De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De dochter van Jefta (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De dochter van Jefta (2)

6 minuten leestijd

Seila en Ifigenea
De dochter van Jefta heeft geen omgang met een man gehad. Ze blijft verstoken van nageslacht. Dat is de consequentie van haar offer. Daarom is haar naam niet overgeleverd. Zulke open plekken in de traditie worden later alsnog opgevuld. De wijzen uit het Oosten in Matth. 2 zijn een duidelijk voorbeeld. De traditie verheft de wijzen tot koningen en beperkt hun aantal tot drie, want zij brengen drie gaven: goud, wierook en mirre. In de achtste eeuw krijgen ze zelfs namen: Melchior, Kaspar en Balthasar. Ook de dochter van Jefta wordt van een naam voorzien. De joodse schrijver Pseudo-Philo (eerste eeuw na Chr.) noemt haar in zijn 'Bijbelse geschiedenis' Seila.
Wie meer wil weten over de dochter van Jefta in het licht van de theologische beeldvorming, literatuur en muziek (het oratorium van Händel) verwijs ik graag naar de interessante studie van de oudtestamentici Houtman en Spronk.
Is Seila (gemakshalve houden we deze naam nu maar even aan) werkelijk door haar vader geofferd, dan zouden we in de geschiedenis te maken hebben met een verschrikkelijke tragedie. Een zinloze gelofte zet een afschuwelijk proces in gang dat niet te keren is. Vader en dochter worden daarin betrokken. Geen van beiden willen het maar ze kunnen niet anders. Want beloofd is beloofd. Zeker wat aan Gód is beloofd...
Van zulke processen bestaan ook buitenbijbelse parallellen. Zo wordt Seila nog al eens vergeleken met Ifigenea, de dochter van de legendarische koning Agamemmon van Mycene. Hij wilde Troje veroveren en bracht daarom een grote vloot bijeen. Terwijl de schepen zich verzamelden ging de koning op jacht. Onbedoeld doodde hij een heilige hinde. Daardoor haalde hij zich de toorn van Artemis op de hals, de godin van de jacht. Zij strafte Agamemmon met windstilte. De vloot kon niet vertrekken. De ziener Kalchas boodschapte de koning dat de godin alleen verzoend kon worden door het offer van zijn dochter. Ten slotte gaf hij toe. Hij moest wel, want de vloot kon niet vertrekken. Troje wordt veroverd maar Agamemmon wordt bij zijn terugkeer vermoord. Daarin had zijn vrouw de hand. Zij kon niet verkroppen wat haar man Ifigenea had aangedaan. Ook hier een onomkeerbaar proces. Dit wordt het begin van een kettingreactie waarin de ene tragedie de andere oproept. Want elke dode moet toch weer worden gewroken.
Er gebeuren in het boek Richteren verschrikkelijke dingen. De schanddaad in Gibea is daarvan een triest voorbeeld (Richt. 19). Iedereen doet wat goed is in zijn ogen, want er is nog geen koning in Israël (Richt. 17 : 6; 18 : 1; 19 : 1; 21 : 25). Maar dat is geen tragedie of het noodlot dat toeslaat, maar ongehoorzaamheid aan de God van het verbond. Dat wordt direct al duidelijk aan het begin van de geschiedenis van Jefta: Toen voeren de kinderen Israëls voort te doen dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en dienden de Baals en Astharoth, en de goden van Syrië, en de goden van de kinderen Ammons, en de goden der Filistijnen; en zij verlieten de HEERE, en dienden Hem niet (Richt. 10 : 6). Hét thema in dit bijbelboek is dan ook dat van zonde én genade. De geschiedenis van Jefta vormt daarop geen uitzondering.

Vader en dochter
Zou Jefta tegenover Gilead het woord 'vader' ooit over zijn lippen hebben gekregen? Gilead was ooit vreemd gegaan. Met als gevolg de geboorte van een kind. Zijn broers hebben Jefta naderhand verstoten. Waarschijnlijk omdat hun vader hem nooit heeft geaccepteerd. Hij kreeg niets van de erfenis. De hele familieclan was het daarmee eens. Er bleef voor Jefta niets anders over dan te vluchten naar het buitenland. In het afgelegen, bergachtige, weinig toegankelijke Tob verzamelde hij een soort militie om zich heen. Hij hield zich in leven door rooftochten in het grensgebied van Ammon. Een psychisch beschadigd mens is hij. Dat blijkt als de oudsten van Gilead zijn hulp inroepen. Nu jullie in de benauwdheid zitten, hebben jullie me nodig? ! (Richt. 11 : 7). Toch heeft hij door alles heen de herinnering bewaard aan de God van Israël, de God Die Zijn volk heeft verlost uit Egypte en altijd weer zal verlossen. Dat blijkt uit zijn onderhandelingen met de Ammonieten (vs. 15-27).
Jefta is als zoon nooit geaccepteerd door zijn vader. Maar zijn dochter blijft wel in hem haar vader zien. Er is tussen die twee een hechte band. Details in de tekst geven dat aan. Het verhoogt de spanning in het verhaal. Maar als het dan tot de dochter van Jefta doordringt wat haar lot zal zijn en dat zij dat nota bene aan haar eigen vader te danken heeft, wordt ze niet hysterisch. Ze maakt geen scène. Dan is het: 'mijn vader'. Dat bent u en dat zult u altijd voor mij blijven: pappa (vs. 36). Het offer van Jefta wordt overgenomen door zijn dochter. Zij geeft haar leven als vrouw over aan God. Twee maanden later 'volbracht haar vader aan haar zijn gelofte, die hij beloofd had' (vs. 39). Vergelijken wij Schrift met Schrift dan kunnen wij in deze handeling niets anders zien dan een soort 'wijding'. Jefta heeft zelf die taak verricht. Er staat nadrukkelijk 'haar vader'. Want dat is hij blijkbaar voor zijn dochter gebleven. Ondanks alles.

Drie vrouwen
De dochter van Jefta heeft iets van de Mirjam uit het Oude Testament en de Mirjam uit het Nieuwe Testament. Maar daar is het Hebreeuwse 'Mirjam' veranderd in het Griekse 'Maria'. Mirjam ging bij de vrouwen van Israël al zingend en dansend voorop als antwoord op het lied van Mozes na de doortocht door de Rode Zee: Zingt de HEERE, want Hij is hoog verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort! (Ex. 15 : 21). De dochter van Jefta doet precies zo bij de thuiskomst van haar vader in Mizpa (Richt. 11 : 34). Maar ze heeft ook iets van Maria. De een wordt bezongen omdat zij om de dienst des Heeren afzag van het moederschap, de ander wordt zalig gesproken juist omdat zij is uitverkoren om de moeder des Heeren te worden: want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten, want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig is Zijn Naam (Luk: 1 : 48v.). Ook bij de dochter van Jefta is evenals later bij Maria een zwaard door haar ziel gegaan. Twee maanden heeft ze haar maagdom beweend. Maar dan is ze er klaar voor. Daarom wordt ze bezongen door de meisjes van Israël. Ze is voor ons een voorbeeld van overgave aan God. Dat is zij in een goddeloze wereld waarin seksuele uitspattingen aan de orde van de dag zijn en het individualisme hoogtij viert. Iedereen doet maar wat goed is in zijn of haar ogen. Zo was het toen en zo is het nog steeds. Het wachten is op dé Richter, dé Koning .

Huizen               H. J. de Bie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De dochter van Jefta (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's