Boekbespreking
Koos Neuvel, Wee de genen, over de logische fundamenten van menselijk gedrag, 214 blz., ƒ 32, 50, uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer, 2000.
De invloed van de biologie neemt toe. Biologen hebben zich altijd vooral beziggehouden met planten en dieren, maar denken steeds meer na over mensen. Dan niet alleen over het menselijk lichaam puur, maar ook over de invloed van onze biologische bepaaldheid op de manier van denken en leven. Daarover werd al wel langer nagedacht, maar dat werd tot halverwege de jaren tachtig bij voorbaat bestreden (vooral door politiek links georiënteerde mensen). Sinds vijftien jaar mag het, dat biologen of daarmee verwante wetenschappers onderzoek doen naar lichamelijke verschijnselen en de gevolgen daarvan voor mens en maatschappij. Er zijn ook zo langzamerhand te veel bewijzen van het gelijk van de biologen om dit onderzoek van te hand te wijzen. Criminaliteit heeft een sociale component (denk aan weinig onderwijs, geen werk, groepscultuur). Dat mogen we nooit loslaten. Maar criminaliteit kan ook een biologische achtergrond hebben. Hoe zit het immers met de agressie-remmende of agressie-bevorderende stofjes in iemands hoofd? Zelfs feministen moeten toegeven dat er niet alleen opvoedingsverschillen zijn, maar ook wezenlijke biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Het onderzoek naar de biologische verschillen tussen homofielen en heterofielen is ook niet meer verdacht en levert interessante nieuwe gegevens op. Het meest indrukwekkend is de biologische wetenschap gevorderd op het terrein van de psychiatrie. Al staan de meeste psychiaters een biopsychosociale benadering van problemen voor, de invloed van de factor 'bio' is onmiskenbaar groot. Bij sommige depressieve mensen helpt het enige weken slikken van een goed medicijn beter dan twee jaar psychotherapie. ADHD-kinderen zijn doorgaans geen verkeerd opgevoede kinderen (arme moeders die daarvan lange tijd als oorzaak zijn aangewezen!) Het zijn kinderen die met goede medicijnen prima te helpen zijn. Er is niets mis met hun opvoeding maar met hun lichaam. De invloed van de biologie neemt in onze jaren snel toe omdat de kennis van de menselijke genen groeit. Sommige mensen denken dat voor alles wat wij voelen, doen of denken met onze geest of ons lichaam wel een gen te vinden is. Dan is de factor 'bio' ongeveer ons noodlot geworden.
In deze bundel gaat Koos Neuvel in gesprek met tal van wetenschappelijk onderzoekers die nauw betrokken zijn bij deze nieuwe trend in de wetenschap. De interviews zetten de lezer aan het denken.
Ik heb wel een aantal problemen met de inhoud van dit boek. Koos Neuvel stelt goede en ook kritische vragen. Maar vrijwel alle wetenschappers die aan het woord komen zijn kritiekloos ten aanzien van het biologisch onderzoek en zijn gevolgen. Slechts de bijdragen van Piet Smelik en Frits de Lange vind ik enigszins kritisch. Het is namelijk nogal wat als door biologen dieren en mensen zo dicht bij elkaar gebracht worden als in dit boek gebeurt. Dat moet gevolgen hebben voor de moraal en je redt de moraal echt niet door te stellen dat dieren ook moraal kennen. Die is dan wel van een andere orde. We zien in onze tijd al een vergaande invloed van biologen op de moraal rond leven en sterven. Een gezonde hond heeft meer levenskwaliteiten dan een gehandicapt geborene. Waarom zou je die hond wel mogen doden en zo'n kind niet? Al gaat hij niet hierop in, De Lange doet terecht een poging om de superioriteit van de christelijke moraal te handhaven tegenover het biologengeweld.
Iets wat mij ook gestoord heeft is het naïeve evolutionisme van de wetenschappers. Alles, maar dan ook werkelijke alles van de biologie wordt gekoppeld aan de evolutie. 'Gen is God en Darwin zijn profeet', zegt De Lange kritisch. Soms moet ik er gewoon om glimlachen. God werd vroeger gebruikt als stoplap voor de wetenschappelijk onverklaarbare dingen. Nu functioneert de evolutie zo. De verschijnselen worden net zolang gekneed tot ze in de mal van de evolutie passen. Het taalgebruik is soms semi-religieus. De evolutie leidt de ontwikkeling, alsof God aan het werk is. (Een zin ter illustratie, blz. 102, 'Gedurende de evolutie is de oplossing bedacht om razendsnel een band tussen kuikens en ouders te smeden'. Dan denk ik: wie bedenkt wat? Wie bedenkt iets doelgericht? Evolutie berustte toch op ongericht toeval? ) Ik heb dit boek met aandacht gelezen en beveel het mensen aan die geïnteresseerd zijn in wetenschap, biologie en sociologie. Het mooiste zou zijn als kritische, christelijke filosofen deze problematiek eens onder de loep zouden nemen.
N. C. van der Voet
A. C. van Noort, Samen vieren? Gewoon doen, over de deelname van mensen met een verstandelijke handicap in de eredienst van de gemeente, 32 p., ƒ 7, 80, Uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer 2000.
