De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De driften veel en 't hart onrein

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De driften veel en 't hart onrein

De innerlijke tweestrijd van Willem Frederik van Nassau en de Avondmaalsbekers van Groot-Ammers

8 minuten leestijd

Op zondag 16 april 1645 had de hervormde gemeente van Groot-Amniers hoog bezoek. Het was een Avondmaalszondag in het dorpje aan de Lek. Het hoogste bezoek was uiteraard dat van Christus Zelf, Die zijn gemeente bezoeken wilde met de tekenen en zegelen van Zijn verzoenend sterven, om het geloof te sterken in de strijd beneden. Maar naast de 'gewone' gemeenteleden zat er ook een 'Hoochgeboren' gast aan de tafel des Heeren te midden van de boeren en burgers van het Alblasserwaardse dorpje. De stadhouder van Friesland, Willem Frederik van Nassau, verbleef op weg van Friesland naar Den Haag enige dagen op het slot Liesveld, dat hij als baron bezat, als enige Nederlandse bezitting. Hij was daar om wat zaken te regelen en uiteraard ging hij, zoals het een goed calvinist paste, trouw ter kerke. Kennelijk hebben de diensten van die Avondmaalszondag hem bijzonder gesticht, zodat hij uit dankbaarheid besloot om de kerk van Groot-Ammers twee zilveren Avondmaalsbekers ten geschenke te doen. Deze bekers werden in mei 1645 in Den Haag gemaakt. Ze zijn voorzien van de volgende tekst: 'Ghij en cont niet den drinkbeker des Heeren drincken ende den drinckbeker der duyvelen. Ao 1645'. Verder staat het wapen van Friesland afgedrukt en de opsomming van de titels die de waardigheid van de schenker onderstrepen. Deze bekers worden nog steeds bij elke Avondmaalsviering gebruikt. Vele keren mocht ik ze aan de tafel des Heeren aanreiken, aan 'onwaardigen in zichzelf, die het teken van het verzoenend bloed van Christus 'tot een volkomen verzoening van al onze zonden' mochten ontvangen, Ze symboliseren de historische banden die er zijn tussen het huis van Nassau en de kerk der vaderen.

De Friese Nassau
Wie was de schenker van deze bekers eigenlijk? Tot voor kort had deze kleinzoon van Graaf Jan van Nassau, de broer van Willem van Oranje, in de vaderlandse geschiedenis ronduit een 'slechte pers'. Deze 'Friese Nassau', o.a. door Bilderdijk een 'onnoozele wurm' genoemd, was van veel lagere statuur dan de Oranjes waren, hij was wel een intrigant, maar politiek geen partij voor de regent Johan de Witt, die hem in alles te slim af was. In 1650 probeerden de Oranjes de regenten te sterk af te zijn door een aanslag op Amsterdam te ondernemen. Willem Frederik werd daarbij min of meer als hoofdschuldige afgeschilderd, omdat hij Stadhouder prins Willem II tot deze 'staatsgreep' zou hebben aangezet. Kortom, deze voorvader van onze koningin (de linie van het huis van Oranje is na Willem IIl in zijn lijn voortgezet omdat hij gehuwd was met een dochter van Frederik Hendrik), lijkt nu niet direct de meest illustere.
Sinds kort zijn wij echter in de gelegenheid om te zien of dit beeld wel klopt. Nog niet zo lang geleden zijn de dagboeken van Willem Frederik ontdekt. En vanuit deze interessante bronnen heeft de historicus Luuc Kooymans in zijn boek: Liefde in opdracht. Het hofleven van Willem Frederik van Nassau, zijn portret opnieuw getekend (de titel is ingegeven door de opdracht die Willem Frederik van huis uit meegekregen had om door een huwelijk met een prinses van Oranje zijn positie in het huis van Oranje te garanderen). Het beeld dat hierin gegeven wordt van het hofleven van de Oranjes valt niet echt mee. De dagboeken zijn gevuld met persoonlijke ontboezemingen van de stadhouder, die uiteraard nooit voor publicatie bestemd waren. Ze bieden een onthullend en onthutsend beeld van het hogere milieu van de adel waarin lage lusten en driften helaas geen zeldzaamheden waren. Emoties en ambities, eerzucht, strijd voor dynastiek zelfbehoud, de persoonlijke aantekeningen van Willem laten onverhuld zien dat de schrijver en zijn omgeving zich niet onderscheiden hebben van elk willekeurig hofmilieu. De inhoud van de dagboeken zouden in de gouden eeuw vele roddelbladen gevuld kunnen hebben, als deze in die tijd bestaan hadden. Ze laten zonder mededogen de kleinheid van grote mensen zien.

