Eenheid in verscheidenheid (8)
Zoals ik al meer heb aangetoond, kan er een eenheid in het geloof zijn, terwijl er toch verschillend over een aantal zaken wordt gedacht.
Christenen in Afrika kijken vreemd op als zij zien dat christenen in ons land roken of sterke drank gebruiken. Naar de mening van Afrikaanse christenen behoren tabak en sterke drank niet gebruikt te worden. Zij kunnen de heiliging van het leven in de weg staan.
Ook al hebben wij hierover wellicht een andere mening, toch doen wij er goed aan om ons aan deze Afrikaanse christenen aan te passen als wij ze ontmoeten. Wanneer wij dit niet doen, zou het de eenheid in verscheidenheid kunnen schaden! Ik wil hiermee maar zeggen, dat het goed is om zich aan te passen als het om middelmatige zaken gaat. Het bevordert de loop van het Evangelie in eigen leven en in dat van de kerk.
Nu is het niet nodig om alleen de kerken in Afrika tot voorbeeld te nemen. Ook in ons eigen land kent iedere kerk zo z'n eigen gewoonten. Deze gewoonten hebben wij te respecteren, wanneer daardoor het geloof in Christus niet ondergesneeuwd wordt. Eenheid in verscheidenheid mag er zijn! Het heeft iets te maken met de christelijke vrijheid. En zolang deze christelijke vrijheid binnen de normen van de Schrift blijft, moeten wij elkaar deze vrijheid gunnen, ook al hebben wij wellicht over het een en ander een andere mening, of kunnen wij met een bepaald gedrag niet meekomen. Er zijn in een gemeente nu eenmaal 'sterken' en 'zwakken'.
Vooral is van belang het Woord van de apostel Petrus ter harte te nemen als hij ons voorhoudt om niet te letten op wat een ander doet of is, maar hoe men zelf handelt of is.
Om kort te gaan: wij moeten meer zoeken wat ons bindt, dan wat ons van elkaar scheidt. De tijd waarin wij leven laat het ons niet toe om met elkaar over de straat te rollen als het gaat om middelmatige dingen. Helemaal is dat niet geoorloofd als het gaat om futiliteiten.
Waarom deze enigszins lange inleiding? Zoals ik een vorig keer schreef, wil ik nog iets zeggen over de rust en de heiliging van de zondag. Ik begeef mij daarmee op glad terrein. Over de besteding van de zondag wordt onder ons heel verschillend gedacht. Wanneer het om zondagsrust en zondagsheiliging gaat, zijn er onder ons 'preciezen' en 'rekkelijken'. Meer dan eens heeft het hete hoofden en koude harten gegeven. Toch ontkom ik er niet aan omdat over de zondag als eerste dag van de week in Openbaring 1 geschreven wordt.
Ik moet wel zeggen dat er niet alleen in onze tijd verschillend wordt gedacht over de zondag, 't Is al vele eeuwen het geval. De strijd over de zondag als rustdag is soms erg fel geweest. De een zag deze dag anders dan de ander. Een aantal voorbeelden wil ik daarvan geven, om daarna zelf een paar lijnen naar het heden te trekken.
Thomas van Aquino
Deze grote kerkleraar heeft behartenswaardige dingen gezegd met het oog op de zondag als rustdag. Van het vierde gebod zegt hij dat daarin gesteld wordt dat er een vaste tijd moet zijn voor de dienst van God. De vraag is wel, hoe die dag moet worden gehouden? Alvorens Thomas deze vraag beantwoordt, zegt hij dat het doel van de rustdag is dat de mens vrij moet zijn voor de dingen van God. Daarbij stelt hij dat alles verboden is wat ons hart van de dienst des Heeren aftrekt.
Geoorloofd is alle dienst aan de Heere! Het is verboden om een deel van de rustdag te besteden in dienst van mensen. Fijntjes merkt hij op dat het doen van zonde verschrikkelijk is, want daardoor ontneemt men zich de vrede van de rustdag. Werken op de rustdag acht Thomas dan ook minder erg dan het doen van zonde. Ik moet daarbij zeggen dat deze kerkleraar een bijzondere opvatting heeft over geestelijke arbeid. Hij rekent er alle arbeid met het hoofd onder.
In onze tijd wordt er gesproken om niet vijf volle dagen, maar vier of viereneenhalve dag les te geven. Maar daar behoefde men bij Thomas niet mee aan te komen. Leerlingen moesten zeven dagen les krijgen, met dien verstande dat zij op zondag buiten de kerktijd onderwijs zouden ontvangen. Ik heb ergens gelezen dat tot aan het begin van de vorige eeuw op kloosterscholen op zondag les werd gegeven. Denk in dit geval niet aan godsdienstlessen, maar veeleer aan vakken als wiskunde, de talen etc.
Ook over lichamelijke arbeid heeft hij het een en ander gezegd. De rustdag wordt niet geschonden als die arbeid strekt tot heil van anderen of tot nut van het eigen lichaam.
Naast de lichamelijke werken die noodzakelijk zijn, plaatst Thomas de slaafse werken waarvan de zonde de ergste is. Een heel mooie opmerking van hem is: 'Alle zonde op elke dag is overtreding van het sabbatsgebod'. De Heidelbergse Catechismus zou zeggen: 'God gebiedt in het vierde gebod dat ik alle dagen van mijn leven van mijn boze werken ruste'.
