De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

We laten nog eens ds. H. J. Franzen (Wateringen) aan het woord uit zijn gemeenteberichten in De Zondagsbode.

• Over de Bijbel
Spannend
. 'Als ik later groot ben, wil ik net zo'n Bijbel als Opa, en niet zo een als wij!' zei eens een kleine jongen tegen zijn vader. 'Waarom, wij hebben hier toch ook een Bijbel? ' 'Nee die van Opa is veel spannender!' 'Hoe weet je dat nu?' 'Nou, Opa leest er veel vaker in dan u!'.

Grapje. Een vader, uitermate trots op zijn zoon na diens eerste bevestiging als predikant, wil hem in familiekring toespreken en had daartoe een prachtig gedicht geschreven over de Bijbel. Daarom vroeg hij aan zijn zoon als inleiding: 'Welk boek was nu het meest waardevol tijden de studiejaren?' Doch tot zijn schrik antwoordde de jonge dominee gevat: 'Eigenlijk waren dat twee boeken: het kookboek van mama en uw chequeboek!'
Behoefte. Iemand zei tegen zijn huisbezoekend predikant: Ik lees alleen uit de Bijbel als ik daar echt behoefte aan heb. Dominee antwoordde fijntjes: 'Ik hoop dat u dat met uw schoolboeken vroeger anders hebt aangepakt!'
Draaien. Een alternatief typetje vroeg aan de hoogleraar Nieuwe Testament: 'Gelooft u dat Jezus op het water heeft gelopen? ' Toen de professor dit beaamde, zei de student: 'U ben nu de eerste die dit ronduit zegt. Alle dominees die ik deze vraag stelde, draaiden er een beetje omheen.'

• Over dogma's
Wreed
. 'Jezus staat wel op, maar dat geschiedt in het geloof van de gemeente', zo luidt het in de nieuwe theologie. Dat is een wreed dogma. Blijft Jezus dan dood, als ik niet meer geloof? In onze tijd wordt het recht om te twijfelen erkend, maar de nieuwe theologie is niet barmhartig voor hen die twijfelen: de mens wordt in de eigen ruimte opgesloten. Natuurlijk moet het Evangelie ons iets zeggen, maar men vergeet dat alleen wat ons bestaan te bóven gaat, ons zóveel kan zeggen dat het ons werkelijk - in ons bestaan - doet verwonderen. (Okke Jager).

Behalve. Dominees worden tegenwoordig opgeleid om in te zien dat dogma's niet deugen, behalve het dogma dat dogma's niet deugen, (idem).
Tranen. Pas op dat we de geloofswaarheid van dogma's niet verwarren met de bewijsbaarheid van natuurkundige wetten. Want dan doen we hetzelfde als wat een harde echtgenoot eens zei tegen zijn wenende vrouw: 'Je tranen doen me niets. Wat zijn tranen? Niets anders dan een zeer kleine dosis fosforzuur en een nog kleiner beetje chloor. De rest is water. Moet ik me daar druk over maken ?'

              * * *

Kennelijk reagerend op de vakantieoverpeinzingen die we in één van de vorige nummers van bovengenoemde predikant opnamen, gaf een lezer ons de volgende aardige 'geverifieerde' anecdote door:

'Het echtpaar Kruithof (mevrouw en de latere ds. Kruithof) kreeg tien zonen. Toen eind 1948 de laatste telg gedoopt werd, in Waarder, door de toenmalige predikant ds. E. V. J. Japchen, hield hij de dooptoespraak naar aanleiding va 1 Samuël 1 vers 8 slot: "Ben ik u niet beter dan tien zonen? " Ds. Japchen was één der zonen van een predikant van Hongaarse afkomst. Omdat hij zeer zwakke ogen had, gebruikte hij een zaklantaarn op de kansel om "bij" te lichten.'

In haar rubriek 'Gedicht dichterbij' in Helpende Handen gaf mevr. A. D. Ooms-Slob het volgende gedicht van A. Korevaar 'Als wij ouder worden' door:

Een weinig vermoeider als de avondzon daalt,
Wat minder verstoord als een plannetje faalt.
Wat minder geneigd om een oordeel te vellen,
Wat meer, om de deugden der naasten te tellen.
Zó wachten wij stil, op het eind van de baan.
Waar het tijdelijke in 't Eeuwige over zal gaan.

Wat minder beangst voor effecten en goud.
Wat meerder berust bij wat men aanschouwt,
Wat breder van blik en wat ruimer van geest,
Bij veel wat ons vroeger zo eng is geweest.
Zó gaan wij dan verder door vreugde en verdriet;
Met de poort van de betere Dag in 't verschiet.

