Johann Sebastian Bach als vertolker van het Evangelie (4)
We gaan in deze en de volgende bijdragen nog wat verder in op de wijze waarop Bach in zijn geestelijke werken, met name zijn cantates en passionen, de boodschap van het Evangelie vertolkt heeft. Wel doet zich daarbij de vraag voor of we niet het risico lopen inlegkunde te bedrijven en Bach theologisch te overvragen. Temeer, omdat we aangewezen zijn op teksten die doorgaans niet van Bach afkomstig zijn, maar hem aangeleverd werden door tekstdichters.
Bach en zijn teksten
Over die tekstdichters is vaak negatief geoordeeld. Volgens Maarten 't Hart waren de teksten 'doorgaans ten hemel schreiend miserabel'. Schweitzer formuleerde het vriendelijker: 'Zijn teksten waren formeel gezien zo weinig geschikt om op muziek te zetten als maar denkbaar is'.
Een van de mensen die Bach van teksten voorzien hebben was Picander, schuilnaam voor Christian Friedrich Heinrici, postmeester en tot 1740 ontvanger van accijnzen en wijninspecteur. H. van der Linde noemt hem een rijmelaar. Anderen oordelen genuanceerder en positiever. Zo zegt Van Hoof van de teksten van Picander dat hij geen groot dichter was, maar dat zijn taal niettemin niet al te bombastisch en zelfs vrij concreet was en rijk aan muzikaal bruikbare beelden. De kritiek op de teksten is aan de ene kant terecht. Grootse poëzie is het bepaald niet, Maar je moet voor een billijk oordeel ze wel plaatsen in de lijst van hun tijd en door de tijdgebonden beelden en de barokke taal heen lezen om ze te vatten in hun bedoeling.
Er is verder op gewezen dat je om Bachs cantates naar de inhoud te begrijpen de preken en de bijbeluitleg uit die tijd erbij moet betrekken.
De preken uit die tijd zijn onder meer het reservoir waaruit de tekstdichters geput hebben. We zien dan, dat allerlei associaties met bijbelse beelden, die ons gezocht voorkomen of die we al snel als vergeestelijking afdoen, voor de tijdgenoot van Bach verstaanbaar waren.
Bovendien moeten we niet vergeten, dat Bach in zijn teksten vaak veranderingen aanbracht. Gottfriend Simpfendörfer laat dat in zijn gedetailleerde studie over de vroomheid van Bach in de spiegel van zijn cantates aan de hand van vele voorbeelden zien.
Schilder
Bach valt niet samen met elke tekst die hij op muziek gezet heeft. Maar er moet toch verwantschap en instemming met de teneur van deze teksten zijn geweest. Daarom is het gewettigd om die teksten te gebruiken om erachter te komen hoe Bach het Evangelie vertolkt heeft. De veranderingen die hij aanbracht, de manier waarop hij in zijn muziek elementen uit een tekst als het ware onderstreepte en naar voren haalde of door herhalingen accentueerde, zijn veelzeggend voor de wijze waarop hij het Evangelie gehoord en verstaan heeft.
Men heeft hem wel een schilder met muziek genoemd. Om een enkel voorbeeld te noemen: ik denk aan de wijze waarop Bach in de Mattheüspassion het scheuren van het voorhangsel en het beven van de aarde verklankt heeft. In cantate 80 over het Lutherlied treft je de wijze waarop hij het 'Met onze macht is het niets gedaan' weergeeft. Violen en altviolen schilderen in snelle passages het tumult van het slagveld waar de machten van het kwaad te keer gaan. In een schitterend contrast daarmee zingt een sopraanstem, begeleid door een hobo, de woorden van het koraal. Woorden als vreugde en blijdschap worden vaak door snelle, dansende bewegingen weergegeven. Ook voor motieven als golven, storm, springen, lopen, huppelen, kloppen gebruikt de componist allerlei muzikale motieven. Wie daar oor voor heeft, ontdekt in de wereld van Bachs cantates en passionen steeds nieuwe facetten, Er is heel wat literatuur die ons daarbij kan helpen. Ik noem hier alleen het voortreffelijke boek Van Alfred Dürr, waarin in de volgorde van het kerkelijk jaar alle cantates uitvoerig besproken worden,
De Schrift als getuigenis van Gods heil
Ik moet me beperken tot enkele hoofdlijnen inzake de wijze waarop Bachs geloof en theologie doorklinken in zijn cantates en passionen. Ik heb daarvoor vooral geput uit het eerder genoemde werk van Simpfendörfer. Bach blijkt sterk beïnvloed te zijn door de theologie van Luther, waarmee hij van jongs af aan vertrouwd was. Een centrale plaats neemt het bijbelwoord in. Op vele plaatsen onderstreept Bach het bijbels element in zijn teksten. De Schrift is voor Bach - en ook daarin is hij een goede leerling van Luther - niet alleen wet, maar vooral wet en Evangelie.
