Kind in de kerk (2)
In de afgelopen maanden werd door de HGJB in verschillende regio's een aantal avonden gehouden over het thema 'Kind in de kerk'. Deze avonden, bedoeld voor ambtsdragers en leidinggevenden, gaven boeiende ontmoetingen rond een thema waarmee allen die leiding geven in de gemeente te maken hebben. Vandaar dat we in drie afleveringen een lezing over genoemd thema, gehouden door ds. W. Markus, voorzitter van de HGJB, in dit blad plaatsen.
Ouders
In het eerste artikel hebt u kunnen lezen over de dringende nodiging van Jezus: laat de kinderen tot Mij komen. De hele gemeente is daar bij betrokken. Maar de ouders zijn bij dit mooie de eerstverantwoordelijken. Het waren in Mark. 10 immers de moeders (vaders) die hun kinderen bij Jezus brachten. In deze artikelen zal ik daarover niet veel zeggen, want het gaat nu niet in de eerste, plaats over de geloofsopvoeding thuis. Slechts een enkele opmerking daarom.
Vaders en moeders die elke zondag een uitvoerige discussie aangaan over de vraag: Zullen we wel of zullen we niet gaan?, die stralen weinig verlangen uit naar de dienst van God. Bij het ontbijt hardop in kindertaal bidden om een fijne dienst en of de Heere vader en moeder en alle kinderen wil helpen bij het begrijpen, en om Gods zegen voor de dominee en de organist en de koster en alle andere mensen in de kerk, dat is heel wat positiever. Dat is je kind welkom heten in Jezus' naam (Matt. 18 : 5). Leren kerkgaan is werkelijk één van de belangrijkste opvoedingstaken! En waarom zou je ze hun knuffel niet mee laten nemen? En een klein tekenboek. Dan kunnen ze al luisterend de doop tekenen. Of de preek of nog iets anders. Natuurlijk wordt thuis elke tekening besproken, de tekst van de dienst erbij geschreven, opgehangen en later in het kerkplakboek gedaan met doopkaart voorin.
En heel de gemeente verheugt zich intussen, want ze heeft een priesterhart. En dat is zo ruim dat vooral kinderen met hun knuffel, gewiebel en schetsboek daar helemaal inpassen! Wie hen welkom heet die heet Mij welkom, zei Jezus. Kan het mooier? Zo zetten we de deur open voor de Heere Jezus door een open deur voor kinderen te hebben, opdat zij ook kind van Hem zullen zijn!
Marloes en Jeroen
Soms hoor je wel eens een gesprek over kinderen in de kerk. En heel soms klinkt daarin een toon door van hoe erg dat voor die kinderen eigenlijk is. Een uur lang niets begrijpen... en dan willen ze later helemaal niet meer... enz. Maar het omgekeerde is waar. Daar waar kleine kinderen van jongsaf geleerd wordt om met vreugde naar de kerk te gaan, daar gaan ze veelal op hun zestiende, zesendertigste en zesentachtigste nog. En ik denk dat het geheim daarvan te vinden is in deze geschiedenis van Jezus en de kleine kinderen.
De zegen van een eredienst is niet het leuke, ook niet het begrijpelijke en zeker niet onze toeters en bellen. De zegen van de eredienst is dat we iets van Gods heilige en reddende tegenwoordigheid ervaren.
'Hoe vond je het in de kerk, Marloes? 'Nou mam, het was heel stil bij de preek. En ik zag wel mam dat jij het mooi vond. Je had tranen in je ogen en je gezicht lachte gewoon. Toen heb ik ook aan de Heere Jezus zitten denken. Het was net alsof Hij naast ons zat, dat kan toch hè mam?'
En dan de kleine Jeroen - ik verzin zomaar voorbeelden. Maar die voorbeelden kunnen zomaar gebeuren als er warmte en geestelijke ruimte is in onze diensten. Wat ik met 'warmte' bedoel kan ik eigenlijk niet zo gemakkelijk definiëren. Het zal gaan om een liturgie en prediking en gebeden waarbij jong en oud kunnen opademen. Goed, Jeroen dus. Hij vond het heerlijk om op zondagavond dicht tegen zijn moeder aan te zitten en zich met zijn liefste knuffel bovenmate veilig te voelen in Jezus' armen. De dominee preekte over de kleine Jacob die bij de Heere Jezus op schoot mocht zitten en toen gezegend werd. Zo voelde hij zich ook. Niet echt, maar wel bijna echt. En daar zo hoog bovenin, daar zaten engelen op dat randje. En bij het orgel ook. Als hij zo door de spleetjes van zijn ogen keek zag hij ze zitten. En met elkaar hielden die engelen natuurlijk ook het orgel vast. Anders was dat allang gevallen.
Zo had Jeroen een eigen preek. En toen de grote mensen vroegen: 'Waar ben je geweest, Jeroen?', was zijn antwoord: 'Bij de Heere Jezus in de kerk. En alle lampen waren aan.' 'En zei de Heere nog speciaal iets tegen jou?' 'Nou en of! Hij zei toen wij weer naar huis gingen: Kleine Jeroen, Ik zegen jou!'
