Uit de pers
Op de richel
In het maandblad CV-Koers (Opinieblad voor de christen vandaag), jaargang 2 nummer 7 - juli 2000, is een reeks bijdragen van start gegaan over de vraag naar verschuivingen in de geloofsinhoud juist onder 'gereformeerden'. Hoe laat je het gereformeerd belijden gestalte krijgen in de actualiteit. Hoe geef je het een plaats in verkondiging en pastoraat. Als eerste bijdrage heeft redacteur Paul Meinders een gesprek met ds. A. Beens, hervormd predikant in Katwijk aan Zee, onder de titel Balanceren op de richel.
'Voor mijn gevoel sta ik samen met een groot aantal collega's op een afbrokkelende richel', zegt dominee Beens. 'Ik ben zelf geestelijk gevormd door de prediking van dominees als bijvoorbeeld ds. G. Boer. Dat is een schriftuurlijkbevindelijke theologie waar ik inhoudelijk nog steeds achter sta. Ik heb alleen het akelige gevoel dat ik mijn prediking steeds minder goed kwijt kan. Als ik zie dat er een generatie is opgekomen die zich niet door mijn preken aangesproken voelt, dan word ik door vrees bevangen. Dan ben ik wel eens bang dat ik het helemaal verkeerd doe. Dan voel ik mij ouderwets.'
Er zijn dominees met een vergelijkbare ervaring, die zeggen: "Het is duidelijk dat de Geest wijkt. Aan mijn prediking kan het niet liggen". Zo zit u niet in elkaar?
'Nee. Ik ben mij bewust van het belang van stijl en woordkeus. Het taaleigen van de Schrift kan en wil ik niet wegpoetsen. Maar voor het overige vind ik wel dat ik moet proberen zoveel mogelijk in de taal van deze tijd te spreken. Een populist wil ik niet zijn. Die schuiver wil ik niet maken. Ik wil mij ervoor hoeden door verkeerd taalgebruik de inhoud geweld aan te doen.'
Staan op een afbrokkelende richel kan nooit lang duren. Een richel, dat weten ze in Katwijk wel, is een smalle duinstrook of een smalle bank in zee. Er hoeft niet zoveel te gebeuren of de richel verdwijnt. En balanceren is niet alleen vermoeiend maar ook riskant. Een treffende typering die ds. Beens geeft van zijn positie als predikant die zelf met hart en ziel vergroeid is geraakt met de inhoud van het gereformeerd belijden. Hoe raak je die inhoud nog kwijt? Wie zelf in deze dienst wekelijks bezig is, herkent de hartenkreet.
Professor Maris van de Christelijke Gereformeerde Kerken schreef onlangs in een column in De Wekker dat de kerk minder ziek zou zijn als dominees gewoon het Woord zouden verkondigen. Bent u het daarmee eens?
'Ik denk inderdaad dat je geen halsbrekende toeren uit moet halen om het volk maar in de kerk te houden. Het probleem van de kloof tussen boodschap en hoorder is er altijd geweest. Het belangrijkste verschil met vroeger is volgens mij dat de mensen die er niets aan vinden, tegenwoordig niet meer naar de kerk komen. Bleven ze vroeger uit beleefdheid of vanwege sociale controle naar de kerk gaan, tegenwoordig pakken ze hun biezen.
Een voorbeeld: Ik heb in 1967 met 58 mensen tegelijk belijdenis van het geloof afgelegd. Als ik in gedachten het rijtje langs ga, is de kaalslag gigantisch geweest. Tegenwoordig doen minder mensen belijdenis. Maar meestal is de motivatie sterker. Ik onderken best dat we in een bijzondere tijd leven. Innovaties en gebeurtenissen komen vanuit de gehele wereld in hoog tempo op ons af. Mensen hebben tegenwoordig heel wat te verstouwen. Aan de andere kant ben ik niet bijzonder onder de indruk van de moderne cultuur. Er komt alleen uit wat er al decennialang in gezeten heeft. Daarmee is voor niemand de kous af. Maar ik geloof niet dat ik mij in allerlei bochten moet wringen om maar aansluiting te vinden. Het hedonisme viert triomfen. En de botsingen met het christelijk geloof zijn heviger dan dertig, veertig jaar geleden.
