De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenheid in verscheidenheid (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenheid in verscheidenheid (6)

9 minuten leestijd

Zondag en kerkgang

Ik stipte het een vorig keer al even aan: de zondag is een belangrijke dag! Dat de zondag als rustdag oude papieren heeft blijkt ondermeer uit Openbaring 1. Dit is echter niet de enige plaats waar over de dag des Heeren gesproken wordt. In het Nieuwe Testament zijn er nog wel andere plaatsen te noemen waar gesproken wordt over de dag des Heeren.
De dag des Heeren is, zoals men weet, de opstandingsdag van de Heere Jezus. In het bijzonder denken wij daarom op zondag aan het heilsfeit dat Jezus is verrezen. Op Golgotha heeft Hij gezegd: 'Het is volbracht'. Op Pasen horen wij de Vader deze woorden beamen in de opwekking van de Zoon. Jezus Christus is opgewekt tot onze rechtvaardigmaking, zo horen wij de apostel Paulus zeggen!
De zondag als rustdag brengen wij op een bepaalde manier door. Voorzover dit mogelijk is, gaan wij op zondag naar de kerk. Met name in Gods huis komen wij op die dag in aanraking met Gods Woord. Het onderwijs vanuit het Woord van God hebben wij nodig! Daarom mag er géén zondag zijn waarop wij zeggen: 'Vandaag gaan wij naar de tempel van ongekorven hout (het bos)'. Hoewel er veel in het bos is te zien en te ontdekken en wij er zelfs de grootheid van de Schepper kunnen ontwaren, toch leren wij er Jezus Christus niet kennen. Het bloed van Jezus Christus druppelt in het bos niet tot vergeving van alle zonden. Dat doet het in de kerk onder de bediening van de verzoening wel. Wanneer wij met een schuldverslagen hart onder de prediking zitten, is er het bloed van Jezus Christus dat reinigt van alle zonden. De kerkgang is zo goed voor ons! En dat niet alleen vanwege de prediking van het Woord. Er is zoveel meer wat de kerkgang ons geeft. Samen vormen wij een gemeente. Als gemeente hangen wij niet als los zand aan elkaar. Een hechte band bindt ons aan elkaar. Weliswaar zijn wij heel verschillende mensen, niettemin vormen wij een eenheid. Als gemeente vormen wij een eenheid in Hem Die het in ons leven voor het zeggen heeft. Een eenheid in Christus, want wij worden genoemd: de gemeente van Christus. Zo mogen wij óók genoemd worden, omdat wij het merk- en veldteken van Christus aan ons voorhoofd dragen. Die naam 'gemeente van Christus' moeten wij ons niet laten ontnemen, ofschoon ik mij er goed van bewust ben dat men daarmee aan de haal kan gaan en er een verkeerde interpretatie aan kan geven. Maar een misbruik daarvan, heft het goede gebruik niet op.
Op zondag luistert de gemeente van Christus naar de prediking van Christus. Zij zingt bovendien de psalmen tot eer van God. In het zingen van de psalmen hoort men de gemeente van Christus zuchten en klagen, maar niet minder hoort men haar juichen vanwege het heil dat God haar schenkt. Hij redt haar immers keer op keer! In de kerk reikt de gemeente van Christus haar gaven uit. Zij toont zorg te hebben voor de wereld(diaconie), maar zij heeft niet minder de dienst van God op het oog. Dit laatste komt tot uiting in de collecte voor de kerkvoogdij. Zó is de gemeente gericht én op de wereld én op de kerk. Zo is zij kerk midden in de wereld.
De kerkgang is nog om een andere reden heel belangrijk! Wanneer het goed is vinden wij er de koinonia d.i. de gemeenschap met elkaar. Naar mijn mening is dit een niet te onderschatten deel van de kerkgang. Het omzien naar elkaar, gemeenschap hebben met elkaar is in een tijd waarin de ik-gerichtheid ontstellend groot is zeer belangrijk. Wellicht dat de koinonia (gemeenschapszin) te weinig onder ons gevonden wordt. Dat zij er behoort te zijn, daarvoor hebben wij een Schriftbewijs in Handelingen 2.

