De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenheid in verscheidenheid (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenheid in verscheidenheid (3)

9 minuten leestijd

Zoals ik een vorige keer schreef, vestigt de Openbaring de aandacht op een toekomst die omvangrijker is dan het uitzicht van menig christen.
Helaas komt het wel voor dat het oog van een christen alleen gericht is op het hier en nu. Zijn blikveld reikt niet verder dan tot aan de dood. Wat de Heere beloofd heeft, moet in het hier en nu gerealiseerd worden. De toekomst die de Openbaring ons voorhoudt reikt daarentegen verder en is omvangrijker van aard. Hooguit zien wij in het heden tekenen van het komend Koninkrijk van God, Maar let wel: het zijn slechts tekenen. Het Koninkrijk zelf houdt veel meer in!
Naast deze christenen zijn er anderen die verder kijken. Zij blijven niet bij het hier en nu staan. Hun oog reikt verder. Zij zien een heerlijke toekomst opbloeien na hun dood. Trouw doen zij hun werk. Zij zullen de taak niet verwaarlozen die de Heere ze op de handen gelegd heeft. Hun plaats op aarde nemen zij op een goede wijze in. Toch zijn ze er achter gekomen dat zij in een gebroken wereld leven. Vele keren komen zij ermee in aanraking dat het hier niet volmaakt is. De volmaaktheid breekt voor ze aan nadat zij zijn heengegaan. Hun oog is gericht op hun situatie (toestand) na hun dood. Met heel hun hart geloven zij dat na dit leven hun ziel onmiddellijk tot Christus, hun Hoofd zal worden opgenomen.
Natuurlijk is dit een goede en mooie toekomstverwachting! Jezus Christus is in dit leven hun enige troost in leven en in sterven geworden. Zij zijn er zeker van dat in dit leven zij het eigendom van Jezus zijn. Met Paulus zeggen zij: 'Het leven is mij Christus, het sterven gewin'. En toch, óók hun toekomstverwachting is beperkt, ondanks de zekerheid van hun geloof.

Zekerheid
In tegenstelling tot hen die hun toekomstverwachting alleen voor het hier en nu hebben, doet het weldadig aan als men christenen ontmoet die mogen weten dat het leven ze bereid is en dat de Heere ze opneemt in Zijn heerlijkheid. Weliswaar is hun toekomstverwachting beperkt - de toekomst is meer en omvangrijker - maar toch spreekt de zekerheid van hun geloof ons aan.
Want laten wij wel zijn: deze zekerheid wordt niet overal gevonden. Ambtsdragers kunnen ervan spreken, hoe weinig zij soms op bezoek horen over de zekerheid van het geloof.
Daarmee zeg ik niet dat zij er niet is. Ik zou het werk van God tekort doen als ik zou zeggen dat het er niet is. Het kan er zijn al horen wij als ambtsdragers dit niet altijd. Wijlen ds. L. Kievit vertelde mij eens dat het goud des geloofs (de zekerheid) bij sommigen in de etalage ligt, maar bij anderen moet men eerst door de achterdeur gaan om te ontdekken dat het aanwezig is. Wijze woorden van een wijs man.
Sommigen getuigen direct van de zekerheid die zij in Christus bezitten, anderen daarentegen durven dat niet zo direct, hoewel men uit hun woorden indirect kan opmerken dat de vreze Gods in hun leven aangetroffen wordt. Van laatstgenoemden heb ik in Huizen (N.-H.) meer dan eens horen zeggen dat zij met hun lampje op hun rug liepen. Daarbij maak ik wel deze aantekening. Hun lampje ging doorgaans helder schijnen als er sprake was van een crisis in hun leven. Meer dan eens hoorde ik bij het sterven de Heere loven en prijzen!
Hiermee wil ik zeggen, dat wij niet moeten zeggen dat de zekerheid van het geloof er niet meer is. Zij bestaat, zelfs in allerlei varianten. Gode daarvoor de eer.
Toch komen wij als ambtsdragers dit niet op alle bezoeken tegen. In het gunstigste geval wordt er tegen de predikant óf een ouderling gezegd, dat men hoopt het eigendom van Jezus Christus te zijn. Het gebeurt ook wel dat men zich verschanst achter een muur van onverschilligheid. Men zal verstaan dat men door zo'n muur moeilijk kan heenbreken. Trouwens, hetzelfde geldt als mensen komen aandragen met de verkiezing. Zij zien deze als een muur. Zij trekken deze muur zo hoog voor zich op, dat zij er niet alleen niet doorheen komen, maar ook nooit overheen komen. Het lijkt wel alsof zij nooit gehoord hebben wat ondermeer I. Kievit ons heeft voorgehouden, dat de verkiezing zijn bedding vindt in het verbond Gods. Wie zekerheid wil leren kennen en deze van God begeert te ontvangen, moet - om zo te zeggen - niet met de verkiezing beginnen, doch met Gods verbond. In het verbond zegt de Heere ons de Middelaar toe. Door het teken en zegel van Zijn verbond aan ons voorhoofd zegt Hij: 'Mijn kind als je in kennelijke nood verkeert, wend jij je tot Mij. Ik zal en wil je helpen'.
Laten wij niet vergeten dat de zekerheid van het geloof niet ligt in ons, in niets van ons, maar alleen in Jezus Christus. Er is geen andere zekerheid dan Hij alléén. Niet wat wij hebben meegemaakt, niet onze bevinding, niet onze bekering, hoe mooi dat alles wellicht kan zijn, maar alléén Jezus Christus is onze zekerheid. Wie zich laat zinken en zakken als een verloren zondaar op het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus, mag het geloven: 'Ik ben verzekerd'. Of zoals de apostel het op een andere plaats zegt: 'Het leven is mij Christus. Ik leef doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij'. 
Ook wil ik erop attenderen dat de zekerheid van het geloof niet behoort tot het welwezen van het geloof, maar tot het wezen. Het is de aard van het geloof zeker te zijn van het heil in Jezus Christus. Ik weet maar al te zeer, hoe deze zekerheid aangevochten kan worden. Ook kan men soms dagen zonder getal eraan twijfelen óf men die zekerheid des geloofs bezit! Zelfs kan eraan getwijfeld worden óf men het geloof wel heeft ontvangen. Terecht heeft W. L. Tukker de opmerking gemaakt: 'Wie nooit getwijfeld heeft, heeft nooit geloofd'. Echter... hij merkte bij deze zin nog iets op. Direct daarop zei hij: 'Wie altijd twijfelt, heeft nooit geloofd'.
Bij alle schommelingen die er in het geloof kunnen zijn, loopt toch de zekerheid als een gouden draad daar doorheen. Wie hieraan twijfelt, leze de Psalmen. Nu eens wordt er door de dichter geklaagd over zijn zonde, dan weer schreeuwt hij het uit door God verlaten te zijn, maar even daarna hoort u hem zeggen: 'De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken'. Als dit laatste geen zekerheid des geloofs is, weet ik het niet meer!