De Heilige Schrift reikt mij de waarheid aan dat er niemand is die God zoekt en dat er niemand is die goed doet, ook niet tot één toe. Dat bijbelse gegeven staat haaks op het door de psychologie aangereikte levensklimaat.'
Ik bespeur, ook bij mensen die trouw naar de kerk gaan, een toenemend gebrek aan kennis van de grondslagen van het christelijk geloof. Herkent u dat en heeft u er een verklaring voor?
'Ik deel die zorg. Ik constateer dat men, tot in de kerkenraden toe, van de meest elementaire dingen geen kaas meer heeft gegeten. Ik constateer ook dat de waardering voor catechismusprediking afneemt. De gereformeerde leer is uit de gratie.
Ik heb op grond daarvan het donkere vermoeden dat de Gereformeerde Bond en allerlei andere bolwerken van gereformeerde signatuur binnen afzienbare tijd tot het verleden behoren, omdat niemand er nog het nut van inziet. Hoe belangrijk ze vroeger ook zijn geweest, ze dreigen momenteel hun functie van herkenningspunt en samenbindingspunt te verliezen. Ik wijt dat enerzijds aan de individualisering. Aan de andere kant vermoed ik ook dat wij nu de tol moeten betalen voor het feit dat wij onze eigen podia hebben gewild en daardoor het rapport met de neergang van de kerk als geheel hebben verwaarloosd. Een zeker triomfalisme is ons niet vreemd geweest.
Die afgrendeling wordt ons nu fataal, omdat wij te lang de confrontatie hebben gemeden. Daardoor zijn wij ontwend onze beschouwing van de Schrift te verdedigen. De gereformeerde leer is van belofte tot dood bezit geworden. Er is een verzadingspunt bereikt. We hebben alles. En we hebben alles gehad... We zijn blasé. Terwijl de kerkgeschiedenis laat zien dat juist in de confrontatie met andersgelovigen en ongelovigen de doorleving van het gereformeerde belijden tot bloei komt. Het zou misschien nog kunnen, maar ik vrees toch dat daarvoor de kennis van de geloofsinhoud al te ver is weggezakt. Dat laat onverlet dat je volgens mij toch onophoudelijk moet proberen het intrinsieke belang van de gereformeerde waarheid en de kracht daarvan over te brengen op de mensen in de gemeente.'
Ik acht dit een opmerkelijke analyse van de situatie onder gereformeerde belijders, zeker van die in de Hervormde Kerk. En als ik velen onder ons aanvoel, dan willen we graag dat dat eigen podium gehandhaafd blijft als er straks een verenigde kerk komt. Maar, bedoelt ds. Beens als ik hem goed begrijp, dan zal het alleen nog maar minder worden met de kracht van de gereformeerde belijdenis. Te veel hoofd en te weinig hart. De gereformeerde leer is uit de gratie bij velen.
Maakt u zich wel eens zorgen over het effect van de prediking?
'Ja. Soms heb ik het negatieve gevoel dat de prediking en de kerkgang een machinerie is die maar draait en draait. Het beeld van de koekjesfabriek. Dan denk ik: Wat gebeurt er nu eigenlijk? Dan zou ik zo graag willen zien dat mensen tot bekering komen. En ik weet heus wel dat je als dominee niet altijd kunt zien wat er in harten van mensen gebeurt, maar ik kan een zorg daarover toch niet onderdrukken. Het minst somber ben ik over de jeugd die in deze tijd nog naar de kerk komt. Onder hen tref ik een verrassende openheid aan; een belangstelling voor en een honger naar het evangelie. Maar ik ben verdrietig als ik zie dat er velen van de jongere generatie zijn die niet meer komen.
Ik heb wel eens het onplezierige gevoel dat we met z'n allen in een gigantische soos zitten; dat we elkaar in de kerk bezighouden op allerlei manieren. Religie kan zijn: naar de kerk gaan, dominees verslijten. Er zijn gemeenteleden die nooit verder komen dan het ophemelen of afkraken van dominees. Het predikantschap is in de ogen van veel mensen een "baan" geworden. Als je niet uitkijkt, word je een manager van allerlei bezighouden. Daar kun je zelfs volledig in opgaan, waardoor je je kerntaken uit het oog verliest.
