Ook het innerlijke leven vraagt bijbelse toetsing
Over spiritualiteit, ervaring en bevinding
Tijdens mijn vakantie trof ik, via de media die mij ten dienste stonden, twee berichten op één dag. Het eerste stond op de voorpagina van een seculier dagblad onder de titel De magie van Stonehenge. Daar, in zuidelijk Engeland, viert jaarlijks 'een bonte stoet van Keltische priesters, feestvierders en tovenaars de zonnewende'. Wat is er zo bijzonder aan de zogeheten 'heilge stenencirkel', het 'monument van de nacht' aldaar? Antwoord: 'De magie, natuurlijk. De zon, de maan, de stenen die ons in contact brengen met onze voorvaderen en ons de weg wijzen'. Niet vermeld werd welk soort priesters aan de feestviering deelnemen. Het bericht herinnerde me echter aan het feit, dat de oude Keltische spiritualiteit ook in ons taalgebied vandaag tot nieuw leven wordt gewekt. Nu spiritualiteit hoog genoteerd staat, met daarin de 'ervaring', is de Keltische religie een inspiratiebron voor moderne spiritualiteit. Mensen beleven de eenheid met God, liever nog het goddelijke, in een specifieke beleving van de natuur(verschijnselen) om hen heen. Een uitstekend aanknopingspunt voor New Age vandaag. Maar we kunnen er geen bijbelse spiritualiteit in ontwaren. Het is mystiek van alle tijden: God in de mens. Al mediterend, met de blik naar binnen ontwaart de mens God daarbinnen.
* * *
Het tweede bericht betrof de aankondiging van de promotie van de vrijgemaakt-gereformeerde dominee Jos Douma (Beverwijk en Krommenie) op een studie 'over de rol van meditatie in de voorbereiding van preken'. De predikant - zo luidt het Trouwbericht, dat ik via internet las - ziet hij als 'iemand die als mysticus de gemeente inleidt in het mysterie van het onbegrijpelijk nabijzijn van God' (kennelijk letterlijk geciteerd uit het proefschrift). Orthodoxe protestanten hebben vaak een huiver, zegt Douma, voor meditatie, omdat dat te veel associaties oproept met oosterse godsdiensten, 'waar het goddeiijke in de mens wordt gezocht'. Juist in vrijgemaakt-gereformeerde kring is er huiver, zo begint het bericht, voor alles wat naar mystiek zweemt. Maar, opnieuw een citaat van Douma: 'Het christendom heeft ook een rijke traditie van meditatie waar het gaat om het zoeken naar de stem van God', en daarom kan meditatie ook voor 'gewone gelovigen' heilzaam zijn. Onderricht in 'meditatieve omgang met de Bijbel' zou dan ook niet misstaan.
Het kan uiteraard niet mijn bedoeling zijn op dit proefschrift in te gaan, om de eenvoudige reden dat ik van de inhoud nog geen kennis draag. De twee genoemde berichten geven echter aanleiding tot enkele overwegingen bij het thema spiritualiteit en ervaring. Niet alles wat zich als spiritueel of als ervaring aandient is bijbelse bevinding.
Ervaring
Met mystiek, waarbij het goddelijke in de mens wordt gezocht, heeft de Reformatie korte metten gemaakt, in natuurmystiek maar ook waar deze zich met een beroep op de Geest in doperse vormen vertoonde. Hoewel de mens God ook mag kennen uit de werken der schepping en dus in de grootsheid van de natuur (art. 2 NGB), kent hij God 'klaarder en volkomener uit de Heilige Schrift'. Zonder de Schrift is er geen echte Godskennis. Zonder de Schrift is er zeker geen Christuskenms. Zonder de Schrift gaat het in alle mystiek om een god buiten Christus, een god uit eigen gedachten. Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten, dichtte ooit Willem Kloos. En daarom is ervaring, die met welke mystiek dan ook is gegeven, bepaald iets anders dan bevinding, die van God uit door de Geest wordt gewekt en gewerkt.
