Uit de pers
Geschiedenis en SoW
In Transparant (tijdschrift voor de Vereniging van Christen-Historici), jaargang 11 nr. 2, mei 2000 vraagt drs. A. A. van der Schans naar de plaats van de geschiedenis in het heden onder de titel Lessen uit het verleden? Hij past die vraag met name toe op de discussies over Samen op Weg. 'Het verleden blijft ons blijkbaar bezighouden', aldus Van der Schans en hij doelt dan op de vele excuses die de laatste jaren zijn gemaakt over gebeurtenissen in het verleden: de Japanse keizer, de paus, Wim Kok. Is dat allemaal wel een juiste manier van omgang met de geschiedenis. Hij maakt zijn 'beargumenteerde aarzeling' vervolgens duidelijk met de manier waarop in de discussie over het Samen op Weg-proces met de geschiedenis wordt omgegaan.
'De meest pregnante vraag voor een aantal hervormden in deze discussie over de VPKN is: moeten we meegaan of weggaan? Het gaat me in deze discussierubriek niet om een bijbelse, theologische of persoonlijke geloofsafweging van deze fundamentele vraag. Ik wil vooral een denkwijze waarbij historische factoren een overheersende rol spelen, onder de loep nemen. Hoe verleidelijk is de vraag: wat zou Groen van Prinsterer gedaan hebben als hij voor de keuze gesteld werd: meegaan in de VPKN of niet? Ds. L. H. Oosten beroept zich in Bewaar uw kerk op Groen voor zijn standpunt om zich niet af te scheiden van de Nederlandse Hervormde Kerk. De geluiden die herinneren aan Doleantie en Afscheiding lijken voor hem het allerergste wat maar te bedenken valt. In De Bronnen getoetst. Vragen aan ds. L. H. Oosten komt ds. C. J. P. van der Bas op grond van historische argumenten tot tegenovergestelde conclusies als ds. Oosten. Beiden zijn de personificatie van een kamp. Eerder debatteerden ds. C. Blenk en professor Graafland over het kerkbegrip aan de hand van de vraag of het primaat in de Samen op Weg-discussie bij de landelijke kerk of de plaatselijke gemeente ligt. Wie heeft er gelijk?
Misschien is het verdienstelijk om eerst te wijzen op het veelal onhistorisch gebruik van een aantal begrippen. Niet zelden wordt het niet meegaan van de VPKN uitgelegd als een breken met de vaderlandse kerk, ook vaak de volkskerk genoemd. De kerk die sinds de Reformatie de nationale kerk was. Wanneer werd echter voor bet eerst het begrip vaderlandse kerk of volkskerk gebruikt? Voor de negentiende eeuw kom ik het begrip niet tegen. Calvijn, W. a Brakel, of een andere (nadere)reformator gebruikt het begrip niet. Het spreken over de vaderlandse kerk dateert uit de negentiende eeuw. Het concept van deze eenheidsstaat werd geprojecteerd op de kerk. Sinds 1816 werd de kerk ingeschakeld bij de natiestaat: zij werd een instantie ter bevordering van de natiestaat. Het nieuw nationaal volksbesef vond een uitdrukking in het begrip vaderlandse kerk.
Zich afscheiden van de kerk kwam overigens in de zeventiende, maar nog veel meer in de achttiende eeuw veelvuldig voor. Alleen organiseerden deze "afgescheidenen" zich niet in een nieuwe kerk. Er bestond wel zoiets als een ondergrondse kerk: het conventikeldom. Hebben onze voorouders uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw de kerk als een planting Gods ervaren en beleden? Daar leggen vele ego-documenten en preken getuigenis van af. Vaak treft de diep-geestelijke toonhoogte van het spreken en denken over de kerk. Het argument dat een afscheiding een repeterende breuk oplevert is historisch gezien niet altijd juist. Bovendien, wanneer noemen we een afscheiding een afscheiding? Niet te ontkennen valt dat met de erkenning van de perforatie van de gemeentegrenzen, een principiële breuk in de geschiedenis van de hervormde kerk heeft plaatsgevonden. In historisch opzicht valt evenmin te ontkennen dat velen de Afscheiding en de Doleantie als een "spreken Gods" ervaren hebben. Dat kan het criterium niet zijn. De redenering dat de geschiedenis het mensenwerk in deze afscheidingsbewegingen aangetoond heeft, doordat er vaak niet veel (rechtzinnigheid) van overgebleven is, frappeert door haar historische oppervlakkigheid. Immers, de christelijke gemeenten in Klein-Azië, Heidelberg, Genève, Elberfeld, Embden, Noord-Holland - om er slechts enkele te noemen - zijn niet door afscheidingsbewegingen verdwenen.
