkeren waarin velen zonen of dochteren van de verloren zoon werden.

Toekomst
De Heilige Geest is, vanuit het volbrachte werk van Christus, toekomstgericht. Dat geldt ook voor de zending. Alle volken zullen het Evangelie horen. Het werk van de Heilige Geest in de Schrift heeft beloftekarakter naar de toekomst. De Geest zal in alle waarheid leiden, zegt Jezus: 'wat Hij zal gehoord hebben zal Hij spreken en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen' (Joh. 16: 13). Bij de Heilige Geest is het nooit stilstaand water. Christus spreekt van stromen van levend water: 'en dit zei Hij van de Geest, Welke ontvangen zouden, die in Hem geloven' (Joh. 7: 38, 39).

                   * * *

Het Woord werd vlees. Dat is het eerste geheimenis. God werd mens. Het tweede geheimenis is dat de Geest werd uitgestort op alle vlees. Zo kwam en komt God, in Christus en in Zijn Geest, dicht bij mensen. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 11) en de Heidelbergse .Catechismus (zondag 20) belijden beide, dat de Heilige Geest samen met de Vader en de Zoon eeuwig God is. De Heidelberger gaat dan nog één stap verder en belijdt: 'ook Mij gegeven'. Vanwege de uitstorting van de Heilige Geest konden mensen de eeuwen door in-Christus zijn, werden zij in Christus ingeplant. Want de Geest neemt het uit Christus en verkondigt het ons. Daarom kon Paulus het diepe woord spreken, dat wie de Heere aanhangt  'één geest met Hem is' (1 Cor. 6: 17). De nietige mens één geest met de hoge en heilige God. Dat kan alleen door de Pinkstergeest, die ons in eigen taal is gegeven. Die Geest is uitgestort op alle vlees, zodat het werk van de Geest wereldomspannend is. Maar het is ook hoogst persoonlijk. Zo spreekt de Geest in alle talen ook een eigen geestelijke taal, die wordt gehoord en verstaan in harten van mensen. Daar, op die niet aan te duiden plek in de menselijke exisentie, spreekt de Geest vanuit het Woord de grote werken van God.

                * * *

Zo ontvangen mensen ook Pinkstervuur om in zending en evangelisatie maar ook in hun dagelijkse omgeving, de grote werken van God uit te zeggen en uit te werken. We behoeven niet onder de indruk te geraken van wat door bepaalde bewegingen met veel vuur en enthousiasme wordt gebracht. Want waar de Geest werkt, in stilte of onder tekenen, is en-Thousiasme, in-God-zijn. Indrukwekkend is het voortgaande werk van de Geest, in zending, bijbelvertaling, in dogmavorming en (voortgaand) belijden, in het doorgeven van de Boodschap van geslacht op geslacht. In alle talen!
De spraakverwarring bij de torenbouw van Babel is radicaal doorbroken. Want in alle talen wordt één sprake geboren: de sprake van de Geest: Het was maar één keer Pinksteren. Maar de Geest van Pinksteren trekt in een lange zendingskaravaan, in verschillende talen door de eeuwen en de landen. Pinksteren is en blijft zendingsfeest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Pinkstergeest spreekt alle talen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's