De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenheid in verscheidenheid (12 - slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenheid in verscheidenheid (12 - slot)

10 minuten leestijd

(Serie van 12- SLOT)

Wat is er wel en niet geoorloofd op de rustdag? Eigenlijk is de vraag niet goed gesteld. Want door de vraag op déze manier te stellen, kunnen wij wel eens aan het doel van de rustdag voorbij gaan. Het gevaar bestaat dat wij tot in details gaan uitwerken wat wel of niet gedaan mag worden op de rustdag. Een voorbeeld daarvan vinden wij onder meer in de talmoed. De vraag wordt gesteld of er afbreuk aan de rustdag gedaan wordt, wanneer een vlo of een luis gedood wordt. Er bestaat geen enkel bezwaar om op de zevende dag een luis te doden, maar van een vlo moet men afblijven, omdat men dan op jacht gaat.
Ik geef nog een voorbeeld! In de talmoed staat precies aangegeven, hoe groot de rand van een hoed op de rustdag behoort te zijn. Deze rand moet op Gods dag kleiner zijn dan in de overige dagen van de week. Draagt men zeven dagen in de week dezelfde hoed, zo draagt men met name op de rustdag een last op zijn hoofd.
Minitieus staat in de talmoed aangegeven wat men op de rustdag doet of niet doet. Regel op regel en gebod op gebod. Lasten waarvan men kan zeggen dat zij zwaar zijn om te dragen.
Het zal ons duidelijk zijn dat op deze manier de rustdag door ons niet ingevuld moet worden. In plaats van een lust wordt deze dag ons tot een last. Let wel: déze dag is ons gegeven om te genieten. Wij mogen rusten van ons dagelijks werk en die dag besteden in de dienst van God. En de dienst van God is geen sombere dienst geen dienst, waarop niets mag, maar het is een blijde dienst, omdat God is de God der blijdschap en mijner verheuging.

