De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christen zijn in een veranderende wereld: problemen en perspectieven (1)

Bekijk het origineel

Christen zijn in een veranderende wereld: problemen en perspectieven (1)

7 minuten leestijd

Honderd jaar geleden bestond het werk van een meisje van 19, 20 jaar uit het bezig zijn in het gezin, hetzij thuis, hetzij elders.
Dan kon het gebeuren dat ze de haardplaat poetste, met daarop de afbeelding van Saul bij de waarzegster te Endor. Om de zoveel weken nam ze die haardplaat onder handen en werd ze (of ze wilde of niet) met dit bijbelgedeelte uit 1 Samuel 28 geconfronteerd.
Die haardplaat staat nu in het museum. In het jaar 2000 werkt een meisje van 19, 20 jaar achter een pc met een muis, met links en rechts van haar collegaatjes voor wie God een vaag begrip is. Met de hele dag radio 3 aan.

Ingrijpende veranderingen
De samenleving is drastisch veranderd. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Met alle gevolgen van dien! Dat is iets wat vooral ouderen opvalt en wat zij regelmatig onder woorden brengen. Mensen die bij het onderwijs werken zo'n 10, 20 jaar valt dat sterk op. Kinderen reageren heel anders, hun interesses zijn veranderd, hun houding naar de ander toe. Ze gingen op weg naar school, toen vader en moeder al naar hun werk waren. Een aanzienlijk deel van de leerlingen komt trouwens uit eenoudergezinnen.
Jeugdwerkleiders valt het op, binnen de gemeente: de concentratie van de kinderen is uitermate gering, de verdraagzaanheid, het respect voor elkaar, de eerbied voor God en de bijbel. 'Menig ervaren jeugdwerkleider knapt erop af en het wordt steeds moeilijker nieuwe krachten te vinden voor dit werk', meldde een jeugdouderling vorige week op de kerkenraad. Het zijn niet alleen de jongeren die duidelijk anders denken en reageren, hun ouders ondergaan dezelfde invloed. We ademen allemaal, jongeren en ouderen, in dezelfde cultuur. We ondergaan (of we dat willen of niet) de invloeden van onze moderne samenleving.
Heel boeiend en zichtbaar is de verandering van onze samenleving onder woorden gebracht door Geert Mak in zijn boek 'De eeuw van mijn vader'. Het is een bestseller geworden en onderging in korte tijd enkele herdrukken.
U weet: vader Mak was gereformeerd predikant. Ik citeer enkele regels: Toen hij zijn werk begon (dat was in 1924) stonden de kerken en de daaraan verbonden zuilen in volle bloei. De confessionele partijen waren almachtig. Het was de glorietijd van de mannen broeders en het rijke roomse leven. In de jaren vijftig zag hij de eerste barsten in die wereld ontstaan, aanvankelijk bij andere kerken. Later ook bij zijn eigen kerk. Een paar van zijn kinderen zouden zich nog met hart en ziel inzetten voor de vernieuwing van de kerkelijke gemeenschap, maar toch zouden ze in hun leven vooral het verval meemaken. Van zijn kleinkinderen haakten de meesten af, of zochten hun heil in eigen vormen en religie.
Tot het midden van de twintigste eeuw hoorde het christendom tot het wezen van Nederland en Europa. Nu is dat niet meer zo, sterker: in veel Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen leeft het christendom meer dan in de lage landen. Nog in 1958 waren van tien Nederlanders er bijna acht bij een kerkgenootschap aangesloten. Aan het eind van de eeuw zijn het er nauwelijks vier!
Feilloos en trefzeker beschrijft Geert Mak de neergang van de gereformeerde kerken, en de gevolgen van de storm van de secularisatie. En laat niemand van ons denken dat dit alles alleen deze kerken raakt. We staan als christenen (tot welke kerkelijke denominatie we ook horen) er evenzeer middenin. We merken dat aan den lijve. Als ouders, als voorgangers, in de omgang met onze buren, op ons werk. Predikanten merken het (als ze zich tenminste niet afsluiten van alles en iedereen), ze merken het aan hun catechisanten, en op de kansel.
In november 1997 organiseerde de Evangelische Omroep een conferentie met als thema 'de boodschap en de kloof'. Het ging over de communicatie van het evangelie in een postmoderne tijd. Het woord 'kloof' is inmiddels een begrip geworden. Daarmee wordt gedoeld op het gebrek aan verbinding tussen de Boodschap die wordt verkondigd en de toepasbaarheid daarvan in het dagelijks leven.
Het evangelie wordt wel verkondigd en doorgegeven, maar een toenemend aantal mensen zegt er in de praktijk van elke dag niet zoveel mee te kunnen. Het landt niet. Het vindt geen herkenning, geen aansluiting bij het eigen leven.

