De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De computer in de catechese

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De computer in de catechese

9 minuten leestijd

Inleiding
De afgelopen maanden hebben sterk in het teken gestaan van een oriëntatie op met name het gebruik van e-mail en Internet. We hebben in 'De Waarheidsvriend' kennis kunnen nemen van de artikelenserie van G. van de Brink over het gebruik van e-mail in de praktijk van de kerkelijke gemeente. Tevens hebben we de aankondigingen en verslagen kunnen lezen van de ambtsdrageravonden, georganiseerd door het Reformatorisch Dagblad als bezinning op het gebruik van Internet.
Vanuit de praktijk van het (basis)onderwijs zou ik hier graag een bijdrage aan willen toevoegen, die zich zal toespitsen op het gebruik van de computer (inclusief Internet en e-mail) in het gezin, en daaruit voortvloeiend de gevolgen voor de bezinning binnen het onderwijs in samenhang met kerk en gezin.
Veel scholen dragen in de naamvoering deze verbondenheid uit (Triangel, Driester, Driemaster etc). Dit is dan ook een belangrijke reden om de discussie breder te trekken dan alleen de kerkelijke kring. Ik wil in mijn artikel stilstaan bij een aantal punten:
• De plaats van de computer in het gezin
• De plaats van de computer op school
• De plaats van de computer in de catechese
• De verantwoordelijk voor een gezamenlijke bezinning en aanpak van het computergebruik in gezin, school en kerk. '

De plaats van de computer in het gezin
Het is opvallend om te constateren hoe snel de computer zijn intrede heeft gedaan in de breedte van wat wij de gereformeerde gezindte noemen. Toen in de 60-er jaren de televisie de huiskamers veroverde, werd er vanuit behoudende kringen afstand genomen van dit wonder der techniek. Het gebruik van televisie nam eerst spectaculair, maar later langzaam toe. Het heeft enkele decennia geduurd eer de standpunten bepaald waren en de discussie naar de achtergrond verdween.
De computer daarentegen heeft een geheel andere ontwikkeling doorgemaakt. Sinds de komst van de eerste pc's (personal computers) heeft het maar enkele jaren geduurd voor we het niveau van een ruim 98% bezetting hadden bereikt in onze gezinnen. Uit een onderzoek op mijn school (december 1999) is gebleken, dat alle gezinnen met kinderen een computer thuis hebben staan!
Hierbij is een tweetal zaken op te merken.
1. De ethische discussie aangaande het computergebruik is mijns inziens nooit in brede zin gevoerd. Pas bij het naderend Internetgebruik raken veel christenen ervan overtuigd dat een ethische discussie niet kan uitblijven. Ik heb dan ook de stellige overtuiging dat de computer in veel gezinnen binnen is gehaald als alternatief voor de niet aanwezige televisie. Het eerder genoemde onderzoek liet namelijk duidelijk zien dat de modernste computers in de meest behoudende gezinnen te vinden zijn.
2. In de gezinnen waar de computer staat, zijn de kinderen vaak zelf de deskundigen als het gaat om het kiezen en installeren van de zogenaamde adventure-games. Regelmatig ontmoet ik ouders die met ingehouden trots vertellen, wat de kinderen allemaal niet met de computer kunnen.
Gezien mijn interesse voor deze ontwikkelingen heb ik ook geprobeerd in kaart te brengen welke 'games' kinderen zoal spelen en ik kan u melden dat de uitkomst van dat onderzoek mij uiterst somber stemt over het niveau van de spellen die onze kinderen spelen. En ik verzeker u dat het dan gaat om gezinnen waarvan de ouders bij voldoende kennis van zaken zeker anders zouden handelen. Maar veelal hebben ouders geen notie van de spelen die de kinderen spelen of verschuilen ze zich achter hun onkunde op dit gebied.
Elke maand wordt er een toptien van best verkochte spelen gepresenteerd. 60% van deze spelen gaat meestal over schijnwerelden, waarin buitenaardse wezens of 'verlossers' het voor het zeggen hebben en waarin de meest godslasterlijke theorieën geëtaleerd worden voor de onschuldige ogen en oren van onze kinderen.
De afgelopen jaren heb ik hier helaas al de nodige narigheid van gezien. Bij instanties als 'De Hoop' in Dordrecht weet men inmiddels ook wat de enorme gevolgen op lange termijn kunnen zijn. Niet zelden raken kinderen door het langdurig spelen van dit soort spelen geïsoleerd of ontstaan er psychische klachten (angstpsychoses of grootheidswaanzin).
Tijdens een aantal spreekbeurten, die ik over dit onderwerp op avonden van jeugdverenigingen mocht houden, bleek dat zeker 50% van de jongeren deze spelen kent, koopt en speelt.
Ik stel dan ook met pijn in mijn hart vast, dat de discussie over het gebruik van de computer in het gezin vanuit de kerkelijke gemeente (gemeenteavonden) en vanuit de scholen (ouderavonden) alsnog gevoerd zal moeten worden.
Uiteraard mag dan ook gewezen worden op de positieve kanten van computergebruik voor kinderen die studeren. Door gebruik te maken van de computer wordt de studie (en ook allerlei andere taken) vergemakkelijkt en is het een zinvol gebruiksvoorwerp.
Vanuit die benadering zien we dan ook dat de computer niet meer weg te denken is uit het maatschappelijk beeld. En zo is de computer dan ook in het onderwijs naar binnen geschoven.

