De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk op adem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk op adem

Impressie van een symposium

10 minuten leestijd

Het terugtreden van dr. ir. J. van der Graaf als algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond was voor het hoofdbestuur aanleiding om op dinsdag 29 augustus een symposium te organiseren rond het thema 'De kerk op adem - Hervormd-gereformeerden in een driestromenland'. Dit symposium bracht enkele honderden belangstellenden bijeen in de sfeervolle ambiance van de monumentale Goudse Sint-Janskerk.
Ds. R. H. Kieskamp opende de dag met een meditatie over Handelingen 17 : 25, waarin hij aansloot bij het thema van de dag. Het is God Die de adem en het leven geeft aan Zijn Kerk. Hij onderstreepte dat de Heere daarbij van mensen gebruik maakt zonder van hen afhankelijk te zijn. Zo is ook broeder Van der Graaf een medearbeider Gods die in de vrije gunst van God heeft mogen ademen en arbeiden.

Kernvraag
De kernvraag van het symposium was hoe de kerk moet reageren op de ingrijpende veranderingen in onze cultuur. Dr. K. Blei, dr. W. J. Ouweneel en ds. A. Moerkerken gaven hierop hun visie als vertegenwoordigers van de drie stromingen waarmee hervormd-gereformeerden contacten onderhouden, respectievelijk de oecumenische beweging, de evangelische beweging en de reformatorische kerken.
Vooraf gaf de godsdienstsocioloog prof. dr. G. Dekker een globale tekening van cultuur en kerk aan het begin van de 21e eeuw. Hij schetste de ingrijpende veranderingen in de hedendaagse cultuur met de kernwoorden 'differentiatie' en 'individualisering'. Onder het eerste verstaat hij de verzelfstandiging van de verschillende sectoren van de samenleving (het economische leven bijvoorbeeld), waardoor mensen in deelwerelden komen te leven. Dit leidt weer tot 'privatisering': mensen trekken zich terug in hun privé-leven. Het tweede houdt in dat mensen de inrichting van hun leven steeds meer zelf ter hand nemen. Daarbij selecteren ze naar eigen vrije keuze uit het aanbod van waarden en normen dat in de samenleving gepresenteerd wordt, zonder dat ze een geheel van waarheden voor hun rekening nemen. Het spreekt voor zich dat deze ontwikkelingen grote gevolgen hebben voor de kerken. Zo signaleert Dekker het gevaar van verkerkelijking van het geloof doordat het christelijk geloof steeds minder betrokken is op de verschillende sectoren van de samenleving. Het kerkelijk leven wordt een steeds zelfstandiger onderdeel van het leven zonder uitstraling naar de andere sectoren. Anders gezegd: de zondag komt los te staan van de andere dagen van de week.
Aan het einde van zijn referaat gaf Dekker ook aan wat zijns inziens de reactie van de kerken op deze ontwikkelingen moet zijn: noch een massief verzet tegen de cultuur noch volledige aanpassing aan de cultuur is de aangewezen weg. Het eerste leidt tot isolement en relevantieverlies voor de samenleving (hier kijkt Dekker naar de verzuiling in de rechterflank van de gereformeerde gezindte), het tweede leidt tot verlies van waarheden zonder dat ledenverlies wordt tegengegaan (hier noemde hij de gereformeerde kerken). De kerken moeten blijven staan in het spanningsveld van 'traditie' en 'situatie'. Volgens Dekker zijn de evangelischen er nog het best in geslaagd een verbinding tussen christelijk geloof en modern levensgevoel tot stand te brengen.

