De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenheid in verscheidenheid (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenheid in verscheidenheid (1)

9 minuten leestijd

Eind vorig jaar leverde ik in ons blad een bijdrage over het boek Openbaring. Het zal duidelijk zijn dat dit in verband stond met de overgang naar een nieuw millennium. Niet alleen ons blad heeft tóen aandacht aan het boek Openbaring gegeven. Dat is gebeurd in vele kerkelijke periodieken. Ook is er vorig jaar veel gepreekt over het laatste bijbelboek.
Nu zeg ik niet dat de aandacht is weggeëbd voor wat Johannes op Patmos gezien heeft. Toch valt het niet te ontkennen dat de belangstelling enigszins is afgenomen. Waarschijnlijk is het om die reden dat de eindredacteur gevraagd heeft om in een serie artikelen nog eens in te gaan op het boek Openbaring. Het zal nog wel bekend zijn dat ik toen thematisch te werk ben gegaan. Diverse thema's kregen aandacht en werden van verschillende zijden belicht.
De opzet van deze artikelen is anders. Zij zullen zich beperken tot de zeven brieven aan de gemeenten in Klein-Azië. Het is niet mijn bedoeling om uitvoerig in te gaan op de exegese (uitleg), maar wel op het thema dat in deze brieven wordt aangesneden. Van iedere brief kan namelijk gezegd worden dat hij een eigen eigen thema heeft. Vanuit dat thema wil ik proberen lijnen te trekken naar het heden. Duidelijk hoop ik te maken dat alle zeven gemeenten verschillend zijn. Evenals vandaag is de verscheidenheid groot! Niettemin is er ondanks de verscheidenheid toch eenheid. Zij zijn alle verbonden met het Hoofd van de Kerk: Jezus Christus. Hij heeft het voor het zeggen! Hij regeert én Hij is Koning! Ondanks verschillen toch eenheid. Maar let wel: alleen in Hem!
Ik ben mij bewust dat er over de zeven brieven aan Klein-Azië reeds veel geschreven is. In iedere eeuw is er wel over geschreven. Dat laat ons zien, hoe actueel deze brieven zijn. Zij zijn voor alle tijden bestemd. De gemeente Gods kan er in alle tijden lering uit trekken. Ook in onze tijd, temeer omdat verschillende thema's zich nu voordoen.
Na een tweetal artikelen ter inleiding, zal ik een begin maken met de eerste brief aan Efeze (Openbaring 2: 1-7).

Gericht aan de kerk
Het boek Openbaring is geschreven aan de kerk. In dit geval moeten wij niet denken aan een enkele gemeente. Ook al is de gemeente een gestalte van het lichaam van Christus, toch denken wij bij kerk aan méér. Bij kerk denken wij zelfs niet alleen aan landskerken zoals de Nederlandse Hervormde Kerk er één is, maar dan denken wij aan alle kerken overal ter wereld. Tezamen vormen zij het Lichaam van Christus. Hoe belangrijk een landskerk kan zijn en welke grote plaats een gemeente kan innemen, wanneer wij het over het Lichaam van Christus hebben, behoren wij oecumenisch te denken. Oecumenisch wil in ons geval zeggen: wereldwijd! De actieradius van het boek Openbaring is dus wereldwijd. De inhoud is bestemd voor de wereldwijde kerk. Toch maak ik hierbij een aantekening. Het zou namelijk onjuist zijn als ik dit zo algemeen stel. Ik moet het iets nader preciseren. Ik wil het als volgt omschrijven: de inhoud van het boek Openbaring is bestemd voor de wereldwijde kerk, maar dan met name voor de kerk in de verdrukking. Zij is er om de verdrukte kerk te troosten. Waarmee te troosten? Ik kan beter schrijven: met wie te troosten? Met niemand anders dan met Jezus Christus. Want Hij komt op de wolken des hemels. Zijn komst zal de oorzaak zijn dat alle tranen van de ogen zullen worden afgewist. Dat zal na de verdrukking een grote vreugde zijn voor allen die door de Vader aan Jezus gegeven zijn. Wereldwijd gegeven zijn! Want het zal zijn een schare die niemand tellen kan. Die grote schare zal jongeren en ouderen bevatten uit alle tongen, talen en natiën. De komst van Jezus zal bovendien voor de verdrukte kerk inhouden dat Hij hun heil zal volmaken. Bij volmaken kan men hiervan denken, dat de kinderen Gods volmaakt zullen zijn. Volmaakt naar het lichaam én naar de ziel. Toch denk ik bij dat 'volmaken van het heil' aan nog iets anders. Het heil zal vol zijn. De genade zal er in overvloed zijn. Voortdurend zal het zijn genade voor genade. Nooit zal er meer de storende invloed van de zonde zijn. Nooit zal iemand meer de woorden van de apostel Paulus op de lippen nemen: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam deze doods'. Het is juist als iemand mij voorhoudt dat deze tekst verder gaat. Het vervolg is namelijk: 'Maar ik dank God door Jezus Christus die mij kracht geeft'. Gelukkig als dit erbij gezegd wordt, maar hoe vaak ligt hierover niet een sluier als vooral het eerste in alle hevigheid wordt ondervonden.
Dit alles is evenwel voorbij als Jezus komt. Dan is het vol. Allen die heil bezitten zijn dan eveneens vol. Zij zijn vol en volmaakt! Vol van Jezus en volmaakt in Hem!

