Eenheid in verscheidenheid (4)
Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament kunnen wij lezen dat er wordt uitgezien naar het Koninkrijk Gods. Onder dit Koninkrijk dat ook wel het Koninkrijk der hemelen genoemd wordt, moeten wij niet zozeer verstaan het territorium óf het gebied, maar veeleer de regering van God als Koning. Het heeft meer met Zijn Koningschap te maken dan met het gebied. Dit uitzien naar het Koninkrijk van God is uitermate belangrijk. Want wanneer deze notie niet óf minimaal aanwezig is, zal de prediking dienaangaande geen weerklank vinden. Er bestaat zo'n grote kloof dat zij vrijwel niet is te overbruggen.
Oorzaak
Wat is de oorzaak dat het uitzien naar het Koninkrijk Gods onder ons zo weinig aangetroffen wordt? Dat komt omdat er doorgaans heel veel aandacht is voor de persoonlijke zaligheid. De vraag van Luther: 'Hoe krijg ik een rechtvaardig God? ' weegt velen zwaar. Het zal duidelijk zijn dat er dan weinig plaats is voor het Koninkrijk van God in hart en leven. Van een uitzien daarnaar is geen sprake!
Vanzelfsprekend wil ik hiermee niet zeggen dat het geen waarde heeft als men met de vraag bezig is: Hoe krijg ik een genadig God? Het is zelfs een zeer belangrijke vraag. Een vraag die in ons leven om een antwoord roept. Want als wij geen genadig God kennen, vallen wij in ongenade als wij voor Hem verschijnen.
Deze vraag is en blijft belangrijk. En het antwoord daarop is geen gepasseerd station. Vraag en antwoord zijn van essentieel (wezenlijk) belang.
Echter... wij moeten niet denken in categorieën van óf-óf, maar in die van én-én. Zowel de verzoening moet ons ter harte gaan als het uitzien naar het Koninkrijk Gods. Ik stel dus uitdrukkelijk dat niet alles gezet moet worden onder de noemer van het uitzien naar het Koninkrijk Gods. Wanneer dit gebeurt - en het gebeurt - gaat dit ten koste van de verzoening. De vraag naar de rechtvaardiging van de goddeloze om niet speelt dan geen rol meer. Ik wil graag proberen zowel het een als het ander in het oog te houden.
Ongetwijfeld zullen er zijn die dit doen, maar hun getal zou zeker groter kunnen én moeten zijn. Gods kinderen leven vanuit de verzoening. Met andere woorden: zij krijgen genadebrood te eten. Op aarde verrichten zij trouw hun werk. De kantjes lopen zij er niet af. Ook doen zij niet als de Thessalonicensen. Laatstgenoemden lieten hun werk rusten, want het zou toch niet zo lang meer duren óf de Heere zou komén. Tegen de Thessalonicensen wordt om die reden gezegd: 'Wie niet werkt, zal niet eten'. Kinderen Gods verrichten hun taak in deze wereld, maar tegelijkertijd zien zij uit naar de wederkomst van Jezus Christus d.i. uitzien naar het Koninkrijk Gods.
Waakzaam en volharding
Wij leven in het laatste der dagen! Dat wil zeggen dat het Koninkrijk Gods steeds dichterbij komt. Wanneer het Koninkrijk Gods zal afdalen van de hemel, is mij niet bekend. Ik ga daarom niet in de rij staan waarin door sommigen zo wordt gegoocheld met getallen dat zij vrijwel precies kunnen aangeven wanneer de laatste dag zal aanbreken.
Het uur waarop Jezus komt is niemand bekend. Zelfs de Zoon niet. Alleen de Vader weet hiervan.
Wat ons wel bekendgemaakt is, is dat het visioen dat Johannes op Patmos ontving de toekomst als een reeds actuele werkelijkheid verkondigt. Johannes en zijn tijdgenoten maakten aan den lijve mee wat hij in wakende toestand te zien kreeg.
Wat hij zag en wat door hem te boek gesteld is, is voor ons niet minder een actuele werkelijkheid. Doorgaans ontgaat ons de actualiteit! Ongetwijfeld zal er met name bij de wisseling van het millennium nadruk op zijn gelegd. Toen is er immers vaak en veelvuldig uit het boek Openbaring gesproken. Niet alleen de actualiteit, maar ook dreigende en vertroostende facetten zullen aan de orde zijn geweest. Maar helaas... bij velen is dit reeds weggeëbd. Wij zijn het jaar 2000 ingegaan. En alles gaat weer verder alsof wij niet in het laatste der dagen leven. Het denkpatroon ziet er precies zo uit als in 1997, 1998, 1999. Het Koninkrijk komt wel! Jezus komt ook wel en Hij zal als Koning heersen, maar nu nog niet. Het duurt nog vele jaren. Zo zijn er niet weinig christenen die het eindgebeuren zien als een zaak die later aan de orde komt, maar nu nog niet. Met een shovel schuiven zij als het ware vooruit wat nu aan de orde is. Wat wil ik hiermee zeggen? Dat wij voluit betrokken behoren te zijn bij wat ons in de Openbaring en met name in de zeven brieven ter kennis gebracht wordt.
Vergeten wordt blijkbaar wat ons diverse keren in de Schrift wordt voorgehouden dat duizend jaren bij de Heere zijn als één dag en één dag als duizend jaren. Dat wil ons leren dat wij de dag van de toekomst des Heeren niet moeten losmaken van het heden.
