De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de hervormde gemeente Oud-Alblas verscheen een gedenkboek van de hand van N. Schellingerhout onder de titel Gedenk van hoedanige eeuw ik ben (uitgave Blassekijn, Bleskensgraaf). Uit dit boek enkele fragmenten.

Over de eerste predikant Hendrikus Swalmius
'Hendrikus Swalmius of Swalme, zoals hij ook wel genoemd werd, werd ca. 1578 geboren te Rhoon. Zijn vader Henricus was ook predikant. Op 22-jarige leeftijd, in september van het jaar 1600, werd hij predikant in Oud-Alblas en diende later nog vanaf 1605 Oud-Beijerland, waar hij bijna dertien jaar gestaan heeft. Op 27 november 1617 werd hij bevestigd in Delft en op 19 oktober 1625 te Haarlem. Tussen 1629 en 1630 werd hij nog "uitgeleend" aan 's-Hertogenbosch. Hij overleed op 12 januari 1649 op 71-jarige leeftijd.
Ook de twee broers van Hendrikus - Eleasar en Arnoldus - waren predikant. Ze stonden schouder aan schouder in hun strijd tegen het remonstrantisme. Alle drie dienden meer dan 40 jaar in het ambt.
Van deze eerste eigen predikant van Oud-Alblas zijn geen bijzonderheden terug te vinden. Toch zijn we wel wat te weten gekomen betreffende leer en leven. We komen hem in 1617 tegen, wanneer de burgemeester en de kerkenraad van Delft op zoek gaan naar een geschikte kandidaat voor een tweede predikantsplaats. Men wilde een contraremonstrant beroepen en dominee Swalme voldeed hieraan volledig. Hij had in 1612 verschillende contraremonstrantse kruiskerken bediend en was onlangs (namelijk op 9 juli 1617) nog voorgegaan in de eerste dienst van de Haagse contraremonstranten in de Kloosterkerk. Op 16 oktober werd hij door de kerkenraad beroepen. Een aantal remonstrantsgezinde burgers bleek niet van zijn komst gediend en kwam hiertegen in oppositie, maar zo lezen we, het waren hoofdzakelijk "lieden" die geen belijdenis van de gereformeerde religie hadden gedaan. Toch breidde het verzet zich uit en dit werd ook gesteund door de andere Delftse predikant, die nog wat olie op het vuur gooide door te verklaren dat hij dominee Swalmius niet wilde bevestigen. De kerkenraad liet zich echter niet van de wijs brengen en wees alle protesten van de hand; ze bevatten geen gefundeerde bezwaren. Even dreigde het nog mis te gaan toen het stadsbestuur verklaarde zich geremd te voelen om de bevestiging door te laten gaan, omdat de beroeping door de classis niet goedgekeurd zou zijn. De gecommitteerde kerkenraadsleden toonden echter een akte van approbatie, of goedkeuring. De twijfels waren nog niet verdwenen en men besloot om het oordeel op te schorten en eerst in overleg te treden met de Veertigraad, welke 's middags bijeenkwam. De kerkenraadsacta verhalen dat tijdens de vergadering de contraremonstrantsgezinde burgers in groten getale op de markt voor het stadhuis verschenen en van de vroede vaderen eisten dat de bevestiging van dominee Swalmius doorgang zou vinden. Waarschijnlijk uit vrees voor oproer heeft de Veertigraad vervolgens besloten daarmee akkoord te gaan en reeds de volgende dag werd Swalmius bevestigd.'

Beweging in de toren
• Dominee De Jonge schrijft in het notulenboek van de kerkenraad dat hij op 18 november 1821 niet wilde preken. Hij is erop geattendeerd dat de toren tijdens het luiden van de klok sterk in beweging komt en kennelijk vreest hij dat er iets rampzaligs zou kunnen gebeuren. Ook de volgende zondag gaat hij niet voor, wel preekt dominee Nicolaas van Steenbergen van Papendrecht hier. Er komt een onderzoek naar de gesteldheid van de toren. Na een geruststellende mededeling dat het allemaal wel meevalt, durft de predikant op 2 december weer te preken. Toch heeft de hele geschiedenis diepe indruk op hem gemaakt, met name de tegenwerking die hij heeft ondervonden. Als twintig jaar later besloten wordt de kerk te vernieuwen schrijft hij vanuit zijn woonplaats Abcoude een brief aan dominee Kam. Hij bedankt dominee Kam voor het verslag over de toren en de kerk.