Strekking
Het boek Openbaring heeft een strekking. Zij richt zich - zoals ik schreef - tot de kerk in de verdrukking. Wat wil dat zeggen? Dat houdt in dat de kerk zware tijden meemaakt. De leden van de kerk worden onderdrukt. Zij lijden vanwege hun geloof. Zij worden vervolgd, omdat zij zich voor de naam van Jezus niet schamen. Openlijk belijden zij in woord en daad dat Jezus hun Heere en Heiland is. Deze belijdenis kan ze zelfs het hoofd kosten.
Wij kunnen allen wel verstaan dat de kerk in zulke tijden ontvankelijk is voor de boodschap zoals die in de Openbaring ons voorgehouden wordt. Het is haast vanzelfsprekend dat men dan bemoedigd wil worden. 't Is trouwens dan zeer op zijn plaats als de kerk wordt aangevuurd om te volharden en lijdzaamheid op te brengen. In onze tijd is het echter de vraag of wij - met name als kerk in ons land - wel te vereenzelvigen zijn met de verdrukte kerk tot wie Johannes zich in Jezus' naam richt. Beter kan ik schrijven: tot wie Jezus Christus hoogstpersoonlijk zich richt. Wat weten wij eigenlijk van verdrukking? En kan men van vervolging spreken? En als dit niet het geval is, kan men dan zeggen dat de strekking van het boek Openbaring zich direct tot ons richt? Het zijn vragen die wij maar niet opzij kunnen schuiven. Want zij hebben te maken met de kwaliteit van ons persoonlijk leven, gemeentelijk en kerkelijk leven. Anders gezegd: zij hebben te maken met ons geestelijk leven. Is dit van een kwaliteit zoals dit bij het leven van de kerk en van eenieder van ons persoonlijk past? Of zijn wij zowel persoonlijk als kerkelijk erg tevreden met onszelf. Wanneer dit laatste het geval is, zijn wij meer salonchristenen dan christenen die omwille van Jezus Christus begeren te lijden.

Niet eenvoudig
Iemand zal opmerken - gelet op wat ik schreef - dat het toch niet zo gemakkelijk is om in de samenleving als christen te leven. Er moeten keuzes worden gemaakt die niet altijd door eenieder in dank worden afgenomen. Het gebeurt zelfs wel dat iemand wordt bespot óf weggehoond om de keuze die door hem gemaakt wordt. Zo vertelde iemand mij nog niet zo lang geleden dat men hem links liet liggen op zijn werk, omdat hij de zondag geheel anders invulde dan zijn collega's. Hij koos op zondag voor Gods huis, voor zijn vrouw en zijn gezin. De collega's vulden deze dag in met allerlei zaken die hen amuseerden. Zij konden niet begrijpen dat hun collega de zondag toch ook naar eigen believen invulde. Volstrekt konden zij niet verstaan, hoe hij op zondag deed wat hém lief was nl. het gaan naar de kerk, en er zijn voor vrouw en kinderen. Met de gedachten van zo'n collega wilden zij niet te maken hebben. Zij bleven hem liever uit de buurt met als gevolg dat zij hem links lieten liggen.
Ik geef slechts één voorbeeld. Het zou met tientallen voorbeelden uit de praktijk van het dagelijkse leven uitgebreid kunnen worden. Het 'gij geheel anders' moet in woorden en in daden worden gepraktiseerd, maar het wordt zeker niet altijd in dank afgenomen. Dit laatste wil ik in géén geval bagatelliseren d.i. kleineren. Het staan op de werkvloer en dat als christen, kan heel wat moeilijker zijn dan wanneer men op een of andere manier zich van het arbeidsproces moet onthouden. Maar toch... van vervolging is nog geen sprake. Het kan zijn dat wij worden genegeerd of dat er om ons wordt gelachen, maar wij worden nog altijd geduld. Ook al wordt er misschien wat neerbuigend op ons neergekeken, wij mogen doorgaan, in de samenleving nog onze plaats innemen. Soms zelfs een zeer vooraanstaande plaats.

Beproeving
Van vervolging is geen sprake, hooguit kan men zeggen dat men beproefd wordt als een ander het ons niet in dank afneemt dat wij de Heere vrezen en dit tot uiting brengen in de praktijk der godzaligheid. Verdrukking die gepaard kan gaan met vervolging gaat dieper dan beproeving. Bij beproeving is het doorgaans zo dat de Heere wil zien wat Hij aan ons heeft. Hij stelt ons op de proef om erachter te komen óf wij met heel ons hart Hem toebehoren. Met andere woorden: of wij aan Zijn kant blijven staan.
Verdrukking die kan overgaan in vervolging houdt in dat ons alles om Jezus' wil ontnomen kan worden. Ik denk nu even aan het lied van Luther dat wij meestal rondom de 31e oktober zingen. In één van de coupletten van het Lutherlied staat geschreven: 'Delf vrouw en kinderen 't graf. Neem goed en bloed ons af. Het brengt u geen gewin...'. Wat Luther hier bezingt, duidt op verdrukking en vervolging. Dat in zulke situaties de kerk bemoedigd wordt en aangevuurd wordt om te volharden zal eenieder van ons begrijpen. Echter... leven wij in zo'n situatie? Het antwoord kan kort en bondig zijn: neen!
Ondanks alles wat tegen ons kan zijn, ondanks alle spot, haat en hoon leiden wij nog een 'stil en gerust leven'. Misschien zelfs wel een 'te stil en te gerust leven'. Want wat houdt nu helemaal ons christenzijn in? Wat kost het ons? Wat doen wij ervoor én wat laten wij ervoor? Vragen die 'nopen tot inkeer? Vragen die alles te maken hebben met de kwaliteit van het geloofsleven. Kortom: met het werk van God in ons leven. Dat werk is er óf het is er niet! Maar als het er is, welke gevolgen heeft dit dan in het leven, gelet op wat ons in Openbaring gezegd wordt? (wordt vervolgd)

Barneveld                G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eenheid in verscheidenheid (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's