Over de rechtvaardiging
God verdedigt, de mens klaagt aan (1)
Tijdens de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op woensdag 24 mei ll. te Nijkerk hield ds. H. J. Lam te Nieuwerkerk. aan den IJssel een lezing over de rechtvaardiging onder de titel God verdedigt, de mens klaagt aan. We plaatsen deze lezing in drie afleveringen.
Red.
Naar Wittenberg
Vanmiddag willen we met elkaar een van de collegezalen bezoeken van de universiteit Van Wittenberg. De docent kent u: dat is Martinus Luther, doctor der Heilige Schrift. Het is halverwege het jaar 1515. Dat is dus nog vóór de grote gebeurtenissen, die op 31 oktober 1517 ingeluid worden, wanneer Luther zijn 95 stellingen aanslaat op de deur van de slotkapel van zijn woonplaats. Vanaf dat moment zal de Reformatie een publieke zaak worden. Zover is het echter nog niet.
Wél is het na 1513, het jaar waarin Luther college gaf over de Psalmen en steeds meer tot het inzicht kwam dat Gods gerechtigheid bevrijdende gerechtigheid is die een mens, een zondaar in de ruimte zet. Niét dat hij toen alles direct al zo scherp zag als later, maar het begin was er. Dat blijkt, wanneer we in het genoemde jaar 1515 de toekomstige reformator bezig horen. Voor zijn studenten legt hij de Romeinenbrief uit. Omstreeks Pasen is hij daarmee begonnen. De eerste zinnen van zijn college hadden meteen een enorme lading: 'De hoofdinhoud van deze brief is: enerzijds te verwoesten, uit te roeien en te vernietigen alle wijsheid en gerechtigheid van het vlees, ook al mag ze in de ogen der mensen, ook bij onszelf, nog zo groot zijn, en wordt ze van harte en oprecht beoefend; en anderzijds: in te prenten, op te richten en groot te maken de zonde, ook al lijkt ze amper voor handen of denkt men dat dat het geval is.'
De studenten zullen van deze regels opgehoord hebben. En bij de laatste regels zullen ze hun ogen uitgewreven hebben: de zonde groot maken? Wat bedoelt hun hoogleraar? Dat zal hun gaande de colleges duidelijk worden. Ook óns kan het vanmiddag duidelijk worden, wanneer wij de collegezaal betreden, 't Is niet voor niets dat we onder het gehoor gaan zitten van deze 'leraar der kerk'. Want heeft Paulus, of beter: heeft de Heilige Geest wat betreft de rechtvaardiging ooit een leergieriger leerling gehad dan Doctor Martinus Luther?! 't Meeste wat ik in deze lezing over de rechtvaardiging naar voren breng, is gepuurd uit, misschien moet ik zeggen: geplunderd uit datgene wat hij aan schatten uit de Schrift heeft opgedolven. Schatten, die naar mijn overtuiging ook en juist anno 2000 nog niets van hun glans verloren hebben. Schatten, die het waard zijn om kerk en wereld getoond te worden.
Actueel in de kerk
Trouwens, in kerk en wereld is het thema van de rechtvaardiging nog steeds aan de orde. En Luthers vraag: 'Hoe krijg ik een genadig God?' ligt in aller mond. Op het eerste gehoor lijkt dit niet helemaal, of beter: helemaal niet waar. Is in de kerk echt het thema van de rechtvaardiging voortdurend aan de orde? We moeten antwoorden: niet zo intens als we graag zouden willen, 'k Weet niet of onze jaarvergaderingen in dezen een graadmeter kunnen zijn: ik heb de Waarheidsvrienden vanaf '77 geraadpleegd: in 1988 is erover gerefereerd, in 1995 en nu weer; dat is dus voor de derde keer in ongeveer 25 jaar. 'k Ben benieuwd hoe dat is m.b.t. de thema's van de jaarvergaderingen van de zusterbonden; dat heb ik niet uitgezocht.
Verder is het goed te weten dat veel rooms-katholieke theologen zich met de Reformatie en zo ook met het thema van de rechtvaardiging bezighouden. Meer dan één waardevolle studie over Luther, Calvijn en anderen is door hen de afgelopen decennia op tafel gelegd. Protestantse en rooms-katholieke theologen bezoeken elkaars congressen en schrijven in elkaars vakbladen.
Gemeinsame Erklärung
In dit verband noem ik de gemeenschappelijke verklaring van de Lutherse Wereldbond en van de Pauselijke Raad voor de eenheid van de christenen. Vorig jaar, op 31 oktober, werd zij officieel gepresenteerd. In dit stuk geeft men aan dat men als Lutherse Wereldbond en Pauselijke Raad het samen min of meer eens is geworden over de wijze, waarop de rechtvaardigingsleer moet worden verstaan. In artikel 4 van deze verklaring lezen we dat zij wil laten zien dat - op grond van de dialoog die gevoerd is tussen de deelnemende Lutherse kerken en de Rooms-Katholieke Kerk - men thans in staat is om een gemeenschappelijke opvatting te vertolken van de rechtvaardiging door Gods genade.
Voorts spreekt men uit dat de Lutherse rechtvaardigingsleer, zoals die in dit stuk ontvouwd wordt, niét getroffen wordt door de veroordelingen van de Rooms-Katholieke Kerk op het concilie van Trente (1545-1563). Evenmin raken de verwerpingen in de Lutherse belijdenisgeschriften de rooms-katholieke leer van deze verklaring.
