De twee-eenheid van kerk en gemeente
'Om de heelheid van de kerk'
Welke plaats nemen hervormde gemeenten (juridisch) in in het Samen op Wegproces? En is het mogelijk de Hervormde Kerk voort te zetten buiten de verenigde kerk, wanneer die eenmaal is gevormd? Over deze vragen heeft de hervormde commissie voor kerkordelijke aangelegenheden (KOA), op verzoek van het moderamen, een nota het licht doen zien onder de titel Om de heelheid van de kerk. Deze nota wordt op 22 september a.s in de hervormde synode besproken en, bij aanvaarding ervan, aan alle hervormde gemeenten toegezonden.
Voor goed verstaan dient men zich te realiseren dat het hier niet om een SoW-nota gaat, maar om een hervormde nota, gericht op hervormde gemeenten.
* * *
Het gaat in de nota in feite om 'het recht van afscheiding' van hervormde gemeenten. Verder speelt hierbij op de achtergrond mee het proces, dat door kerkvoogdijen (momenteel nog 42) al jarenlang wordt gevoerd, zowel voor de binnenkerkelijke Commissie voor Bezwaren en Geschillen als voor de burgerlijke rechter, inzake de kwestie van het beheer van de kerkelijke goederen. Gemeenten die dit proces voeren - deels uit hervormd gereformeerde kring, deels van andere modaliteit - hebben zich laten leiden door de gedachte, dat de kerk presbyteriaal is. De kerk is echter, zoals in de nota wordt betoogd en verdedigd presbyteriaal-synodaal.
Dezer dagen promoveert aan de Rijks Universiteit Utrecht mevr. Hélène Oostenbroek-Evers op een proefschrift getiteld Beginselen en achtergrond van de Kerkorde van 1951 van de Nederlandse Hervormde Kerk, waarin dezelfde conclusie worden getrokken als in de nota.
Teneinde de gemeenten adequaat te informeren over de zaak waarom het gaat - en die voor het beleid van de gemeenten in de kerkelijke ontwikkelingen uiterst actueel is, geven we globaal weer wat de nota in het historische en kerkordelijke gedeelte zegt, omdat het dan om de feiten gaat. De theologische onderbouw van dit alles (geënt op het genadeverbond) stel ik hier niet aan de orde, evenmin als het SoWproces als zodanig, al heeft de nota daar wel alles mee te maken.
Historisch
Voor onderbouwing van de conclusies in de nota wordt een blik in de geschiedenis geworpen. Een kerkverband in de traditie van de Reformatie, zegt KOA met H. G. Kleyn in zijn Algemene Kerk en Plaatselijke Gemeente, bestaat niet dankzij vrijwillige aansluiting van gemeenten. Op de synode van Emden (1571) werd een kerkverband, inclusief kerkorde vastgesteld voor 'De Nederlandse Kerken onder het kruis', ook voor gemeenten die niet tegenwoordig waren. De gemeenten werden ingedeeld in classes. Dat bepaalde de synode, die haar eigen bevoegdheden kreeg toegewezen.
Daar staat tegenover het gevoelen in kerken die uit de Doleantie zijn voortgekomen. In de Doleantie werd in kerkrechtelijke zin benadrukt, dat de aansluiting van gemeenten tot een kerkverband 'geheel vrijwillig, alleen door inwendige drang en uit motieven van geestelijke aard, dus door vrijwillige confederatie der plaatselijke kerken zelve' geschiedt. Abraham Kuyper zei in een Stonelezing: 'alle kerken (zijn) gelijk in rang en niet dan confederatief in synodaal verband aaneengesloten'. Daarom is een plaatselijke gemeente in kerken, voortkomend uit de Doleantie, een kerk op zich en wordt het kerkverband in meervoud aangeduid: Gereformeerde Kerken. Ook kerken voortkomend uit de Afscheiding, zoals de Gereformeerde Gemeenten, staan op het standpunt, dat 'een gemeente zich vrijwillig heeft aangesloten bij een bepaald kerkverband en ook vrijwillig de uitoefening van een deel van de bevoegdheid van de kerkenraad overdraagt aan de meerdere vergaderingen' (K. de Gier in zijn De Dordtse Kerkorde).
* * *
'Waar het (hervormde) kerkverband niet op vrijwilligheid berust, kan er ook geen sprake van zijn dat een kerkenraad bevoegd is dit Verband op te zeggen', zegt de nota van KOA. 'Er is geen sprake van een legale verbreekbaarheid van het kerkverband'. Men kan zich wel als persoon aan de kerk onttrekken en samen met anderen een nieuwe gemeente of kerk stichten. Maar een gemeente kan zich niet onttrekken (en dan nog hervormd heten), ook al gaan alle gemeenteleden weg.