Reacties
Dr. K. Blei, de vroegere secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk reageerde als eerste op de analyse en het advies van Dekker. Hij nam zijn uitgangspunt in het woord van Jezus aan Zijn discipelen dat ze niet van de wereld, maar wel in de wereld zijn. De kerk, gezonden in de wereld, moet niet de antithese zoeken, maar de communicatie met de cultuur. Dat vraagt om tweerichtingsverkeer. 'Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet, en wil er ook mee besmet worden.' Blei refereerde aan een opmerking van drs. H. de Leede in een discussie over alternatieve samenlevingsvormen tijdens de triosynode in november '96, dat de kerk niet alleen cultuurkritisch maar ook cultuurvormend moet zijn, en ter wille van het contact met de cultuur zelfs cultuurvolgend. God is niet op vernietiging maar vernieuwing van de cultuur uit.
Dr. W. J. Ouweneel, afkomstig uit de kring van de Vergadering der Gelovigen, was aanwezig als woordvoerder van de 'evangelischen', maar begon met de opmerking dat hij zichzelf evengoed als reformatorisch christen beschouwt. Hij wees in zijn reactie op wat hij de secularisatie van het christendom noemt. Daaronder verstaat hij niet slechts het binnensluipen van wereldse zaken, maar ook het prijsgeven van de cultuur aan vreemde machten. In het verzet tegen secularisatie in de eerste zin kun je secularisatie in de tweede zin bevorderen. Het Woord Gods heeft gezag over het hele leven en de hele samenleving. In zijn lezing vergeleek Ouweneel de (post)moderne geëmancipeerde mens, die zijn leven in eigen hand neemt, met de jongste zoon uit de gelijkenis van Lucas 15. Bij veel geseculariseerde mensen is er nog een verlangen naar de Vader Zelf. Voor die mens heeft hij meer hoop dan voor de 'godsdienstige' mens die vasthoudt aan overgeleverde vormen. Die is te vergelijken met de oudste zoon, die nooit van de vader is weggeweest, maar ook nooit echt bij hem is geweest. Ouweneel typeerde dit als extrinsieke religiositeit, godsdienstigheid van de buitenkant, die het uiteindelijk niet zal redden. Wat is de taak van de kerken? Ze moeten de moderne vraag naar religie creatief oppakken en zoeken naar eigentijdse vormen om de boodschap aan de postmoderne mens duidelijk te maken. En, besloot Ouweel, 'we moeten de Schrift ontdoen van de godsdienstigheid die er sinds eeuwen om heen gekoekt is.'
De laatste die tijdens de middagbijeenkomst reageerde was ds. A. Moerkerken, predikant van de Gereformeerde Gemeenten. Hij begon met een kenschets van de 'bevindelijk gereformeerden'. Men vindt elkaar in de waardering van Schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Ds. Moerkerken noemde het ontstaan van de reformatorische zuil een noodoplossing. Hij wees met name op het reformatorisch onderwijs. 'Misken de nood niet die geleid heeft tot reformatorisch onderwijs.' Toch zijn bevindelijk gereformeerden principieel geen voorstander van zuilvorming. God heeft immers recht op de gehele samenleving.
Tegenover de cultuur hebben bevindelijk gereformeerden de houding van distantie aangenomen. Moerkerken is daar blij mee. In eigen kring ziet hij vandaag echter naast persistentie ook erosie (vooral bij jongeren - het gaat dan om zaken als het gebruik van voorbehoedmiddelen, tv-bezit, vaccinatie) en verwarring. Voor dit laatste wees hij op internet. 'Internet verdeelt de bevindelijk gereformeerden tot op het bot'. Over de Nederlandse samenleving is hij niet optimistisch. De les van de geschiedenis is: waar het evangelie geweest is en waar het verworpen is, komt het niet meer terug. Waar het dode lichaam zal zijn, zullen de arenden vergaderd worden. 'Maar het verbonds Gods blijft tot in eeuwigheid.'

Hervormd gereformeerd
's Avonds kreeg dr. W. Verboom de gelegenheid om te komen tot een positiebepaling van de hervormd-gereformeerden in de hedendaagse cultuur.
Typerend voor de hervormd-gereformeerden is volgens Verboom de hoge achting voor het Woord, de hoge waardering van de prediking en de verbondenheid met de gereformeerde belijdenis. Verboom ging daarna in op de cultuuranalyse van Dekker. Die analyse helpt ons wel bij de beantwoording van de vraag hoe we ons in de hedendaagse West-Europese cultuur moeten opstellen. Toch moeten we niet alleen cultuursociologisch, maar ook theologisch naar de veranderingen in onze cultuur kijken. Zit er onder de de sociologische ontwikkelingen geen geestelijke los-van-God-beweging?
Bij de vraag naar de verhouding tot de cultuur wil Verboom zijn uitgangspunt nemen in het sola fide. Dit is het geloof dat zich niet door het zichtbare laat leiden (al heeft het in deze wereld wel de ogen open), maar door het Woord van God. Verboom wijst op twee illustraties van dit sola fide in Hebreeën 11: Abraham en Mozes, waarbij Abraham voor Verboom een exponent is van het positieve antwoord op de roeping van God midden in de cultuur, terwijl Mozes staat voor de breuk met de cultuur. Deze twee posities zijn als de beide brandpunten van een ellips. Enerzijds worden we geroepen midden in de cultuur te staan met de opdracht tot heiliging, aan de andere kant dienen we nee te zeggen tegen de waarden en normen van een goddeloze cultuur.
Vanuit dit uitgangspunt reageert Verboom op de drie sprekers van de middag. Aan Blei wordt gevraagd: waar blijft Mozes?, leidt de openheid naar de cultuur niet tot identiteitsverlies?, aan Moerkerken: waar is Abraham? Hoe verhoudt zich de zending in de wereld tot een zuil die hoe langer hoe meer in zichzelf gekeerd wordt? De vraag aan Ouweneel is of hij niet te optimistisch denkt over de autonome moderne mens. En als Ouweneel spreekt van godsdienstigheid die om de Schrift is heengekoekt, dan is de vraag wat de inhoud van de 'koek' is.
Voor de praktijk van het leven van hervormd-gereformeerden wijst Verboom ten slotte op het belang van een persoonlijk doorleefd geloof, gevoed door een directe bijbelse prediking. Voor het gemeenteleven zijn zowel het persoonlijk geloof als het samenbindende element van het verbond nodig. Verboom neemt ook onder hervormd-gereformeerden toenemend individualisme waar. Wij moeten elkaar vasthouden door elkaar ruimte te geven. Dit betekent de erkenning van een stuk pluriformiteit.

