Boekbespreking
Maarten den Dulk, Een huis naast de synagoge; herlezing van de brief aan Timoteüs met het oog op de gemeente, uitg. Meinema Zoetermeer 2000, 288 blz., ƒ 39, 90, ISBN 9021138018.H. Uytenbogaardt, W. Kloppenburg, H. Vreekamp, Kruismeditatie en bekla Gods, in liturgie en leerhuis, 61 pag., ƒ 15, -, Uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer 1999.
Maarten den Dulk, Een huis naast de synagoge; herlezing van de brief aan Timoteüs met het oog op de gemeente, uitg. Meinema Zoetermeer 2000, 288 blz., ƒ 39, 90, ISBN 9021138018.
Prof. dr. Maarten den Dulk, geruime tijd rector van het hervormd seminarie te Driebergen, thans hoogleraar praktische theologie aan de kerkelijeke opleiding van de universiteit van Leiden, biedt ons in deze publicatie een boek aan, dat gegroeid is uit werkgesprekken met jonge predikanten en kerkelijke medewerkers. Dat is door heel het boek merkbaar. Zijn boek dient zich aan als een 'vademecum' voor hen die in de strijd om het kerkelijk (voort)bestaan (gefrustreerd door menig probleem, door werkdruk, enz.) het zicht op de doelstelling van hun werk dreigen te verliezen. Het boek wil de bezinning op die doelstelling dienen. Om ermee tot zichzelf te keren (een adempauze) en zich af te vragen: Waar doen we het eigenlijk voor? Wordt de rest van de samenleving er beter door?
Het boek is verdeeld in drie onderdelen. I) Plaatsbepaling; waar staat de gemeente? De auteur geeft daarop de volgende antwoorden. A) Zij is een gemeente met een joodse aanleg. Laat ze haar joodse wortel niet miskennen. 'Het was de bedoeling, dat zij samen op weg gingen: de synagoge en ecclesia... maar het werd een drama' (blz. 32). Kijk, hoe Nehemia en Ezra indertijd zich inspanden om het volk een herbouwd huis van God te bereiden, om het te onderwijzen in de Thora en het een plaats te geven in de samenleving. Zo mag de gemeente van Christus Jezus vandaag een huis van God (tempel) zijn, het verhaal van God en mensen (Schrift) doorvertellen en zorgdragen voor een rechtvaardige samenleving. B) De gemeente is echter helaas op drift geraakt onder de volken (ze is een gemeente met een heidense aandrift), verscheurd door twisten, verreweg in de minderheid in de wereld. Maar niettemin is ze er in de twee gestalten van de liturgische viering als een ontmoeting met God en in de deelname aan het maatschappelijke leven door liefdevolle hulpverlening. C) Zij is ook een gemeente met een christelijke overleving. Een gemeente met een opdracht, zoals verwoord in Paulus' brief aan Timoteüs. Den Dulk doet een poging om deze brief (hij bedoelt de eerste brief aan Timoteüs) in de context van deze tijd te herlezen. Lesmateriaal om te helpen bij de overlevering van de joodse Thora en de joodse Messias aan niet-joden. Helaas is de kerkelijke traditie van vertolking van deze brief - naar het oordeel van Den Dulk - beneden de maat. Hij komt tot een herlezing van deze brief om daaruit de opdracht van de gemeente - nu af te lezen. Dit wordt verder uitgewerkt in onderdeel II van zijn boek. Daarin geeft hij eigentijdse parafrases van perikopen uit de brief over a) de uitleg van de Schrift; b) de opmaak van de liturgie; c) het geheim van de gemeente; d) de opbouw van de eigen gemeenschap; e) de strijd om gerechtigheid in de samenleving. In het derde en laatste deel van het boek (Rapportage genoemd): een verslag van eigen ervaringen en inzichten, geënt op de verdeling van de brief aan Timoteüs.
Al met al een gedegen studieboek dat - praktisch theologisch — heel wat in de melk brokkelt. Ook de niet theologisch geschoolde lezer, zal er, als hij zich door het kunstzinnige taalgebruik van de auteur heen worstelt, zijn voordeel mee kunnen doen. Het slot van het boek - met daarin een uitvoerige beschouwing over K. Barth en zijn visie op de arbeidsethiek is best pittig. Bovendien nemen zijn gedachten in het hoofdstuk over Eva in het onderwijs wel een erg hoge vlucht. Wat het inhoudelijke betreft: Den Dulk is in een sterk oecumenische betrokkenheid, een bevlogen liturgicus. Volgens hem staat er na de tweede fase van de liturgische beweging nog heel wat voor de deur: meer aandacht voor de vrouw, voor de charismatische beweging, voor joodse gebeden - ook het Achttien-gebed - voor gebedsvormen van de islam (blz. 138). Overigens zoekt Den Dulk vaak steun in de reformatorische traditie, met name Micron en de wijze waarop hij in Londen (1554) de gemeente geordend wilde zien. In deze passage van het boek trof mij menige uitspraak. Verder zijn de dingen die hij aan de orde stelt, wanneer hij over het pastoraat schrijft (over conflicten in de gemeente; afstand bewaren en toenadering zoeken) voor menig pastor een hart onder de riem.