Het Woord dat de mens verschrikt, is in werkelijkheid toezegging, licht. In de paascantate 'Bleib bei uns, denn es will Abend werden' (vgl. Luk. 24 : 28v), komen we na de klacht over de duisternis vanwege onze ongerechtigheid in een van de aria's de regels tegen: 'Jezus, laat ons op U zien... Laat het licht van Uw Woord helder voor ons schijnen'.
Het Woord als belofte en als evangelieprediking getuigt van het exclusieve van Gods heilswerk in Christus. Bach beklemtoont dat in vele van zijn cantates: God moet alleen het hart van de mens bezitten (cantate 169). Christus alleen is 'de rechte Man die God verkoren heeft' (cantate 80). Op de bange vraag 'waar zal uw toevlucht zijn?' luidt het antwoord: Alleen in Jezus' vaderhanden' (cantate 114).
In verschillende cantates accentueert Bach het christologische element door in de muziek bijzondere nadruk te leggen op woorden als Immanuël, grote Zoon van God. Gods handelen aan de mens is uitvloeisel van zijn liefde, zichtbaar geworden in kribbe en kruis. Een van de mooiste voorbeelden is de tenoraria uit cantate 85 'Zie wat de liefde doet'. Maar ook is te noemen de sopraansolo uit de pinkstercantate 68 'Alzo lief heeft God de wereld gehad': 'Mijn gelovig hart, jubelt en zingt: Uw Jezus is daar...!' Dit heilswerk van God is immers een bron van troost, een motief dat in vele cantates terugkeert. En deze troost vloeit onlosmakelijk voort uit het feit dat God aan de mens handelt sola gratia, door genade alleen. Simpfendörfer wijst erop dat Bach zich aan dit woord 'genade' zoveel gelegen liet liggen, dat hij enkele malen zowel in een bijbelwoord als in een liedregel het woord 'goedheid' vervangt door 'genade'. De mens van zijn kant kan dit heil alleen ontvangen in het geloof. Geloof is vertrouwen en geen aanstoot nemen aan de weg die God gegaan is. 'Erger je niet, o ziel, dat het allerhoogste licht, Gods glans en evenbeeld, zich in de gestalte van een knecht verbergt; erger je niet o ziel' luidt het openingskoor van cantate 186.
God toezegging is vast en zeker. Daarom krijgt meer dan eens het 'ik weet' bij Bach nadruk, namelijk dat God voor het welzijn van de mens zorgt (cantate 183) en dat hij leeft van Gods troost (cantate 113). En de lutheraan Bach weet dat dit geloof geen vrucht van eigen akker is, maar Gods werk. Maar juist daarom is het verbonden met de liefde en de dankbaarheid als antwoord op Gods genadedaad. Gods barmhartige hart stelt de mens in staat om barmhartigheid te bewijzen (cantate 185).
Theologie van het kruis
Er bestaat een partituur van de Mattheüspassion in fraai schoonschrift van Bachs hand. Opvallend is dat de componist voor de tekst van het Evangelie en van het koraal 'O, Lam Gods onschuldig', rode inkt gebruikt. Dat heeft iets van een persoonlijke belijdenis. Bach laat zien, dat het hart van zijn geloof klopt in de prediking van Christus' kruisdood voor ons. Ook in het slotkoor van het eerste deel van deze passiemuziek vinden we dat heel duidelijk terug. Ik denk aan de regel 'Er wollt' der Mittler werden'. Jezus Christus is de middelaar die door zijn offer voor ons de zware last van onze zonde droeg. Ook hierin is Bach de typische volgeling van Luther en diens theologie van het kruis.
