De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christen-zijn in een veranderende wereld: problemen en perspectieven (2)

Bekijk het origineel

Christen-zijn in een veranderende wereld: problemen en perspectieven (2)

10 minuten leestijd

Het levensgevoel van onze tijd
In een vorig artikel gaven we vijf typeringen van het klimaat waarin we als christenen leven. Zonder volledig te zijn volgen er nog vier die het levensgevoel van onze tijd omschrijven.

6) Onze wereld is een gehedoniseerde wereld: alles moet leuk zijn. Je baan moet leuk zijn, je verkering, je huwelijk, je vakantie, in de kerk. Lijden, gebrokenheid past daarin op geen enkele manier. Genieten, kicken, dat zijn de woorden van onze tijd. Kicken is een primaire levensbehoefte, die nu bevredigd moet worden. Iets daarvan vindt u vandaag ook (ik zei het al) in de kerk. Als de predikant niet naar wens is... gaan we een kerkdeur verderop. Het amusementsmiddel bij uitstek is wel de tv. Wij amuseren ons kapot, is de titel van een boek van Neil Postman.
7) Een haastwereld. Dat zou ik ook willen zeggen. We vechten om het hoofd boven water te houden. Veel mensen lukt het niet. Steeds vaker lees je in een kerkblad dat iemand tussentijds het ambt moet neerleggen om 'persoonlijke reden'. Onderzoek wijst uit dat veel managers voortijds dreigen 'op te branden'. We hebben er een uitdrukking voor 'burnout'. We zien het aan alle kanten om ons heen (tot in de kerk toe). Er bestaat zoiets als 'doldraaien'. Te snel veranderen er te veel spel-regels. Het management wordt in toenemende mate gedwongen na te denken over de geestelijke gezondheid van het personeel, maar de leidinggevenden in de bedrijven zijn zelf nauwelijks onderwerp van structurele zorg op dit terrein. Er bestaat een slagveld van opgebrande managers.
8) We gaan zappend door het leven. Onderzoek heeft uitgewezen - dat mensen 14 maal per avond, als ze voor hun toestel zitten, zappen. We gaan zappend door de krant, door de kerk. Lezen is praktisch niet meer aan de orde. Met als gevolg dat we niet meer dan vluchtig van alles kennisnemen. Informatie moet kort, fris en flitsend zijn om opgemerkt te worden. We maken zelf onze keuze. Hier nauw mee samenhangend is, dat het geloof voor veel mensen iets individueels is, persoonlijk gericht. Een kerk hebben we niet meer nodig. Om nog een keer Geert Mak te citeren: de meeste Nederlanders scharrelen hun eigen potje godsdienst bij elkaar.

Geen absolute waarheid
9) Een laatste opmerking: in onze wereld heeft ieder zijn eigen waarheid. Binnen de huidige cultuur is geen ruimte voor een absolute waarheid. Dat verdraagt zich niet met de houding van tolerantie en verdraagzaamheid. Er moet ruimte zijn voor allerlei waarheden naast elkaar. Dit wordt bedoeld met pluralisme. Er is geen ruimte voor een absolute waarheid. Alles is discutabel. Ergens las ik het zo: er bestaat geen absolute waarheid, en dat is de absolute waarheid. Iets is pas waar als het voor mij waar is. Het voelt goed, dan is het goed.

