Rijksuniversiteit Utrecht en Sow-kerken op één lijn over theologische opleiding
In deze kolommen hebben we eerder kritisch gereageerd op ontwikkelngen aan theologische faculteit van Universiteit Utrecht, waarin het gaat om - globaal gezegd - cultuurtheologie. Dezer dagen hebben de Samen op Weg-kerken het Samenwerkingsverband met de Utrechtse Universiteit verlengd. Hier volgt eerst het persbercht dat daarover uitging.
'De Universiteit Utrecht en de Samen op Weg-kerken bestendigen de samenwerking die al vele jaren tussen hen bestaat op het gebied van het theologisch onderwijs. De verschillen van opvatting die de afgelopen maanden tussen de Kerken en de universiteit waren ontstaan over de gewenste ontwikkeling van de theologische opleiding, zijn in een gesprek van het Triomoderamen en het College van Bestuur en zijn faculteit godgeleerdheid uit de weg geruimd. Er zijn afspraken gemaakt over aard en frequentie van overleg. De Universiteit Utrecht en de SoW-kerken hebben en houden een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de opleiding tot predikant. De kerken zullen intensief betrokken worden bij de vernieuwing van het onderwijs, waarbij de klassieke vorm van de theologie volledig gegarandeerd zal zijn. Een en ander zal uitlopen op een nieuwe overeenkomst tussen de universiteit en de kerken. Deze zal worden voorbereid door de faculteit, de commissie TWO en het bestuur van het Evangelisch-Luthers Seminarium. Aanleiding tot het gesprek tussen de SoW-kerken en de universiteit en haar faculteit was de ontwikkeling van het theologisch onderwijs in Utrecht en de discussie over die ontwikkelingen die het afgelopen halfjaar tussen beide gevoerd werd. De gerezen verschillen in opvatting trokken ook in de media de aandacht.
De ontwikkeling van het theologisch onderwijs en onderzoek is - zoals ook in het overig universitair onderwijs en onderzoek - het gevolg van veranderingen in het secundair onderwijs (profielen in het VWO), de voorbereidingen op het Bachelors/Masters model en van de voortdurende noodzaak tot kwaliteitsverbetering. De invoering van Bachelors/Masters zal tot meer keuzemogelijkheden leiden voor de studenten, zonder dat overigens concessies gedaan worden aan de diepte en kwaliteit van de opleiding: de klassieke godgeleerdheid blijft een bijzonder belangrijke variant. Het driejarige Bachelors bereidt voor op drie Mastersopleidingen: een professioneel Masters (welke toegang geeft tot de kerkelijk opleidingen), een wetenschappelijke Masters (toegesneden op wetenschappelijk onderzoek) en een Communicatie & Educatie Masters (die de basis vormt voor beroepen in de communicatie en educatie, bv. godsdienstleraar). Alle drie de Mastersopleidingen bieden toegang tot een promotie. Dit betekent dat de theologische faculteit in Utrecht ook in de Ba/Ma onderwijsstructuur voor de studenten die predikant willen worden een herkenbaar traject voor een theologische opleiding biedt dat afgestemd is op de wensen van de kerken.
Deze verandering in het onderwijs zal de komende jaren haar beslag krijgen. Universiteit en kerken zullen bij die ontwikkeling nauw samenwerken en overleggen. In dit overleg zal ook aan bod komen welk (klassieke) talenonderwijs op welk moment in het onderwijsprogramma voor welke studenten het meest doelmatig kan worden ingezet. Het synodebesluit van de SoW-kerken ten aanzien van de klassieke talen als eis voor de predikantenopleiding wordt door de universiteit gehonoreerd.
De kerken en de universiteit hebben afgesproken dat tot het moment van de invoering van Bachelors/Masters geen wijzigingen worden aangebracht in het onderwijsprogramma ten aanzien van de vakken die door de kerkelijke docenten worden gegeven. Tevens werd in het overleg de overeenstemming bevestigd ten aanzien van de vestiging van het Evangelisch-Luthers Seminarium. Dit seminarium zal dezelfde positie krijgen als de hervormde kerkelijke opleiding. Half december 2000 zullen het Triomoderamen en het College van Bestuur de voortgang bespreken.'
