De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In memoriam ds. Adriaan Jacob Timmer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In memoriam ds. Adriaan Jacob Timmer

8 minuten leestijd

Op zaterdag 9 september overleed hij, of beter gezegd - zoals het ook in de rouwcirculaire staat - nam de Heere Zijn dienstknecht tot Zich.
Er mag niet gezegd worden dat dit onverwacht gebeurde. Een lange periode van afnemende krachten ging eraan vooraf. Zelfs was opname in een verpleeghuis noodzakelijk geworden, maar juist voordat dit gerealiseerd zou worden haalde de Heere hem, in Zijn genade, Thuis!
Hij mocht op 13 maart jl. de gezegende leeftijd van tachtig jaar bereiken. Adriaan Jacob Timmer werd op de reeds genoemde datum, in het jaar 1920, te Montfoort geboren, waar zijn vader ds. J. J. Timmer, toen predikant was.
Hij was nog jong toen, onder de prediking van het Woord, in zijn hart de begeerte ontwaakte om - evenals zijn vader - de Heere te dienen in het ambt van predikant. Toen deze begeerte niet overging maar daarentegen steeds sterker werd, sprak hij hierover met zijn vader, voor wie hij veel respect had en die veel voor hem betekende. Tot zijn vreugde vond zijn vader het goed, ja, was hij er heel dankbaar voor dat zijn zoon in zijn voetspoor wilde gaan.
Toen volgde de studie te Utrecht, maar in moeilijke omstandigheden. De pastorie te Harderwijk, waar het gezin Timmer toen woonde, werd gevorderd door de Duitsers. De consistorie van de Oude Kerk werd nu hun woning en de kooromgang van deze kerk hun slaapvertrek. Bovendien was er het gevaar van naar Duitsland te moeten als dwangarbeider. Dat betekende dus: onderduiken! Toch slaagde de student Timmer er in op de verschillende onderduikadressen te studeren en ondanks de moeilijke omstandigheden zijn tentamens te doen en toen de oorlog eenmaal voorbij was, kreeg hij bericht dat zijn studie met succes bekroond was.
Weerhield de oorlog hem niet van studeren, ook niet van 'verkeren'. Zo heette dat toen immers! Hij kreeg verkering met de verpleegster Anneke Dijkstra en op 18 december 1946 werd hun huwelijk gesloten en in de Nieuwe Kerk te Ermelo bevestigd tijdens een kerkdienst geleid door vader Timmer.
Intussen kwamen ook de beroepen, negen in getal, waarvan het beroep naar Polsbroek en Vlist werd aangenomen. Op 12 januari 1947 werd hij hier bevestigd en deed hij zijn eerste ervaringen op in het ambt van predikant. Wie hier meer over wil weten en ook van zijn ervaringen in andere gemeenten, schaffe zich het boekje aan, getiteld 'Levenslang leerling', geschreven door J. van 't Hul en drs. P. J. Vergunst, uitgegeven door J. J. Groen en Zn. te Heerenveen in het jaar waarin dominee Timmer 50 jaar predikant werd nl. in 1997.
Na Polsbroek en Vlist (1947-1950) diende ds. Timmer achtereenvolgens de gemeenten Ouderkerk aan den IJssel (1950-1954), Huizen (1954-1960), Elspeet (1960-1967), Woudenberg (1967-1973) en Lunteren (1973-1985).
Toen hij in 1985 met emeritaat ging mocht hij terugzien op 38 jaren in actieve dienst. Toch vond hij de overgang erg groot. Hij moest het echt verwerken. Op de morgen na het afscheid liep hij gewoontegetrouw naar de studeerkamer om het programma voor de hele week klaar te maken. Maar al gauw was hij weer terug in de huiskamer. 'Ik ben uitgediend', zei hij met trieste stem. Het hoefde niet meer. En dat gaf hem veel moeite...
Toch kwam deze moeite niet in mindering op zijn dankbaarheid. Hij mocht immers nog blijven doorgaan met het leiden van zondagse kerkdiensten en met preken! Maar wat een strijd toen hij ook dit om gezondheidsredenen moest opgeven. Door vernauwing van de hoofdslagader naar de hersenen, kregen deze zuurstof tekort en het gebeurde zelfs enkele keren op de preekstoel dat hij de dienst moest onderbreken omdat hij niet goed werd. Nu moest hij helemaal stoppen met zijn ambtelijk werk en dat ervoer hij als heel erg. Gelukkig was er nog zijn vrouw en waren er nog zijn kinderen en kleinkinderen. Over zijn vrouw wil ik graag ook iets zeggen, want zij is haar man zeer tot steun geweest en niet alleen in zijn laatste jaren. In alle gemeenten waar gestaan werd is zij zeer actief geweest. Zij gaf leiding aan meisjesverenigingen, vrouwenverenigingen, bejaardensamenkomsten, bejaardenkoren en ook zat zij jaren in het hoofdbestuur van de vrouwenbond. Maar allereerst was zij moeder van haar gezin dat vijf kinderen telde. In Elspeet richtte zij een vrouwenvereniging op die de naam kreeg 'Wees een zegen'. Deze opdracht trachtte zij zelf ook gestalte te geven in de gemeente en in haar gezin en dat gelukte haar wonderwel. De kracht die hiervoor nodig was kwam echter niet uit haar zelf voort maar mocht zij van de Heere ontvangen. Hij zij haar nu ook verder nabij nu zij alleen verder moet. Alleen... en niet alleen!
