De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mens in Gods schepping

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mens in Gods schepping

11 minuten leestijd

De redactie van de bewonerskrant van het Deltaziekenhuis in Rotterdam verzocht ondergetekende iets te schrijven over enkele aspecten inzake het beheer van Gods schepping. Aan de hand van schriftelijk voorgelegde vragen zijn schriftelijke antwoorden opgesteld. We plaatsen deze vragen en antwoorden ook in deze kolommen.

Voorafgaand aan de vragen, die mij zijn gesteld, wil ik twee opmerkingen maken. In de eerste plaats heeft men als nietig mens, onder de miljoenen mensen in de wereld altijd het gevoel, dat persoonlijk gedrag en persoonlijke levenstijl niet bijdragen aan verandering van verhoudingen in de wereld.
In de tweede plaats kan er heel gemakkelijk een soort hypocrisie binnensluipen. Zaken kunnen als een hoog ideaal worden voorgesteld, terwijl men als individueel persoon toch deel uitmaakt van de welvaarts- en consumptiemaatschappij, waaraan men zich niet kan onttrekken. Desalniettemin ga ik gaarne in op de mij gestelde vragen.

1. Welke normen moeten we stellen aan ons consumeren in verband met de armoede in de derde wereld?
Na de hongerwinter van 1944/1945, die vooral in het westen van Nederland toesloeg, leefde de overtuiging, dat we nooit meer etenswaren en etensresten zouden weggooien. Dat betekent, dat we niet meer aan te consumeren goederen moeten inslaan dan we ook echt nodig hebben. Er kan zoveel aan vers voedsel worden ingeslagen, dat een groot deel moet worden weggeworpen.
Verder leert een gang langs de schappen in de grote supermarkten, dat we van alle producten te veel soorten en merken hebben. Wanneer mensen uit ontwikkelingslanden, waar vaak grote armoede heerst, in ons land op bezoek zijn, kijken ze hun ogen uit in onze supermarkten. Moeten we samen niet gaan ijveren voor een productie van 'het genoeg', naar analogie van wat prof. dr. B. Goudswaard noemt 'de economie van het genoeg'? Ieder mens kan toch, als teken, grenzen stellen in wat hij voor persoonlijke consumptie nodig en overbodig acht.

2. Hoe dienen we de milieuvervuiling in het rijke Westen tegen te gaan?
Milieuvervuiling heeft alles te maken met de voortschrijdende techniek en de daaraan gekoppelde industrialisatie. Het is de roeping van de politiek om regels te stellen ten einde vervuiling door de industrie tegen te gaan. Maar het is ook de roeping van het bedrijfsleven zelf, om zichzelf normen te stellen als het gaat om de lozing van overtollige producten of nevenproducten. Op dit terrein is er gelukkig in het rijke westen intussen regelgeving genoeg. Maar juist hier moeten we, als individuele mensen, komen tot een mentaliteitsverandering. Christenen mogen hierin het voortouw nemen vanuit het rentmeesterschap over Gods schepping. Hier valt te denken aan het gescheiden lozen van afval, het netjes houden van de straten en openbare gelegenheden, hoewel ook van plaatsen waar geen mensen wonen.
Ik denk hier aan de wijze waarop Joden omgaan met de woestijn in hun land. Naar bijbels vermaan worden, wanneer men in de woestijn verblijft, menselijke afvalproducten begraven of verbrand. Verder moeten we hier denken aan het autogebruik. Is het per se nodig, dat er meerdere auto's in één huishouden zijn. Hoe kunnen we het wagenpark terugdringen en hoe houden we vooral de lucht en de bermen langs de snelwegen schoon? Verhoging van benzineprijs moet bij ons niet op te veel weerstand stuiten. Er is te veel luxe-verkeer.

3.Wat kunnen wij doen om vervuiling en verwoestijning in de derde wereld op te lossen?
Hiervoor is allereerst nodig, dat we komen tot een rechtvaardige verdeling van goederen in de wereld. Wanneer we leren samen te delen wat we van onze goede God in Zijn Schepping hebben ontvangen, zullen we ook landen in de derde wereld de mogelijkheid bieden om te investeren in het zuiver houden van het milieu. Er ligt hier voor rijke landen bijvoorbeeld een roeping inzake het kwijtschelden van schulden van arme landen in de wereld. Verder valt te denken aan het terugdringen van de invoer van tropisch hardhout, dat voor luxe woningen in het Westen wordt betrokken uit landen in de derde wereld. Ontbossing is de moeder van de verwoestijning. Daarom moet politiek in wereldverhoudingen er op gericht zijn om bossen in de derde wereld te sparen.