Groen van Prinsterer als kroongetuige oproepen in de Samen op Weg-discussie voor een partijstandpunt in onhistorisch. Groen kon zich eenvoudigweg geen kerkorde voorstellen waarin geen pleidooi voor de kinderdoop gehouden werd, waarin alternatieve samenlevingsvormen naast het huwelijk (in)gezegend moeten kunnen worden, waarin belijdenissen elkaar tegenspreken.
Bij Groen viel het recht der Hervormde gezindheid overigens niet samen met een instituut of kerk. Gezindheid en organisatie moeten van elkaar onderscheiden worden. De Drie Formulieren van Enigheid of de Symbolische Schrift, bindt de Hervormde of Gereformeerde Gezindheid. Groen bracht dat in praktijk. Toen hij in 1845 in Steenwijk in een buitenhuis verbleef, ging Groen naar het kerkgebouwtje van de Afgescheidenen en sloeg hij de hervormde kerk over. Groen kon zich echter geen belijders voorstellen die in een situatie van diep verval van de kerk, niet lijden aan deze kerk. Juist omdat in die kerk het handelen Gods als een wonder beleden werd. Groen zou gegruwd hebben van mensen die geen besef hadden van de wonderlijke ontstaansgeschiedenis van de Hervormde Kerk in Nederland. Evenzeer zou hij het geringschattend spreken over de Afscheiding en de afgescheidenen verwerpen.'
Het antwoord dat drs. Van der Schans formuleert op de vraag naar de functie van de geschiedenis ter bepaling van een standpunt in het heden luidt: je moet eerst je eigen identiteit kennen om de ander te kunnen plaatsen en respecteren. Waarom staat de ander waar hij staat en waarom sta jij waar jij staat?
Een echt hervormd-gereformeerde stem
In Woord en Dienst (jaargang 49, nr. 12, 10 juni 2000) heeft Herman Ligtenberg in de rubriek 'Voorgangers' een boeiend gesprek met drs. W. Chr. Hovius. Uiteraard komt het gesprek op de positie van de hervormd-gereformeerden in de voortgaande ontwikkelingen van het Samen op Weg-proces. Ds. Hovius memoreert de grote invloed die ds. G. Boer had op hele generaties theologiestudenten.
'Wat bij deze mannen zo sterk aanwezig was, was hun gerichtheid op het geheel van de hervormd-gereformeerde wereld. Je moet natuurlijk oppassen voor mensverheerlijking, maar zij hadden toch wel iets wat zeldzaam geworden is. Wat nu mede onder invloed van de Samen op Weg-ontwikkelingen steeds meer versplintert, werd door hen als een geheel benaderd. Ik hoor wel van jonge dominees, en met name kandidaten, dat er in beroepingszaken vaak direct gevraagd wordt hoe ze tegen Samen op Weg aankijken. Daarbij wordt de hele zaak gereduceerd tot de vraag: ben je voor of ben je tegen? Daarbij wordt het geheel van de kerk helemaal uit het oog verloren. Het worden kampen en clubjes, waarbij men wel geborgenheid kan ervaren, maar waarbij de ander wordt afgeschreven. Dat dit onder "broeders van hetzelfde huis" gebeurt, is zeer pijnlijk.'
Samen op Weg
'De Gereformeerde Bond heeft natuurlijk een verlegenheidsantwoord geformuleerd: "We kunnen niet mee en we kunnen niet weg". Nu eens wordt het een benadrukt, dan weer het ander. Vanuit de Gereformeerde Bond is het meegaan met Samen op Weg wel aangeduid met het gaan in ballingschap. Op deze wijze willen ze aangeven, wat het betekent meegenomen te worden in een hun wezensvreemde kerk. Ik geloof niet, dat dat juist kan zijn. Israël is enig en uniek onder de volken. Je kunt die heel specifieke ballingschap van het volk Israël niet overbrengen op de kerk van nu. Ik vind het goed en terecht, dat men aan de hand van voorbeelden uit de Schrift tracht een positie aan te geven en mogelijk een uitweg aan te wijzen, maar dat moet dan wel heel zorgvuldig gebeuren. Zo heeft men zich in de kring rond "Het gekrookte Riet" beroepen op de geschiedenis van de wijngaard van Naboth. Zoals de vrome en oprechte dienaar van God zijn voorvaderlijk erfdeel niet aan Achab mocht afstaan, zo zouden de gereformeerde belijders ook niet mogen toegeven aan de dwang om in de nieuw te vormen kerk te gaan arbeiden. Met dat beeld kan ik het ook niet eens zijn. God heeft ons niet de hervormde kerk gegeven, zoals de grond ten tijde van Naboth. Nee, Hij heeft ons in de hervormde kerk geplaatst. Onder Zijn leiding is in de geschiedenis van ons land en volk de kerk ontstaan. Dat is toch wat anders. Kijk, de kerk wordt ons niet ontroofd, alles is via de kerkordelijke weg totstandgekomen en in die zin correct. Dat is toch niet goed vergelijkbaar.
