Een getuige van het Evangelie
Adolphe Monod
Frédéric Monod had het beter ingezien dan zijn broer Adolphe, schrijft ds. F. Mallan in De Wachter Sions naar aanleiding van het boek van laatstgenoemde Waarom ik in de gevestigde kerk blijf. Want, zegt hij, een herstel van die (gevestigde) kerk, in Frankrijk in de vorige eeuw, was niet te verwachten. Frédéric scheidde zich in 1848 van de nationale kerk in Frankrijk (de Eglise Réformée) af, toen de leiding van de kerk weigerde terug te keren tot haar oorspronkelijke gereformeerde belijdenis. Adolphe Monod kon niet met de kerk breken omdat hij het herstel van de kerk aan God wilde overlaten. De beoordeling van ds. Mallan lijkt me niet geheel billijk. Kan men op den duur zeggen waar de meeste vrucht op de Evangeliebediening is gevallen: in de nationale kerk, waarin Adolphe bleef, of in de Vrije kerk, waartoe Frédéric overging? Maar bovendien: gaat het om de zichtbare vrucht of om de roeping? Ds. Mallan merkt op, dat ook in 'de vaderlandse kerk' in Nederland 'achtenswaardige leraars' trouw zijn gebleven maar dat het verval van de vaderlandse kerk is doorgegaan. Geldt dat verval niet de hele kerk in Nederland, als we alleen al denken aan het uiteenvallen in zoveel denominaties? Het maakt kennelijk verschil vanuit welke kerkelijke positie men Monods geschrift beoordeelt.
* * *
In de rede, die we in mei uitspraken op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond, is al aandacht gegeven aan de kerkelijke keuze van Monod. Hij was van oordeel de kerk niet te mogen prijs geven aan hen, die er krachtens belijdenis geen recht op hebben. 'Wij zijn in ons eigen huis; niet wij hebben hier weg te gaan en we gaan slechts weg als we weggejaagd worden.' In het hiervolgende wil ik vanuit dit geschrift vooral de persoon van Adolphe Monod, als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Franse Reveil, ook in zijn relatie tot het Reveil in Nederland naar voren halen. Adolphe Monod als getuige van het Evangelie!
Zijn levensgeschiedenis - geschreven door J. C. J. Versteeg te Harskamp, voorafgaande aan de tekst van het uit het Frans vertaalde boek - leze men zelf.
Reveil
Frédéric Monod introduceerde, na afronding van zijn studie in Genève, in 1818 het Reveil in Parijs. Tijdens zijn studie behoorde hij tot een kring van studenten en jonge predikanten, die op zoek waren naar persoonlijk geloof en die de calvinistische belijdenis van de landskerk nieuw leven wilden inblazen. J. H. Merle d'Aubigné, Louis Gaussen en César Malan waren de meest bekende van de kring. In Parijs ontstond een kring van predikanten en gegoede burgers, die huissamenkomsten hielden. Daartoe behoorde ook Adolphe Monod. Groen van Prinsterer en zijn vrouw waren daar zeer geziene gasten. Een tweede centrum van het Franse Reveil was de theologische hogeschool te Montauban in Zuid-Frankrijk.
Vanwege de uitgebreide evangelisatiearbeid uit de Reveilkring, was er in Midden- en Zuid-Frankrijk sprake van een geestelijke opleving, o.a. ook door de arbeid van César Malan, met wie Adolphe Monod zo in aanraking kwam en van wie hij zei: 'Hetgeen zo treffend in die man Gods is, dat is de grote nederigheid die hem is gegeven'.
* * *
Adolphe Monod werd na een verblijf in Napels predikant van de Eglise Réformee in Lyon, waar hij echter vanwege zijn Woordgetrouwe prediking al spoedig in conflict kwam met 'de liberale kerkenraad' aldaar. Zelf schreef hij: 'De duidelijkheid en de moed, waarmede de Heere mij opdraagt de zaligheid door het kruis te verkondigen, die aan dit werelds gehoor een dwaasheid schijnt, is naar mijn mening de grote en bijna de enige oorzaak van de tegenstand.' Het kwam tot een volledige breuk met de gemeente en zo ook met de staatskerk. Hij richtte, samen met anderen, een vrije kerk op, 'meer uit nood dan uit principe'. Hij kwam echter terug in de staatskerk vanwege een benoeming door de regering als hoogleraar in de theologie in Montauban, waar de enige theologische faculteit van de Eglise Réformee was gevestigd. Zijn werk als hoogleraar liet hem intussen voldoende tijd om te preken. En zijn preken waren geliefd (zie Globaal bekeken).