Er zijn in de kerk niet zo gek veel mensen meer die met de vraag zitten: "Hoe word ik rechtvaardig voor God? " Zeker, we zijn gereformeerd genoeg om te weten dat we die vraag behoren te stellen. Maar we stellen die vraag niet. Dat probleem los je niet op door andere themata naar voren te schuiven. De gemeente moet terug naar die vraag; mijns inziens de kernvraag van het evangelie. Hoe? - Dat weet ik niet. Maar ik denk niet dat je het program van je preek mag laten bepalen door hetgeen de mensen zo graag zouden willen horen. Voor je het weet, raak je verstrikt in eindeloos gepsychologiseer; in een wirwar van behoeften en gevoelens.' ...
Dat de hier door ds. Beens geciteerde vraag weinig meer mensen echt bezighoudt, heeft uiteraard zijn redenen. Het voert te ver om daar hier verder over uit te weiden. Misschien kan daar in volgende gesprekken die gepland zijn aandacht aan gegeven worden. Het heeft, denk ik, geen zin om dan toch maar geforceerd altijd weer die vraag de gemeente voor te leggen, als de meerderheid niet aanvoelt wat je daarmee bedoelt. Het lijkt me verkieslijker om via de omweg van andere vragen die mensen vandaag wel bezighouden uiteindelijk te komen tot de ontmoeting van God en mens. Want daar gaat het, denk ik, in de prediking toch om: God wil Zijn gemeente ontmoeten daar waar ze zich bevindt, in de concrete omstandigheden van dit moment. Maar ik voel met ds. Beens de spanning mee die dat met zich meebrengt. Die spanning hoort echter bij het gebeuren van de prediking. Als die er niet meer is, vallen we zeer binnenkort inderdaad met z'n allen van de richel.
Langs de rand
Onlangs verscheen van de hand van drs. W(im) Dekker (IZB) een boekje met als titel 'Langs de rand' - Theologische reflecties over de kloof tussen geloof en leven. Op verzoek van de redactie van het Friesch Dagblad hield hij een soort theologisch dagboek bij. Om de twee weken zou daaruit een fragment worden geplaatst in de krant. De reden van het verzoek aan ds. Dekker lag in het feit dat hij als predikant werkzaam bij een missionaire organisatie meer dan wie ook bezig is 'met de spanningsvelden tussen het Evangelie en de moderne cultuur'. Geïnteresseerde gemeenteleden kunnen intussen weten wat we bedoelen met 'de kloof'. Er is een kloof voor veel gelovigen tussen geloof en dagelijks leven. Ds. Dekker zegt in het woord vooraf dat voor hem die kloof niet maar een theoretisch gegeven is, maar tegelijk ook een existentiële. Hij bedoelt dat de kloof ook zijn eigen bestaan bepaalt. Ds. Dekker redigeerde de stukken die geplaatst werden in genoemd dagblad en ordende het geheel tot drie onderdelen: 1) Geloof en gemeente, 2) Gemeente en cultuur en 3) Cultuur en gemeente.
Een paar keer meldt ds. Dekker dat volgens hem de kerkelijke malaise als belangrijkste oorzaak heeft de geloofscrisis die zich manifesteert. Wat dat betreft liggen de opvattingen van ds. Beens en ds. Dekker op één lijn. Ook ds. Dekker vindt dat 'de overgeleverde, vertrouwde geloofsvoorstellingen wegsijpelen'. We zullen weer opnieuw moeten leren drinken uit de bron.
In het tweede deel van zijn boekje besteedt ds. Dekker aandacht aan het feit dat er niet alleen 'kerkverlaters' zijn in onze tijd, maar ook 'kerktoetreders'. Uit een onderzoek bleek dat van deze groep zij die naar een reformatorische kerk terugkeerden het meest moeite hadden om te wennen en dat had vooral te maken met de eredienst. En dat lag dan in veel gevallen weer aan de preek. Ik citeer hier het vervolg van dit hoofdstuk om u een indruk te geven van dit boekje:
'Ik laat het onderzoek nu verder voor wat het is. In ieder geval zijn we zo nog weer eens opnieuw aangekomen bij de achilleshiel van de reformatorische traditie. Ondanks alle mooie gedachten en oproepen van predikanten, die behelzen dat we niet alleen om de preek naar de kerk moeten gaan, doen de meeste kerkgangers dat nog steeds wel. Wat mij betreft hebben ze daarin ook gelijk. Een verzorgde liturgie is ook in een reformatorische eredienst zeer belangrijk, maar zonder goede preek is deze niet meer dan een gemeente, een mager afleggertje van de eredienst in de katholieke, anglicaanse of orthodoxe traditie. Ik denk, dat je dit feitelijk, inhoudelijk, aan kunt tonen, maar het is ook mijn ervaring. Ik maakte in Rome een aantal missen mee, waarbij me telkens indrukwekkende devotie opviel: "God is tegenwoordig, God is in ons midden. Laat ons diep in 't stof aanbidden". Vervolgens maakte ik een dienst mee in een methodistenkerk met een Amerikaanse voorganger, die in de preek de ene anekdote na de andere vertelde, waarbij zijn hoorders steeds in de lach schoten. Ogenblikkelijk dacht ik: als ik hier zou moeten kiezen werd ik rooms-katholiek.