De plaats van de computer op school
Ook in het onderwijs kunnen we niet meer om de computer heen. In de eerste plaats vanwege de verplichting in de kerndoelen voor het basisonderwijs. Maar ook omdat er van onderwijsinstituten verwacht wordt dat leerlingen en studenten worden opgeleid tot volwaardige deelnemers aan maatschappelijke processen. En daarin is de computer een gegeven geworden.
Op scholen wordt (hoop ik) geworsteld met de vraag hoe we hier verantwoordelijkheidsbesef kunnen omzetten in verantwoorde onderwijsdoelstellingen die binnen onze identiteit passen.
Maar ook wij hebben te maken met leerlingen die al veel weten en kunnen. Maar al te vaak ligt het beheersingsniveau van de leerling hoger dan dat van meester of juf.
Hierin schuilt mijns inziens een groot gevaar. Wanneer meester of juf vanuit zijn of haar verantwoordelijkheid als opvoedkundige een kanttekening plaatsen wil bij de inhoud van een en ander, dan loopt deze het risico om door de leerling niet serieus te worden genomen, vanwege het feit dat de leerling de ander niet van een niveau acht dat hij zich een oordeel zou kunnen permitteren.
Het is daarom van groot belang dat onderwijsgevenden zich scholen op het gebied van computergebruik en dan met name op de inhoudelijke verantwoording. Te veel bestaan cursussen uit het leren van praktische vaardigheden en wordt ook hier de ethische discussie en de invulling van de eigen identiteit vergeten. Daardoor ontstaat er geen samenhang tussen wat men op school leert en thuis doet.
Hierin ligt een taak, die echter voor het onderwijsgevend personeel te zwaar is. Vanuit de trits school, kerk en gezin, dient er ondersteuning te worden geboden aan allen die beroepsmatig met jeugd werkzaam zijn.
De verantwoordelijkheid komt dan ook te liggen bij de kerkelijke gemeente.

