Globaal bekeken
Tijdens het symposium, dat vorige week in de Sint-Janskerk in Gouda werd gehouden, ontvingen we van de archivaris van de hervormde gemeente te Gouda, mevr. H. A. van Dolder-de Wit, het boek, getiteld De St-Janskerk te Gouda, mensen en monumenten in een oude stadskerk.
Daaruit de volgende passages:
• 'In januari 1552 sloeg tijdens een hevig onweer de bliksem in de toren en ging de kerk voor de derde maal grotendeels in vlammen op. De breedte van het transept heeft voorkomen dat het vuur oversloeg naar het koor, zodat hier de schade beperkt bleef; in september 1552 kon de mis er weer worden opgedragen, hoewel het dak pas na enkele jaren geheel was gesloten (...).
De gelden voor de opbouw van de kerk werden, behalve uit andere bronnen, verkregen door het organiseren van loterijen, zoals in 1554 en 1563. In 1553 kregen de kerkmeesters van de landheer Karel V toestemming tot het houden van een loterij, "niet verder dan binnen de vrijdom van de stad en tot profijt van de verbrande kerk". Bij de aankoop van een of meer loten schreef men zijn naam in een register, vergezeld van twee- of vierregelig rijm, prose of avys noemd. De beschikbaar gestelde prijzen ware vrij kostbaar, zoals zilveren gebruiksvoorwerpen en sieraden, die af en toe bezichtigd konden worden. Op een speciaal daarvoor gebouwd podium vond de trekking van de loten plaats, waarbij alle rijmpjes afzonderlijk werden voorgelezen. Bij elke prijs weerklonk trompetgeschal en na het bekend worden van de hoofdprijs werden zelfs de klokken geluid. Bij de sluiting van het evenement was de stad feestelijk met fakkels verlicht.
De "avysen", die in Gouda bewaard zijn gebleven vertolken de humor en godsdienstzin van 16de-eeuwse burger maar ook zijn grote afhankelijkheid. Enkele voorbeelden daarvan zijn:
Die 't hoy is bedurven, die beesten gesturven
laet o Godt nyet al verloren;
Die van haer turffen, nyet hebben verwurven;
een goet lot, laet hyer geboren.
* * *
Wat baet het gelooff gepresen
als 't met die werken niet wordt bewesen?
* * *
Een vischerskater, een bagynenpater
een molenaershaen
als die drie van honger vergaen,
soo sal die werlt nyet lange staen.
* * *
• 'Bij de kerkbrand van 1552 gingen alle klokken, behalve "Gabriël", verloren. Dit klokje dateerde uit 1509 en had als opschrift:
Gabriël is mijnen name
Mijn ghelluy zij Gods bequame
Alsoe verr als men mij horen sal
Wilt God bewaren overal'
• 'Den 13 Mei 1736, zijnde Zondag morgen te 9 ure is dit nieuwe orgel tot Gouda, door mijn vader Jacobus van der Bruggen voor de eerste maal bespeeld onder de Godsdienst met Psalm 150 en de Heer Barnardinus de Moor, Predikant dezer stad, heeft het ingewijd uit Coll. 3 vs. 16, kort naar het begin en heeft den dienst laten eindigen met Psalm 134.
Lof des orgels
Mij dunkt ik hoor 't gejuich des Hemels heijerscharen
O Goudaas Zangeressen, haar Stem met uwen paren.
En zingen nevens U, op 't orgels Zoet getuit
Met een gepaarde Stem Gods lof en wond'ren uit
Het geen nu open doet Zijn liefelijke monden
En eertijds wat door kunst Van Tubal uitgevonden
Maar toen nog onvolmaakt, maar nu in onzen tijd
Door naarstigheid en kunst, door schranderheid en vlijt
Van veele kunstenaars, tot d' hoogste trap gekomen
Bij wien voor Moreau ook een plaats nu dient genomen
Want hij dit wel verdient, de maker van dit werk
Wiens hemels zoet geluid vervuld nu onze kerk
Die man, die waardig is door ons te zijn geprezen
Die zingen Godes lof op 't orgel uitgelezen
Wiens onbezielde lood, wiens levenlooze tin
terwijl men vrolijk zingt ons blaast iets gód'lijks in
Wanneer mijn vader nu maar speelt op de clavieren
En dus des zangers stem gaat lijden en bestieren
waardoor dan spel en stem gemengeld ondereen
Haar liefelijk geluid spreidt door de wolken heen.'
• 'Een zerk die veel belangstelling trekt is die van de bekende humanist Dirck Volkertsz. Coornhert (1522-1590). De steen ligt niet meer op de oorspronkelijke plaats in het transept, maar heeft, symbolisch voor hetgeen Coornhert uitdroeg in woord en geschrift, een plaats gekregen onder Glas 1, waarin "De Vrijheid van consciëntie" is afgebeeld.
Een van Coornherts trouwste vrienden, Hendrik Laurensz. Spieghel dichtte het later zo bekend geworden grafschrift:
Hier rust
Wiens lust
En vreugd
Was deugd
En 't waar
Hoe swaar
't Ook viel
Noch sticht
Zijn dicht
Geschrijf
Maar 't lijf
Hier bleeft
God heeft
De ziel.
De meningen over de oorspronkelijkheid van de zerk lopen uiteen. Een citaat uit de kerkvoogdij-notulen van 1835 luidt: "... het grafschrift weleer geplaatst zijnde geweest op de zerk van Dk. Folkersz. Coornhert, overleden in den jaren 1590 en begraven ïn het middelpand, de 32e laag, het 9e graf, te vernieuwen, geven daarvan de kosten op ten bedrage van ƒ15, -. Hetgeen accoord wordt bevonden". Dr. mr. J. Belonje schrijft erover in zijn boekje "Steenen charters" op pagina 102: "de steen zelf is van veel lateren datum."
* * *
In Globaal bekeken van 24 augustus II. citeerden we uit een niet-gedateerde brochure van dr. G. Oosthuys. Een predikant lezer schreef:
'Hij leefde van 1876-1959. Zijn publicaties lopen van 1905 (dissertatie over Zwingli) tot plm. 1950. Hij is dus te rekenen tot de twintigste eeuw. Verder draagt de genoemde brochure "De Doleantie in het Licht van Gods Woord" geen jaartal. Maar ze is verschenen in 1936, t.g.v. de herdenking van de Doleantie.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's