Er wordt wel gezegd, dat wat al jaren praktijk is, in de nieuw te vormen kerk officieel bekrachtigd zal worden; namelijk het samengaan van waarheid en leugen. Vooral wanneer de lutherse Augsburgse Confessie ook een officieel belijdenisgeschrift wordt. Omdat ik in geschrifte het Schriftgebruik van anderen kritiseerde, heb ik toen zelf een ander voorbeeld naar voren gehaald. Valt de positie van de gereformeerden in de toekomstige kerk niet te vergelijken met de geschiedenis uit 2 Koningen 16? Daar laat koning Achaz om zijn onderworpenheid aan de koning van Assyrië te tonen een kopie van een heidens altaar in de tempel zetten, waarvoor zelfs het eigenlijke altaar moest wijken. Maar, je leest nergens in die geschiedenis of in de profeten, dat de mensen werden opgeroepen dan maar niet meer naar de tempel te komen. De opdracht om trouw te blijven, bleef bestaan.'
Ds. Hovius citeert de befaamde woorden van Hoedemaker: God behoede ons voor een orthodoxe synode. De Gereformeerde Bond is als minderheid in een pluriforme kerk altijd gedwongen geweest haar standpunt te formuleren in allerlei ingrijpende kwesties. Als het orthodoxe deel van de Hervormde Kerk op zichzelf zou komen te staan, dan zouden we binnen de kortste keren in fracties en groepen uiteenvallen. Een gemeenschappelijke 'vijand' houdt ons al jaren zo goed en zo kwaad als het gaat bijeen.
'Wat dat betreft, ging dat bij de zonen van de Doleantie toch wat anders. Daar werden de opinies op synodes en andere vergaderingen net zo lang gekneed en gemasseerd, tot er een eenvormigheid ontstond. Want de Geest regeert de kerk immers, en Die kan niet gedeeld zijn, zo werd er gezegd. Nee, dan merk ik dat die ruimte in de Hervormde Kerk me toch lief is; dat je elkaar niet bij voorbaat laat vallen en afschrijft. En dan wordt nu wel gezegd: die Hovius heeft een theologische basis onder een pluriforme kerk gelegd. Dat is natuurlijk niet zo. Ik ben helemaal niet voor het Samen op Weg-proces. Maar ik heb willen laten zien, dat afscheiden een mogelijk nog veel heillozer weg is. Er zullen op die wijze kleine groepjes ontstaan, die elkaar - moet je vrezen - de tent zullen uitvechten. Wat bij dit alles zo ontbreekt, is de ootmoed, het gebed om werkelijke verootmoediging, allereerst persoonlijk, maar die er ook in de grote verbanden kan zijn.'
Ik acht wat ds. Hovius hier zegt het authentiek hervormd gereformeerde geluid, met alle pijn en moeite die hiermee intussen gepaard gaan. Deze positie vraagt om zelfverloochening en ootmoed, om voortdurende toetsing van eigen schriftuurlijk standpunt met visies en opvattingen die daarvan afwijken. Om als een zoutend zout te staan op de plek die God ons als vanouds gegeven heeft.
J. Maasland
Info: Administratie Transparant, Boekencentrum Uitg., Postbus 29, 2700 AA Zoetermeer, tel. 079-3628628, los nummer ƒ 15,-.
Woord en Dienst, Boekencentrum Uitg., Postbus 29, 2700 AA Zoetermeer, los nummer ƒ 6,25 incl. porto op postgiro 610252 t.n.v. Boekencentrum B.V., Zoetermeer o.v.m. gewenst exemplaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's