De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Marja Krans, Een ontmoeting tussen culturen. Over de mogelijkheden van communicatie tussen christenen en moslims, uitg. Boekencentrum, 127 blz., ƒ23,50.
Dit boek is bedoeld als antwoord op de vraag hoe wij als christenen een zinvolle relatie kunnen opbouwen met mensen uit een andere cultuur, met name uit de islam. Dat dat nodig is is duidelijk. Juist als christenen weten we, als het goed is, ook de ander uit een andere cultuur, als onze naaste te zien. Toch is dat lang niet altijd het geval. Er kunnen integendeel onbegrip, vooroordelen en allerlei frustraties zijn. De schrijfster zegt, m.i. terecht, dat er helaas juist onder christenen geluiden gehoord kunnen worden, die zonder meer racistisch zijn. Uitgangspunt van het boek is respect voor de medemens, Hoe hij of zij ook denkt en wat hij of zij ook gelooft. Hoe kijken wij tegen de ander aan en hoe kijkt een moslim tegen ons aan? De schrijfster geeft talrijke voorbeelden uit de praktijk hoe het moet en niet moet. Aan het eind van elk hoofdstuk vinden we een aantal denk- en verwerkingsvragen, zoals: Wat is uw eerste gedachte als u aan allochtonen denkt? Wat is in uw ogen de 'ideale allochtoon'? Wat vindt u ervan om in de kerkdienst rekening te houden met allochtonen, en hoe zou dat kunnen? Uw islamitische buurvrouw ligt thuis ernstig ziek in bed; wat kunt u het beste doen? Het voorbeeld van de ontmoeting van Jezus met de Emmaüsgangers acht ik niet zo gelukkig, al was het alleen al vanwege het feit dat het hier niet om een vreemdeling uit een andere cultuur gaat en het 'Emmaüsmodel' als voorbeeld kan dienen voor elke pastorale ontmoeting. Een vraag: Is het waar dat Jezus iedereen vrij liet in zijn of haar eigen ideeën? (blz. 98) of mag (moet!) ons uitgangspunt, ook in onze eerlijke benadering van de ander, juist niet zijn dat Jezus de Weg, de Waarheid en het Leven is? Jammer dat het boek een heel aantal hinderlijke drukfouten heeft. Kennelijk is er bij de correctie iets misgegaan.
De schrijfster heeft een bureau voor training en coaching op het gebied van (interculturele) communicatie en management en verzorgde diverse trainingen over cummunicatie met allochtonen. Een goed boek voor ieder die zich in het contact met moslim-medelanders wil verdiepen. En wie wil dat niet?
Huizen               H. Veldhuizen

M. Vermeij (red.), De predikster, Twaalf preken van vrouwen, 112 p., ƒ24,90, Uitgeverij Meinema te Zoetermeer 2000.
Zoals de titel al aangeeft vinden wij in deze bundel twaalf preken, die door vrouwen zijn gehouden. Aan elke preek gaat een korte biografische notitie vooraf. Het gaat er de redactie mede om aan de lezer de vraag voor te leggen of vrouwen nu zoveel anders preken dan mannen. Ik heb de twaalf preken gelezen en kom tot de conclusie dat in de meeste preken het geen doorslaggevende rol speelt dat ze door een vrouw zijn gehouden. Behalve dan enkele, waarin het om de bekende dingen gaat, zoals God als Vrouw. Maar dat hoor je niet alleen in preken van vrouwen. Wel viel me op dat heel wat keren de gemeente aangesproken wordt met 'lieve gemeente'.
Wat de inhoud van de preken betreft: ik vind ze zo verschillend, dat ik daar niet iets in het algemeen over kan zeggen. Sommige preken staan theologisch dicht bij mij, zoals die over Jakob bij Bethel en die over de rijke jongeling. Er zijn ook preken bij die me niet aanspreken. Ze weerspiegelen theologisch een heel andere wereld. Een heel enkele preek maakte me verdrietig, b.v. als er zo afwijzend gesproken wordt over het geloof in Jezus Christus als het Lam van God dat door zijn bloed (1 Petrus 1 : 19) de zonden van de wereld wegdraagt (p. 75).
Overigens zijn de preken vaak in een heel specifieke situatie gehouden. Omdat ik die situatie niet van binnenuit ken, ben ik terughoudend in mijn oordeel.
Waddinxveen               W. Verboom

C. J. Labuschagne, Zin en onzin rond de Bijbel, Bijbelgeloof, bijbelwetenschap en bijbelgebruik, 244 blz., prijs: ƒ32,50, Uitgeverij Boekencentrum Zoetermeer 2000.
De auteur, hoogleraar in de oud israëlitische letterkunde en uitlegging van het Oude Testament aan de R.U, te Groningen, schreef met dit boek een vervolg op zijn triologie Wat zegt de bijbel in Gods naam?, Gods oude plakboek en Zin en onzin over God. In dit nieuwe boek gaat hij in op de wijze waarop je vandaag, in onze cultuur, de bijbel zo kunt lezen dat deze echt iets te zeggen heeft. In negen hoofdstukken bespreekt hij allerlei obstakels, die dit verstaan in de weg kunnen staan. Het gaat de auteur er vooral om het verkeerde van een fundamentalistische bijbelopvatting aan te tonen. Traditionele uitgangspunten als inspiratie, openbaring, historische verhalen etc. zijn misverstanden, waar we van af moeten. Aan de bespreking van al deze zaken - de meeste zijn bekend - komt als het ware geen einde. Ik heb bij het lezen telkens geprobeerd de bedoeling van de auteur zo positief mogelijk op te pakken. Maar het is me niet mee gevallen. Wat is nu precies fundamentalisme? Het is volgens de auteur niet alleen dat je de woorden van de Schrift als een massief Woord van God zonder bemiddeling van mensen ziet. Het is ook dat je de bijbel niet ziet als een theologische interpretatie van Godservaringen van mensen. Zo moet je het volgens de auteur wel zien. Dan kom je ook niet onnodig in botsing met ons redelijk denken (p. 17). Het boek heeft me niet overtuigd. Er staan zoveel denigrerende uitdrukkingen in de richting van mensen die wel recht aan de historiciteit van de Bijbelverhalen willen toekennen. Om een voorbeeld te noemen. Het is toch krenkend als de schrijver zegt dat het een absurde voorstelling is als zou Jezus aan het einde van de tijden plotseling terugkeren.(199). En moet één door archeologen gevonden tekst de lakmoesproef zijn dat Bileam een historische figuur is? (p. 71). Ik denk dat het zo niet moet, al heb ik respect voor de goede bedoeling van de schrijver. Door de polemische, belerende toon verlies je het vertrouwen juist van die mensen, die zich volgens de auteur het geschrevene zouden moeten aantrekken: fundamentalisten in de brede zin van het woord. Een heel ander punt is dat Labuschagne zich verzet tegen een duplex ordo aan de universiteiten. Hij vindt het daarom zorgelijk dat b.v. de Kerkelijke Opleiding te Leiden openblijft (242-243). Maar vergis ik me nu zo erg als ik zeg dat de auteur zelf jarenlang gewerkt heeft in een duplex ordo in Groningen? Hoe kan dat?

Waddinxveen               W. Verboom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's