'Dominee Timmer', zo sprak ds. Schalkoort, de wijkpredikant tijdens de rouwdienst, 'was een bijzonder mens.' Hij dacht daarbij vooral aan zijn prediking, hoewel hij hem zelf nooit gehoord heeft. Maar deze opmerking was terecht want wie hem wel gehoord hebben, zullen dit beamen. Hij sprak op een indringende en soms zelfs confronterende wijze. Velen herinneren zich ongetwijfeld nog die wijzende vinger vanaf de preekstoel met daarbij de vraag: 'Kent u daar iets van?'
In een interview heeft hij gezegd: 'Ik wilde niets liever dan de mensen bewegen tot het geloof'. Aan de jongens op catechisatie vroeg hij eens: 'Hebben jullie een idee waar ik zondags veel nadruk op leg? ' Toen zeiden ze: 'U legt veel klem op de eis tot bekering'. Zijn antwoord was: 'Nou daar ben ik blij mee dat jullie dit naar voren brengen, want dan heb je goed geluisterd'. Dat luisteren werd, met name de jongeren, ook aangenaam gemaakt daar hem, tijdens het uitspreken van zijn preek vaak een belevenis of een verhaal uit het dagelijks leven te binnenschoot waarmee hij de strekking van zijn boodschap begrijpelijk probeerde te maken. Dat hield hen nieuwsgierig en deed hen erbij blijven, want er zou nog wel meer komen. Soms ontbrak ook de humor niet, wat niet iedereen altijd waardeerde, maar de trend van zijn prediking was diepe ernst.
Niet alleen als leraar maar ook als herder was hij zeer betrokken op de gemeente die hij diende. Van de gemeente Elspeet, waar toen ook Uddel en Vierhouten nog bij hoorden, heeft hij eens gezegd: 'Ik geloof niet dat er één huis is waar ik niet binnen geweest ben'.
Als collega, dat zullen allen die met hem samengewerkt hebben beamen, was, hij collegiaal en vriendschappelijk. Zelf mag ik zeggen dat ik uit ervaring spreek, daar ik met dankbaarheid mag terugzien op onze gezamenlijke dienst te Woudenberg en te Lunteren, in elk van deze gemeenten vier jaar lang.
Als ik nu dit 'in memoriam' nog even overlees, zou ik 't kunnen begrijpen als iemand zou vragen: 'Was dominee Timmer een volmaakt mens?'
Nou, dat was hij zeker niet, hoewel het me wel moeite zou kosten iets te bedenken wat ik nou echt ten nadele van hem naar voren zou kunnen brengen.
Maar op de begraafplaats heb ik gezegd: 'Zalig de doden die in de Heere sterven' (Openb. van Joh. 14 : 13). Daar komt het op aan. Want (zie Rom. 3 : 22 v.v.) 'Er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods'. Maar dan: 'En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is'. Wie wist beter dan ds. Timmer zélf dat het hier om gaat!
Toen hij in 1997 zijn 50-jarig ambtsjubileum herdacht, kwam een medewerker van het RD bij hem op bezoek voor een interview. Aan het slot daarvan vroeg deze journalist: 'Is er een uitzien naar het einde van de reis? ' Ds. Timmer: 'Bij tijden wel. Tegelijk komt het er steeds meer op aan dat we alleen zalig kunnen worden door het waarachtig geloof. Ik kan bij het sterven niet zeggen: ik ben toch dominee geweest'. En dan, de vraag a.h.w. dóórgevend: 'Maar stelt u deze vraag toch niet alleen aan mij. Niemand kan buiten het zaligmakende geloof'.
Zijn vrouw en kinderen, veertien kleinkinderen en verdere familie en allen die van hem hielden, mogen er troost uit putten dat hij in dit geloof is heengegaan, in de Heere is ontslapen.
Aan het slot van de rouwdienst in de Oude Kerk te Lunteren zongen wij zijn lievelingspsalm. Wat voor hem tijdens zijn leven, maar ook in zijn sterven het allerbelangrijkste was, komt in dit lied zo heel mooi tot uiting:

Wat vree heeft elk die Uwe wet bemint!
Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten.
Ik, Heer', die al mijn blijdschap in U vind,
Hoop op Uw heil, met al uw gunstgenoten,
'k Doe Uw geboôn, oprecht en welgezind;
Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.

Soesterberg               B. M. Meijndert

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In memoriam ds. Adriaan Jacob Timmer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's