Het kruis heeft bij Bach een dubbele betekenis, In de eerste plaats is het het kruis waaraan Jezus gestorven is voor onze zonden om ons te verlossen en met God te verzoenen. Dat is allesbehalve goedkope genade. Want het kruis behoort ook bij het leven van de christen. Dat had men maar al te vaak aan den lijve ervaren. Er is door de kerkhistoricus Karl Holl op gewezen dat sinds de Dertigjarige oorlog, die als een verwoestende plaag over Duitsland is gegaan, het godsdienstig leven gestempeld was door kruis en lijden.
Bach heeft van dat laatste ook zelf geweten. Een van zijn kinderen was aan lager wal geraakt. In een brief waarin hij zijn excuses aanbiedt voor het gedrag van zijn zoon schrijft Bach onder meer: 'Ik moet mijn kruis geduldig dragen'. Dat de christen kruisdrager is, komt duidelijk uit in de beroemde 'Kreuzstabcantate' (56): De kruisstaf die van God komt voert ook tot God. Want hoe bitter en zwaar de bittere lijdenskelk ook is (cantate 100), in kruis en nood is God nabij met zijn hulp (cantate 51).
H|j voor ons
Er zouden uit Bachs werken vele voorbeelden te geven zijn waarin dit 'Hij voor ons' beklemtoond wordt. Ik denk aan de passiemuziek naar Johannes. Bij Johannes staat het kruis in het licht van de verheerlijking. Bach laat dat op een schitterende wijze horen in het openingskoor van zijn Johannespassie: een loflied op Gods majesteit en heerlijkheid en een bede: 'Toon ons door Uw lijden dat Gij, de ware Zoon van God ook in de grootste vernedering verheerlijkt zijt geworden'. In het centrum van deze passiemuziek horen we het koraal: 'Door uw gevangenis, Zoon van God, is voor ons de vrijheid gekomen'. Jezus' kerker is de genadetroon, vrijstad voor alle vromen. Onze slavernij zou voor eeuwig zijn geweest, als Hij niet slaaf geworden was om onzentwil. Ik denk ook aan de ontroerende altaria, begeleid door de lage tonen van de gamba 'Es ist vollbracht', waarbij de muziek ineens een wending neemt bij de woorden: De held uit Juda overwint met macht!
Tekenend is ook de wijze waarop Bach de vleeswording van het Woord en de lijdensweg met elkaar verbindt. Zo horen we in cantate 91: God neemt de armoede op zich doordat Hij 'menschlich Wesen' aanneemt. In de eerder genoemde pinkstercantate 68 beluisteren we in een van de aria's de regels: 'Gij zijt geboren mij ten goede. Dat geloof ik en daarom is het mij wel te moede, omdat Gij voor mij hebt genoeg gedaan'.
Ik noem in dit verband ook de cyclus van zes cantates voor de kersttijd, het Weihnachtsoratorium. Voor de melodie van het bekende adventslied 'Hoe zal ik U ontvangen' (cantate 1) gebruikt Bach de melodie van het koraal 'O, hoofd vol bloed en wonden', een melodie die we in de Mattheüspassion vijfmaal tegenkomen. Gaan we te ver als we ook hier een aanwijzing zien dat voor Bach de kribbe en het kruis bij elkaar horen? Ik denk van niet.
Voor mij persoonlijk is het mooiste wat Bach gecomponeerd heeft, de Hohe Messe. Bach heeft deze aan het eind van zijn leven rond 1747 deels nieuw gecomponeerd, deels uit oudere stukken samengesteld. De 'grote katholieke mis' noemde zijn zoon dit werk later. Bij het woord 'mis' denken we aan de rooms-katholieke eredienst. Maar daarvoor heeft Bach dit werk niet gecomponeerd.
De geest van dit werk is door en door protestants en weerspiegelt de lutherse geloofsbeleving. Dat blijkt vooral in de vertolking van het Credo, de geloofsbelijdenis van Nicea. Het bestaat uit negen delen, waarbij het centrum gevormd wordt door de woorden 'Crucifïxus etiam' (Die ook voor ons gekruisigd is). Vier delen leiden erheen, vier gaan ervan uit. Twaalf maal herhaalt zich in dit deel de klagende melodie. De dertiende keer zwijgen de instrumenten. Zo heeft Bach in deze kathedraal van muziek het geloof van de kerk der eeuwen vertolkt, met dat accent op de theologie van het kruis, die we bij Luther aantreffen.
Ede A. Noordegraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's