* * *
Nu wordt vandaag ook 'ervaring' in kerkelijke kring hoog gewaardeerd. In korte tijd sloeg zelfs in moderne theologie de klepel door van actiebepaalde wereldgerichtheid ('verandering van structuren') naar ervaring, waarbij ook allerlei vormen van mystiek uit het verleden te hulp worden geroepen. Maar ook breder zien we ervaring opgewaardeerd worden. Dan komt het eigen levensverhaal, met name dat van de prediker in het blikveld. De ik-vorm wordt bijvoorbeeld gekozen, ook in de gebeden. In ieder geval klinkt persoonlijke ervaring door.
Ik weet niet of dit het is wat Douma bedoelt. Opvallend is wel, dat Douma in wat in het bovenstaande letterlijk van hem werd aangehaald, ook het woord mystiek bezigt. De predikant noemt hij zelfs mysticus. Dat is een woord, dat in vrijgemaakte kring vreemd valt. Maar woordgebruik is hier ook niet onbelangrijk. Aan het eind van het bericht wordt opgemerkt dat kerkgangers eerder geraakt zullen worden als de predikant zijn Godservaring (bevinding) in zijn preken laat doorklinken. Gaat het dan - zo wil ik vragen - om mijn (persoonlijk gekleurde) omgang met God of om Gods gang met mij?
Bijbels
Het is goed dat in de prediking de persoonlijke toespitsing in doorleefd geloof (nieuw) accent krijgt. Dan gaat het om bijbelse bevinding. Het begrip bevinding - het is al zo vaak gezegd - valt niet echt te beschrijven. Zodra het gebeurt treden ook in de traditie van de Reformatie, tot de dag van vandaag toe, verschillen aan het licht. Vooropgesteld dient te worden, dat ook het innerlijke leven bijbelse toetsing behoeft. Daarin is zelfs een bijbelse orde. Het gaat dan om de gang van God met een zondaar door de Heilige Geest; de Geest, die wederbaart en vernieuwt, ook al geldt dan nog, dat de wind blaast waarheen hij wil en dat men niet weet vanwaar Hij komt of waar Hij heengaat. 'Alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is', zegt Jezus (Johannes 3: 8). Dat maakt het unieke van elke wedergeborene uit. Hoogst persoonlijk.
* * *
Nochtans kent de Schrift ook ijkpunten als het gaat om bevindelijk leven. Paulus spreekt bijvoorbeeld in Efeze 2 (1, 5) en Kolossenzen 2 (13) duidelijk over de levendmaking. Die staat tegen de achtergrond van het dood zijn in zonden en misdaden, van een 'eertijds'. God, die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus. Dat zegt Paulus tot de Efeziërs, maar het geldt allen: 'van nature kinderen des toorns' (vs. 3) en 'uit genade zalig geworden door het geloof (vs. 8). Daarom heeft bevindelijke prediking, die die naam mag dragen, ook een grondstructuur. Ze bestaat niet uit ervaringsverhalen maar is gekenmerkt door verkondiging van het specifieke werk van de Geest, in verbinding met het werk van de Vader en de Zoon, in het hart van een zondig mens. De levendmaking van een mens is volledig Gods gave (vs. 8). Ze komt aan het licht door de Heilige Geest die ons is gegeven (Rom. 5: 5), toen de liefde van God in het hart werd uitgestort. Een mens heeft daar weet van. Hij wordt zondaar voor God. Maar beleeft ook wat genade is.
* * *
Vanuit Gods gang met de mens vloeit dan wel de omgang van de mens met God voort, in de binnenkamer (de verborgen omgang) en in de levensheiliging, die tegelijk gave en opgave is. De Heidelbergse Catechismus vormt zo, vanuit de bijbelse leer, ook eigenlijk een bevindelijk palet, waarin het innerlijke leven van de mens ook op bijbelse orde is gebracht, in een doorleefd kennen van ellende, verlossing en dankbaarheid. De praktijk der godzaligheid compleet! Paulus vat die trits in één machtige greep samen, als hij zegt: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere' (Rom. 7: 24, 25). Zondaar tot de laatste snik en toch: tegelijk zondaar en rechtvaardig. Maar wat God door de Geest in ons werkt, heeft Hij eerst voor ons gedaan. Wat God in Zijn heilsdaden heeft gedaan gaat aan alle menselijke bevinden vooraf. De prediking van de Heidelberger bewaart dan ook bij de bijbelse orde als het om geestelijk leven gaat. 'De Heidelberger, de eenvoudige Heidelberger, houd daaraan vast kinderen.'