Forum
Aansluitend aan de lezing van Verboom was er een forumbespreking, waaraan naast de referenten ook dr. J. Hoek deelnam. Deze kreeg als eerste gelegenheid om vragen te stellen aan de anderen. Zijn vraag aan Blei was of de vroeg-christelijke kerk niet juist daardoor cultuurvormend was doordat ze een tegencultuur vormde, aan Ouweneel vroeg hij of die niet veel positiever over de traditie moest spreken. Ouweneel: het reformatorisch erfgoed is heel belangrijk. De vraag is echter hoe we ermee omgaan. De vraag aan Moerkerken was of we ons moeten ophangen aan een subcultuur. Dat kan onnodig vervreemdend werken. Moerkerken: Ik kies niet voor de zuil, we zijn in die positie gedrongen. Moerkerken ziet wel een uitholling van de zuil in het verschiet liggen.
De sprekers vonden dat Verboom ten onrechte een tegenstelling had geconstrueerd tussen Abraham en Mozes. Is Abraham niet juist degene die de cultuur verlaat? Moerkerken: Lot kiest voor de cultuur, en eindigt in Sodom. Verboom: Het gaat om het roepingsbesef, het van stap tot stap voortgeleid worden. Dekker, wiens functie in het forum is om de anderen 'bij de tijdgeest' te houden, meent dat er nog steeds geen gesprek met de cultuur plaatsvindt. Ieder heeft het over z'n eigen groepering. Het gaat toch over het Koninkrijk van God? Hij vindt het symptomatisch dat Verboom in zijn lezing uit tijdgebrek juist het stuk over de cultuur wegliet. Dekker: We denken veel te traditioneel. Hoe kun je Moerkerken verwijten dat hij te veel aan tradities hangt, terwijl je zelf aan het huwelijk vasthoudt? Zo krijgt het gesprek een concrete spits. Voor Hoek behoort het huwelijk tot de constanten in de Schrift. Voor Blei zijn de constanten veeleer liefde en trouw. De vormgeving van de relaties heeft gewisseld. We zeggen te gemakkelijk 'nee', aldus Blei. Dekker: we noemen bijvoorbeeld samenwonen kwaad, en dringen daardoor anderen in de seculiere wereld.
Ouweneel wijst erop dat we ook nu weer terechtkomen bij de voorvraag wat onze Schriftvisie is.
Hoewel de discussie uitsluitend door de leden van het forum werd gevoerd, was het mijns inziens een levendige bespreking. De verschillende posities waren van tevoren natuurlijk wel bekend, en over de thematiek die aan de orde was, is ongetwijfeld het laatste woord nog lang niet gezegd.

Adem
Voordat ds. Kamphuis een avondoverdenking hield, sprak Van der Graaf nog een dankwoord uit waarvan de tekst in het vorige nummer van De Waarheidsvriend is afgedrukt.
Het was goed om met broeder Van der Graaf en de zijnen deze dag te beleven ter gelegenheid van de wisseling van zijn functie. Niemand zal kunnen weerspreken wat ds. Kieskamp 's middags opmerkte: Hij heeft overvloediger gearbeid dan wij allen. Het werk dat hij vele jaren als algemeen secretaris heeft gedaan, mag nu biddend in Gods handen worden gelegd. We hopen dat hij nu zelf wat op adem zal komen, maar ook de komende jaren nog als studiesecretaris vruchtbaar zal zijn voor kerk en gemeenten. We wensen hem daarbij veel arbeidsvreugde toe en bezieling door die Geest, Die genaamd wordt de Ruach Adonai, de Adem des HEEREN.

Oud-Beijerland               H. Russcher

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk op adem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's