Toen Monod vervolgens in 1847 in Parijs predikant werd, kwam hij daar midden in de kerkelijke strijd. Hij was nog maar net in Parijs of bovengenoemde scheiding voltrok er zich, waardoor hij van zijn broer Frédéric kerkelijk gescheiden raakte. Adolphe werd toen de opvolger van zijn broer als gemeentepredikant. In zijn geschrift Waarom ik de gevestigde kerk trouw blijf legt hij verantwoording af van zijn roeping van Godswege. De Heere gaf hem niet de vrijmoedigheid 'de kudde' los te laten.
Zijn verantwoording is indrukwekkend en telkens bijbels onderbouwd. Ds. L. H. Oosten zegt over de keuze van Monod, dat met name mr. Guillaume Groen van Prinsterer zich voor zijn kerkelijk standpunt op Adolphe Monbod beriep. Intussen ontweek Monod de schuldvraag niet. In het besef mede schuldig te zijn aan de kerkelijke situatie voelde hij juist - zegt Oosten - hoeveel hij aan de kerk en aan haar Heere Jezus Christus verschuldigd was: 'en dat is niet het verlaten van haar positie.' Hij zou geen zuiver geweten meer hebben gehad, wanneer hij 'de zwakke en onwedergeboren leden' in de gevestigde kerk aan haar lot over had gelaten. 'Tenslotte zou ik afdwalen van het spoor, dat door de Apostelen en Profeten en door Jezus Christus Zelf is gevolgd.'
* * *
Zijn arbeid is zegenrijk geweest. In 1872 werd zelfs de meerderheid van de Hervormde synode orthodox en kreeg ze weer een gereformeerde belijdenis. Maar voor hoevelen vooral zal zijn arbeid en die van anderen tot eeuwige zegen zijn geweest?
Avondmaal
In de aankondiging van dit geschrift wil ik met name ook aandacht vragen voor Monods Laatst vaarwel. Toen hij ernstig ziek was en wist dat hij niet meer beter zou worden, besloot hij iedere zondag, temidden van enkele vrienden (dertig tot veertig personen) het avondmaal te vieren, onder leiding van een predikant, 'afwisselend een gereformeerde, een lutheraan, een predikant van de vrije gemeente en een wesleyaan'. Hij heeft ervaren, dat het veelvuldig gebruik van het avondmaal hem tijdens zijn ziekte zeer verkwikte. Hij vond het niet goed, dat het avondmaal 'zo zelden' in de kerk werd gebruikt. Letterlijk zegt hij: 'Toen onze Reformatoren het zo instelden, hebben zij niet nagelaten er op te wijzen, dat deze regel slechts van tijdelijke aard was, om de zeer ernstige misstanden te ontgaan, die in de vroege kerkvorm waren ingeslopen'. Maar het is, zei hij, in de kerk helaas zo gebleven, dat slechts enkele keren avondmaal wordt gevierd.
Na de viering van het avondmaal hield Monod telkens een korte meditatie. Nog in het jaar van zijn overlijden (1856) werden deze meditaties uitgegeven: Laatst Vaarwel van Adolphe Monod aan zijn vrienden en de kerk. In 1937 verscheen bij Kok in Kampen een vertaling in het Nederlands, met een voorwoord van ds. J.J. Knap Czn. In het nu uitgegeven geschrift zijn een drietal meditaties uit 'Laatst Vaarwel' opgenomen. Deze meditaties vormen een rijk onderdeel van het nu uitgekomen boek. Daarom laten we hier twee passages eruit volgen.
'Ach, welk een afgrond van ellende, welk een reusachtige graftombe, welk een aanblik voor de heilige God leveren deze duizenden en miljoenen op over de ganse aarde verspreid, allemaal mensen, die enkel zonde zijn en het nauwelijks vaag beseffen, wanneer God hen nu en dan tot bekering aanspoort..., maar tevergeefs!
De zonde in de beste christenen, de zonde in de gewone christenen, de zonde in de kerk, de zonde in de wereld, o, mijn vrienden, wat een ellende! Wat is toch de zonde!
Wat zonde is, dat heeft Jezus Christus gezien, toen Hij de hemel verliet om ons te verlossen. Wij wisten het niet, maar Hij wist het; wij voelden het niet, maar Hij voelde het voor ons; en dat heeft Hem de kracht gegeven, om de smarten van het kruis en de angsten van Gethsémané, de strijd met de duivel in de woestijn en al de vernederingen, die er aan voorafgingen en waaruit Zijn leven als het ware bestond, te verduren. En nu kunnen wij aan de smarten, die Hij voor ons leed, afmeten, wat in zijn oog de zonde is, en hoe diep de afgrond is, waaruit Hij ons opgetrokken heeft. Niemand van ons, neen mijn vrienden, niemand beseft wat de zonde is. Niemand van ons kent de zonde, omdat niemand van ons ten volle de Heiland kent, in Zijn lijden en Zijn liefde.