1951
Onder de regelementenbundel van 1816 was de plaatselijke hervormde gemeente slechts een onderafdeling van de landelijke kerk; ze kwam er zelfs in het geheel niet in voor. In de kerkorde van 1951 is echter afstand genomen van de opvatting, dat de plaatselijke gemeente slechts 'een stukje kerk' was maar werd de gemeente beschouwd als 'compleet Kerk, omdat zij volledig de sacramenten en het volle geestelijke ambt in haar gebied mag zien functioneren'. Maar, aldus de nota, - en daar ligt m.i. inderdaad de kern van de kwestie - 'toch kwam in deze kerkorde de visie op de plaatselijke gemeente niet in mindering op de aandacht voor de landelijke kerk. Het tegenovergestelde is eerder het geval: de gebeurtenissen in de voorafgaande jaren hadden geleerd hoe groot de betekenis van de kerk voor de gemeenten kan zijn.'
* * *
In alle formuleringen van de hervormde kerkorde - zo stelt de nota - is 'zorgvuldig vermeden', dat de gedachte zou kunnen ontstaan 'dat de kerk en de gemeenten tot stand komen krachtens een kerkelijke of menselijke beslissing'. De Hervormde Kerk kent in haar kerkorde de tweeëenheid van kerk en gemeente. Wie breekt met de Hervormde Kerk, breekt dan ook met de plaatselijke gemeente. Een tussenweg - breken met de Hervormde Kerk maar tegelijkertijd lid blijven van de hervormde gemeente kan niet. Ook voor hervormde gemeenten bestaat zo'n tussenweg niet.
De hervormde kerkorde kent dus de mogelijkheid niet, dat een gemeente zich afscheidt van de kerk. Binnen de Gereformeerde Kerken bestaat die mogelijkheid in principe wel, omdat zelfstandige gemeenten (kerken) daar samen de kerk vormen. Met betrekking tot de kerkelijke goederen betekent dit, dat er in de Hervormde Kerk twee rechtspersonen zijn: de hervormde gemeente en de Nederlandse Hervormde Kerk als geheel. Hervormde gemeenten zijn derhalve ook gebonden aan de regelgeving van de kerk. In diezelfde zin oordeelde ook de Generale Commissie, alsook de burgerlijke rechter, inzake de beheerskwestie die door kerkvoogdijen vrij beheer, die niet instemmen met 'aanpassing', juridisch is aangespannen.
Structuur
De nota sluit af met de volgende conclusie: 'De structuur van de Nederlandse Hervormde Kerk is dan ook niet louter presbyteriaal, zoals door de (procederende) Gemeenten is gesteld, maar zij heeft een presbyteriaal-synodale structuur. In die structuur berust, trapsgewijs via Kerkenraad en vergadering van de Classis, het hoogste gezag bij de Generale Synode. Zo kan dan ook de Generale Synode desgewenst beslissingen nemen om tot eenvormigheid te komen inzake het beheer in de Kerk.'
* * *
In het theologische gedeelte van de nota wordt inzake afscheiding gezegd, dat dit 'een onmogelijke mogelijkheid' is, een situatie van 'nood breekt wet'. Letterlijk geciteerd:
'Het "recht van afscheiding" is te vergelijken met "het recht van opstand": er kan zich een situatie voordoen, dat de overheid om des gewetenswil niet langer kan worden erkend als het wettig gezag. Echter, net zo min als er een in de wet erkend "recht op revolutie" is, kan er sprake zijn van een kerkordelijk geregeld "recht op afscheiding". Wie meent "om des gewetenswil" de weg van kerkelijke ongehoorzaamheid te moeten gaan, kan zich dus niet beroepen op kerkelijke rechten'.
Alleen wanneer gemeenten 'vrijwillig' aansluiten bij een kerkverband (in kerken bijvoorbeeld van congregationalistisch type) kunnen gemeenten ook vrijwillig besluiten zich van dit kerkverband los te maken.
