De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoraat, bouwsteen voor het gemeentelijke leven (2)

Bekijk het origineel

Pastoraat, bouwsteen voor het gemeentelijke leven (2)

7 minuten leestijd

Een zeker bestuur
Wie de definitie van pastoraat als 'de zorg van de leden van Christus' gemeente ten opzichte van elkaar' op zich laat inwerken, zou de gedachte kunnen krijgen: wij zijn dus als ambtsdragers ten diepste niet nodig? Wij moeten zó aan de slag gaan dat we op een gegeven moment onszelf overbodig hebben gemaakt? Zoals een goede boom goede vruchten voortbrengt, zo brengt een (goed functionerende) gemeente als vanzelf pastoraat, diaconaat en apostolaat voort?
Maar dan laat ik mij direct de les lezen door onze Nederlandse Geloofsbelijdenis: 'Wij geloven dat de Kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke politie, die ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord, namelijk dat er dienaars of herders moeten zijn, om Gods Woord te prediken en de sacramenten te bedienen, dat er ook opzieners en diakenen zijn, om met de herders de raad der Kerk te vormen.' Met andere woorden: God Zelf vindt het nodig dat er ambtsdragers zijn. Calvijn zegt ergens nuchter dat er geen kerk kan bestaan, tenzij er een zeker bestuur wordt ingesteld, gegrond op de wil van God.
Nu ga ik geen verhandeling over het ambt houden, al is dat verleidelijk. Wél wil ik zeggen dat onze God anno 2000 Zijn gemeente niet alleen bouwt en bearbeidt door middel van gewone gemeenteleden; Hij doet dat ook, Hij doet dat zeker door middel van het ambt. Als ambtsdragers hebben wij de opdracht de gemeente zó te structureren dat men zijn gaven tot nut en zaligheid van elkaar gewillig en met vreugde aanwendt. Dat kunnen we althans leren uit wat Paulus in diverse van zijn brieven naar voren brengt over de charismata, de genadegaven. Daaruit blijkt: de gemeente regeren (vgl. NGB) is de gemeente dienen, ervoor zorgen dat iedere gelovige zijn gave onder bedauwing van de Heilige Geest kan ontplooien. Was Christus Zelf het niet, Die te midden van Zijn apostelen, de latere ambtsdragers (!), zei: 'Ik ben in uw midden als Één, Die dient.'
Maar het ambt heeft niet alleen en ook niet in de eerste plaats de opdracht te ordenen en te regeren. Daar is vooral de volmacht, waardoor het ambt gekenmerkt wordt. Van het ambt geldt wat we al van het pastoraat opmerkten: het komt van al zo hoge, van al zo ver. Een hemelse aanstelling ligt ten grondslag aan onze aardse taakstelling.

Het herdersambt
Weer kijk ik naar een Bijbelgedeelte ter illustratie. In dit geval Ezechiël 34. Een indrukwekkende profetie. Indrukwekkend allereerst vanwege het onthutsende: vlijmscherp zegt de profeet de ontrouwe herders de wacht aan: 'Wee de herders, die zichzelf weiden. Ik, de HEERE, zal ze!' 'k Herinner me nog dat ik bewust deze profetie las, toen ik een paar jaar predikant was. 'k Schrok. 'k Dacht: 'Zou ik zo'n herder zijn?' Hebben wij als ambtsdragers niet dagelijks te bidden dat we bewaard blijven voor dit gedevalueerde herderschap? Trouwens, doen we naar eer en geweten ons ambtelijk werk, dan nóg moeten we onszelf meer dan eens betrappen op falen, op nalatigheid, op werken aan eigen eer.
Daarom is Ezechiël 34 gelukkig vooral een indrukwekkende profetie vanwege de belofte, de belofte van de enige (r)echte Herder, de Heere Jezus Christus: 'Ik, de HEERE, zal een enige Herder over hen verwekken. Die zal ze weiden. En er zal niemand zijn, die hen verschrikt.'
Wel, aan deze Herder mogen wij ons hart ophalen. Meer nog: ons hart kwijtraken. Hij zal u en mij, Zijn onderherders, leren hoe wij wandelen en hoe wij handelen moeten. Hij is onze grote Voorganger, Die u en mij in het struikgewas van onze zonde en schuld heeft opgezocht (dat geloven we toch?!) en op Zijn schouders genomen en naar de stal, ja, naar Gods Vaderhart heeft gedragen, en Die dat elke dag opnieuw doet.
Zo is Hij ook ons grote Voorbeeld, Die door Zijn Heilige Geest ons leert én ons gééft hoe wij ons ambt hebben te verrichten, namelijk zoals Hij; dat wil zeggen: met iets van een profeet, een priester en een koning. Dat drievoudige ambt droeg Hij. Wij kijken van Hem af de profetische mond, opdat wij op grond van de Schrift mensen ook heden ten dage de weg kunnen wijzen, in alle bescheidenheid én in alle beslistheid. Wij kijken van Hem af het priesterlijk hart, opdat wij met mensen bewogen zijn zoals Hij met ze bewogen was. Wij kijken van Hem af de koninklijke hand, opdat wij hen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd, vastgrijpen en vasthouden. Want menigeen wankelt toch ten dode. Zo oefenen we het herderschap uit, in opdracht en in navolging van onze hemelse Ambtsdrager.

