Eenheid in verscheidenheid (7)
Het lijdt geen twijfel of binnen het christelijke gezin zal de godsdienstige opvoeding een belangrijke plaats innemen. Wel moeten wij erop letten dat deze opvoeding meer inhoudt dan dat wij onze kinderen laten opvoeden. Daaronder versta ik onder meer dat wij onze kinderen op de dag des Heeren (de zondag) naar de kerk laten gaan en in de winter de catechisaties laten bezoeken. Bij dit 'laten opvoeden' kan ik ook denken aan de christelijke school. Het is een vanzelfsprekende zaak dat iedere ouder zijn of haar kind christelijk onderwijs laat volgen. In dit geval herinner ik aan de doopbelofte. Toch is het te weinig als wij onze kinderen alleen maar 'laten opvoeden in de voorzeide leer". Kerkgang, catechese, vereniging en school willen ons als ouders ondersteunen bij de godsdienstige opvoeding. Maar meer dan een ondersteuning - hoe belangrijk ook - is het niet. Het is tenminste niet de bedoeling dat wij de godsdienstige opvoeding uitbesteden, maar dat wij ze zelf ter hand nemen en daarbij gebruik maken van de ondersteuning.
Thuis
Het klinkt wellicht enigszins vreemd in de oren, maar de godsdienstige opvoeding begint zeer vroeg. Zodra een echtpaar weet dat er een kind op komst is, neemt het dit reeds mee in het gebed voor de Heere!
Het gebeurt wel dat ouders pas voor hun kind gaan bidden als het kind in de wieg ligt. Niet vergeten moet echter worden, dat in de moederschoot het leven van het nog niet geboren kind leven is. Psalm 139 is hiervan een duidelijk bewijs. Al is het kind nog niet ter wereld, toch is het in de moederschoot een schepseltje met een ziel. Hiervoor mag en moet het gebed reeds zijn.
Wanneer het enigszins mogelijk is, leren wij onze kinderen zelf bidden en danken. Ook dragen wij als ouders er zorg voor dat zij jong met Gods Woord in aanraking komen. Er zijn in onze tijd zoveel goede kinderbijbels dat men ze jong met het Woord Gods kan confronteren. Zelfs voor de kleuters zijn er vandaag verantwoorde kleuterbijbels te koop.
Van groot belang is dat wij als ouders met onze kinderen spreken over God en Zijn dienst. Ik krijg nog wel eens de indruk dat dit weinig of helemaal niet gebeurt. Wanneer dit inderdaad het geval is, zal het de kinderen doorgaans niet zoveel doen. Zowel in woorden als in daden. Het is mij niet onbekend dat de vreze des Heeren in de harten van onze kinderen door de Heere wordt gewerkt. Wanneer het geloof in hun harten wordt gevonden, zullen ook zij alleen kunnen zeggen: 'Het is door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen'. Niettemin wil de Heere voor Zijn heerlijk werk in de harten van onze kinderen ons als ouders gebruiken. Ik geef geen tientallen voorbeelden, ik denk nu alleen maar aan de moeder en oma van Timotheüs alsmede aan de moeder van Augustinus. De Heere heeft hun woorden en hun daden willen gebruiken met dit doel, dat zowel Timotheüs als Augustinus ook zelf in de wegen des Heeren zouden wandelen. 't Is geen geringe zaak als de Heere ons wil gebruiken en onze vaak gebrekkige opvoeding wil zegenen.
Wat zeker is: de godsdienstige opvoeding begint thuis. Ouders blijven er zelf voor verantwoordelijk!
Dezelfde opvoeding
Het is mijn bedoeling om - zoals ik een vorige keer had toegezegd - iets te schrijven over het doorbrengen van de zondag. Hoe doen wij dat als gezin? Wat kunnen wij nog meer doen dan naar de kerk gaan? Is er een verschil tussen een wettische en een evangelische zondagsviering? Alvorens ik op deze vragen inga, geeft mij datgene wat ik onder het kopje 'thuis' heb geschreven aanleiding om nog een paar pastorale opmerkingen te maken. Het zal duidelijk zijn dat de godsdienstige opvoeding van ons als ouders veel wijsheid vraagt. Deze wijsheid hebben wij niet van onszelf. Steeds opnieuw moet zij ons door de Heere geschonken worden. Wie meent in eigen kracht de godsdienstige opvoeding te realiseren, zal er achter komen dat dit niet lukt.
Maar gelukkig... wij behoeven het niet zelf te doen! Zelfs is het niet nodig dat wij onze krachten te boven gaan. Het heeft mij altijd getroost dat er in het doopformulier staat geschreven: 'Naar uw vermogen.' Ik weet dat men van deze woorden misbruik kan maken. Men kan denken dat men al snel de top van het vermogen bereikt heeft, zodat men daardoor de godsdienstige opvoeding op z'n beloop laat. Maar zó zijn de woorden 'naar uw vermogen' niet bedoeld. Het wil zoveel zeggen dat wij met ingespannen krachten alles op alles zetten en onze kinderen de dienst des Heeren niet alleen voorhouden, maar ook voorleven. Dat daarbij de wijsheid van de Heere nodig is, zal al wel duidelijk zijn.