Opnieuw is een deeltje verschenen in de serie Werkboekjes voor de eredienst. Dit 19e deeltje is geschreven door ds. A. C. van Noort, tot voor kort predikant van de Oecumenische Wijkgemeente Het Erfdeel te Meppel en geestelijk verzorger van 'Het Erf' aldaar. In dit boekje gaat het om de wijze waarop gemeenteleden met een verstandelijke handicap kunnen worden geïntegreerd in de gemeente, waarbij het dan met name gaat om de deelname aan de kerkdienst. Deze vraag komt steeds meer voor, omdat gemeenteleden met een verstandelijke handicap steeds vaker tussen andere mensen in komen te wonen. In het boekje worden drie praktijkvoorbeelden gegeven van een manier waarop er geen aparte aangepaste kerkdiensten meer worden gehouden, maar deze diensten geïntegreerd zijn in de gewone diensten. Het gaat om diensten in de Zaanstreek, Rotterdam-Zevenkamp en Meppel. Het niet-verbale krijgt grote aandacht. Hoewel het van grote betekenis is dat gemeenteleden met een verstandelijke handicap als volwaardige leden van dë gemeente worden beschouwd (1 Kor. 12), vraag ik me toch af of de gegeven voorbeelden van integratie te verkiezen zijn boven de gebruikelijke aangepaste diensten. Ik had het nou zo goed gevonden als er ook een praktijkvoorbeeld uit de hoek van de hervormd-gereformeerden was opgenomen. Is de bezinning op de vraag of gemeenteleden met een verstandelijke handicap een ambt kunnen vervullen in dit boekje niet veel te kort? Moeten we ook niet oppassen dat we het wezenlijke van het reformatorisoh erfgoed in de eredienst kwijtraken? Dat ik dit bij dit deeltje over gemeenteleden met een verstandelijke handicap opmerk, mag niet worden uitgelegd als een vorm van non-acceptatie van deze 'zeer geliefde broeders en zusters in de Heere.'
W. Verboom
P. Oskamp, Vergeef ons onze schulden Riten om in het reine te komen, 36 p., ƒ 9, 50, Uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer 2000.
In de serie Werkboekjes voor de eredienst schreef dr. P. Oskamp, oud rector van het Hervormd Seminarium een nieuw deeltje (nr. 20) dat handelt over de biecht. Een onderwerp dat (terecht) de laatste tijd in de belangstelling staat. Veel mensen hebben een gekweld geweten, omdat schuldgevoelens hen achtervolgen. Zij hebben er behoefte aan, om dit voor God - in de ruimte van de christelijke gemeente - te belijden en de toezegging van zijn vergeving uit de mond van een ander te horen. Naar een passende vorm wordt gezocht. Oskamp onderscheidt drie vormen van biecht. Ten eerste in de liturgie. Ten tweede in speciale boetediensten. Ten derde in de privébiecht. Verhelderend is zijn uiteenzetting over de oorspronkelijke bedoeling van de biecht en de opvatting van de reformatoren Luther en Calvijn erover. Zij wezen de biecht als zodanig niet af, maar wel de biecht zoals die in hun dagen in zwang was: de biechtdwang en het verdienstelijk karakter ervan. De eigenlijke biecht is te kenschetsen als een toevlucht nemen tot Gods barmhartigheid, verg. Jak. 5 : 16 (p. 24). Oskamp biedt ook een biechtorde. Hij ziet het biechthoren als een charisma. Al met al is het een leerzaam boekje geworden. Ik heb wel enkele vragen. Zo begrijp ik niet de betekenis van een boetedienst bij een echtscheiding. Hier is toch geen sprake meer van boeten als herstellen, het weer goed maken? Ook kwam de vraag bij mij op of het ambtsgeheim niet erg belangrijk is in het pastorale biechtgesprek.
W. Verboom
Ds. H. van den Belt, Een eeuwig verbond, Over de betekenis van de heilige doop, 72 p., ƒ 17, 50, Uitgeverij Groen te Heerenveen 1999.
De hervormde predikant, die dit boekje schreef, heeft met deze uitgave veel ouders een goede dienst bewezen. Het boekje is namelijk bestemd om te dienen als voorbereiding op het laten dopen van een kindje en ook als middel om er daarna mee bezig te zijn in de opvoeding.
Het geheel bestaat uit zes hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk gaat het erom wat je moet bewegen om je kind te laten dopen. Het is de geloofsgehoorzaamheid aan God, omdat Hij de doop heeft ingesteld als een teken en zegel van zijn verbond. Over dat verbond gaat het verder in hoofdstuk 2, waarna in hoofdstuk 3 het sacramentele karakter van de doop wordt besproken. In het volgende hoofdstuk komen de doopvragen uit het klassiek gereformeerde doopformulier aan de orde. Dan volgen in hoofdstuk 5 acht meditaties, die ouders in de week voor de doop kunnen lezen. Met Schriftlezingen en gebeden. Telkens wordt een belangrijke zinsnede uit het doopformulier besproken. Het laatste hoofdstuk is bedoeld als een hulpmiddel om na de doopsbediening verder te gaan. De beide gebeden uit het doopformulier worden hiervoor uitgelegd.
Ik vind het een fijn boekje. De kracht ervan ligt voor mijn besef vooral in de pastorale wijze waarop de auteur ingaat op vragen waar doopouders mee kunnen zitten. Bijvoorbeeld: is mijn kind wel een kind van God? Hoe zit het met de spanning tussen verkiezing en verbond? Steeds weer worden de lezers van dit boekje gewezen op het onwankelbare fundament van Gods belofte. Eén vraag: moet de uitdrukking: geen bewijs op p. 12 niet zijn: een bewijs? Dat kan in een volgende druk wellicht verholpen worden. Reeds eerder schreef ds. H. J. Lam een soortgelijk boekje (Van doopzitting naar doopvont) Me dunkt: ze kunnen beide gebruikt worden. Kerkenraden kunnen ze aan de doopouders geven.
Waddinxveen W. Verboom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's