Over het geheim van de gemeente en dè uitstraling ervan in missionaire bewogenheid in de wereld, zou ik zeker meer gezegd willen hebben dan Den Dulk zegt. M.i. kan van dat geheim van de gemeente alleen gesproken worden in een diepteboring waarin de spirituele dimensies ervan aan de oppervlakte komen. De tijd van een politieke prediking waarin het maatschappelijk engagement de hoofdrol speelt, is voorbij. Dat is ook de mening van Den Dulk. Maar hoe dan wel? Ligt het geheim van de gemeente niet vooral in de geloofswetenschap als een goddeloze gerechtvaardigd te zijn en in een Godgewijd leven?
Verder ben ik wat zijn vertolking van 1 Timoteüs betreft niet enthousiast. Ik denk, dat hij vele vertaalslagen maakt om Paulus te laten zeggen, wat hij vindt, dat deze vandaag tegen werkers in de kerk zou zeggen. Soms dacht ik bij het lezen van bepaalde passages: ik kan toveren, ik kan toveren... Bijv. wanneer hij Paulus laat zeggen, dat mannen en vrouwen beiden actief in het leerproces mogen bezig zijn en dat zij beiden moeten tonen wat ze waard zijn (hun eigen identiteit moeten waarmaken). En dan voegt Den Dulk eraan toe: 'Het is duidelijk, dat Paulus denkt vanuit een traditioneel gedragspatroon en dat ook zijn fantasie niet veel verdergaat'. M.i. gaat de fantasie van Den Dulk op allerlei punten inderdaad veel verder dan die van Paulus.
De titel van het boek herinnert aan Hand. 18 : 7 waar Paulus - na het veto dat hij kreeg in de joodse synagoge van Korinthe - zijn intrek nam in een huis vlak ernaast. Zo kon hij zittend op zijn bankje voor dit huis altijd nog in gesprek blijven met op de sabbat daar langs komende bezoekers van de synagoge. Wijs. Inderdaad, het getuigend gesprek met het jodendom - nog maar net goed en wel op gang gekomen - mag niet verdwijnen. Den Dulk geeft ons in zijn boek in elk geval een goede oefening in het luisteren naar stemmen als van Nehemia en Ezra. Die zijn wat betreft het gemeente-opbouwwerk nu van blijvende betekenis.
B. C. den Boer
H. Uytenbogaardt, W. Kloppenburg, H. Vreekamp, Kruismeditatie en beklag Gods, in liturgie en leerhuis, 61 pag., ƒ 15, -, Uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer 1999.
In de serie Werkboekjes voor de eredierist, verscheen nr. 15. In dit deeltje gaat het over een onderwerp dat al veel stof heeft doen opwaaien, namelijk het zogenaamde 'Beklag Gods' in de nieuwe liturgie voor de viering van de dienst op Goede Vrijdag.
In het Dienstboek, een proeve van de SoW kerken, dat uitkwam in 1998 treffen we in de liturgie voor de Goede Vrijdag het 'Beklag Gods' aan. Het is het laatste onderdeel van de kruismeditatie, zoals deze voorkwam in het Romeinse missaal. In dit 'Beklag Gods' gaat het er om dat de Heere God met de woorden van Micha 6 : 3 en 4 zijn volk aanklaagt, omdat het zoveel goed met zoveel kwaad beantwoordt. In de liturgische teksten gaat het dan om de aanklacht van God aan zijn volk vanwege de kruisdood van zijn Zoon. De vraag is dan: wie is het volk? Wanneer daar Israël onder verstaan wordt, kan dit onbedoeld een voedingsbodem voor anti-semitisme betekenen. In dit deeltje wordt zowel de geschiedenis van de liturgische tekst, alsook de toonzetting besproken. Dr. Vreekamp geeft een aanzet om tot een bespreking ervan te komen in vijf bijeenkomsten in de gemeente, vanaf de Israëlzondag tot aan Goede Vrijdag. Op grond van deze bijeenkomsten in het Leerhuis kan men dan tot een weloverwogen beslissing komen om het 'Beklag Gods' al dan niet op te nemen in de liturgie van de eigen gemeente.
Het is een aangelegen zaak die hier aan de orde komt. Persoonlijk heb ik er ook moeite mee dat het 'Beklag Gods' in de Goede Vrijdag liturgie voorkomt. Zowel om de hierboven genoemde redenen (i.v.m. Israël), maar ook omdat de liturgie gepaard gaat met kruisverering en omdat de onmisbaarheid van het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus er niet in gehoord worden. Wat moet ik met het 'Beklag Gods', zonder de prediking van Hem die het oordeel dat ik verdiend heb, heeft willen dragen. Ik zou er onder verteren.
Ik denk dat deze - voor ons - nieuwe liturgie ten koste gaat van kernen van het reformatorisch erfgoed. Daarom zal het probleem in heel veel gemeenten ook niet spelen. Ik kan het goed begrijpen dat men deze liturgie vreemd vindt en afwijst.
Waddinxveen W. Verboom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's