W. Teellinck
Vragen over de rustdag zijn niet van vandaag of gisteren. Zoals ik al eerder heb verteld heeft Calvijn zich met deze vragen beziggehouden. Kort samengevat beoogt Calvijn dat de wijding, de viering, beoefening en overdenking van de zondag alle dagen van de week als een zuurdesem doortrekt. Hij is er bepaald geen voorstander van dat de dingen van de dag, vermaak en recreatie, ook de zevende dag in beslag zullen nemen.
Evenmin als later de Dordtse synode heeft Calvijn onder woorden gebracht wat hij precies onder recreatie verstaat. Maar wellicht hebben zowel hij als de synode dit willen overlaten aan de christelijke vrijheid die een eenheid in verscheidenheid kent. Wat zeker is: wij moeten elkaar geen lasten opleggen die te zwaar zijn om te dragen. Binnen het kader van het vierde gebod is er voldoende ruimte om de rustdag zo door te brengen dat zij is tot eer van God. In geen geval moet het geloof afgemeten worden in wat er op de rustdag door iemand wel of niet gedaan wordt. Wie ons oordeelt is de Heere! Op dit laatste hebben zowel Calvijn als de Dordtse synode gewezen.
Maar hoe is dit alles in de tijd van de Nadere Reformatie? Daarvoor kunnen wij terecht bij W. Teellinck die in 1622 een traktaat over de rustdag laat verschijnen.
In een voorwoord laat hij ons lezen dat de geleerden weliswaar enigszins verschillend denken over de christelijke rustdag. In een vorig artikel heb ik daarover iets geschreven. Coccejus had andere gedachten dan Voetius. Toch - zo zegt Teellinck - zijn deze verschillen ook weer niet zo groot. Zij moeten niet opgeblazen worden. Wat zeker is: zij mogen geen vervreemding in de hand werken!
Er zijn tussen de geleerden niet alleen maar verschillen. Er zijn ook zaken waarover zij hetzelfde denken. Veeleer moet men afgaan op overeenkomsten dan op zaken waarover zij verschillend denken.
Maar wat zijn dan de overeenkomsten? Alle geleerden zijn tegen ongebondenheid! Zij betreuren het dat door sommigen de zondag wordt doorgebracht met dingen die tot de volgende dag zouden kunnen wachten. Ook gebeurt het wel dat men het café verkiest boven het huis des Heeren. Kaatsbanen worden druk bezocht, terwijl men zeer traag is in het bezoeken van Gods huis.
Teellinck is het met deze geleerden van harte eens. Wat dit betreft staat hij zowel aan de ene als de andere kant. Hij heeft slechts een ding op het oog: hij wil de onderhouding van de sabbat (de rustdag) bevorderen. Hij wil per se geen nieuw jodendom, maar hij wil een rustdag die alles te maken heeft met God en Zijn dienst. Een rustdag die tot eer van God zal zijn!
Wat de invulling van de rustdag betreft was deze in de optie van Teellinck niet anders dan zoals die ons in zondag 38 van de Heidelberger Catechismus wordt voorgehouden.
Evenals Boston, à Brakel en anderen pleit hij voor een vóór-sabbat. Wat wil dit zeggen? Niets anders dan dat er op zaterdagavond een degelijke voorbereiding gehouden wordt op de rustdag. Teellinck laat deze voorbereiding samenvallen met de zaterdagavond. Bij Boston begint deze al vroeger. Na vier uur op zaterdagmiddag mocht er geen werk meer gedaan worden. Eenieder moest zich bezighouden met de zondag en wat daarop gedaan wordt.
Volgens Teellinck moet men op zondag zich onthouden van wereldse gesprekken, gedachten en vermakelijkheden. De dag dient helemaal doorgebracht te worden 'in heilige oefeningen, in en buiten het kerkgebouw'. Alles behoort op zondag te zijn tot eer van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Mild
Wie het bovenstaande leest, kan zich werkelijk afvragen, wie kan voldoen aan wat Teellinck voorhoudt. Gaat hij met dit alles toch niet de kant van de talmoed uit? Als men zich letterlijk houdt aan wat hij zegt, wordt het dan toch niet een zware last? Moet er dan niet meer gesproken worden over een wettische viering van de zondag dan een evangelische?
Blijkbaar zijn deze vragen aan Teellinck gesteld, want in een later geschrift verdedigt hij de gedachte dat hij te streng zou zijn. Op de zondag behoeft men volgens hem niet de gehele dag stil te zitten. Men mag eten, slapen, koken, wandelen, de schepping Gods bewonderen. En als een schipper op zondagavond zijn schip laadt om te gaan varen en die schipper is iemand nog vijfhonderd gulden schuldig, dan mag men gerust op zondagavond naar die schipper gaan om die vijfhonderd gulden op te vragen. Iemand behoeft niet met de schade te blijven zitten, omdat het zondag is. Zelfs kent Teellinck kerkenraden bevoegdheden toe, waarvan men nu het hoofd waarschijnlijk schudt. Ik weet wel zeker dat vele kerkenraden niet op die bevoegdheden zitten te wachten. Maar wat waren dan die bevoegdheden? Wel, als het koren op zondag dreigde verloren te gaan, gaven de kerkenraden toestemming om het koren te maaien. De kerkenraden oordeelden dus of de boeren mochten maaien op de rustdag.
Op grond waarvan werd dit toegestaan, dat het koren op zondag mocht worden binnengehaald? Er waren twee oorzaken. Allereerst het woord van Jezus dat de rustdag er is voor de mens en de mens niet voor de sabbat. Maar het was ook hierop gegrond dat de mens niet vanwege gebrek aan voedsel zou omkomen.
Heel mooi zegt Teellinck: 'De rustdag is ingesteld voor de mens, niet om het natuurlijk leven ongemak te veroorzaken, maar om het tijdelijk leven te verkwikken en het geestelijke te bevorderen'.
Bij Teellinck gaat het erom, dat men de rustdag zoveel mogelijk gebruikt om God te zoeken, te dienen en Zijn Woord te overdenken, omdat men daar de overige zes dagen van de week niet altijd zoveel tijd voor heeft.
Het voornaamste van de onderhouding van de rustdag voor de gemeente bestaat volgens Teellinck hierin dat er een gebondenheid bestaat in het hoofddoel en een vrijheid in allerlei kleine dingen. Dus ook wat de rustdag betreft: eenheid in verscheidenheid.