Enkele typeringen
Misschien is het goed het klimaat waarin wij als christelijke gemeente verkeren, wat te typeren. Uiteraard gebeurt dat wat grofweg, met wat pennenstreken, met wat trefwoorden. Maar op die wijze krijgen we ook voor ons hoe het dan aan de andere zijde van de kloof eruit ziet.

1) Het is de tijd van de grenzeloze wereld. Wat vroeger voor ons afgesloten was, onbekend, dat valt nu open. Informatie is onbeperkt. We reizen overal heen. Onze grootouders hadden wel eens van negers gehoord, uit een boekje. Nu bevolken ze onze straten. Ze zijn onze buren. Grenzen zijn weggevallen. Ook de grenzen van de kerk, van het dorp. Een klein voorbeeldje: voor entertainment is men niet meer aangewezen op de eigen omgeving. Het dorpscafé is vervangen door de disco op 80 km afstand.
2) We leven in een vertechniseerde wereld. De techniek is het verlengstuk van onze benen. Daar hangt zoveel omheen dat een geweldige impact heeft op heel de samenleving: ik denk aan de wereld, van de reclame, de benzine, de garages. We organiseren van alles, ergens in ons land is een dag, en we zijn er, zonder veel moeite. Als een predikant 50 jaar geleden een preekbeurt had in Wierden of in Onstwedde, dan ging hij een zondag logeren. Zaterdags ging hij weg en 's maandags kwam hij terug. Nu pakken we 's zondags de A1 en zonder moeite bereiken we ons doel. Een vertechniseerde samenleving. Of we het nu leuk vinden of niet, de informatie- en de technologische sector rollen onmiskenbaar over ons heen. Onze kinderen groeien er spelenderwijs mee op. Als ze 10, 12, 13 zijn hebben ze hun gsm'tje op zak. En als we niet thuis zijn, maar onderweg hebben we ons 06-nummer. We mailen met onze kinderen in Kazachstan 6000 km weg, alsof ze in Hoevelaken wonen. De informatie- en communicatietechnologie kan het leven veraangenamen, creatiever maken, verrijken, maar van welke kwaliteit zijn bijvoorbeeld internetvriendschappen? En hoe dwingend kan het altijd bereikbaar zijn niet worden?
3) We leven in een vereconomiseerde wereld. Alles wordt vertaald in praktisch nut, in geld. Onze kinderen zeggen al heel jong: ik wil wel de auto wassen, maar wat staat daar tegenover? Wat benauwend is, is de gretigheid waarmee de reclame zijn grijpgrage armen uitstrekt naar de kinderen. Onderzoeken hebben uitgewezen dat de reclame via RTL uitstekend werkt. Waar de meeste reclame voor is gemaakt in de uitzendingen, dat staat bovenaan op het verlanglijstje.
4) We leven in een gefragmentariseerde wereld. De samenleving is verbrokkeld, niet een geheel meer. Ik bedoel dit: het leven raakt gefragmentariseerd, doordat allerlei verbanden, waarin we functioneren geen raakvlakken met elkaar hebben. In toenemende mate hebben mensen er moeite mee binnen al die verbanden, dezelfde persoon te zijn. Concreet betekent dit, dat iemand op school niet weet hoe hij zijn christenzijn inhoud moet geven, of dat hij op de sportclub een andere persoonlijkheid is dan op de jeugdvereniging, of dat iemand op het werk, als manager ingehuurd, bezig met de afslanking van het bedrijf, een andere persoonlijkheid . is als thuis, waar hij de inschikkelijke echtgenoot moet zijn. Ieder 'fragment' heeft zijn eigen normen en waarden.
5) We leven in een gesloten wereld. Het verleden, de geschiedenis, daar hebben we geen boodschap aan. Historisch denken is ons totaal vreemd (tot in de kerk toe). We leven hier en nu. En we zullen het hier en nu moeten klaren. Want de grens van de dood is het einde. Daarna? Daar kunnen we geen zinnig woord over zeggen. Misschien keren we terug in een ander leven (de reïncarnatie). Wie zal het zeggen. Maar het leven hier is zo uniek, zo alles geworden, dat we eruit willen halen wat erin zit. We eten alleen nog maar gezondheidsvoedsel en natuurproducten. We gaan naar een reformwinkel, en we kopen zilvervliesrijst, scharrelmuesli, havervlokken, wortelsap en onbespoten groenvoer. En we zitten op fitness. Dit leven, hier en nu, dat is het. Een gesloten wereld.

Voorthuizen               G. van den End

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christen zijn in een veranderende wereld: problemen en perspectieven (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's