De gemeente
Er is intussen al heel wat over de christelijke gemeente gezegd. Daarmee bedoel ik nu alle leden, leidinggevenden, kerkenraden, predikanten. In het NT zijn de twaalf discipelen beeld van de christelijke gemeente van alle tijden en plaatsen. Wij mogen dus op hen lijken - maar liever niet als het om de kinderen gaat. Dan zijn we geen priestergemeente en geen priesterkerkenraad maar meer zoiets als prikkeldraad en halen we de grote boosheid van Christus over ons heen!
Een jaar of tien geleden zaten we op Marken in de kerk. De tweede dienst. Ik moest daar preken. We waren met elkaar gegaan want de familie wilde de klederdracht daar ook wel eens zien. En die bijzondere vuurtoren. Zegt iemand, nog voor het begin van de dienst en half hardop terwijl ze naar onze jongste wijst (toen zeven): 'Ook zielig voor dat kind. Moet het weer een heel uur stilzitten...' Zoiets begrijp ik niet. En Jezus wordt furieus. Het is in vers 14 van Mark. 10 veel te netjes vertaald. In het Griekse werkwoord zit grote woede. Je leest het maar één keer van Jezus. En die ene keer was niet toen Hij zich verzette tegen de farizeeën en schriftgeleerden. Die ene keer was ook niet toen de Heere het tempelplein schoonveegde van ons materialisme. Die ene keer was die avond van de laatste grote verzoendag die Jezus meemaakte voor Hij zichzelf als het Lam zou laten slachten. Die ene keer is de Heiland furieus tegen zijn discipelen omdat zij kinderen bij die verzoening vandaan willen houden. Alsof een kind geen vergeving nodig heeft. Toen werd Christus echt toornig en roept, zodat alle vaders en moeders die nog buitenstaan het kunnen horen: 'Laat de kinderen tot Mij komen!' Nee, niet voor romantische plaatjes in onze kinderbijbels. Het is een zaak van leven of dood. Elk kind dat niet op tijd bij Jezus komt is een lege plaats in de hemel. Daar zouden we wat meer verontrust over mogen zijn. Laat de priesterlijke bewogenheid bij kerkenraden en gemèenten toch groeien! Dan zeuren we niet als een kind, wat zit te draaien en wij er toevallig achter zitten. Dan zeggen we na de zegen evengoed tegen Jeroen: 'Fijn dat jij er was. Ik heb een pepermuntje voor je bewaard.' Vanuit die hartelijke bewogenheid kan er ook echte ruimte groeien voor de kinderen in de kerk.
Geschonken gerechtigheid
In het volgende artikel wil ik een aantal praktische mogelijkheden noemen die onze geestelijke verantwoordelijkheid voor de (kleine) kinderen misschien (nog meer) handen en voeten kunnen geven. Beschouw dat alstublieft niet als dingen die moeten. Wat in de ene gemeente past kan in een andere gemeente heel verkeerd zijn. Om te beginnen kijk ik nu naar de kerkenraden. Zij mogen priesters zijn en de verantwoordelijkheid nemen om naar de gemeente toe te communiceren dat kinderen er helemaal bij horen. Niet met het oog op later, maar met het oog op nu. Nu wil onze Heere de kinderen bereiken en hun hart vervullen met Zijn Geest. M.i. kan dat niet genoeg benadrukt worden. Hier gingen de discipelen juist in de fout waardoor zij een prikkeldraadversperring werden. Zij verhinderden de kinderen omdat zij zelf verhinderd werden door de gedachte dat kinderen voor God nog geen 'gerechtigheid' konden hebben. Met 'gerechtigheid' wordt bedoeld de optelsom van alle goede werken en geestelijke prestaties waardoor een mens het Koninkrijk der hemelen verdienen kon. Een kind van zes of zeven kan inderdaad nog niet veel. Dus heeft het bij de Koning van dat rijk nog niets te zoeken, vonden discipelen. Maar juist daarom werd de Heere Jezus toornig op zijn leerlingen. Want wie zelf geen gerechtigheid verdienen kan heeft bij de grote Koning juist alles te zoeken! Juist een kind laat zien dat alle genoegdoening en gerechtigheid en heiligheid van Christus hen geschonken moet worden. En zal worden. Want de Heere zei: Laat ze tot Mij komen. Onze kinderen (en wij met hen!) mogen leven van geschonken gerechtigheid en heiligheid, van geschonken bekering en wedergeboorte. En wij geloven stellig dat de Heere die geschenken met name in de eredienst uitdeelt, gelijkelijk uitdeelt aan jong en oud. En misschien moet ik wel zeggen dat de Heilige Geest bij een kind van zeven veel minder moeite heeft dan bij een grootvader van zeventig die zich al een leven lang tegen Gods genade heeft verzet.
Bergschenhoek W. Markus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2000
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's