Ware zielzorg
'k Hoop dat ze van ons dienstwerk zeggen wat ze ooit in een 'In memoriam' schreven van een roomse bisschop: in de leer was hij zeer rechtzinnig; vandaaruit leefde en handelde hij; maar was hij bij zijn mensen, dan was hij de mildheid zelf. Niet voor niets is een herder getooid met een stok en een staf; met een stok om waar nodig een ferme tik uit te delen en de roofdieren op een afstand te houden, en met een staf om het afgedwaalde en het gewonde naar zich toe te trekken.
Dat 'herderen' wordt mooi beschreven in het boek 'Over de ware zielzorg' van Martin Bucer, leerling van Luther en leermeester van Calvijn. Het is één van de eerste geschriften uit de Reformatie over gemeente-opbouw. Veelzeggend is alleen al de inhoudsopgave. Ik geef u enkele titels van hoofdstukken. Die spreken voor zich. Luistert u maar. Hoofdstuk 3: 'Over de inrichting van de Kerk, dat is de wijze waarop onze Heere Jezus Zijn herdersambt (!) en de arbeid aan ons heil in Zijn Kerk door geordende dienaren verricht.' Hoofdstuk 7: 'Wat de belangrijkste taken zijn, die de zielzorgers en dienaren der Kerk aan de kudde van Christus moeten verrichten.' Hoofdstuk 8: 'Hoe de verloren schapen gezocht moeten worden.' Hoofdstuk 9: 'Hoe de verjaagde schapen weer teruggebracht moeten worden.' Hoofdstuk 10: 'Hoe de zieke en gewonde schapen verbonden en weer genezen moeten worden.' Hoofdstuk 11: 'Hoe de zwakke schapen gesterkt moeten worden.' Hoofdstuk 12: 'Hoe gezonde en sterke schapen beschermd en geweid moeten worden.' Hoofdstuk 13: 'Over het uitsluiten en afzonderen van valse bokken.' Hoofdstuk 14: 'Over de gehoorzaamheid van Christus' schapen.'
Wanneer we deze titels horen, komen ons de woorden van één van de bevestigingsformulieren in gedachten: Uit deze dingen kan men zien welk een heerlijk werk het herdersambt is, omdat zo grote dingen daardoor uitgericht worden; ja, hoe gans noodzakelijk het is om de mensen ter zaligheid te brengen.'

Definitie 2
Ook aan de hand van dit hoofdstuk laat zich een definitie opstellen: Pastoraat is de herderlijke zorg, die ambtsdragers in opdracht en in navolging van de Grote Herder der schapen Jezus Christus verrichten aan de leden der gemeente, opdat die met al hun wonden en zonden eenmaal in de hemelse schaapskooi zullen arriveren.

Welk een heerlijk werk
Dit werk ligt op de schouders van alle ambtsdragers. Want de predikant is herder op de preekstoel, de ouderling op huisbezoek, de diaken in zijn bezig-zijn, wanneer hij 'niet alleen met de uiterlijke gift, maar ook met troostelijke redenen uit het Woord van God hulp bewijst.'
Moeten wij niet allemaal als ambtsdragers en als bezoekbroeders deze 'troostelijke redenen' gebruiken? De ene keer zullen ze opbeurend klinken, de andere keer vermanend. (Overigens, in het Grieks is 'vermanen' en 'vertroosten' hetzelfde woord!) De ene keer vragend: 'Zou u dat wel doen?' De andere keer afkeurend: 'Doe dat in vredesnaam, in Gods Naam niet!'
In dit verband denk ik aan een woord van Jesaja over Christus als de Knecht des Heeren. Er staat zo mooi dat Hij met de vermoeide 'een woord ter rechter tijd' weet te spreken. Die fijngevoeligheid leert Hij ook Zijn onderherders.

Nieuwerkerk aan den Ijssel               H. J. Lam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoraat, bouwsteen voor het gemeentelijke leven (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's