Toch wil ik in dit verband een opmerking maken. Er zullen ongetwijfeld ouders zijn die zien dat hun kinderen in de wegen des Heeren gaan. Hun kinderen zijn niet alleen bij de kerk gebleven, maar leven zich vooral uit in de dienst aan de levende God. Hun vreze des Heere komt naar buiten in hun woorden en in hun daden. Zij halen hun hart op aan de dienst des Heeren! Wanneer wij als ouders dit meemaken, kunnen wij hiervoor alleen maar de Heere danken. De godsdienstige opvoeding hebben wij naar ons vermogen ter hand genomen, maar met een variant op de woorden van de apostel: Wij hebben gezaaid en wellicht ook het water gegeven; maar de Héére schonk de wasdom. Zijn Geest zegende deze opvoeding aan de kinderen. Wat ik hierboven schreef is het mooiste. Ik acht het zelfs genade als men mag zien dat ons kind het geloof bezit. Ook acht ik het een voorrecht als wij als ouders zien dat onze kinderen naar de kerk gaan en met alles van de kerk meedoen. Zij stellen zich in de weg van de middelen. Juist daardoor kunnen zij de Heere leren kennen van Wie zij nog niet durven zeggen dat zij Hem kennen. Maar wat niet is, kan komen! De Heere schenkt sommigen de vreze van Zijn Naam in de jeugd, anderen op middelbare leeftijd en sommigen zelfs in de ouderdom, terwijl de graankorrels bij de laatsten soms al in de jeugd zijn gelegd, maar later tot ontkiemen zijn gekomen.
Echter... er zijn ook ouders die van wat ik hierboven geschetst heb, noch het één noch het ander in het leven van hun kinderen kunnen constateren.
Hun kinderen kregen dezelfde godsdienstige opvoeding als andere kinderen in de gemeente. Zij hebben als ouders naar hun vermogen gedaan wat zij konden doen. Maar langzaamaan zagen zij hun kinderen een weg gaan die haaks staat op de wegen des Heeren. Wat moeten deze ouders doen als zij zien dat hun kinderen tegen alles wat van God is schoppen? Soms hoor ik mensen wel eens zeggen dat zij hun kinderen de deur zouden wijzen. Met andere woorden: zij zouden hun kinderen niet meer onder de ogen willen zien.
Wanneer dit gezegd werd, dacht ik meestentijds: u hebt makkelijk praten! Want vaak was het zo dat men geen kinderen bezat. Ook gebeurde het wel dat alle kinderen, getrouwd en ongetrouwd, in de weg gingen die vader en moeder waren voorgegaan. In beide gevallen, hoewel zeer verschillend, had men gemakkelijk praten.
Beter kunnen wij onze mond houden als zo'n geweldig leed ons niet treft. Want dit heeft het pastoraat mij en andere ambtsdragers geleerd dat het ouders een groot verdriet bezorgt als zij zien dat hun kinderen een weg gaan die van de Heere afvoert.
Liefde en gebed
Wat moeten zulke ouders doen? Als eerste geef ik aan hen de raad om hun kinderen altijd in liefde thuis te blijven ontvangen. Wij bereiken er als ouders niets mee als wij onze kinderen de deur wijzen. Het geeft slechts hete hoofden en koude harten. Soms komt het ook nooit meer goed als ouders hun kinderen de deur wijzen en hun hart voor ze sluiten. Dan maakt men het wel mee dat kinderen zelfs bij een begrafenis van een vader of een moeder ontbreken.
Maar er is nog iets wat ik wil schrijven. Ik lees nergens in de Bijbel dat wij ons vlees en bloed de deur moeten wijzen, d.i. afschrijven. Ik denk een ogenblik aan de vader-zoon relatie van David en Absalom. Naar onze gedachten had David voldoende redenen om met Absalom te breken. Ik lees niet dat hij dit ooit heeft gedaan. Wel lees ik dat hij zijn vaderhart heeft laten spreken, toen hij zei: 'Absalom, mijn zoon, Absalom, ware ik voor u gestorven'. Dat is geen kleinigheid geweest, deze uitspraak uit de mond van David, want Absalom was echt geen lieverdje voor hem geweest. Ik wil met dit alles maar zeggen: laten wij nooit ons kind de deur wijzen, hoe dwars het wellicht ook is.
Maar zal dit altijd zo gemakkelijk zijn? Ik denk het niet! Ik denk dat daarvoor veel liefde nodig is. Liefde tot God en liefde tot onze kinderen. Ook zal er een weg van zelfverloochening gegaan behoren te worden. Hoewel... als er liefde tot God en tot onze kinderen is, zal ook de weg van zelfverloochening gegaan kunnen worden. Wat heel belangrijk is als wij onze kinderen blijven ontvangen, ook al gaan zij tegen de dienst des Heeren in, is dat wij ze nog tot een voorbeeld kunnen zijn. Dat behoeft niet alleen in woorden uit te komen, maar dat kan ook zijn in daden. Wanneer wij ze buiten ons huis en dus buiten ons hart sluiten, zullen zij zelfs dit voorbeeld moeten missen.
Laat er naast veel liefde, ook veel gebed zijn voor onze kinderen die een geheel andere weg zijn gegaan dan de weg des Heeren. De belofte van God bij de doop van onze kinderen gedaan, blijft geldig. Ook al laten zij horen en zien als zouden zij geen kinderen van het Verbond zijn. Beter gezegd: als zij zich als zodanig niet gedragen.
Van het Verbond mogen ouders veel voor hun kinderen verwachten. Zelfs voor kinderen die de wereld zijn ingegaan en met God en Zijn dienst hebben gebroken. Verder pleit ik ervoor dat er in de gemeente veel gebed wordt gevonden voor allen die zich aan de gemeente hebben onttrokken. En omdat dit er in onze tijd niet weinigen zijn, mag het gebed van de gemeente zich wel vermenigvuldigen, (wordt vervolgd)
B. G. S. A. de Knegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's