Waakzaamheid en volharding zij geboden! Hoe gaat dat in zijn werk? Misschien dat ik het te eenvoudig zeg, maar ik weet toch geen beter antwoord dan dat ik stel dat wij blijven bij Gods Woord. Waakzaamheid en volharding worden ons aangereikt en geleerd uit het Woord van God. Hoe zullen wij staande blijven? Hoe zullen wij aan Gods zijde blijven staan en uitzien naar Zijn Koninkrijk dat gekomen is en dat komt? Alleen als het Woord het in ons leven voor het zeggen heeft en wij het met David belijden: 'Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad'. Nu wij aan allerlei tekenen kunnen opmerken dat het eind der tijden in zicht is, moet het Woord ons richtsnoer zijn. Wanneer dit niet het geval is, gaan wij een eigen weg. Wat zeker is: een weg die ons doet dwalen in Belials nare streken als de Heere het niet verhoedt.
Verscheidenheid mag er zijn! Wij zijn geheel verschillende mensen. Als er maar de eenheid is in het Woord. Wanneer wij daarin een eenheid vormen, kunnen wij veel van elkaar hebben, ook al denken wij over middelmatige zaken dan niet hetzelfde.
Zeker in onze tijd die de eindtijd is kunnen wij ons geen 'gekissebis' veroorloven over zaken die met de dag des Heeren en Zijn Koninkrijk niet te maken hebben. Deze zaken staan de waakzaamheid en de volharding in de weg. Want als wij ons bezighouden met zaken buiten het Woord om, laten wij het na om ons door het Woord te laten onderwijzen.
Waakzaamheid en volharding hebben alles te maken met het Woord. Niet alleen in de prediking, maar ook bij het bezoek aan gemeenteleden hebben wij daarmee rekening te houden.
Ik zeg niet dat het altijd gebeurt, maar soms is het 'geneuzel' niet van de lucht op huis- en ziekenbezoek. Als ambtsdragers moeten wij daaraan nooit meedoen. Het Woord mag en moet het voor het zeggen hebben.
En als het gaat om waakzaamheid en volharding in het laatste der dagen, dan mag in het pastoraat daarover het een en ander gezegd worden.
Verdrukking
De Apocalyps (de Openbaring) laat ons meer dan eens horen dat de kerk verdrukt wordt. Zij heeft het zeer zwaar te verduren. En let wel: in déze situatie wordt de kerk steeds opnieuw. aangespoord om dichtbij het Woord Gods te blijven. In het Woord vindt zij bemoedigende en vertroostende woorden, maar niet minder hoe zij aan Gods kant blijft staan.
De mensen aan wie Johannes schreef wisten van verdrukking. Maar nu wij... Wij leven in het welvarende Westen. Niemand legt ons iets in de weg. Natuurlijk, wij worden wel eens lelijk aangekeken. Ook komt het wel voor dat wij voor een zwartkijker worden gehouden of dat mensen ons rekenen tot 'de zwaren' of tot 'de fijnen' of tot 'de preciezen', maar dan houdt het toch wel op. Over het algemeen kost ons geloof ons nog niet zoveel. Wij eten er geen boterham minder om. Ook worden wij nog niet achterna gezeten. Wij zullen allen in onze jeugd en misschien wel op oudere leeftijd boeken hebben gelezen waarin over vervolging en verdrukking werd geschreven. Maar om nu te zeggen dat wij precies hetzelfde meemaken, zou wel iets te veel geschreven zijn! Het zou zelfs ver bezijden de waarheid zijn.
Als wij eerlijk zijn - en dat moeten wij altijd zijn - moeten wij zeggen dat wij van een echte verdrukking niet zoveel weten. Dat kan een bepaalde oorzaak hebben. Het kan zijn dat de Heere ons een periode van rust geeft. Wat wij in het boek Openbaring lezen is niet altijd van toepassing op de gehele kerk. Wanneer er van vervolgingen gesproken wordt, wil dat niet zeggen, dat zij de kerk over de gehele wereld treffen. Er zijn perioden in het leven van een kerk aan te wijzen waarin zij heftig vervolgd werd, maar ook waarin zij een stil en gerust leven mocht leiden. Nu eens is het de kerk van het Westen dan weer die van het Oosten die verdrukt wordt.
Naast deze oorzaak kan er nog een geheel andere zijn. Als ik hierover iets schrijf stel ik allereerst dat verdrukking nooit gezocht behoeft te worden. Verdrukking is geen begeerlijke zaak. Zij kan met veel pijn, aanvechtingen en bestrijdingen gepaard gaan. Zij kan zelfs in het uiterste geval ons leven kosten. Met dit alles wil ik zeggen dat de verdrukking niet gezocht behoeft te worden. Ik schrijf dit laatste zelfs met enige nadruk omdat ik in de loop der jaren mensen heb ontmoet die in hun onschuld zeiden: 'Het zou beter zijn als wij verdrukt werden'. Soms was het een opmerking uit de losse pols waarbij ik dacht: u weet niet wat u zegt, omdat u niet weet wat verdrukking inhoudt.
Maar nu de andere oorzaak waarom wij niets merken van verdrukking. Het kan zijn dat wij nergens in opvallen! Dat wij op zondag wel naar de kerk gaan, maar in de andere dagen van de week niet opvallen. Wij geven de wereld geen ergernis, omdat wij precies zo bezig zijn met geld verdienen als zij doet. Ons leven onderscheidt zich niet van de wereld. Onze godsdienst beperken wij tot de zondag in een kerkgebouw, maar van de vreze Gods is van maandag tot zaterdag niets te merken. Kraak noch smaak gaat er van ons uit. Wat houdt dit in? (Wordt vervolgd)
B. G. S. A. de Knegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2000
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2000
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's