Oplossing?
Op het eerste gezicht lijkt het alsof in Utrecht in het gesprek tussen de vertegenwoordigers van de (SoW) kerken en het College van Bestuur en de theologische faculteit een goede oplossing is gevonden inzake de gerezen problemen. Naar onze inschatting zijn de problemen echter te snel opgelost (in slechts één zitting). Uit de Utrechtse theologische faculteit bereiken ons van allerlei kanten berichten dat men daar niet zo gerust is op de uitkomst van het overleg. De laatste paar jaren zijn er ontwikkelingen gaande, aangestuurd door de decaan van de faculteit en de onderwijsdirecteur, die zeer ongunstig zijn voor de klassieke theologiebeoefening. Zowel binnen de kerkelijke opleiding als binnen de faculteit als zodanig heeft dat grote onrust teweeg gebracht.
Het persbericht heeft een zeer optimistische toon. Het gesprek moet opnieuw worden gevoerd en universiteit en kerk zullen, zo wordt gezegd, bij de ontwikkelingen inzake vernieuwing van het theologisch onderwijs nauw samenwerken. Alsof dat laatste niet vanzelfsprekend dient te zijn, wil er van een gezond functionerende duplex ordo sprake zijn. De vraag is echter of klassieke theologiebeoefening, met alle randvoorwaarden die daaraan verbonden zijn voor de theologische opleiding van predikanten, echt gewaarborgd is. Een van de concrete problemen zit 'm naar ons oordeel in de zin, dat in het overleg aan bod komt 'welk talenonderwijs op welk moment in het onderwijs voor welke studenten het meest doelmatig kan worden ingezet.' In Utrecht leeft breed de vraag of de kerk in het huidige overleg de randvoorwaarden wel krachtig genoeg naar voren heeft gebracht.
Is het bovendien niet zo, dat de kerk met betrekking tot de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor een adequate opleiding van predikanten, zelf de touwtjes in handen dient te hebben? In het huidige maatschappelijke klimaat, dat ook het universitaire onderwijs doortrekt, kan men beducht zijn voor een 'paarse' begeleiding' van de kerkelijke opleiding maar ook van de theologiebeoefening als geheel.
Wanneer we bedenken dat, gezien de ervaringen van de laatste jaren, er sterke weerstand is gegroeid binnen de kerkelijke opleiding om nog aan verder overleg deel te nemen met de decaan van de faculteit en de onderwijsdirecteur, dan is er duidelijk sprake van een vertrouwenscrisis. Die lijkt vooralsnog niet opgelost, temeer daar de decaan tegen de zin van velen, waaronder de democratisch gekozen faculteitsraad, is herbenoemd.
Hoe dit alles op den duur uit zal werken met betrekking tot de vanzelfsprekend geachtegang van studenten uit de rechterflank van de kerk naar Utrecht, is op dit moment een open vraag. Maar de crisis die het theologisch onderwijs in Utrecht de laatste tijd doormaakt, is in de geschiedenis aldaar ongekend. Men moet zich er niet over verbazen als zich alternatieven aandienen of als voor alternatieven gekozen wordt. Zeker wanneer men wat de benoeming van docenten betreft het overgrote deel van de studenten blijft minachten en onderbedelen, waarbij men nu zelfs wetenschappelijke criteria laat overheersen door ideologische ('het gesprek met de cultuur').
Bovengenoemd persbericht blijft op vele punten mistig. Voorlopig worden geen wijzigingen aangebracht in het onderwijsprogramma van de kerkelijk docenten. Na invoering van het (omstreden) Bachelors/ Mastersmodel wordt het anders. Hoe anders? En wie bepaalt dan wat, om in het spraakgebruik van het persbericht te blijven? De kou is echt niet uit de lucht.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's