Verhaal
Nochtans schaamt Paulus zich zijn persoonlijke levensverhaal van Gods gang met hem niet. Het heeft de Heilige Geest zelfs goed gedacht dit verhaal in de canon op te nemen. 'Wie zijt Gij Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Die gij vervolgt. Het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan' (Hand. 9: 5). Later, toen Paulus voor Agrippa stond, kwamen deze woorden nog weer eens letterlijk uit zijn mond (Hand. 26: 14, 15). Hij illustreert er zijn roeping als apostel mee. God had hem tot getuige geroepen van zaken, die hij al had gezien, en van zaken, waarin God Zich nog aan hem zou openbaren, met als doel mensen te bekeren van de duisternis tot het licht, van de macht van de boze tot de levende God (vs. 18). Het levensverhaal van Paulus is een illustratie bij het Grote Verhaal, dat hij geroepen was uit te zeggen in de wereld. Het gaat hem dan echter niet om hemzelf maar om Hem, in Wiens Naam hij spreekt. Soms treedt hij met zijn levensverhaal daarom buiten zichzelf: 'Ik ken een mens in Christus'... 'Ik ken een zodanige mens' (1 Kor. 12: 2). Niemand mocht te hoog van hem denken.
* * *
De prediking wint aan zeggingskracht, zegt de vrijgemaakt gereformeerde dominee Douma, wanneer de prediker er zijn Godservaring in laat meeklinken. Ik ben er benieuwd naar hoe hij dat in zijn proefschrift heeft uitgewerkt. Mij dunkt, dat het levensverhaal van Paulus aangeeft dat er de persoonlijke illustratie bij de Boodschap mag zijn voor allen, die in de apostolische opdracht mogen staan. Als het dan maar is op de toonhoogte van 'Ik ken een mens in Christus'. Het verhaal van Paulus staat in de canon. Zo ook het verhaal van de andere apostelen, die de pinksterdag meemaakten. Levensverhalen, zeg ook bekeringsgeschiedenissen van mensen vandaag, ook van dienaren van het Woord zijn niet normatief, al kunnen ze bemoedigend zijn. Die zullen nooit dat gezag mogen hebben, dat het levensverhaal van Paulus hebben mag. Er kan te veel eigen gedachtegoed van de mens bijkomen. Maar de gemeente merkt het wel als de prediking mede gedragen wordt door de persoonlijke ontdekking en ervaring van de prediker, dat de Schrift 'Geest en leven' is, bevindelijk, Geestdoorademd, wat iets anders is dan mystiek in oud of modern gewaad.
Meditatie
Op één punt met betrekking tot Douma's promotiestudie wil ik ten slotte nog attenderen. Meditatie, als die maar bijbels is, kan nuttig zijn, zegt hij. Ze is zelfs onontbeerlijk. Het geestelijke leven kan niet zonder. Dat vraagt niet om speciale technieken, zoals vandaag wordt gepropageerd, maar om voortdurende omgang met de Schrift. Calvijn sprak van de meditatie aangaande het toekomende leven, en daarin van het (geestelijke) leven in het perspectief van de eeuwigheid. Prediking vraagt voorbereiding, gebed en Schriftoverdenking, in meditatie inzake het (geestelijk) leven met de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament. Maar meditatie is niet alleen aan predikers voorbehouden, ter voorbereiding van de preek. Ze verrijkt het geestelijk leven, recreëert, meer dan veel tijdrovende zaken, die een mens voor zijn recreatie vandaag nodig acht. Meditatie met de Schriften is ook voluit bevindelijk. Daar mag men de tijd, de rust en de stilte voor nemen. Waar vakantie ook goed voor is!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's