Met meerdere liefde voor and'ren vervuld,
Wat minder hoog woord dat geen tegenspraak duldt,
Wat zachter gestemd, waar 't gevallenen geldt,
Wat minder op praatjes en nieuwtjes gesteld,
Zó wachten wij kalm op 't eind van de reis, 
verlangend naar rust in 't Hemelse Paleis.

Wat minder gejacht, wat meer tijd om te dromen,
Wat minder beangst om wat na ons zal komen,
Wat dichter bij hen, die ons voor zijn gegaan
En ons zó dierbaar waren in 't aardse bestaan,
Zij gingen, wij reizen naar Vrediger oord,
En houden ons vast aan de Heer en Zijn Woord!

Nog wat leed, nog wat vreugd, nog een lach en een traan,
Dan komt onze beurt en... de reis is gedaan.
Wij worden bij de and'ren ter ruste gelegd.
Het boek is gesloten, 't vaarwel is gezegd.
Gezegend de dode, die dan wordt gegroet:
"'k Dank God, dat ik U op mijn pad heb ontmoet!"

              * * *

Ten slotte nog een passage uit een rondzendbrief van ds. L. Schaafsma, werkend in Malawi:

'Het zendingswerk krijgt steeds meer omvang. We hebben al vijf seminars met groepen ouderlingen achter de rug. De seminars duren een week. Op maandag komen de deelnemers aan en op vrijdag vertrekt iedereen weer. Daartussen zitten drie volle dagen met lezingen over leerstellige en praktische onderwerpen. We beginnen acht uur 's morgens en eindigen vijf uur middags. Lange dagen, vermoeiend, maar wel héél mooi. Er is na elke lezing gelegenheid om vragen te stellen. De vragen zijn ook voor mezelf leerzaam. Je leert uit de vragen de Afrikaanse cultuur beter kennen. Ook leer je uit de vragen of je onderwerp wel is overgekomen. Als er geen vragen zijn, betekent dat meestal dat ik de plank heb misgeslagen. Ook al is mijn voordracht nog zo bijbels en gereformeerd geweest. Je moet er voortdurend op bedacht zijn dat je niet staat te praten of preken tegen zwarte Europeanen. In een volgende rondzendbrief wil dat eens met een concreet voorbeeld duidelijk maken.
Ik zfe dat ik alweer moet afronden. Daarom noem ik puntsgewijs nog even wat bijzonderheden. Het gereedschap van de ouderlingen op de dorpen is gebrekkig. Ze hebben geen enkele bijbelverklaring tot hun beschikking want ze zijn doorgaans het Engels niet machtig. Daarom zoeken we naar wegen om J. C. Ryle's verklaring van de vier Evangeliën te vertalen in het Chichewa.
Je doet soms schokkende ontdekkingen. Niet alleen veel gemeenteleden, maar ook veel ouderlingen blijken geen Bijbel te bezitten. Die lenen ze dan van anderen, die meer bemiddeld zijn. In de gezinnen wordt nauwelijks uit Gods Woord gelezen.
Ik ben met een programma bezig om de dorpsgemeenten van bijbels in het Chichewa te voorzien, waarbij de mensen zelf ook een financiële bijdrage leveren. Het wordt namelijk hun eigen Bijbel, waar zijzelf zorg voor moeten dragen. Ze kunnen een offer brengen voor een fiets, dus ze moeten ook een offer brengen voor een Bijbel.
Op het Stephanos Weeshuis wordt mijn activiteit momenteel uitgebreid. Het aantal kinderen en moeders is sterk gegroeid. Maar daarbij groeit ook de zorg voor de zielen met het oog op de eeuwigheid. Veel kinderen dragen het hiv-virus bij zich en zullen naar de mens gesproken niet oud worden. De Weeshuis-moeders zijn de opvoeders en hebben een zwakke geestelijke ondergrond. Op school krijgen de kinderen weinig tot niets aan geestelijke kennis mee.
Sinds januari geef ik zes uren les in het bijbels Hebreeuws op de Theologische Hogeschool in Zomba. Het contact met de studenten en de docenten is heel bemoedigend. Anderzijds is het onvoorstelbaar met hoe weinig, goede boeken deze studenten straks de pastorie ingaan.'

               * * *

In deze rubriek werd in het nr. van 27 juli II. een passage opgenomen uit Woord en Dienst, waarin dr. K. Witteveen nader inging op de plaats van de vrijzinnigheid in de Ned. Herv. Kerk. Hij citeerde daarin de remonstrantse prof. dr. L. J. van Holk. Een lezer, die zelf ook tot de vrijzinnige modaliteit wordt gerekend, maakte er ons op attent dat het citaat (door een omissie bij het zetten) onvolledig was, in feite ontbrak. Hier volgt het alsnog: 'In de hervormde kerk vallen alle dingen om naar rechts'.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's