Kerkelijk besef neemt af
Het kerkelijk besef neemt allerwegen af. Dat wordt telkens in allerlei toonaarden in dagbladen en kerkbladen betoogd. Gegeven het feit, dat de kerk schrikbarend verdeeld is, vindt kerkelijk grensverkeer plaats. Maar bovendien staat de kerk als instituut in onze dagen behoorlijk op de tocht. Op beide aspecten willen we hieronder nader ingaan. Het Reformatorisch Dagblad liet in enkele artikelen ontwikkelingen in onderscheiden kerken de revue passeren. De reformatorische studentenvereniging CSFR, die haar leden in hoofdzaak betrekt uit de kring van de Gereformeerde Bond, de Gereformeerde Gemeenten en de Christelijke Gereformeerde Kerken, met daarbij de kleinere kerken in de gereformeerde gezindte, hield een enquête over kerkelijke betrokkenheid onder de leden. Ook daaraan geven we hieronder aandacht.
Grensverkeer
Van jaar tot jaar geven de onderscheiden kerken in hun jaarboek de cijfers van groei of verlies aan. Daarbij wordt dan ook aangegeven hoe de cijfers liggen met betrekking tot winst of verlies inzake het kerkelijk grensverkeer.
De Nederlandse Hervormde Kerk publiceert geen jaarcijfers m.b.t. kerkelijke overgangen. Wel wordt van jaar tot jaar fors ledenverlies gemeld, evenals de laatste jaren in de Gereformeerde Kerken. Het merkwaardige is daarbij, dat nochtans van jaar tot jaar meer mensen uit de kleinere kerken naar de Hervormde Kerk overgaan dan omgekeerd. Het Reformatorisch Dagblad meldde, dat sinds 1965 22.347 leden en doopleden uit de Gereformeerde Gemeenten overkwamen, terwijl vanuit die gemeenten in die periode 7709 personen uit de Hervormde Kerk naar de Gereformeerde Gemeenten overgingen. Het orgaan van de CSFR, De Civitate, tekende uit de enquête onder de studenten op, dat 'slechts' zes procent van de ondervraagde hervormde studenten overweegt lid van een andere kerk te worden, terwijl bij de studenten uit de Gereformeerde Gemeenten zeven en twintig procent overweegt naar een andere kerk te gaan. Eveneens zes procent van de hervormde studenten kerkt regelmatig bij andere kerkgenootschappen, terwijl achttien procent van de Gereformeerde Gemeentenstudenten te kennen geeft helemaal nooit een kerkdienst van hun eigen kerkdienst te bezoeken.
* * *
Nu moet men hier wel onderscheiden. Voor een deel van de overgangen naar de Hervormde Kerk geldt, dat men een niet-gereformeerd kerkelijk leven prefereert of dat men de overgang (op den duur) zelfs doorvertaalt als doorgang naar de onkerkelijkheid. Een ander deel voelt zich meer thuis bij de gereformeerde prediking in de Hervormde Kerk of elders dan in de eigen gemeenten.
Overigens leert de CSFR-enquête ook, dat de betrokkenheid van tweederde van de leden van de CSFR bij de thuisgemeente afneemt, terwijl er geen betrokkenheid bij de stadsgemeente, in de stad van studie, voor in de plaats komt.
Ds. P. L. de Jong, hervormd predikant te Rotterdam Delfshaven, vindt, desgevraagd, dit laatste niet zo problematisch. Hij ziet ook geen reden waarom studenten, wanneer zij gaan studeren, direct lid zouden moeten worden van een stadsgemeente, zoals dat bij vrijgemaakte studenten wel het geval is. Intussen zegt ds. De Jong ook, dat hij - afkomstig uit de Oud Gereformeerde gemeenten - er in zijn studententijd veel van heeft geleerd om diensten mee te maken van een ander kerkgenootschap. Dat is niet alleen zijn ervaring,
Meer aan de hand
Maar er is vandaag toch meer aan de hand dan zoeken en aftasten in de grote verscheidenheid van kerken en gemeenten. 'Het kerkgevoel is het aan het afleggen tegen het gemeentegevoel', zegt ds. De Jong. Dat geldt niet alleen de studenten, dat geldt in de breedte van de kerken. Kerkelijk 'shoppen' is aan de orde van de dag. De toegenomen mobiliteit schiep kerkelijke mobiliteit. Mensen gaan daar kerken waar het hun zint en dan vaak zolang het duurt.
Het is mij de laatste jaren vaak opgevallen, dat wanneer tijdens bijeenkomsten, met name jongerenbijeenkomsten, mensen zich voorstelden, ze weigerden of in ieder geval nalieten hun kerkgenootschap te noemen.
Dat deed er niet toe. Men zocht gemeenschap, daar waar ze die echt ervoeren. Bepaalde gemeenschappen (studentenverenigingen, een omroep, een interkerkelijke gesprekskring) gaan als parakerk (nevenkerk) fungeren. En men laat verder de kerk de kerk.
Daar komt nog bij, dat de kerkelijke verdeeldheid wordt ervaren als gemis aan kerkelijke gemeenschap. Daar kan de eigen kerk dan geen compensatie voor vormen. En uiteindelijk kiest men voor zoiets als 'oecumene van het hart'. Christus heeft maar één kerk en daarom worden ook gemeenten van andere kerken lang niet meer zo sterk antithetisch benaderd als vroeger.
* * *
Het individualisme van onze dagen voedt deze houding. Men weet zich vaak niet meer opgenomen in een gemeenschap maar maakt zelf uit waar het geestelijk goed voor hen is.
