De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kritisch op weg in gesprek met de cultuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kritisch op weg in gesprek met de cultuur

Terugblik op symposium

10 minuten leestijd

Prof. dr. G. Dekker, emeritus hoogleraar in de godsdienstsociologie van de Vrije Universiteit, had weinig hoop omtrent het gesprek met de cultuur uit hervormd gereformeerde kring. Hij zei dit in de forumdiscusssie aan het eind van het symposium, dat in de Sint Jan in Gouda was belegd ter gelegenheid van het terugtreden van ondergetekende als algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond. Het zou de hervormde gereformeerden, concludeerde hij uit de lezing van dr. W. Verboom en de bijdrage van dr. J. Hoek in het forum, eigenlijk om de eigen groepering gaan. Men houdt in hervormd gereformeerde kring de adem in bij het aanschouwen van de ontwikkelingen in de moderne cultuur maar is niet echt in staat het gesprek met de moderne cultuur te voeren.

                * * *

Dekkers conclusie vraagt nadere doordenking. In dit nummer wordt van het symposium als zodanig een samenvatting gegeven door ds. H. Russcher. Daarom acht ik me van de plicht ontslagen nog eens te herhalen wat is gezegd. Het kan ook niet mijn bedoeling zijn hier een laatste woord te hebben. Ik pak slechts enkele momenten op, die mijn inziens nadere bezinning behoeven. Ik wil daarbij allereerst mijn waardering uitspreken voor de wijze waarop de sprekers, elk uit eigen gezichtshoek, fundamenteel het thema hebben neergezet, De vier benaderingen, na de sociologische analyse door prof dr. G. Dekker, t.w. door dr. K. Blei, prof. dr. W. J. Ouweneel, ds. A. Moerkerken en dr. W. Verboom, gaven een behoorlijk compleet beeld van het staan in de cultuur in de verschillende dwarslagen van de protestantse christenheid in dit land.

Kritisch op wegD
Dr. Blei, vertegenwoordiger van de hervormde (oecumenische) stroming, bepleitte een open houding van de kerk naar de cultuur: wederzijds communicerend, met het risico dat christenen door het pek van de cultuur worden besmet. Hij pleitte voor een cultuurkritische, cultuurvormende maar ook cultuurvolgende benadering. Juist in dat cultuurvolgende zit het hem dunkt me. Dat bleek in de (te) korte forumdiscussie, toen dr. J. Hoek de kwestie toespitste op de ontwikkelingen in onze samenleving rondom het huwelijk en de wetgeving daaromtrent. Dan blijkt het toch, zoals altijd, weer uit te lopen op de vragen van het Schriftgezag en de wijze waarop men de Schrift leest.

                 * * *

Prof. dr. W. J. Ouweneel was van oordeel dat wie zich slechts achter tradities verschuilen wil - hetzij evangelisch, hetzij reformatorisch - het niet redden zal in deze moderne cultuur. De jongste zoon keerde terug naar de Vader. De oudste zoon, die nooit van huis was gegaan, was eigenlijk ook nooit bij de Vader geweest. De bijbelse boodschap - zei Ouweneel - mag niet verwateren maar: 'Misschien moeten we opnieuw, van de grond af aan, beginnen om deze vragen te doordenken'. Kan dat? Prof. dr. W van 't Spijker schreef daarover een artikel in het Nederlands Dagblad, onder de titel Theologie vanaf het nulpunt. Hij schreef, dat men wat de theologie betreft voor de vraag staat 'of het ooit zal lukken om haar zo te ontledigen, dat zij als herboren haar weg in de hedendaagse cultuur weer kan vervolgen'. Want: 'We nemen in ons luisteren naar de Schriften een ballast mee die stamt uit een traditie, die sinds het paradijs eigenlijk ver beneden het nulpunt ligt'.

Ds. A. Moerkerken zette helder de reformatorische zuil neer, mede aan de hand van de kenmerken, die dr. C. S. L. Janse in zijn proefschrift Bewaar het pand had beschreven. Het accent lag op distantie ten opzichte van de moderne cultuur, zijnde de wereld, die in het boze ligt. Eigenlijk was hij, zei hij, ook niet zo'n voorstander van de zuil. Maar de nood der tijden dwingt ertoe. Men moet er - betoogde Moerkerken - ook rekening mee houden, dat ook deze zuil zal ineenvallen. Hij sprak in dit verband, behalve van persistentie (volharding), die bij velen aanwezig is, ook van erosie en verwarring, die al te signaleren zijn. De vraag werd gesteld of dit niet tot onvruchtbaar isolement leidt. De vraag is ook of zulk een isolement is vol te houden,

