De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pinkstervrucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pinkstervrucht

6 minuten leestijd

'Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.' Handelingen 2: 41

De uitwerking van de pinksterpreek van Petrus is enorm. Wie van getallen houdt, wijst vooral op de hoeveelheid mensen, die tot bekering en geloof komen. Drieduizend gelovigen op één preek. Soms wordt niet zonder weemoed op die grote oogst gewezen. Ik aarzelde daarom deze tekst tot onderwerp van de meditatie te maken. Want werk je dan haast niet automatisch zulke gevoelens in de hand? Over gemeentegroei is al zoveel gezegd en geschreven, maar groeien de gemeenten nog? Laat het kerkelijk leven in onze tijd niet een heel ander beeld zien? Verdergaande afbrokkeling, barsten, scheuren, breuken, kerkelijke malaise, dat zijn slagwoorden geworden. Mensen vragen: 'Hoort u nog wel eens, dat de Heere mensen aan Zijn gemeente toevoegt? 't Is zo stil!'
Wie alleen op die manier naar dit pinksterwonder kijkt, zal ongetwijfeld met zulke gevoelens te maken krijgen. Toch hebben we ons niet alleen door zulke gevoelens te laten leiden. We mogen ook opmerken, wat de Heere deed en nog doet. Hij is nog steeds bezig Zich een gemeente te vergaderen. Hij laat niet los het werk, dat Hij begonnen is. Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het laatste nageslacht.

Die genade schittert in al zijn heerlijkheid in de tekstwoorden. Wat zien we daar? Daar zijn mensen, die het woord graag aannamen. Met beide handen wordt het aangegrepen. Wat nemen zij dan zo graag aan?
Het is het woord van Petrus. Die preek, die met recht profetie genoemd mag worden. In de kracht van de Heilige Geest getuigde Petrus van het werk van God in Jezus de Nazarener. Waar Christus zo verkondigd wordt, daar is de Heilige Geest aan het werk. We zien het ook gebeuren bij de hoorders van toen. Petrus heeft hen verteld, dat God buiten hen om, ondanks hun verzet en verwerping van Jezus als de Christus, Hem toch tot Heere en Christus gemaakt heeft. Nu is er genade bij God voor de grootste der zondaren. Nu is er die belofte van Zijn Geest voor zulke mensen, die tot Hem komen. Wat God buiten hen en ondanks hen tot stand gebracht heeft in Christus, dat is nu gewaarborgd in Christus. De Heilige Geest wil dat in hen persoonlijk verzegelen en levendmaken en levendhouden door de prediking. Daarom klonk het: 'Bekeer u en ieder van u wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van zonden en U zult de gave van de Heilige Geest ontvangen'.
Eerst waren ze verslagen in hun hart, maar nu valt er een pak van hun hart. De Heere wijst niet alleen op hun werk: Jezus gekruisigd, maar ook op Zijn werk: Jezus opgewekt en tot een Heere en Christus gemaakt. Dat wil zeggen tot Middelaar tussen God en ons om ons te behouden. Wie zich bekeert en gelooft, dat Jezus de Christus is, heeft het eeuwige leven. Want Zijn bloed reinigt ons van alle zonden. Dat woord namen ze graag aan. Die weg opent de Heere ook voor ons. Zijn woord met beide handen aannemen. Zijn woord van verzoening door het bloed van Christus. Van die vreemde vrijspraak op grond van Zijn gerechtigheid. Hij onze zonden en wij Zijn gerechtigheid. Hij onze straf, wij Zijn vrede. Hij de striemen, de slagen, de doornenkroon, het kruis, de dood. Wij Zijn vertroosting, Geest en leven.
Als hongerige en dorstige mensen dit woord met beide handen aannemen. Dat kan ons actief in de oren klinken. Toch dient dit te gebeuren, willen we werkelijk de gave van de Heilige Geest ontvangen. Zolang het Evangelie buiten ons blijft, omdat wij het niet als voor ons gebeurd aannemen, missen wij alles. De Heilige Geest bewerkt, dat we het woord van bekering graag aannemen. Hij geeft kracht om de weg van bekering van harte in te slaan. Want Hij verzekert met kracht: 'U komt de belofte toe en uw kinderen en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere onze God toe roepen zal'. Neem daarom Gods belofte met beide handen aan en keer u tot uw Heere en Christus. Hij is ook u gegeven. Geloof Hem. Hij zal u behouden. Terugbrengen bij God, terechtbrengen bij onze hemelse Vader. Ja, in Zijn huis doen wonen tot in lengte van van dagen.

Op het aannemen van het Evangelie volgt de doop. De waterdoop als teken en zegel van de reiniging, de vergeving van zonden door Christus' bloed en van nieuw leven door Zijn Heilige Geest. Het aannemen van het (verkondigde) woord leidt een nieuwe geboorte in. Bij de geboorte raakt het kind los van de moeder. Het kind komt uit de beslotenheid in de vrijheid en krijgt een zelfstandig bestaan. Bij de geboorte opent het de ogen in een nieuw leven, in een nieuwe wijze van bestaan. Daarin wordt het kind gevoed en opgevoed. Zo gebeurt dat met allen die het woord van Petrus aannemen en zich laten dopen. Het worden nieuwe mensen, nieuwgeboren kinderen. Schoon en vrij door Gods genade. Dat zijn en blijven ze ook door die genade. De doop is daar een teken en zegel van voor het gehele verdere leven op aarde, onder alle omstandigheden.

Met het (verkondigde) Woord en de Heilige Doop beoogt de Heere ons te doen leven van Zijn genade. Hij opent onze ogen voor ons nieuwe bestaan in Christus. Hij voedt ons met Hem, het levende Brood, dat uit de hemel neergedaald is. De kracht van God, Dezelfde, die Hem deed opstaan uit de dood, gaat werken in ons en wij gaan door de kracht van die spijze, als Elia Gods roeping te vervullen. Wandelen in een nieuw Godzalig leven. Samen met allen, die Jezus belijden als de Christus. Lukas meldt niet alleen de bekering van die 3000. Hij vertelt ook, dat er op die dag tot hen toegedaan werden. Zij kwamen dus bij de kring van Jezus' discipelen. Ze braken met het jodendom en voegden zich bij de christelijke gemeente. Lukas zegt, dat ze toegedaan werden.In vers 47 staat, dat de Heere dagelijks deed tot de gemeente, die zalig werden. De Heere Zelf voegt hen bij Zijn Gemeente. Met dat werk is de Heere nog steeds bezig. Pinksterprediking en de Pinkstergeest brengen nog steeds deze vruchten voort. Het is Christus begonnen Zich een gemeente te vergaderen. Dat werk zal Hij voltooien. Daarom houden wij er de moed in.

Benthuizen               P. J. Krijgsman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pinkstervrucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's