Geloven is een relatie met een hogere macht, maar daar heb je de kerk niet bij nodig. Van de Nederlanders zegt 75 % in God te geloven, maar kerkgang is een randverschijnsel geworden. Kenmerkend in dit verband vind ik de visie van Nico ter Linden met zijn bestseller 'Het verhaal gaat'. Het worden verschillende delen waarin de bijbel wordt naverteld, pakkend, eigentijds, maar geen zekerheid meer, geen gezag, alleen maar verhalen.
Nog eens: niet het objectieve van een voorhanden waarheid boeit mensen, maar je eigen subjectieve waarheid, wat je voelt, waar je je prettig bij voelt, waar je wat mee kunt, waar je wat aan hebt. Wij geloven in wat ons aanspreekt. Dat is het levensgevoel van onze kinderen en kleinkinderen.
Dat is het levensgevoel, waar we allemaal in leven en dat ook van ons meer bezit heeft genomen, dan we zelf misschien beseffen. Wij zijn immers allemaal mensen die staan in deze cultuur.
En hoezeer dit gemeengoed is geworden merk ik steeds meer rond de prediking. Mensen zeggen steeds vaker: die preek, daar kan ik wat mee, of: daar kan ik niets mee. Ik merkte dat op een van de laatste catechisatieavonden bij de 16, 17-jarigen. Het ging over de Doop. Daarbij kwam de erfzonde ter sprake, de zonde die ons eigen is van onze geboorte af. Een jongen (meegekomen vanuit een andere gemeente met zijn vriendin) vond dit duidelijk onzin. Zo'n kind... zonde... vanaf de geboorte... dat wil er bij mij niet in. Ik probeerde dat vanuit de bijbel duidelijk te maken en noemde Psalm 51 en Romeinen 5. Nog luider maakte hij kenbaar dat dat zijn mening niet was! Toen zei ik ten slotte: 'Ja maar joh, jouw mening is niet bepalend. In jouw mening zijn we niet geïnteresseerd. Hoe spreekt God hierover, dat is de vraag'. Ik moet u zeggen dat ik heel de groep over me heen kreeg. Ze riepen door elkaar 'maar hij mag toch zijn eigen mening wel hebben...!'

Isolement
We hebben in wat grove pennestreken het geestelijk klimaat van onze tijd getypeerd. Hoe staan wij daarin? Als ouders bij de opvoeding van onze kinderen, als onderwijzeres) op school, als voorganger op de zondag in de kerkdienst, in de catechese, in ons jeugdwerk, als christen naar onze buren die een totaal andere levensvisie hebben, op ons werk waar we met een heel ander gedachtegoed te maken krijgen. Hoe reageren we? Zijn we klaar met over al deze ontwikkelingen een globaal en negatief oordeel te vellen? Of door regelmatig flink op de rem te trappen en op zijn minst het nodige tegengas te geven? Is isolement de oplossing? Een eigen zuil? Je terugtrekken in eigen bastion? Deuren en ramen dicht. Zoveel mogelijk de invloeden buiten de deur houden? Ik denk dat we onszelf daarmee geen dienst bewijzen. En dat we daarmee veel gemeenteleden in de kou laten staan. En dat we zo onze jongeren met lege handen en krachteloze argumenten in de samenleving laten staan. En dat we (en dat is het ergste) zo geen boodschap meer hebben voor deze wereld.
Ik wil graag een negental opmerkingen maken i.v.m. de situatie waarin wij als gemeente vandaag verkeren. Opmerkingen die ons mogen aansporen persoonlijk en als gemeente te volharden en vruchtbaar in deze wereld te staan. Want behalve problemen zijn er wel degelijk ook perspectieven voor de christelijke gemeente in deze 21e eeuw.

Niet alles negatief
Niet alles in onze cultuur is negatief te duiden. Er zijn tendensen die we dankbaar moeten gebruiken. Bijvoorbeeld de generatiekloof. Ouders en kinderen hebben misschien meer met elkaar dan voorheen. Er is veel meer openheid, directheid. Ouders en kinderen onderhandelen (om zo te zeggen) meer met elkaar. Eerlijkheid en echtheid, authenticiteit zijn toverwoorden. Ik denk dat een christen die authentiek is, gehoor vindt, indruk maakt. De mens in onze tijd hunkert naar gevoel en beleving, naar veiligheid in een kleine groep, naar het goede uit het verleden.
Ik denk dat dat positieve accenten zijn die we moeten gebruiken. En laten we vandaag ook bedenken wat de Prediker zegt: Zeg niet, wat is er dat de vorige dagen beter geweest zijn dan deze? Kinderen weten dat als u zegt: vroeger, toen....
Laten we met elkaar proberen mensen van deze tijd te zijn. We zijn het ook, in kleding, in de inrichting van onze huizen, in vakantiebesteding. En wat betreft onze jongeren, als we zelf onze tijd kennen, er middenin staan, dan bewaart ons dat voor een te negatieve beeldvorming over jongeren. Ik vind ze vaak zo heerlijk open, direct, enthousiast. Laten we bedenken: ze zijn een onderdeel van de gemeente. De gemeente is immers niet de groep van wedergeborenen, maar de gemeente van het verbond, waar de Heere beslag op gelegd heeft.