4. Wat voor beleid zou er moeten worden ontwikkeld om armoede in de arme landen tegen te gaan?
Voor een deel is deze vraag al beantwoord in de vorige vraag. Ik zou er nog aan toe willen voegen, dat we acties in het Westen om armoede in de arme landen tegen te gaan dienen te steunen. Ik denk hier aan de Max Havelaar-actie, die beoogt koffie, cacao en andere producten uit derdewereldlanden te betrekken, ook al is de kwaIiteit soms wat minder en de prijs nochtans hoger. Ik denk ook aan het werk van organisaties die beogen boeren in de derde wereld leningen te verstrekken tegen lage rente, waardoor zij hun bedrijf renderend kunnen houden. Op kerkelijke instellingen wordt terecht een beroep gedaan leningen tegen lage rente te verstrekken. Calvijn heeft gewaarschuwd tegen woekerrente. Juist in onze tijd, nu er een run is op het grote geld, ligt er voor christelijke verbanden naar mijn overtuiging een roeping om juist tegen lage rente, of zelfs renteloos aan andere landen leningen te verstrekken.

5. Hoe kunnen we de productie tegengaan van consumptiegoederen, die leiden tot uitputting van grondstoffen, toename broeikasgassen, opwarming van de aarde en stijging van de zeespiegel?
Naar mijn overtuiging kunnen we hier als individuele personen wel tekenen stellen maar geen oplossingen aandragen. Juist hier gaat het om politieke afspraken tussen alle landen in de wereld om gezamenlijk de uitputting van grondstoffen tegen te gaan en om die processen in te tomen die het broeikaseffect en stijging van de zeespiegel tot gevolg hebben. Hier worden wereldconferenties aan gewijd. Het is ook voor christelijke politiek een must om hierin bezig te zijn.
Ooit heeft de club van Rome alarm geslagen met betrekking tot de bodemgrondstoffen en de effecten die milieuvervuiling heeft op verschijnselen in de natuur. De club van Rome bleek een serieuze voorloper te zijn voor llen die van overtuiging zijn geworden, dat hier een ernstig probleem ligt, dat alleen met gezamenlijke inspanning kan worden bestreden.
Wij zullen tot de overtuiging moeten komen, dat wij deze aarde, die we in de beheer hebben gekregen van de Schepper, ook aan de komende generaties als een leefbaar territoir zullen moeten achterlaten. Een ik-gerichte levensinstelling miskent de ander, ook de ander die na ons komt. Maar bovendien, God wil ook geëerd worden in het onderhouden en bewaren van Zijn schepping. 'Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde' (Psalm 8).

6. Hoe kan de welvaart in Oost-Europa en Rusland zodanig worden bevorderd, dat deze niet ten koste gaat van het welzijn? Hoe kan vooral het welzijn in deze landen worden bevorderd?
Jarenlang kom ik reeds in landen achter het voormalige IJzeren Gordijn, te weten Hongarije, Roemenië, Oekraïne. Armoede was vóór de Wende aangrijpend en ook vandaag is er in die landen nog veel armoede. Anderzijds was er ondanks de armoede veel mededeelzaamheid. Men deelde met elkaar wat men samen had ontvangen. Grote gastvrijheid was er, wanneer men op bezoek kwam bij mensen in het Oostblok. In de kortste keren is na de Wende de infrastructuur in deze landen veranderd. Vrije economie heeft er een plaats gekregen. Overal zijn nu ook schreeuwende reclameborden të vinden. Intussen ontwikkelt zich een tweedeling onder de bevolking: een snel rijker wordend volksdeel en een nog steeds armer wordend volksdeel. Het materialisme neemt daar ook al bezit van de mensen, hulpverleningsorganisaties, die vandaag nog steeds noodzakelijke materiële hulp beogen, zullen ook vanuit het Evangelie de boodschap moeten brengen, dat welvaart en welzijn niet identiek zijn. Ik was een keer in een ontwikkelingsland, waar een directrice van een ziekenhuis me zei, na een bezoek aan het welvarende Nederand, dat ze bij terugkeer had gedankt dat ze nog arm waren. Welvaart, zo had ze gezien, had geen welzijn gebracht. Welvaart bevordert vaak het egoïsme ten koste van het welzijn van de ander. Juist ook hier zullen we vanuit een economie van het genoeg landen in Oost-Europa het 'genoeg' moeten leren. Tegelijkertijd hebben we ervoor te zorgen, dat er een leefbaar bestaan is, want tot heden is de armoede er vaak schrijnend en schreeuwend.

