De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerkvoogdij en de kerkelijk werker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerkvoogdij en de kerkelijk werker

7 minuten leestijd

In de serie artikelen over de opleiding en het werk van kerkelijk werkers volgt nu een verhaal over de relatie tussen de kerkvoogdij en kerkelijk werkers. De auteur is mr. K. Kok, president-kerkvoogd van de hervormde gemeente te Veenendaal.

De visie op het personeelsbeleid
De hervormde gemeente te Veenendaal bestaat uit acht wijkgemeenten en telt ruim 7.300 pastorale eenheden. In verband met de werkdruk van de predikanten is enige tijd geleden in overleg tussen centrale kerkenraad, het ministerie van predikanten en het college van kerkvoogden besloten tot de aanstelling van bijstanden in het pastoraat. Weliswaar wordt in het huidige - overigens nog niet vastgestelde- beleidsplan gesproken over het uitbreiden van het aantal predikantsplaatsen, maar de daaraan verbonden financiële en andere consequenties zijn niet gering, terwijl ook de uitvoering van zulk een beleidsvoornemen nogal wat tijd kost. Aan de aanstelling van personen die bijstand in het pastoraat verlenen, kleven die bezwaren in aanmerkelijk mindere mate. Daarbij komt dat een bijstand in het pastoraat vrijgesteld is van veel vergaderingen en bovenplaatselijk werk, waardoor hij een groter deel van zijn tijd 'productief' bezig kan zijn.
De kerkvoogdij onderstreept de benoeming van kerkelijke werkers van harte, immers, de velden zijn wit om te oogsten. Er is zoveel geestelijke en pastorale nood dat eigenlijk nooit genoeg kan worden gedaan. Dit geldt niet alleen de zorg voor de eigen gemeenteleden, maar ook de aan de evangelisatie te schenken aandacht. In kerkenraadsvergaderingen komen zoveel zaken aan de orde dat meestal geen of te weinig tijd overschiet om daar het werk van de predikant genoegzaam te bespreken en zo mogelijk te verlichten.

De aanstellingsafspraken en het personeelsplaatje
Voor het bepalen van de mate waarin sprake zou kunnen zijn van bijstand, zijn enkele criteria gehanteerd. Uitgangspunt is allereerst dat alle wijken aanspraak hebben op een dagdeel (halve dag) bijstand. Afhankelijk van de grootte van de wijk (het aantal pastorale eenheden, naar boven bijgesteld naar rato van het aantal leden dat ouder is dan 75 jaar en naar beneden bijgesteld naar rato van het aantal leden dat als passief staat geregistreerd) kunnen daar een of meer dagdelen bij komen. Telkens per 1 januari van een bepaald jaar wordt bezien of op grond van de dan geldende aantallen (op basis van de statistische gegevens) bijstelling naar boven of naar beneden moet plaats vinden. Is dit het geval, dan gaat de wijziging op 1 juli daaraanvolgend in.
Het initiatief tot de aanstelling van een bijstand in het pastoraat en de keuze van de aan te stellen persoon berusten bij de kerkenraad van de wijkgemeente, die daarin binnen het door de centrale kerkenraad aangegeven kader vrij is. In de rede ligt, dat de stem en het oordeel van de wijkpredikant daarbij zwaar wegen, want het gaat tenslotte om bijstand in de door hem te verrichten werkzaamheden. Een eventuele oproep wordt uitsluitend geplaatst in 'geestverwante' dag- en andere bladen, zodat, gelet op de wettelijke voorschriften, geen kandidaten behoeven te worden afgewezen die niet voldoen aan de te stellen normen van kerkelijke gezindte, modaliteit en meelevendheid.
De kerkelijk werker moet voldoen aan de door de kerkorde gestelde eisen, op naleving waarvan wordt toegezien door de Provinciale Kerkvergadering en de afdeling Opleidingen en werkbegeleiding (voorheen Raad voor de Educatie). Afhankelijk van de wens van de wijkkerkenraad wordt de keuze gemaakt tussen een HBO'er of emeritus predikant. De voorkeur van de centrale kerkenraad gaat uit naar een HBO'er, maar indien bv. een wijk veel bejaarden telt en zij in verband daarmee voorkeur heeft voor een kerkelijk werker voor het bejaardenpastoraat, dan kan voorkeur bestaan voor de aanstelling van een emeritus predikant. De kerkvoogdij deelt de mening van de centrale kerkenraad dat de keuze in beginsel moet gaan tussen een HBO'er of een emeritus predikant, maar heeft geen voorkeur voor één van beiden.
Is eenmaal een bepaalde keuze gemaakt, dan zorgt de kerkvoogdij voor de aanstelling van de kerkelijk werker inclusief - na overleg met en akkoord van de benoemde - de schriftelijke vastlegging van de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en wat daarbij hoort. Hierbij geldt dat alleen de rechtspositionele aspecten een zaak van de kerkvoogdij zijn; de wijkkerkenraad is en blijft verantwoordelijk voor de taakomschrijving en (het toezicht op) de uitvoering van de werkzaamheden.
De regeling inzake de aanstelling van een bijstand in het pastoraat heeft een tijdelijk karakter en zal frequent worden geëvalueerd, zulks zowel qua continuering als zodanig (dit mede in verband met de financiële aspecten ervan) als inhoudelijk.