Openheid
Het ging bij dit alles om de vraag van ons staan in en het gesprek met de cultuur. In de media is breed aandacht gegeven aan de kwestie waarom het ging. Het Reformatorisch Dagblad plaatste, naast een uitvoerig en goed gedocumenteerd verslag een brede samenvatting van de hand van het referaat van dr. Verboom, door hemzelf geschreven. De brede en goede berichtgeving werd gevolgd door een hoofdredactionele commentaar, waarin niet werd onderkend, dat de lezerskring van het RD zo divers is als de problematiek zelve en niet beperkt is tot de reformatorische zuil in alle consequenties en kenmerken daarvan. In dat licht werd het referaat van dr. Verboom en daarin de plaats van de Gereformeerde Bond niet zonder vooringenomenheid geduid in de richting van die van de vroegere Gereformeerde Kerken. Laatst genoemde houding kan als een optimistische kijk op de cultuur worden aangemerkt. Die positie nam Verboom echter niet in. Zijn cultuurkritiek was gegeven met de nadruk, die hij legde op de houding van Mozes, die liever met Gods volk kwalijk behandeld wilde worden dan de genieting der wereld te hebben. Mozes: de man van de wet en zo ook van de kritiek op de omringende wereld, die niet voldoet aan de normen die God heeft gesteld. Daarnaast legde Verboom nadruk op de persoon van Abraham, die het heidense Ur verliet maar uitging, niet wetende waar hij komen zou. Daarmee was de roeping om met het Woord Gods present tezijn in de samenleving gegeven: niet optimistisch, niet pessimistisch, maar in de hoopvolle verwachting van het Koninkrijk Gods. Dat betekent in onze huidige cultuur afwijzing van wat zich niet verdraagt met de normen van Gods Woord. Dat komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de positiebepaling, die kerken (inclusief de hervormd gereformeerde beweging) kiezen tegen de wetsvoorstellen inzake het huwelijk, die deze week in de Tweede Kamer aan de orde zijn (men zie de brief dienaangaande elders in dit nummer). Het betekent niettemin ook gezonden zijn. De kerk is naar haar wezen ook apostolair. Zoals de apostelen de wereld van hun dagen introkken, zo trekt vandaag ook de kerk de wereld in en de wereld door, met de bede of getrouwe Evangelieprediking en missionaire arbeid mogen worden gezegend, zodat de samenleving ook ervaren zal, dat het leven naar Gods inzettingen waarde(n)vol is en heilzaam.. Het volk zal niet alleen weten van de wet maar ook van het Evangelie en legt voor het brengen van de boodschap het oor te luisteren bij de noden en vragen van de cultuur. Abraham heeft een cultuur verlaten maar was ook grondlegger van een door God gegeven cultuur in het nomadenvolk Israël; een theocratisch genormeerde cultuur.

Inademen
De vraag is bovendien of isolement ten opzichte van de cultuur echt mogelijk is. Dan moeten we wel definiëren wat cultuur is. Als met cultuur wordt bedoeld alles wat zich in onze tijd als amusement aandient, dan is isolement op z'n plaats, liever nog ascese. Dat wat dit betreft het medium televisie tot distantie noopt, gezien het weinig verheffende, dat zich op vele kanalen aandient, is buiten kijf. Besmetting met die negatieve kant van de cultuur heet in de Schrift wereldgelijkvormigheid.

                * * *

Maar er is ook een andere kant aan cultuur. Dat is het eigentijdse levensbesef of levensgevoel. Dat is wat we om zo te zeggen dagelijks inademen. In onze tijd is dat levensbesef gekenmerkt door mondigheid (tegenover gezag van boven), individualisme (tegenover gemeenschapszin), vrijheid (tegenover gebondenheid). Daaraan onttrekt niemand zich. Dat valt ook niet te ontgaan in een subcultuur, die aan uiterlijke kenmerken (her)kenbaar is, of die nu evangelisch heet of reformatorisch. Die valt alleen te weerstaan vanuit een innerlijke weerbaarheid, in een bevindelijk leven, dat dieper gaat dan wat uiterlijk zichtbaar is. De vraag is of er zó ook werfkracht van een 'bijbel-getrouw' of 'bevindelijk-gereformeerd' volksdeel kan uitgaan. Daaruit is als het goed is alle triomfantelijkheid alsook elk optimistisch levensgevoel weg. Dan gaat het veel meer om godsvreze en godsvrucht, die tot in het publieke leven uitstraling zal hebben. Daarin zit als vanzelfsprekend ook isolement, maar wel in de zin zoals Groen van Prinsterer erover sprak: het isolement van het beginsel, niet het zelf gezochte isolement maar isolement in de branding van het volle leven.