O mijnvrienden. Laten wij u uit het vergoten bloed en gebroken lichaam, dat ons weer voorgesteld is, leren wat de zonde is en wat het gevaar is voor onze zielen, om dan tot Jezus te vluchten, en bij Hem te zoeken, wat Hij alleen geven kan!'
* * *
'Als Hij sterft, sterven wij; als Hij uit de doden opstaat, wij evenzeer; als Hij ten hemel vaart, wij ook. Daardoor zijn wij behouden want wij zijn door het geloof één geworden met Hem, Die wij nergens anders mogen zoeken, dan in het eeuwige leven en de eeuwige heerlijkheid, waaruit volgt, dat ook wij daar moeten worden gezocht.
En ziet, Jezus, na onder het oog der mensen geleefd te hebben en gestorven te zijn, staat ook op, dat zij het zien kunnen en vertoont zich aan hen na zijn verrijzenis en zo wordt de opstanding van onze Heere, waaraan wij, als aan al het andere, deel hebben, door Zijn verschijningen een waarneembare gebeurtenis en wordt in de Zijne ook onze eigen opstanding zichtbaar. Gij herinnert u de ketters, waarvan Paulus spreekt, die zeiden, dat de opstanding alrede geschied was; zij hielden haar voor iets louter geestelijks, doch waren daarmee in lijnrechte tegenspraak met de leer van het Evangelie, dat van 's Heilands opstanding en dus ook van de onze, spreekt als van een lichamelijke verrijzenis uit de doden, waarin ons onze eigen lichamelijke opstanding als met de ogen te aanschouwen is gegeven. Welk een rijke zegen en uitnemend voorrecht is het voor de christen om in Jezus' lichamelijke opstanding een zichtbaar onderpand van zijn eigen opstanding te ontvangen. Zo is zij niet alleen verheven boven alle twijfel, maar ook boven alle moeilijkheden des geloofs, want zij is een klaarblijkelijk en tastbaar feit voor Jezus Christus en zal het dus ook voor ons zijn, Op dezelfde tijd zet Jezus' opstanding 'een feit, dat voor ons zelf in de toekomst ligt, om in een gebeuren, dat voor het geloof reeds nu en hier tegenwoordig is, ja, reeds in zijn opstanding in beginsel is geschied.'
* * *
Tenslotte
We mogen de initiatiefnemers voor de Nederlandstalige uitgave van Monods geschrift dankbaar zijn. Ds. R. D. Kwint, predikant van de Franssprekende Hervormde Kerk van Quebec in Canada, die het vertaalde, was zo door de inhoud gegrepen, dat hij in overweging nam ook voor de Kerk te Quebec een nieuwe Franse editie te verzorgen.
Het geschrift - zeggen de samenstellers - heeft gezien de huidige situatie van de kerk nog niets aan actualiteit ingeboet. Dat valt te beamen. Niet alleen omdat de geschiedenis zich vandaag herhaalt: blijven of gaan. Monod zegt: 'Ik weet niet of mijn broeders - in een geest van christelijk geduld - mij ook het récht toekennen en de plicht, volgens mijn opvatting, om op mijn post te blijven'. Maar ook is het geschrift actueel, omdat het gaat om het recht van de gereformeerde belijdenis, terwijl, wanneer het daaraan mankeert, Monod nochtans terugvalt op het Evangelie als de grondslag. Maar tenslotte is het geschrift actueel, omdat er doorheen straalt hoe de Heere het getuigenis van getrouwe Evangeliedienaren wil zegenen.
* * *
Na lezing van dit boek kwam ik temeer tot de conclusie dat we, meer dan tot formele strijd, geroepen zijn tot geestelijke strijd, de Heere aanlopend in de gebeden om een Reveil, zoals dat in de vorige eeuw zulke rijke vruchten heeft afgeworpen, in Frankrijk en in Nederland. Een heroriëntering op de intentie en het werk van het historische Reveil zou rijke vrucht kunnen afwerpen.
De avondmaalsvieringen van Monod in zijn laatste dagen laten intussen zien hoe broeders, die kerkelijk gescheiden leefden, nochtans samen broederlijk het avondmaal konden vieren. Zou die dag hier ook nog eens aanbreken, en zouden zo ook broedertwisten een einde kunnen nemen? Dat zou een Zegen zijn.
N.a.v. A. Monod, Waarom ik in de gevestigde kerk blijf, Uitgave Frits Hardeman, Ede, 142 pag., ƒ 19.95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's