Ontluistering
De vraag kan zijn: waarom aandacht gegeven voor een dergelijk ontluisterend boek? We lezen met goed fatsoen toch ook de roddelbladen niet? En alles wat in de persoonlijke ontboezeming is neergeschreven om nooit verder te komen dan het eigen oog en hart van de schrijver, moet dat worden gepubliceerd? Voor Willem Frederik was het dagboek een geestelijk journaal, waarin hij, als gelovige zondaar, zijn geestelijke nederlagen met oprechte smart aantekende, maar ook getuigenis gaf van Gods genadige leiding in zijn leven. De strijd van Romeinen 7 was hem niet vreemd. Maar moeten we dat nu allemaal lezen in een historische studie? Dat is een vraag, die je terecht kunt stellen, zeker als duidelijk wordt dat dit sensationele aspect van dëze historische studie de meeste aandacht krijgt, terwijl er veel meer in te vinden is. In een radiobespreking werd er breeduit op ingegaan hoe de voorvaders van onze koningin toch eigenlijk dubbelzinnige schuinsmarcheerders zijn geweest. Naar buiten toe respectabele kampioenen van het calvinisme, maar ondertussen knepen ze de katjes in het donker. Drinken, overspel, gokken enz., het was in hun milieu heel gewoon. Maar hoe eerlijk is de 'verontwaardiging'? Er is een grote onwaarachtigheid in de wijze waarop deze ontluisterende trekken uit de geschiedenis van het huis van Oranje zo in het zonnetje worden gezet. In een tijd waarin voor de publieke opinie dergelijke zaken totaal geen zonden meer zijn en alle lusten zonder enige remming worden losgelaten, klinkt het vals om te zeggen: 'Kijk eens wat een losbollen die Oranjes waren'. Dergelijke reacties passen heel goed in de huidige trend om alles wat enige grootheid en luister heeft met welbehagen onderuit te halen. Het is te betreuren als een boek als dit juist hierom aandacht krijgt. Ik meen dat de auteur dat ook niet heeft beoogd.
Natuurlijk mogen de zonden van degenen die in hoogheid gezeten zijn niet worden verbloemd. We weten vanuit het Bijbelse voorbeeld van David dat dat niet kan, maar ook niet hoeft. En wij zullen de Oranjes ook zeker niet boven alle kritiek mogen verheffen. 'Vest op prinsen geen betrouwen, waar gij nimmer heil bij vindt'. Maar het blijft schokkend om bijv, kennis te nemen van de oppervlakkige godsdienst en wereldsgezindheid van iemand als de jonge stadhouder Willem II, die aan Willem Frederik vertelde dat hij eens niet van plan was aan het Avondmaal te gaan vanwege de zonde van overspel, waarmee hij niet echt wilde breken. Kennelijk werkte de tucht van het Avondmaal nog wel, maar dan helaas soms tot verharding. Dan lag het bij Willem Frederik toch anders, omdat er bij hem werkelijk wel sprake was van berouw en strijd tegen de boze lusten van zijn vlees, en een gebed om kracht om tegen die zonden te strijden. In die zin moet zijn Avondmaalsgang zeker meer dan een formaliteit zijn geweest, en ook niet zomaar een dekmantel voor een verborgen zondig leven. De 'hooggeboren' Avondmaalsganger zal aan de eenvoudige tafel van Groot-Ammers misschien in onwaardigheid het hoofd gebogen hebben toen de woorden van het formulier gelezen werden dat wij 'dagelijks met de zwakheid van ons geloof, en de boze lusten van ons vlees te strijden hebben'. Maar hij zal dan ook er des te meer van hebben opgezien dat hem nochtans brood en beker werden aangereikt, tekenen en zegelen van de volkomen verzoening van al onze zonden. Al waren de schalen en bekers nog niet van zilver.

Innerlijke tweestrijd
Als op de Avondmaalsbekers van Groot- Ammers de onverenigbaarheid van de drinkbeker des Heeren en de beker der duivelen te lezen staat, dan kan dat dubbelzinnig lijken als we denken aan het aanvechtbare leven van de schenker. Het kan echter ook een uiting zijn van een diep geestelijke strijd van een 'ellendig mens', die met Paulus vragen moest: 'wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods'. Die daarom Christus' genade dagelijks zo nodig had ook voor de heiliging van zijn leven.
De stadhouder van Friesland was de hele winter ernstig ziek geweest en nog niet helemaal hersteld. Hij was op reis naar het Hof in Den Haag en hij wist welke verleidingen hem daar weer zouden wachten. Zo zat hij in het dorpje aan de Lek aan de tafel des Heeren in al zijn zwakheid en onwaardigheid. Om sterkte te ontvangen voor lichaam en ziel. Zijn innerlijke tweestrijd, waarvan zijn dagboek zo openhartig getuigt, die wordt uiteraard niet meer verstaan in een tijd waarin de lusten, die hem nog in oprecht verdriet telkens weer te sterk waren, gewoon moeten worden uitgeleefd.
De historicus komt tot de conclusie dat Willem Frederik voor het 'conflict tussen christelijke normen en adellijke levensstijl' moeilijk oplossingen kon vinden. Willem II maakte het zichzelf makkelijker door niet zo zwaar te tillen aan zijn zonden, maar Willem Frederik bleef zichzelf maar kwellen, zegt Kooymans. De innerlijke tweestrijd was blijvend, zo stelt hij vast. Dat bij deze innerlijke tweestrijd het Avondmaal van grote betekenis moet zijn geweest, dat merken we niet direct vanuit deze historische studie. Wellicht zijn de zilveren Avondmaalsbekers van Groot-Ammers daarvan sprekender getuigen. Overigens trekt de auteur de integriteit van Willems calvinistische overtuiging gelukkig niet in twijfel. Op zijn sterfbed, na een ongeluk met een defect pistool, liet hij zich troosten door de woorden van de Franse predikant Drélincourt in zijn troostboekje tegen de verschrikkingen van de dood, een boekje dat hij in zijn leven al tientallen malen had gelezen.

Zoetermeer               M. A. van den Berg

N.a.v. Luuc Kooijmans: Liefde in opdracht Het hofleven van Willem Frederik van Nassau, uitg. Bert Bakker, 2000, 332 pag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 2000

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De driften veel en 't hart onrein

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 2000

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's