Ik ga op deze verklaring niet verder in. Wel zijn de reacties erop nogal divers geweest: instemmend én afkeurend. Eén van de voornaamste punten van kritiek is dat de rechtvaardiging is losgepeld uit de leer van de kerk, en juist op dit punt vallen enorme beslissingen. Wie bemiddelt het heil? Uiteindelijk de kerk? Dat is nog altijd het officiële roomse standpunt. De Reformatie ziet dat - terecht - anders. Tussen God en een zondaar staat niet de kerk, maar het Woord. Uit deze korte uiteenzetting moge blijken dat in de kerk het thema van de rechtvaardiging nog steeds actueel is.
Actueel in de wereld
Maar zijn de vragen rond de rechtvaardiging in de wereld.wel actueel? Zei ik daar straks niet ten onrechte dat in ieders mond de vraag ligt: hoe krijg ik een rechtvaardig God? Zover men nog een vraag over God stelt, gaat die toch eerder over het bestaan van God? Veeleer - om een voorbeeld te noemen - zijn land en volk vol van Euro 2000. Hoe wordt Nederland kampioen?
Maar juist dat toont aan hoezeer men zoekende is! De vraag naar een rechtvaardig God is immers de vraag naar heilszekerheid: waar vind ik in mijn leven houvast? Wat geeft grond, vreugde en heil aan mijn bestaan? Daarvoor is ieder mens in de weer, hetzij verkeerd, zoals Paulus dat in Romeinen 1 en 2 beschrijft; hetzij goed, zoals dat in Romeinen 3 naar voren komt.
Rechtvaardiging van God
Romeinen 3, ja. Wanneer we vanmiddag in de collegebank plaatsnemen, is Luther net toe aan de uitleg van dit hoofdstuk. Daarin heeft Paulus de vraag opgeworpen of de ontrouw van de joden Gods trouw niet te niet zal doen. Krachtig en vurig antwoordt de apostel (vs. 4a): 'Dat zij verre!' Want dit staat voor hem vast: God is waarachtig, en alle mens leugenachtig. Geeft de Schrift zelf dat niet aan? Lees Psalm 51 er maar op na, gemeente van Rome. Daar staat (vs. 3 : 4b; daar gaat het me op dit moment vooral om): 'Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.'
Uitvoerig gaat Luther de betekenis van deze psalmtekst na. ln navolging van hem benadrukken wij dat er staat: 'Opdat Gij gerechtvaardigd wordt.' Welverstaan gaat het hier dus om de rechtvaardiging van God. Wij zijn vooral vertrouwd met de uitdrukking: rechtvaardiging van de goddeloze. Hier wordt echter in eerste instantie gehandeld over de rechtvaardiging van God: 'Opdat Gij gerechtvaardigd wordt.' Nu hebben die twee: rechtvaardiging van God en rechtvaardiging van de goddeloze, natuurlijk alles met elkaar te maken; dat willen we op voorhand al zeggen. Ze grijpen als tandraderen in elkaar. Toch blijft het ons vreemd in de oren klinken: de rechtvaardiging van God. Niettemin hecht Luther eraan om er zo over te spreken. Waarom? Ten eerste om de eenvoudige reden dat hij dat op deze manier bij Paulus leest: 'Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden.' Ten tweede, omdat Luther aan de hand van deze formulering precies kan aangeven hoe de relatie is tussen God en mens. Want die twee, God en mens, hébben wat met elkaar, of de mens van zijn kant dat nu op prijs stelt of niet.
We luisteren naar wat Luther dicteert. Wanneer wordt God gerechtvaardigd in Zijn woorden? Wanneer wij geloven wat Hij zegt. Houden we God voor een Man van Zijn woord, dan rechtvaardigen wij Hem. Vervolgens trekt Luther in zijn uitleg een verrassende conclusie; zo één waar hij een meester in is en waarom hij je blijft boeien. Wanneer wij Gód rechtvaardigen, rechtvaardigt Hij óns. Diepzinnig zegt hij: onze rechtvaardiging van God is onze eigen rechtvaardiging. Want het geloof, dat Gods woorden voor waarachtig houdt, dat wordt door God tot gerechtigheid gerekend. Hij maakt ons tot mensen, die zijn zoals Zijn Woord is, 'namelijk rechtvaardig, waar en wijs. Hij maakt ons gelijkvormig aan Zijn Woord. Luther kan het nog markanter uitdrukken: God verandert ons in Zijn Woord, niet Zijn Woord in ons.
Gods overwinning
Maar God wordt niet alleen gerechtvaardigd door hen, die in Hem geloven; dat gebeurt ook wanneer Hij door anderen verworpen wordt. Wat is dat: God verwerpen? Loochenen dat Hij Christus gezonden heeft, loochenen dat Hij Zijn beloften vervult. Wie dat doet, is bezig Gods woorden, ja, God Zelf te richten en te beoordelen.
Deze uitleg van Luther kan aan de hand van de Statenvertaling niet duidelijk gemaakt worden. Daar lezen we in vers 4b: 'Opdat Gij oordeelt'. God neemt dus Zelf het oordeel ter hand. Maar in Luthers vertaling lezen we: 'Opdat Gij gericht/geoordeeld wórdt.' God is 'lijdend voorwerp' van het oordeel.
Luther wil de laatste woorden van dit vers als volgt uitleggen: Pas op: wie God dagvaardt en ter verantwoording roept, zal de zege niet behalen. Gód zal triomferen, te allen tijde. Hij overwint, ook als Hij geoordeeld wordt. Dan keren ook hier de dingen om: wie God heeft geoordeeld, heeft zijn eigen oordeel geveld. Want het ongeloof, waarmee Gods woorden gericht worden, ziet Hij aan als ongerechtigheid.
Nieuwerkerk aan den IJssel H. J. Lam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's