Uitgangspunt
Tot zover de inhoud van de nota, globaal samengevat. Het is naar onze overtuiging goed, dat deze nota is verschenen. Ze biedt een goed uitgangspunt om op de synode de zaak waarom het gaat helder te krijgen. Nu van bepaalde zijde wordt aangekondigd, dat men de Hervormde Kerk zal of wil voortzetten buiten de verenigde kerk, is het goed wanneer de mogelijkheid of onmogelijkheid daartoe helder wordt. Dat geldt tevens de kwestie van voortzetting van het vrije beheer. Men kan een ander kerktype willen voorstaan dan het hervormde - en dat is het geval in de kring van Afgescheidenen en Dolerenden, terwijl dit hervormde type van kerkzijn ook niet bij alle hervormden waardering ontmoet - maar hervormde gemeenten hebben met het (huidige) hervormde kerkrecht te maken. Onder de regelementenbundel van Koning Willem I (1816) was de Hervormde Kerk (dominerend) synodaal. Na 1951 is ze presbyteriaal-synodaal.
Ik stipuleer ter afronding nog enkele aandachtspunten.
1. Hoe zit het nu (juridisch) bij het samengaan van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken? Verwezen wordt naar de zogeheten 'Verklaring van Overeenstemming van de NHK en de GKN in 1986', waarin deze conclusie staat: 'In de loop van de geschiedenis is in de NHK het besef nooit verdwenen, dat de landelijke kerk bestaat in haar plaatselijke gemeente. In haar geschiedenis is de GKN tot het inzicht gekomen, dat de huidige tijd ook een duidelijke overkoepelende organisatie vraagt. Omdat in beide kerken erkend wordt, dat het geheel en de delen elkaar voortdurend nodig hebben, mag een verschil in accentuering van de twee polen geen motief vormen om het gescheiden bestaan der kerken te continueren'. Dat is meer een beleidsmatige dan een juridische constatering. Betekent dit bijvoorbeeld, dat het nu juridisch voor een (plaatselijke) Gereformeerde Kerk ook onmogelijk is om zich van het kerkverband los te maken? Hoe worden de verschillende structuren juridisch ineengevlochten, gezien het gereformeerde kerkmodel?
2. Naar onze waarneming is de tweepoligheid, de tweeëenheid van gemeente en synode, die voor de Hervormde Kerk wordt gesteld (presbyteriaal-synodaal), correct. Evenwel gaat de presbyter, de ouderling, wel voorop. Hoe bewaakt de kerk zelf haar uitgangspunt, dat 'de landelijke kerk bestaat in haar plaatselijke gemeenten'? Kerkscheuringen zijn in het verleden vaak ontstaan vanwege synodale overheersing. Enerzijds wordt in de huidige situatie hier en daar de bevoegdheid van de ambtelijke vergaderingen miskend of zelfs genegeerd. Anderzijds kan een synode ook de eigen bevoegdheid van gemeenten en classis overrulen. Hoe wordt de twee-eenheid van gemeente en synode ook doorvertaald naar de vrijheid (in wederzijdse gebondenheid) van gemeenten? Want daar wringt vaak een schoen in het volksgevoelen.
3. In de nota wordt gesteld, dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis slechts weet van afscheiding 'van hen die niet tot de kerk behoren' (art. 28 NGB). De Afscheiding van 1834 heeft zichzelf - zo wordt in een noot vermeld - begrepen als een gerechtvaardigde afscheiding 'van hen die niet tot de Kerk behoren'. De Hervormde Kerk werd niet meer als ware maar als valse kerk gezien, waarmee men geen gemeenschap meer wilde hebben 'totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren' (een valse kerk kan dus weer ware kerk worden? , v.d G.).
Wat zijn dan de criteria voor waar en vals? Is dat niet een zaak die nadere uitwerking behoeft? Het zou ons brengen tot een noodzakelijke bezinning over de grenzen van het kerk-zijn, in het licht van de (genoemde) belijdenis in de NGB over de kerk (art. 37-39). Die bezinning raakt overigens niet in het minst ook de sector van de kerk, die kritisch tegenover Samen op Weg Staat. Wanneer durven 'wij' een kerk tot vals te verklaren en wat zijn dan de criteria, wanneer we bedenken, dat de NGB in artikel 29 deze duidt als sekte?
4. De bezinning op de materie, die in de nota aan de orde is, dient dunkt me niet alleen langs kerkjuridische lijnen, op grond van kerkrechtelijke criteria te worden gevoerd. Dat laatste is, gezien tegenstrijdige visies op de structuur van de kerk wel nodig. Het gesprek dient echter vooral te gaan over de ecclesiologie, over de ware gronden van het kerk-zijn. Een louter kerkjuridisch gesprek levert geslepen messen op. Maar de Kerk is toch vooral Openbaring van het Lichaam van Christus? Dat gaat alle kerkrecht te boven. Daarom begint de nota terecht met een theologische inzet. De kernvraag is hoe de kerk in de ware zin des Woords Lichaam van Christus zal zijn, in waarheid en eenheid.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's