Globaal bekeken
In De Zondagsbode schreef ds. H. J. Franzen te Wateringen, onder zijn wijkberichten 'een paar luchtige anekdotes voor de vakantietijd', over predikanten:'
Sommige dominees kunnen het de gemeente raak aanzeggen. Zo zei ds. E. Laurillard eens, toen hij psalm 133 : 1 (OB) aankondigde: Gemeente, de eerste regel van deze psalm behoort eigenlijk op alle gemeenten van toepassing te zijn (Ai, ziet hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen van 't zelfde huis als broeders samenwonen), maar de praktijk is echter dat voor vele gemeenten alleen maar het woordje 'Ai' geldt , En de negentiende-eeuwse predikant ds. Krull, staande te Spannum, zei, toen hij psalm 119 : 1 aankondigde: 'Gemeente, het is mij opgevallen dat velen onder u altijd zingen: Welzalig zijn d'oprechten van gemoed, die ongevéér des Heren wet betrachten; maar er staat toch heus ongevéinsd...! Er zijn ook dominees geweest, die de eigen situaties treffend wisten te verbeelden in hun liederenkeuze. Zo liet een oude predikant te Leerdam op zekere oudejaarsmiddag de oliebollenschaal niet onaangetast. Hij had echt buiten zijn maag gerekend en voelde zich in de consistorie 's avonds niet erg lekker. En jaren later nog vertelde men achter de hand dat dàt de reden was waarom hij als eerste psalmvers voor die oudejaarsavonddienst liet zingen: Psalm 102 : 2 'k Heb in mijn ellend' vergeten mijn gewone spijs te eten... En tenslotte twee klachten over de predikheer. Eerst een klacht over de gerepeteerde zeven preken. Lang geleden stond in een dorpje niet ver hier vandaan een dominee die slechts zeven preken had en deze zeven alleen maar om de beurt herhaalde. Men besloot bij de ambachtsheer, die immers het collatierecht bezat, een klacht in te dienen. De ambachtsheer hoorde de klacht en vroeg: 'Zeven preken slechts? En waarover gaan die preken?' De heren afgevaardigden begonnen diep na te denken, doch konden na ampel beraad geen overzicht van de zeven telkens terugkerende preekteksten geven. 'Nou, als het zó met uw geheugen staat, moet de predikant zijn zeven preken nóg maar eens houden', was de beslissing van de ambachtsheer. En dan de klacht over die dominee uit 1965, die maar geen goede preek kon maken. Na veel geduld besloot de Kerkraad een zeer duidelijke hint te geven. In een vergadering liet men merken, dat er kerkgangers elders gingen kerken vanwege de slechte preken. Dominee knoopte het goed in de oren, want de zondag daarna kwam er een boeiende preek...: iedereen luisterde ademloos! De dienstdoende ambtsdragers complimenteerden dominee na de dienst uit de grond van hun hart.' 'n Bovenstbeste preek, dominee! Alleen één ding snapt niemand. Waarom hield u vóór en na de preek twee vingers omhoog vanaf de kansel? ' Dominee glimlachte. 'Dat waren de aanhalingstekens. U hoorde een preek van Miskotte.'
* * *
In het Contactblad van de Gereformeerde Bond afdeling Amsterdam, kwam prof. dr. G. J. Borger ook al tot enkele vakantieontboezemingen, opgetekend vanuit de geschiedenis; onder de titel 'Alleen de natuur was ons tegen'.
'Op vrijdag 26 april 1335 beklom Francesco Petrarca (1303-1374) de Mont Ventoux, samen met zijn jongere broer Gherardo en twee knechten. Pas 's avonds laat keerden zij terug in de boerenherberg aan de voet van de berg. In de nachtelijke uren die volgden, deed Petrarca in een brief verslag van deze tocht. Daarin beschrijft hij niet alleen de beklimming, maar ook zijn gedachten en gevoelens onderweg en op de top. De brief is waarschijnlijk meer een literaire fictie dan een betrouwbare beschrijving van een concrete gebeurtenis. Desondanks markeert deze brief, en breder gesproken het werk van Petrarca, zowel door inhoud als vormgeving het begin van een nieuw tijdperk waarin de mens de natuur en de wereld om hem heen anders is gaan zien. Om die reden heeft de beroemde Duitse historicus Jacob Burckhardt (1818-1897) Petrarca betiteld als de eerste Renaissancemens (...) Op de top aangekomen, genieten de bergbeklimmers van het mooie uitzicht in alle richtingen. Petrarca lijkt nauwelijks in staat om die indrukken in zijn brief goed onder woorden te brengen. Maar als de tijd van het vertrek is aangebroken, dan blijkt Petrarca weer een echte middeleeuwer.
Uit een plooi van zijn kleed haalt hij de Belijdenis van Augustinus te voorschijn, slaat het boek op een willekeurige plaats open en leest zijn broer de volgende passage voor: 'En de mense gaan de hoogste der bergen bewonderen, de ontzaglijke stromen der zee, de brede rivieren, de enorme omvang van de oceaan en de loop van de sterren en vergeten zichzelf. Sola nobis obstabat natura?
Een goede vakantie toegewenst!'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's