Vragen
Dat deze artikelen vragen zouden oproepen, was mij van tevoren bekend. Eenieder denkt niet hetzelfde over de rustdag. Op een aantal vragen ben ik reeds in vorige artikelen ingegaan. Ik heb er nog een tweetal liggen!
Een vraag over het gezin op zondag en over dominees op de rustdag.
Een vader vraagt, hoe hij met zijn kinderen de zondag op een goede wijze kan doorbrengen. Hij vraagt mij zelfs om een gedetailleerde invulling d.i. van uur tot uur. Het spijt mij voor hem dat ik zo'n invulling niet kan geven. Natuurlijk wijs ik hem op de kerkgang, maar dan zijn er daarna nog vele uren om door te brengen. Ik denk dat men zelf zo inventief (vindingrijk) moet zijn dat de zondag voor de kinderen een dag is waarnaar zij toeleven. Ook een dag waarvan zij later zullen zeggen: 'Zoals wij de zondag bij vader en moeder vierden, zo willen wij dat ook doen'.
Door allerlei regels voor te schrijven, vrees ik moralistisch te worden. Maar dat niet alleen. Ik wil ook graag voorkomen dat ouderen en kinderen denken dat de viering van de rustdag alleen maar bestaat in het houden van kleine en grote regels. Het gaat erom dat Christus het voor het zeggen heeft. Dit laatste geldt niet alleen voor de werkdagen, maar niet minder voor de zondag. Daarmee zeg ik niet dat het niet moeilijk is om de zondag met de kinderen op een verantwoorde manier door te brengen. Maar ook hiervan geldt: 'als iemand wijsheid ontbreekt, dat men die van God begeert'. En let wel: binnen de kaders van het vierde gebod kunnen wij - in allerlei variaties - een gezegende rustdag hebben.
Een tweede brief gaat over dominees en de rustdag. Waarom moet er soms zo ver weg gepreekt worden? Kan het niet wat dichterbij? Ik zeg niet dat dit laatste onmogelijk is, maar dat dominees wel eens ver weg preken ligt niet alleen aan hen. Als het goed is zullen dominees zich nooit opdringen aan een kerkenraad om in een gemeente voor te gaan. Zij vragen niet, maar zij wórden gevraagd. De kerkenraden doen een eerste stap. Dat een predikant op een verzoek ingaat om dan soms ver weg te preken, kan zijn omdat men bepaalde banden met een gemeente heeft, hoewel ik er direct bij zeg dat dit voor mij niet zozeer een prioriteit is. Het voornaamste is dat het Woord verkondigd zal worden. Er kan in een dienaar van het Woord leven wat Paulus onder woorden bracht: 'Wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig'. Dat kan op de rustdag wel eens ver weg zijn, maar meestentijds gebeurt dit door dienstdoende predikanten in eigen gemeente of dichtbij. Hoe het ook zij: een dorsende os moet men niet muilbanden.
Onlangs hoorde ik van een hoogbejaarde predikant dat hij was opgehouden met preken. Dat was echter met veel strijd gepaard gegaan, omdat hij met de vraag worstelde of hij wel van-de Heere mocht ophouden met preken. Ik wil maar zeggen dat men met hart en ziel predikant kan zijn om het Woord uit te dragen waar men door een kerkenraad gevraagd wordt.
En verder geldt vanzelfsprekend voor een predikant dat de rustdag er ook voor hem is. Maar wat is er dan mooier om die dag in de dienst des Heeren door te brengen. Ik weet maar al te goed dat over dit alles verschillend wordt gedacht, maar ook hiervan geldt: eenheid in verscheidenheid! Bovenstaande vraag werd door een van onze lezers niet wrevelig gesteld, daarom ben ik op zijn vraag openlijk ingegaan! Wel met de bedoeling om hierop niet verder in te gaan.

Slot
Het zal de lezers zijn opgevallen dat ik in Openbaring 1 ben blijven steken. Oorzaak is de dag des Heeren waarbij ik wat langer ben blijven stilstaan dan de bedoeling was. Actuele elementen uit de zeven brieven die in Openbaring 2 en 3 volgen zijn door mij niet in deze reeks artikelen behandeld. Over enige tijd wil ik hieraan met goedvinden van onze eindredacteur graag beginnen. De lezers moeten maar denken: wat in het vat zit, verzuurt niet!
Geve God op de rustdag iets te smaken van wat er staat geschreven voor heel Gods kerk: 'Er blijft dan een rust over voor het volk van God'.

B.               G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eenheid in verscheidenheid (12 - slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's