'Het mij gegeven berigt doet mij UwelEerw. bewonderen, als die het dus zoo ver hebt kunnen brengen, onder zoo veel tegenstand van moedwillige Samaritanen, zoo vele zwarigheden, bedenkingen, vrezen en onwilligheden van andere. Ware ik gebleven, men had mij blijven tegenstaan, vriend en vijand, zoo lang men kon; mij maar laten praten; de klok maar voort te laten luiden; toren en kerk doen slingeren tot dat het een met het ander was ingestort. Gelukkig voor de gemeente waren er mannen opgestaan die het gevaar hadden begrepen en ter hulpe schoten.'

Over de vernieuwing van de kerk schrijft hij dat het 'na mijne gedachten een zeer geschikt uitkomen en fraai te vereizen gebouw zal zijn.'  
Als de kerk in gebruik wordt genomen schrijft hij dat het hem spijt dat hij niet naar Alblas kan komen. Hij is dan al 83 jaar. Hij schrijft verder:

'Hoe graag kwamen wij Uwe nieuwe kerk opnemen, niet meer gedenkende aan den ouden, die mij nog in gedachte blijft, als in welke ik in mijne laatste tijd, niet zonder bevreesdheid was, bij storm en zware wind. De Goede God heeft in alles vo.orzien om het zoo verre te brengen. Naast Hem, die alles bestiere, geve ik UwelEerw er lof van. Mij die men alleen liet, toen ik het eerst het gevaar vernam, ik had het niet zoo ver kunnen brengen. De tegenstand was mij te sterk. Hoe mijne bezorgdheid werd opgenomen, weten mijne vrienden.'

Drie jodinnen gedoopt
• 'Op 12 februari 1854 vindt een indrukwekkende gebeurtenis plaats. Dominee Knap doopt drie zusters van joodse afkomst: Belia, Rebecca en Lea Harst. Graag zou ik de preek in dit boekje hebben opgenomen, maar de ruimte ontbreekt. De preek handelde over Handelingen 10 vers 47, '
Kan ook iemand het water weren dat deze niet gedoopt zouden worden?' Dominee Knap begint hen als het ware voor te stellen. Uit het zaad van Abraham. De predikant doet dit graag,

'niet alleen omdat zij mijn discipelen zijn, die ik zeer hoog acht, maar ook omdat zij opgerichte tekenen zijn van de liefde en macht van de Heere Jezus. Ze zijn 37, 33 en 30 jaren oud. Geboren in Hardinxveld uit Israëlitische ouders. Ze werden opgevoed in de plechtigheden en gebruiken van de joodse godsdienst. Enkele maanden geleden zijn ze als naaisters in Oud-Alblas komen wonen. Nu belijden drie uit Israël de Naam van Jezus. Het volk welks vaderen de Messias hebben gekruisigd. God heeft dit volk niet verstoten. Deze drie zijn uit volle overtuiging des harten tot het christendom overgegaan. Deze overtuiging in het begin klein, die nochtans onder Gods hand trapsgewijs zich ontwikkelde, en gelijk wij vertrouwen onveranderlijk vestigde.
Twee van de drie ontvingen de eerste indrukken van Christus en het christendom onder het godsdienstig gezang op school. Later geraakten ze, door de goede hand des Heeren, in het bezit van de vijf boeken van Mozes en enige delen uit de profetische schriften in het Nederlands. Ze lazen en herlazen. Dit lezen gebruikte de Heilige Geest om hun zielen onrustig te maken. Het verwekte een gevoel van hogere behoeften. Het werd een tijd van roepen en worstelen aan de troon der genade. Dit liep uit op het weten dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld. En daarom hebben zij de heilige Naam van Jezus beleden en verlangen ze reikhalzend naar het ogenblik in hetwelk zij, door zich de Doop te laten toedienen, die belijdenis in het openbaar zullen bevestigen. Als God werkt, wie zal het keren?'

Dominee Knap sprak verder over de middelen waarvan de Heere Zich bediende. Onder andere had het sterven van hun enige broer grote invloed op hun bekering. Verder gebruikte de Heere een vrouw en een bekeerde jood van wie ze een Bijbel kregen. Wie kan het water keren, zo vraagt de predikant.
Vriendinnen uit Israël, spreekt dominee Knap, met ons geeft gij God de Heilige Geest eer en heerlijkheid. Hij was het Die zich over U erbarmde.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's