               * * *

Cultuurkritiek vanuit de kerk betekent dan ook profetie. De kerk staat in een profetische roeping tussen God en het volksleven. Het leven dient naar Gods geboden en beloften te zijn ingericht.
De vraag daarbij is ook hoe de plaats van de christen in de, ook door de cultuur bepaalde politiek is. Dr. K. van der Zwaag wierp in zijn proefschrift over de theocratie in het licht van artikel 36 van de N.G.B. ook al de vraag op hoe men met de belijdenis aangaande de theocratie nochtans politieke verantwoordelijkheid kan en moet dragen in een geseculariseerde, zeg paarse samenleving.

Hedonisme
In dit verband zou ik nog wel willen wijzen op een element, dat naar mijn oordeel tijdens het symposium onderbelicht bleef. Prof. Dekker zette in zijn sociologische benadering de cultuur neer in een levensbesef, waarin vooral kenmerkend zijn het individualisme en de fragmentarisering (het leven valt in fragmenten, in brokstukken uiteen).
Het ontbrekende element was dat van de consumptie- en genotscultuur. Onze samenleving wordt in die zin als hedonistisch aangeduid. Daarin staat het ik centraal: ik geniet, dus leef ik, en omgekeerd. Hier ligt de wortel van de materialistische levensinstelling van vandaag. Ook daaraan onttrekt niemand zich, al maakt het verschil of men zich aan luxe en weelde overgeeft of dat men ook vandaag (calvinistische) soberheid najaagt.
Wanneer distantie tot de cultuur, met haar wereldgelijkvormige en hier en daar Godevijandige uitingen, wordt bepleit, kan daarbij niet gemist worden kritische distantie tegenover de jacht naar geld en goed en het weelderige leven, dat daarmee verbonden is. Het 'rijk en verrijkt' zijn kon wel eens de gevaarlijkste knaagkever zijn voor het godsdienstige leven, ook in bevindelijk-gereformeerde kring. Advertentiepagina's gericht op auto's, meubels, kleding spreken hier hun eigen taal. Waarom worden de gevaren hiervan zo weinig met name genoemd?

Doorgaan
Het gesprek, dat vorige week in de Sint Jan in Gouda werd gevoerd, moet doorgaan. Het werd in aanzet gevoerd vanuit verschillende theologische en sociologische posities. Maar het was niet louter een theologendebat. Het raakt ten volle het hart van het gemeentezijn, omdat niemand zich aan de cultuur, waarin wij leven, zal kunnen onttrekken.
De secularisatie raakt alle kerken en gemeenten. Als hervormde gereformeerden staan we ook midden in het spanningsveld tussen oecumenischen, evangelischen en reformatorischen, temeer omdat onze gemeenten volkskerkgemeenten zijn, waarin het leven van de leden der gemeente ligt tussen aanpassing en distantie ten opzichte van de cultuuruitingen. Hoe dan leiding te geven als het gaat om onze verantwoordelijkheid zowel binnen de gemeenschap van de gemeente als naar buiten toe?
Toch maar georiënteerd op Mozes en op Abraham. En toch maar in het besef dat de oudste zoon, hoe formeel godsdienstig hij ook was, onze identificatiefiguur niet kan zijn. En toch maar in het besef van het gevaar, dat naarmate men ingaat op de cultuur men ook door het pek van de wereldgelijkvormigheid kan worden besmet, zodat een zekere vorm van ascese nodig is.

                 * * *

Hoe zetten we het gesprek, dat opnieuw begon, voort? Als het gehouden symposium daartoe een aanzet heeft gegeven is dat winst. Wat mij betreft verdienen alle sprekers een dankbetuiging voor hun aandeel. Hopelijk zal na verschijning van het boek, waarin de bijdragen met nog enkele interviews zijn gebundeld - De kerk op adem (uitgave Groen, Heerenveen) - het gesprek voortgaan.

v. d. G.

Langs deze weg wil ik de vele briefschrijvers bedanken, die ook inhoudelijk schreven met betrekking tot mijn werk als algemeen secretaris of in verband met het thema, dat aan de orde is gesteld. Aangezien het mij niet mogelijk is al deze brieven te beantwoorden volsta ik met een dankbetuiging langs deze weg.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kritisch op weg in gesprek met de cultuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's