Het zal duidelijk zijn dat Thomas nergens erop aandringt om de zondag in ledigheid of met slapen door te brengen. Hij raadt onder meer aan om de zondag door te brengen door vasten met het doel dat wij ons lichaam zullen bedwingen. Hij is er bepaald geen voorstander van dat er op zondag een copieuze maaltijd gebruikt wordt. Wanneer men eet, moet dit noodzakelijk zijn en dan nog zeer sober. Thomas wil dat door dit vasten de gedachten bij God zullen zijn. Ook dringt hij erop aan dat wij ons zullen oefenen in de dienst van God. Dat moet gebeuren met dit doel dat onze ziel rust vindt van de zonde en van de hartstochten van het vlees.
Van deze gedachten van deze kerkleraar inzake de rustdag valt niets verkeerd te zeggen. Wel moet daarbij opgemerkt worden dat er van zijn gedachten slechts weinige in de praktijk zijn gebracht. Deskundigen zeggen dat de leer van Thomas is aanvaard in beginsel, maar onmiddellijk laten zij dan deze zin horen: Daarentegen maken zijn latere navolgers de indruk dikwijls meer te vragen: 'met hoe weinig kan ik volstaan?' dan: 'wat kan ik naar mijn vermogen doen om de eis van God te vervullen?' De goeden niet te na gesproken, maar soms denk ik wel eens dat viering en de besteding van de zondag als rustdag in de rooms-katholieke kerk er anders zou uitzien als men zich meer aan Thomas van Aquino had gehouden.
Zondagsviering
Zo nu en dan schudden wij ons hoofd als wij zien hoe er nog maar weinig sprake is van zondagsrust en zondagsheiliging. De zondag onderscheidt zich bepaald niet altijd en overal meer van de andere dagen van de week. Maar laat niemand van ons denken dat dit in de tijd van Thomas van Aquino zoveel beter was. In 't algemeen gesproken worden er in onze tijd door de overheid op zondag geen zaken gedaan. Wanneer een kind geboren is, kan men deze geboorte op zondag niet aangeven. Ook kunnen er allerlei betalingen niet gedaan worden. Dat was in de Middeleeuwen wel anders. De overheid deed op zondag volop zaken. Wat was daarvan de oorzaak? De kerk had in die dagen heel veel feestdagen. Het onderhouden van die dagen en de kerkdiensten die daarmee verbonden waren, waren even verplicht als de zondagen. Door het grote aantal feestdagen kreeg de overheid dus minder gelegenheid om zaken af te handelen en zaken te doen dan wanneer dit niet het geval was. Om die reden gebruikte de overheid de zondag om de burgers en zichzelf van dienst te zijn. De gelijkstelling van de zondag met de heiligendagen (evenzovele feestdagen) heeft de zondag zeer geschaad: in de veertiende eeuw kende men in het bisdom Utrecht 61 feest- en heiligendagen. Aan die dagen moest men zich houden. Gebeurde dit niet, dan kon men een flinke boete betalen. Wel is het opmerkelijk dat de boete voor de overtreding van een heiligendag twee keer zoveel was als die van het niet in acht nemen van de zondag. Daaruit blijkt alleen al dat de heiligendagen in hoger aanzien stonden dan de zondagen.
Wat ook opmerkelijk is, is het volgende: hoe dichter wij bij de tijd van de Reformatie komen, hoe losbandiger de zondagsviering wordt, al de goede dingen ten spijt die Thomas van Aquino op papier had gezet inzake de viering van de opstandingsdag van de Heere Jezus.
Men kan zeggen dat de zondagsviering in die tijd om een reformatie vroeg. Wij moeten evenwel niet denken dat deze reformatie er 'zomaar ineens' was. Het heeft nog een aantal eeuwen geduurd alvorens er van zondagsrust sprake was.
De losbandigheid op zondag week niet direct met de komst van de Reformatie. Zij nam zelfs nog enigszins toe omdat de heiligendagen verdwenen en om die reden het aantal feestdagen afnam. Voor hun uitspattingen hielden de mensen nu alleen de zondag over. Van vechten wisten zij toen het een en ander...
Calvijn
Calvijn laat ons horen dat de sabbat een ceremonieel karakter had en in beslag werd genomen door schaduwachtige plechtigheden. Door de komst van Christus zijn wij daarvan ontslagen. Christus is de rust en Hij geeft de rust. Evenals Thomas van Aquino houdt de reformator uit Genève ons voor dat de rustdag is verordineerd om ons in de dienst van God te oefenen. Calvijn merkt op dat 'die dag bevolen was, opdat men zou samenkomen om de leer der Wet te horen prediken, om deel te nemen aan de offeranden en om de naam van God aan te roepen'. Hiervan vinden wij het een en ander terug in de Heidelbergse Catechismus als het gaat over het rusten op en de heiliging van Gods dag.
Ik behoef wellicht niet nader uiteen te zetten dat Calvijn spreekt over het Woord van God als hij stelt dat wij samenkomen om de leer van de Wet te horen prediken. Het zal ons uit de psalmen bekend zijn dat er vaak wordt gesproken over de Wet van de Heere, terwijl bedoeld wordt: het Woord van de Heere! Ik denk onder meer aan Psalm 19: des Heeren Wet nochtans d. i. des Heeren Woord nochtans'. Een volgend keer wil ik over Calvijn en zijn opvatting over de dag des Heeren nog iets meer schrijven. (Wordt vervolgd) .
B. G. S. A. de Knegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's