Ds. De Jong zegt in De Civitate, dat vandaag bij velen het kerkgevoel het aflegt tegen het gemeentegevoel. Het woord 'gevoel' is in deze een alternatief voor 'besef. Kerkbesef is objectief, kerkgevoel subjectief. Er is al een verschuiving opgetreden: van kerkbesef naar kerkgevoel. En dan komt daar nog bij, dat dit gevoel zich verlegt van de kerk naar de gemeente. Maar nog een stap verder en de gemeente wordt gemeente naar eigen keuze, de gemeente waar 'ik' me het meest thuis voel.
Manco
Nu is het ongetwijfeld is zo, dat de Heere dwars door de kerken heen Zijn volk heeft en dat er dus geen absolute grenzen zijn te trekken. In de gescheidenheid van het kerkelijk leven mag ook gekozen worden. Kerkelijke overgangen betekenen dan ook geen grensoverschrijdingen van het Koninkrijk Gods, al wordt dat hier en daad soms nog wel gesuggereerd. In sommige gemeenten wordt, bij overgang naar een andere kerk, er melding van gemaakt in bewoordingen, die doen vermoeden dat de betreffende persoon buitenkerkelijk is geworden. Maar verder is de breed om zich heen grijpende perforatie er een bewijs van, dat mensen hun individuele keuze maken en dat op de achtergrond van verminderd gemeentebesef ligt vermindering van kerkbesef. Hoewel daarbij gesteld moet worden dat het voor gezinnen met opgroeiende kinderen ook wezenlijk kan zijn om een goede gemeente te hebben, waar men geestelijk aansluit bij de prediking en de wijze van gemeentezijn. Anderzijds moet niet worden onderschat dat hier ook sprake is van een kerkelijk consumptiepatroon.
* * *
Naar het zich laat aanzien zal deze trend zich de komende tijd ook voortzetten. Mensen zoeken meer en meer 'oecumenische' verbanden naar hun hart. Met het gevolg ook dat verantwoordelijkheidsbesef voor eigen gemeente afneemt.
Eerder schreven we ook over gemeenten en regio's, die concentraties van gereformeerd gemeentelijk leven gaan vormen, met het gevolg dat enerzijds gemeenten groeien en kleinere gemeenten in andere regio's afkalven en zelfs ophouden te bestaan. Juist in vakantietijd is men daar dankbaar wanneer vakantiegangers hun diensten bezoeken en de kerk weer eens vol zit.
Instituut
Afname van kerkelijk besef, in welke kerk dan ook, heeft vooral ook te maken met vermindering van zicht op de kerk als instituut, liever: verminderde betrokkenheid op de kerk als instituut. In de Hervormde Kerk voegt zich daar vandaag nog een element bij, te weten de ontwikkeling in het Samen op Weg-proces, waardoor velen het gevoel hebben uit hun kerk te worden losgepeld, zonder dat ze betrokkenheid gevoelen op de kerk die zich aandient. Het gevolg daarvan zal, naar mijn overtuiging en waarneming, zijn dat in vele (wijk)gemeenten het hervormde element zal worden voortgezet, met verminderde betrokkenheid op de bredere kerkelijke verbanden. (Wijk)gemeenten zullen immers hervormd kunnen blijven. Maar intussen wijkt ook hierdoor kerkgevoel(besef) voor gemeentegevoel.
* * *
Het mag ons een zorg zijn wanneer kerkgevoel wijkt voor gemeentegevoel of wanneer kerkbesef afneemt. Want de kerk is - ook in haar verscheidenheid en gescheidenheid - meer dan geestelijke gemeenschap. Ze is ook instituut met ambt, sacrament en orde. Zo is ze ook kerk geweest de eeuwen door. Te vrezen is, dat, naarmate de individualisering en de keuze naar eigen hart, hetzij voor een gemeente die 'pas' hetzij voor parakerkelijke groepen, verder toenemen, het gereformeerde kerkelijke leven daarvan de tol moet betalen. Het gereformeerde kerkelijke leven is niet alleen een zaak van confessie, ze is ook een zaak van institutaire vormgeving. Daarbij en daarin gaat het uiteraard allereerst om de gemeenschap der heiligen, om wat de kerk naar haar wezen is. Wanneer dat mankeert, wordt ten diepste de voedingsbodem gelegd voor de devaluatie van het gereformeerde kerkelijke leven. De 'gereformeerde kerk' in dit land is al in een marginale positie gekomen, ze zou nog verder gemarginaliseerd kunnen worden door de effecten van de voortschrijdende individualisering.
Recent liet ds. A. Beens (Katwijk aan Zee) in Koers weten, dat hij zorgen heeft over de continuering van het gereformeerde leven in dit land, omdat de kennis ontbreekt, omdat kennis van wat gereformeerd is meer en meer gaat ontbreken. Dat is ook een aspect van de zaak. Verminderd kerkbesef heeft dan bijvoorbeeld ook te maken met verminderde kennis en verminderd besef van de waarde en de betekenis van het ambt en derhalve van de ambtelijke vergaderingen. We kunnen ook zo laagkerkelijk denken en worden, dat uiteindelijk het gereformeerde leven teloor gaat.
* * *
Intussen gaat het hier om een nieuw kerkelijk 'gevoel', dat alle verbanden doortrekt. Het geeft alle reden om contacten met elkaar te zoeken en in bescheidenheid met elkaar om te gaan.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's