De reformatorische eredienst moet het hebben van een preek die werkelijk iets voorstelt. Anders heeft deze eredienst zo langzamerhand haar tijd gehad. Persoonlijk zou ik dat wel heel erg jammer vinden. Want ik ben eigenlijk uit diepe overtuiging gereformeerd, hervormd, reformatorisch of hoe je dat ook noemen wilt. De mystiek in de katholieke traditie spreekt me aan en die gemeenschap bij de evangelischen ook wel. Maar ik heb ook zo ontzettend veel behoefte aan bestaansverheldering, aan iemand die voor mij wat paden hakt in het oerwoud van mijn chaotische levens- en wereldervaring. Zie daar de unieke bijdrage van de preek in het gereformeerde protestantisme. Deze bijdrage is de afgelopen vier eeuwen van groot belang geweest, maar het belang is nog nooit zo groot geweest als nu in deze tijd van geestelijke crisis.
Afgelopen zondag hoorde ik iemand die voor het eerst preekte. Het grootste compliment dat hij had kunnen krijgen, was dat ik mensen om me heen hoorde opmerken: "Zo jong als hij is, hij heeft echt iets te zeggen".
Mijn ervaring is, dat zoveel mensen daarnaar hunkeren, maar ook dat ze daarin zo vaak teleurgesteld worden. In veel preken worden op een min of meer geslaagde manier lezingen uit de bijbel aan elkaar gepraat, maar wat moet de hoorder ermee? In andere preken worden veel stichtelijke dingen gezegd, maar ze komen niet op uit het bijbelgedeelte dat aan de orde is en ze hebben niet te maken met de concrete levens- en wereldervaring van mensen vandaag. Daarom zijn ze eigenlijk heel erg vervelend.
Volgens Calvijn moest het ambt van predikant onder andere gezien worden in de lijn van de oudtestamentische profeten. Die hadden echt iets te zeggen.
De gereformeerde traditie heeft alleen nog toekomst wanneer ze in de prediking weer echt iets te zeggen zal hebben. Mocht dit op de een of andere manier niet lukken, dan kunnen we beter allemaal katholiek of evangelisch worden. Met alle waardering echter voor mijn broeders en zusters daar, zou ik dat persoonlijk toch wel heel erg jammer vinden. Waarom? Wel, de tempel in Israël was prachtig, de mystiek bij het verkeren van de altaren en de verbondenheid met het volk dat daar vergaderd was, ontroerend. Toch zou het geloof van Israël het juist in crisistijden niet gered hebben zonder het profetische Woord. Laat ik nu eens heel ouderwets, oud-gereformeerd eindigen: och dat de Geest der profetie opnieuw over ons werd uitgegoten! Ik meen het diep ernstig, want zoveel mensen hopen zondags op iemand die echt iets te zeggen heeft, maar ze worden zo vaak teleurgesteld.'
Op de richel of langs de rand, beide uitdrukkingen vertolken het spanningsveld waarin we vandaag staan als christelijke gemeente. Het wordt tijd onze bekende krampachtigheden los te laten opdat we bruikbaar blijven voor de Geest van Wie ons beloofd is dat Hij ons álles zal leren en toekomende dingen ons zal duidelijk maken. .
J. Maasland
Info: CV-Koers, Postbus 2, 7260 AA Ruurlo, tel. 0573-452011.
Drs. Wim Dekker: Langs, de rand - theologische reflecties over de kloof tussen geloof en leven, Boekencentrum, 126 pag., ƒ 22,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's