Algemeen uitgangspunt voor o.m. personeelsbeleid
Zowel de centrale kerkenraad als de wijkkerkenraden en de kerkvoogdij zijn van oordeel dat een gemeente nooit 'te veel' kan besteden aan het pastoraat. Aan de gemeenteleden wordt immers - onder meer - gevraagd een (vrijwillige) bijdrage te geven voor de instandhouding en voortgang van het plaatselijk kerkenwerk. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkondiging van het Woord en de overige pastorale zorg voor de gemeenteleden. Uiteraard dient de kerkvoogdij ook zorg te dragen voor het onderhoud van kerk- en wijkgebouwen, voor de huisvesting van de predikanten, alsmede voor de aanstelling van kosters, organisten en medewerkers op het kerkelijk bureau. Het pastoraat mag daar evenwel niet onder lijden en het gaat er dan ook om dat een goed evenwicht bestaat tussen datgene wat aan het pastoraat wordt besteed en wat aan andere doeleinden moet worden uitgegeven. Daarbij mag overigens niet vergeten worden dat die andere doeleinden indirect ook aan woordverkondiging en pastoraat dienstbaar zijn.

De werkzaamheden van de bijstand in het pastoraat
Nu in bijna alle wijken inmiddels een bijstand in het pastoraat is benoemd, blijkt de hun toegedeelde taak met name het bezoeken en verlenen van pastorale bijstand van/aan ouderen (vooral 75 +) te betreffen, al dan niet in combinatie met ziekenbezoek bij diezelfde groep. Dit betreft vooral die wijken waar veel ouderen wonen; de pastorale zorg te hunnen aanzien kost veel tijd. Daarnaast is in enkele wijken sprake van - incidenteel - kringwerk. In een wijk is de bijstand meer toegespitst op de begeleiding van langdurig zieken en crisispastoraat, in een andere wijk is het werk mede gericht op algemeen pastoraat en een gedeelte van de catechese. Duidelijk is dat de bijstand vooral op die punten zijn effect heeft waar de eigen predikant te weinig aan toe kan komen. Zijn er relatief weinig bejaarden, dan is er meer ruimte voor werk ten behoeve van anderen.
Eén van de benoemde bijstanden verricht tevens (niet-pastorale) werkzaamheden ten behoeve van de centrale kerkenraad.

Herbenoeming
De benoeming van een bijstand in het pastoraat geschiedt voor de periode van een jaar. Of van continuering sprake kan zijn, hangt - naast uiteraard de wens van de betrokkene zelf - af van het al dan niet gewijzigd zijn van het aantal dagdelen waarvoor dat mogelijk is, alsmede of de wijkkerkenraad die continuering wenst. Benoeming en continuering daarvan geschieden overigens conform de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Het is - vooralsnog - niet de bedoeling dat op enig moment een vast dienstverband ontstaat, hetgeen impliceert dat nader beraad nodig zal zijn indien dit in een concreet geval op grond van de bestaande regelgeving het geval zou kunnen zijn.

De financiële lasten
Zoals uit het bovenstaande al gebleken moge zijn, komen de financiële lasten van de aangestelde kerkelijk werkers voor rekening van de kerkvoogdij. Dit geldt voor een gedeelte ook ten aanzien van de inmiddels al geruime tijd in Veenendaal werkzame evangelist-jeugdwerkleider-diaconaal medewerker, die door de IZB is aangesteld en formeel bij de IZB in dienst is. Nadat de met zijn aanstelling verband houdende kosten eerst nog voor een gedeelte door de IZB werden betaald, komen deze sinds 1 september 1999 geheel voor rekening van de hervormde gemeente te Veenendaal, te weten 40% ten laste van de diaconie en 60% ten laste van de kerkvoogdij.

Zorgcentra en verpleeghuis
In Veenendaal zijn twee zorgcentra en één verpleeghuis. Eén van de zorgcentra is gesticht door de hervormde gemeente; de 'beide andere instellingen zijn gesticht door een aantal plaatselijke protestants-christelijke kerken, waaronder de hervormde gemeente. De bij de hervormde gemeente aangesloten bewoners van de betreffende tehuizen vallen onder haar pastorale verantwoordelijkheid. Alle drie bedoelde instellingen beschikken echter ook over een eigen pastoraal verzorger (zij het dat op dit moment in één van de gevallen sprake is van een vacature); de kosten hiervan komen (per saldo) niet ten laste van de hervormde gemeente.
Uiteraard is van groot belang dat in voorkomende gevallen ten aanzien van de pastorale zorg voor de bewoners sprake is van goede werkafspraken en een goede afstemming van werkzaamheden tussen enerzijds de wijkpredikanten (en eventueel de in de wijkgemeente werkzame bijstanden in het pastoraat) en anderzijds de pastoraal verzorger van de instelling.

Veenendaal              mr. K. Kok

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerkvoogdij en de kerkelijk werker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's