De kloof niet te overbruggen
Laten we bedenken dat de kloof niet is te overbruggen. We mogen van onze kant alles doen om de ander te bereiken, in de huid van de ander te kruipen, allerlei waanvoorstellingen en barrières op te ruimen (en daar mogen u en ik best eens goed over nadenken). De kans is heel reëel dat we zelf barrières opwerpen, dat we kloven creëren en kansen laten liggen, maar laten we goed beseffen dat de kloof niet is te overbruggen door ons! De kloof tussen Boodschap en ontvanger blijft bestaan.
Toen Mozes van de berg afkwam met Gods wetten, werd hij niet bepaald met gejuich begroet.
En toen Jezus op aarde was, gebeurde het (u leest dat in Johannes 6) dat velen van zijn discipelen zich van Hem afkeerden:
'Deze rede is hard, wie kan ze horen'. Discipelschap vraagt bekering, er zit niks anders op. En zonder goddelijk ingrijpen gaat het niet. De Heere opende haar hart, zodat ze acht gaf op...
Dat staat er toch van Lydia in Handelingen 16? Niet zij opende haar hart, maar de Heere opende haar hart. De volgelingen van Christus zijn geroepen Gods Woord te verkondigen. Maar verkondigen is wat anders dan verkopen. Wie wil verkopen moet zorgen dat zijn product in de smaak valt. Laten we vooral niet voorbijgaan aan het geheim van de Heilige Geest, die tot stand brengt wat geen enkel argument (hoe sterk ook) kan bewerken: dat het hart zich gewonnen geeft aan Hem, die de Waarheid is: Jezus Christus.
In dit verband geef ik iets door wat mij trof. Een buitenkerkelijke ongelovige man en een vrouw die christelijk gereformeerd was, hadden liefde voor elkaar opgevat. Afkeer van religie had hij niet. Een allesomvattende grootheid waarin zijn leven rust zou vinden (of zoiets) trok hem al langer. Zij nam hem mee naar twee kerkdiensten in Amsterdam. Toegankelijk gemaakt voor de hedendaagse mens. Maar die diensten raakten hem uiteindelijk niet. Wanneer brak de hemel open? Toen hij de dominee in een traditionele (chr.geref.) dienst de wet hoorde voorlezen. Nota bene, als er een liturgisch onderdeel onder kritiek heeft gestaan, is het wel de lezing van de wet. In Willow Creek beginnen ze er niet meer aan, wanneer ze buitenkerkelijken uitnodigen!
Natuurlijk is wat ik nu vertel geen alibi om af te zien van bezinning op de aantrekkingskracht van de boodschap. Zo gemakkelijk kunnen we ons er niet vanaf maken. Maar wel zijn we gewaarschuwd: wie zich tot doel stelt de kloof te dichten, neemt een onmogelijke taak op zich. Mensen zijn instrumenten in Gods hand, maar kunnen God geen werk uit handen nemen.

De prediking
Laten we de grote waarde van de prediking weer beseffen. Tijden van opwekking in de kerk, waren tijden van grote bloei voor de prediking. Steeds weer heeft het God behaagd door zijn Woord mensen aan te spreken, stil te zetten, te veranderen, te doen groeien in Christus, te vernieuwen door zijn Geest. Laten de voorgangers dan ook de uiterste zorg besteden aan de preek. Niet babbelen, niet eruit gooien wat maar te binnen schiet. Schriftuitleg, de Schrift laten spreken, in rapport met de tijd, en daarom herkenbaar, pastoraal, variëteit in de tekstkeuze.
Prediking wil het hart bereiken met de boodschap van genade. Het moet door onszelf heengaan, altijd weer. Jongeren moeten de worsteling van de prediker bemerken om hen mee te nemen, hen erbij te betrekken en hen aan te spreken in een taal die ze verstaan. Dat mag bewogen, en concreet zijn. Ook beeldend, illustratief. Het moet zo zijn (die eis stel ik ook mezelf) dat de man of de vrouw die een keer binnenloopt, heel goed begrijpt waar het over gaat, Ja toch?

Voorhuizen               G. van den End

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christen-zijn in een veranderende wereld: problemen en perspectieven (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's