Trouw
Het is niet helemaal overbodig erop te wijzen dat wij in onze kerkgang trouw behoren te zijn. Wanneer wij enigszins kunnen, moet het ons een lust zijn om twee keer naar de kerk te gaan. Ik geef iemand direct gelijk als hij mij voorhoudt dat de kerkdiensten op zondagochtend onder ons nog redelijk tot goed bezet zijn. Maar hoe zit het met de tweede dienst op zondagmiddag óf zondagavond? Met name de laatste jaren moet ik nog wel eens wat betreft de tweede kerkdienst op zondag aan ds. W. L. Tukker denken. Hij was gewoom om te zeggen dat het verval van de kerk, van de gemeente te zien is bij de tweede kerkdienst. Misschien dat zelfs de opmerking gemaakt moet worden dat het verval daar inzet én op de lange duur ook te zien zal zijn in de ochtenddienst.
Trouw, ook in de tweede kerkdienst op zondag! Waarom? Omdat de Heere het zo waard is om gediend te worden. Maar ook omdat wij die tweede dienst niet kunnen missen. Meestentijds is die tweede kerkdienst op zondag een leerdienst. Wat hebben wij het onderwijs uit de Heidelberger Catechismus óf een ander belijdenisgeschrift hard nodig. Wij kunnen dat onderwijs niet missen! Zeker in onze tijd niet waarin ons zoveel voorgehouden wordt wat tegen de Schrift ingaat. Hoe zullen wij een weerwoord hebben als wij de 'leer' niet kennen? Maar hoe zullen wij óók staande blijven en volharden als de leer der zaligheid ons onbekend is.
Kohlbrugge had geen ongelijk, toen hij zei: 'Houdt u vast aan de Heidelberger'. Met een variant daarop: 'Houdt u vast aan de Schrift én de belijdenis van de kerk'. Weest er als de kippen bij als in een tweede kerkdienst op zondag ons onderwezen wordt in wat er nodig is om gekend te worden én voor de tijd én voor de eeuwigheid. Trouw in het twee keer naar de kerk gaan, maar ook trouw in het twee keer naar dezelfde kerk gaan. Deze laatste opmerking schrijf ik niet 'zomaar' neer. Ik kan mij vergissen, maar ik heb een sterk vermoeden dat de trouw aan eigen gemeente afneemt. Vrijwel ieder is in onze tijd mobiel. Men beweegt zich gemakkelijk van de ene naar de andere plaats. Wat eerder niet zo gemakkelijk zou gedaan worden, gebeurt nu wel. Op zondag wordt heel gemakkelijk de auto gepakt om elders te gaan kerken. Zonder te blikken óf te blozen rijdt men het eigen kerkgebouw voorbij en gaat men soms wel veertig kilometer verder naar de kerk. Waarom? Omdat men meent er meer voor zijn of haar ziel te ontvangen. Er wordt meer bij de vraag geleefd: 'Wat heb ik eraan?' dan bij de vraag: 'Wat zal God mij die morgen óf middag in de prediking schenken? ' Dit alles heeft niet alleen te maken met het postmoderne denken (wat heb ik eraan?) doch niet minder met de ik-gerichtheid (individualisme) waarover ik reeds schreef.
Maat voor mij is er nog een ander punt waarom ik zeg: 'Blijf bij de gemeente waar God u een plaats heeft gegeven'. Het is nooit zonder enige reden dat de Heere ons in die óf die gemeente een plaats heeft geschonken. Niets gaat er buiten Zijn glanzende raad om. Ook niet de plaats die ons in een bepaalde gemeente wordt toegewezen. Wanneer die plaats wordt verlaten om van zondag tot zondag te gaan relishoppen doorkruist men dit bestel. Maar er doet zich nog.iets anders voor. De gemeente van Christus waartoe men behoort doet men schade aan. Ten diepste brengt men - door elders naar de kerk te gaan - scheuren aan in de gestalte van het lichaam van Christus. Op scheurmakers heeft niet alleen het avondmaalsformulier het niet zo erg, maar wat meer is: de Schrift heeft het helemaal niet op hen.
Men zal wel van mij willen aannemen dat ik het hier niet heb over mensen die vanwege een vrijzinnige prediking naar een andere plaats ter kerke gaan, omdat daar de gereformeerde d.i. de bijbelse prediking wordt gevonden. Wanneer dit het geval is, houd ik mijn mond. Het zal duidelijk zijn dat ik veel meer het
oog heb op allen die elders naar de kerk gaan, omdat zij menen dat de dominee in zijn prediking saai is. Of ook wel omdat zij menen dat hij te onderwerpelijk is en het voorwerpelijke er bij hem maar slecht afkomt. Ook het omgekeerde komt trouwens voor nl. dat men de predikant te voorwerpelijk vindt en te weinig onderwerpelijk. Soms denk ik wel eens dat men allerlei zaken tegen iemand gebruikt, terwijl men de inhoud ervan niet eens begrijpt. Zij worden alleen gehanteerd om de predikant en de gemeente te ontvluchten. Ongetwijfeld zal er op de preek van welke dominee ook iets op te merken zijn, maar als de prediking geen ketterijen bevat, moet men maar in die gemeente én bij die dominee blijven waar God ons een plaats leeft gegeven. Ook dit is waar: een schaap dat zich te veel verplaatst, wordt niet vet. Men moet er maar opletten dat de Heere de trouw aan de eigen gemeente het meest wil zegenen. God is bovendien een God van orde. Dat wil ondermeer zeggen dat ook wij ons ordelijk hebben te gedragen, Laten wij de orde liefhebben en ons van de wanorde ver houden. Het huis Gods met de prediking in onze eigen woonplaats moet ons lief zijn.
Als laatste opmerking schrijf ik hierover dat men niet alleen de eigen gemeente zo veel schade doet als men elders naar de kerk gaat, maar ook doet men zichzelf schade aan. Want let wel: bij de gemeente waar men bij behoort zal men zich op de lange duur niet meer thuisvoelen. Men vervreemdt zich daarvan! Maar óók gebeurt er dit dat men bij de gemeente elders zich nooit helemaal zal thuisvoelen, omdat men er niet woont en men bij allerlei activiteiten die er in de week plaatsvinden niet betrokken is. Daarom: blijf waar God ons een plaats toegewezen heeft in eigen gemeente.

Gezin
De rustdag, de dag des Heeren, brengt mij nog op een andere gedachte. Naast de kerkgang is er op zondag het gezinsleven. Ik denk dat wij daarop uitermate zuinig moeten zijn. Van allerlei zijden worden er aanslagen op het gezinsleven gedaan. Het komt wel voor dat daardoor van een gezinsleven op zondag niet veel meer terechtkomt. Om die reden schrijf ik nogmaals: laat het gezinsleven in 't bijzonder op zondag functioneren. Er komt doorgaans de overige dagen van de week niet zoveel van terecht. Werk- en schooltijden, sport en muzieklessen bevorderen niet altijd zo het gezinsleven. Maar als het ook op zondag niet functioneert, kan er dan nog wel van een gezinsleven gesproken worden? Doch gesteld dat het gezinsleven er op zondag wel is, hoe functioneert dit dan? Zien onze kinderen bij het volwassen worden daarop met vreugde terug of doen zij dit niet? (Wordt vervolgd.) .

B.               G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eenheid in verscheidenheid (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's