7. Volgens u moeten we terug naar de schepping om die te bewaren en te bebouwen, Hoe breng je dat op zo'n manier in praktijk, dat de consumptie schoon, zuinig en zuiver is?
We moeten terug naar het geloof in de Schepper en zo naar het besef, dat de mens de opdracht heeft de aarde te bewaren en te bebouwen. We brengen dat op zo'n manier in praktijk, dat onze consumpie inderdaad schoon, zuinig en zuiver is. We leven in een geschonden wereld. Daarin trekken de gevolgen van de zondeval door. We leven niet meer in het paradijs. De aarde brengt doornen en distelen voort, als gevolg van zonde van de eerste mens, terwijl de mensheid ook vandaag laat zien congeniaal te zijn met onze eerste voorouders.
Nog vóór de zondeval kreeg de mens de opdracht om Gods schepping te bebouwen ïn te bewaren (Gen. 1 : 28). Maar na de zondeval bleef die opdracht onverlet (Gen. 9 : 1). De mens mocht heersen over de werken van Gods handen. Hij mocht uit Gods schepping halen wat God er zelf in had gelegd, als het maar zou zijn tot eer van God (zie Psalm 8). Alleen wie gelooft in de Schepper achter de wereld die we bewonen, zal op een verantwoorde wijze met de schepping omgaan, omdat het beheer ervan zich afspeelt Coram Deo, voor het Aangezicht van God.

8. Hoe kan de verspreiding van aids worden afgeremd, zowel in het rijke westen als in het arme zuiden?
Dat kan alleen wanneer aan het volk en aan de volkeren wordt geleerd te leven in overeenstemming met Gods normen. Dat betekent in concreto, dat sexualiteit beleefd wordt binnen het huwelijk. Het is met name de vrije sex, die gepropageerd en gepraktiseerd wordt, die ook voor het wereldwijde probleem van aids verantwoordelijk is.
Intussen hebben we de roeping om mensen die door deze ernstige ziekte worden getroffen, bij te staan in hun nood en ook, medisch gezien, alles te doen wat in ons vermogen ligt om middelen te vinden om deze ziekte tegen te gaan. Binnen de christelijke gemeente is de afgelopen jaren veel goeds op gang gekomen voor terminale begeleiding van aidspatienten. Ik denk aan de Stichting Kuria in Amsterdam. Enerzijds mag en moet aan het volk de norm van het Evangelie worden voorgehouden. Anderzijds zullen we naast diegenen gaan staan die, zij het als gevolg van hun levenswandel, in grote nood zijn gekomen.

9. Wat vindt u van het denken van de matigheidsbeweging Sobriëtas van Theo Beemer? Vindt u ook niet dat we matig en sober moeten leven, vooral in verband met de toestand van de aarde? Hoe breng je zoiets in het dagelijkse leven in de praktijk?
Elke beweging die matigheid en soberheid in het vaandel heeft, mag onze sympathie hebben. Het is een uitgesproken calvinistisch beginsel, dat een christen een zekere mate van soberheid moet betrachten. Niet alles wat kan moet. Calvijn bepleitte ook de meditatio futurae vitae, ofwel de overdenking van het toekomende leven. De Schrift leert ons, dat we onze pinnen niet te vast in deze aarde moeten inslaan, omdat het leven hier niet eeuwig duurt. Het is een voorbereiding op het eeuwige leven. Daarom heeft het christenleven een zekere ascese in zich, een afzien van dingen die geen waarde, die geen nut hebben in het licht van het Koninkrijk van God. In onze hedonistische cultuur, dat wil zeggen een cultuur, waarin de mens uit is op consumptie en genot, is het de taak van de christen om tekenen te stellen van afzijdigheid ten opzichte van de grote karavaan, die verder trekt. Maar ook hier moeten we oppassen voor hypocrisie, omdat we uiteindelijk deel uitmaken van het totale leven, dat ons omringt.

10. Vindt u ook dat als bovenstaande problemen niet tot een oplossing komen, onze toekomst op het spel staat?
Wij zijn zeker verantwoordelijk voor de erfenis die we aan het volgende geslacht nalaten. Anderzijds tekent de Schrift ons, dat alles wat hier op aarde bestaat als een kleed zal verouden. Er is ook een noodwendige slijtage aan Gods schepping en we weten, dat deze aarde niet het laatste is. De toekomst is aan God. Er komt een nieuwe schepping. Of dit nu is een totaal nieuwe schepping (een nova creatio) of „een herschepping van de bestaande kosmos (een recreatio), alle dingen worden nieuw. Daarom heeft een christen toekomst, omdat hij weet van de vernieuwing, die God zal aanbrengen. Die vernieuwing is mogelijk dankzij Jezus Christus, Die op het kruis van Golgotha de machten heeft overwonnen en een toekomst heeft gegarandeerd, waarin alles nieuw zal zijn en waarin gerechtigheid zal heersen op aarde.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Mens in Gods schepping

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's