De plaats van de computer in de catechese
In de catechese leert de kerk in de eerste plaats aan de jongeren van de gemeente de geloofsleer van de kerk. Vanuit de geloofsleer wordt getracht om samen te zoeken naar vertalingen van ons christen-zijn in de maatschappij. Veel spreken we met de jeugd hoe wij om dienen te gaan met allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Juist de catechese is een uitstekende plaats om het computergebruik aan de orde te stellen. Zeker wanneer het jongeren betreft die scholen bezoeken waar vrij Internetgebruik gemeengoed is en men zelden voor de vraag gesteld wordt hoe men hiermee om dient te gaan.
Voor ouders die hier geen kennis van hebben, is dit een letterlijke invulling van het doopformulier, waarin gesteld wordt dat het kerkelijke onderricht als ondersteuning van de opvoeding thuis gezien mag worden.
Uiteraard veronderstelt dit kennis bij de catecheet of de predikant. Wanneer ook hij zich moet uiten in allerlei verontschuldigingen lopen we het risico dat we ook hier achter de feiten aanlopen.
Vanuit de praktijk als directeur van een hervormde basisschool constateer ik, dat er in bijna 20% van de gezinnen een volledig open Internetaansluiting aanwezig is, waar kinderen van 12 jaar goed mee uit de voeten kunnen. Als je wilt, leggen ze je alles uit. Maar dat kan toch nooit de bedoeling zijn. Wij zijn toch de eerst verantwoordelijken om hen bij de hand te nemen en hun te leren hoe we deze nieuwe media dienen te gebruiken vanuit ons besef dat ook deze kinderen mensenkinderen zijn, geneigd tot alle kwaad. Met wij bedoel ik dan ook allen die dit kind op hun weg geplaatst zien: ouders, onderwijsgevenden, predikanten en catecheten. Dat brengt mij op mijn vierde en laatste punt.

Verantwoordelijk voor een gezamenlijke bezinning en aanpak voor het computergebruik vanuit gezin, school en kerk
Waar de relatie 'kerk, school en gezin' nog werkelijk telt, dient een bezinning op gang te komen aangaande het gebruik van de computer in onze kringen. Deze bezinning kan uiteindelijk leiden tot een aantal concrete handvatten:
1. Hoe gaan we in het gezin om met de computer? Wat zijn de criteria voor verantwoorde spelletjes? Zijn er lijsten van 'christelijke spelletjes'? Hoe zorg ik als ouder dat ook ik weet waarover ik praat (inhoudelijk en praktisch)?
2. Wat is de plaats van de school in het gebruik van de computer? Hoe leren we de kinderen omgaan met Internet? Hoe leren we de kinderen kijken naar een computerspel? Welke vaardigheden moeten ze kennen?
3. Hoe kunnen we tijdens de catechese ingaan op vragen rondom geloofsopvoeding en computergebruik? Kan de computer verslavend werken? De invloeden van allerlei theorieën die in computerspelen verwerkt zijn, blijken veelal in het teken te staan van het 'Armageddon'. Kunnen de catechisanten hiermee omgaan of wordt de relatie veelal niet gelegd?
Het zou wenselijk zijn wanneer er een landelijke of regionale bezinningsdag georganiseerd zou worden (Gereformeerde Bond?), waar bovengenoemde zaken met deskundigen meer zouden kunnen worden belicht. Te denken valt dan aan vertegenwoordigers met kennis van zaken uit de genoemde geledingen. Deze dag kan mogelijk een handvat bieden om binnen de kerkelijke gemeente een gespreksgroep te vormen die met het onderwerp aan de slag gaat en rondom een aantal avonden voor kerk, school en gezin probeert vorm te geven aan een discussie met alle betrokken geledingen.

Het is van het grootste belang, dat wij onze jonge mensen toerusten voor het verantwoord omgaan met nieuwe communicatiemiddelen. Op een voorlichtingsavond van de Reformatorische Scholengemeenschap Pieter Zandt te Kampen noemde ds. T. J. de Jong, 'toerusting de beste bescherming'. Ik onderschrijf dat van harte. Maar zijn wij zelf wel toegerust om anderen toe te rusten?

Gert Van Tol
Dir. hervormde basisschool 'De Triangel'
Goudenregenstraat 2, 7954 GW Rouveen
tol@triangel-rouveen.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De computer in de catechese

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's