Prediking
Hoe komt het dat de zekerheid des geloofs niet in die mate wordt gevonden waar zij er behoort te zijn? Ik kan wat dat betreft niet op alles ingaan, maar het zou kunnen zijn - en ik zeg het voorzichtig - dat hier of daar de prediking van dien aard is dat de hoorders geloven dat de zekerheid volstrekt niet nodig is. Het kan ook zijn dat er over de zekerheid te weinig wordt gezegd in de prediking met als gevolg dat men meer met andere dingen bezig is dan met de zekerheid.
Nog niet zolang geleden heb ik mij laten vertellen dat er in de prediking soms zolang wordt stilgestaan bij de kennis van de ellende dat er aan de verlossing en de dankbaarheid geen aandacht meer kan worden geschonken.
Het zal duidelijk zijn dat het eerste van de drie stukken, zoals die in de Romeinenbrief en de Heidelberger Catechismus ons voorgehouden worden, in de prediking aan de orde moet komen. Wel zeg ik daarbij dat de verlossing en de dankbaarheid daaronder niet mogen lijden. Alle drie de stukken (men mag ook zeggen: hoofdstukken) behoren op een evenwichtige manier de gemeente voorgehouden te worden. Met andere woorden: als predikers gaan wij met de gemeente in de prediking niet tot aan de poort (Christus), maar wij gaan er ook doorheen met het doel dat niet alleen de zekerheid van het geloof zal toenemen, maar ook dat er dankbaarheid zal zijn. En onder dankbaarheid versta ik een dankbaar leven door het in acht nemen van de geboden des Heeren op allerlei terreinen van het leven.
Ik rond met deze stelling af: hoe meer zekerheid van het geloof, hoe meer dankbaarheid. Ook hoort men duidelijker de stem des Heeren als Hij zegt: 'Weest heilig, want ik ben heilig'.

Het gaat om meer
Na dit pastorale uitstapje, zeg ik toch: het gaat om meer dan om de zekerheid van het geloof. Het gaat zelfs voor de gelovige om een omvangrijker toekomstverwachting dan dat hij deze alleen op zijn persoonlijke zaligheid betrekking laat hebben. Vanzelfsprekend is de zaligheid van het individu zeer belangrijk. Ik zal deze zeer zeker niet kleineren. Toch gaat het daarom niet alleen! Het gaat bij de toekomstverwachting om het Koninkrijk Gods. Wij moeten er maar eens op letten welk een aangelegen zaak dit in de prediking van Jezus is. De Evangelieën houden ons voor dat Hij begon te prediken: het Koninkrijk Gods! Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat Hij over nog veel meer en andere zaken gesproken heeft. Hij heeft ook over Zijn lijden en sterven (de verzoening) gesproken. Ook de opstanding van Hem en anderen is niet onbesproken gebleven. Zo zou er nog veel meer te noemen zijn. Toch kan niemand ontkennen dat Hij Zijn werk op aarde is begonnen met het prediken van het Koninkrijk Gods. Hij heeft in Zijn prediking voorgehouden: het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel zal neerdalen.
Het Koninkrijk Gods zal uniek (enig in zijn soort) zijn. Het zal alles en allen bevatten. God zal alles en in allen zijn. Het is een rijk waarin de Heere het alleen voor het zeggen heeft. En van dat rijk lezen wij dat er geen einde aan zal zijn. Ik kan mij vergissen, maar ik denk wel eens dat het zicht op het Koninkrijk Gods onder ons maar heel weinig aanwezig is. Op een of andere manier missen wij daarvoor een antenne. Wat zeker is: wij kunnen niet zeggen dat wij vooraan staan als het gaat om het heerlijk perspectief (vergezicht) van het Koninkrijk Gods. Wel moet ik zeggen dat anderen vooraan staan én met dit heerlijk vergezicht aan de haal zijn gegaan door te beweren dat dit Koninkrijk door ons op aarde gerealiseerd moet worden. Dit laatste is ten enenmale onjuist. Wij realiseren niets. Het komt bij God vandaan. Het daalt af. Inzake het zicht op het Koninkrijk Gods hebben wij een inhaalmanoeuvre te maken. Maar dan wel op de wijze van het Woord. Ik schrijf dit met het oog op het verstaan van het boek Openbaring en dan met name op de zeven brieven. Doch daarover D.V. een volgend keer.

B.                  G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eenheid in verscheidenheid (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's