De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Dezer dagen herdenkt de hervormde gemeente van Oud-Alblas haar 400-jarig bestaan. In die gemeente begon ook ooit dr. J. D. de Lind van Wijngaarden, medeoprichter van de Gereformeerde Bond, zijn dienst. Toen hij 25 jaar predikant was zei hij in zijn Gedachtenisrede, die me dezer dagen werd toegezonden, over zijn eerste gemeente, met daarbij aansluitend de gemeente Utrecht, het volgende:

'Het is mij eene behoefte nog in het bizonder enkele toespraken te doen hooren, of liever iets in herinnering te brengen van hetgeen ik in de verschillende gemeenten ondervinden mocht. En dan denk ik natuurlijk het eerst aan de gemeente, waarin ik mijne evangeliebediening aanvaard heb, aan het voor mij zoo onvergetelijke Oud-Alblas. Van degenen, die mij als kerkeraad beroepen hebben, is er slechts één meer in leven. Een oud-gediende in de strijdende kerk. Veel heb ik aan hem, zoowel als aan anderen, te danken gehad. Want veel moet een candidaat tot den heiligen dienst nog leeren, en veel, wat niet minder noodzakelijk is, afleeren. De gemeente waarvan vele leden onderlegd waren in de waarheid Gods, had mij met toegenegenheid ontvangen, en heeft mij ook in mijne eerste jaren met liefde gedragen. Nooit vergeet ik het oogenblik, dat ik van haar afscheid nam, toen vaarwel moest zeggen aan zoovelen, met wie ik op bizondere wijze verbonden was geworden. Zelfs een paar jaren zijn noodig geweest om het gevoel van gemis weg te nemen, dat ik telkens in mij ontwaarde, als ik aan Oud-Alblas dacht. Ik wil dit hier uitspreken, omdat het toch ook goed is in zulk eene ure in gedachtenis te brengen, wat God de Heere ons op onzen levensweg geschonken heeft.
Met genoegen mag ik ook terugzien op de twaalf jaren, die ik in Utrecht gestaan heb. Voor mij eerst een ontzaglijke overgang! Welk een verschil het kalme rustige leven in mijne eerst gemeente en het meer woelige, drukke leven in een stad. Welk een verschil ook in den gemeentelijken arbeid, leder predikant had zoo zijne eigene gemeente. De strijd was er dikwerf niet gering bij de worsteling, die er op kerkelijk geb gevonden werd, maar hij werd goedgemaakt door de aanhankelijkheid van zeer velen. Verschillende personen kwamen ook in deze dagen weer voor mijn geest. Ik denk aan de vrienden, die met mij deel uitmaakten van de vereeniging "Troffel en Zwaard", welke ten doel had in de week sprekers van elders te doen komen. Aangename oogenblikken heb ik in dien vriendenkring doorgebracht. Ik denk aan velen van de kinderen Sions, die mij menig uur van verkwikking, door de goede hand Gods over ons, hebben bereid. Als ik ze zou noemen, ik zou niet weten waar te beginnen of waar te eindigen. Velen van hen juichen reeds voor den troon in eeuwige heerlijkheid! Velen van hen zijn reeds gekomen aan de grenslijn, die in het lied van Mozes ons voorgehouden wordt. En was het eene indrukwekkende ure, toen ik afscheid nam van de gemeente Oud-Alblas, niet minder indrukwekkend was de ure, toen ik mijne afscheidsrede hield in mijne tweede gemeente.'

                * * *

Een lezer zond ons toe een niet gedateerde brochure van dr. G. Oorthuys (19e eeuw) De Doleantie in het licht van Gods Woord. Op het front staat een passage uit de brief, die dr. Ph. J. Hoedemaker schreef aan jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman:

'Niet wij... maar de vertegenwoordigers van de beginselen, die gij en ik belijden, spreken elkander hierover als wij ter ruste zijn, over twintig, vijftig, honderd jaar... nader.'

Uit deze brochure de volgende passage: 'Het is zoo gemakkelijk niet om uit te maken of de Heere reeds een volk of een Kerk verlaten heeft. De Heere is veel geduldiger dan wij. Zijn lankmoedigheid is veel grooter dan de onze. Zoowel over personen als over volken en Kerken. Zijne verstooting is zeldzaam!
Waar vindt ge ooit in Gods Woord de Goddelijk raadgeving: maak nu maar een nieuwe kerk, laat de oude in den steek. Mijn verbond met haar heb ik verbroken?
Veeleer is Zijn Woord over een ontrouwe Kerk in overeenstemming met Gods belofte aan David: "Indien uwe kinderen Mijne Wet verlaten en in Mijne rechten niet wandelen, indien zij Mijne inzettingen ontheiligen en Mijne geboden niet houden, zoo zal Ik hunne overtreding met de roede bezoeken en hunne ongerechtigheid met plagen. Maar Mijn goedertierenheid zal ik van hen niet wegnemen... Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen." (Psalm 89 : 31, enz.)'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's