De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Johann Sebastian Bach als vertolker van het Evangelie (6)

Bekijk het origineel

Johann Sebastian Bach als vertolker van het Evangelie (6)

10 minuten leestijd

Gods tijd is de allerbeste tijd
In de vorige bijdrage wees ik erop dat Bachs spreken over de dood in het perspectief van de hoop staat. Een van de mooiste cantates is in dit opzicht cantate 106 'Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit'. Bach schreef die cantate waarschijnlijk in 1707 in Mühlhausen. Hij was dus toen pas 22 jaar oud! De cantate is een prachtig voorbeeld van de wijze waarop bij hem muziek in dienst van de verkondiging staat. Men neemt aan dat Bach zelf de tekst voor zijn cantate heeft samengesteld uit bijbelteksten en een woord uit het apocriefe boek Jezus Sirach. Verder gebruikte hij enkele kerkliederen, onder andere Luthers bewerking van de lofzang van Simeon (Mit Fried und Freud ich fahr' dahin).
De cantate begint met een kort instrumentaal stuk. De donkere tonen van twee gamba's roepen de gedachte op aan het verdriet over het gemis, de uitzichtloosheid van het leven. Twee blokfluiten geven als het ware een boodschap van troost uit een andere, hemelse wereld. Daarop zingt het koor de woorden 'Gods tijd is de allerbeste tijd. Want in Hem leven wij (Hand. 17 : 28) en sterven wij op de juiste tijd, wanneer Hij wil'. Een tenorsolo zingt vervolgens de woorden uit Psalm 90 : 12, waarop een bassolo volgt: Maak je huis in orde, want je zult sterven en niet in leven blijven (Jes. 38 : 1). Rondspringende fluittonen geven iets aan van de paniek die mensen kan overvallen bij de dreiging van de dood. Dan volgen de woorden uit Jezus Sirach: Het is het oude verbond: mens, jij moet sterven. Hier schemert stellig iets door van de lutherse kijk op het Oude Testament als wet, tuchtmeester tot Christus, en tegelijk als belofte die in het Nieuwe Testament zijn vervulling vindt. De woorden 'mens, jij moet sterven' worden enkele malen onderbroken door de sopraan die de woorden zingt: Ja, kom, Heer Jezusl Instrumenten spelen daartussendoor driestemmig de melodie van een koraal voor de rouwdienst 'Ich hab mein Sach Gott heimgestellt' (Ik heb mijn zorgen bij God gelegd). Dit deel vormt het midden van de cantate.
Terwijl de eerste delen vooral handelen over het sterven, klinkt in de delen 6 tot en met 8 de boodschap dat door Christus' dood en opstanding de dood een doorgang is tot het eeuwig leven. De teksten die gezongen worden zijn Ps. 31 : 6, Luc. 23 : 46; Luc. 23 : 43. Het zijn de bekende kruiswoorden. De gelovige is bij het sterven opgenomen in Gods paradijs. De alt reageert op deze bijbelse beloften met het koraal 'In vrede en vreugde ga ik heen naar Gods wil'. Bij de woorden 'de dood is mij tot slaap geworden' zwijgen de instrumenten. Lang aangehouden noten (op 'Schlaf) accentueren de vrede van het ontslapen. De cantate eindigt met een lofzang op de Drie-eenheid. Fluiten die de boden uit Gods wereld symboliseren, zetten in en met een teer wekmotief. De laatste regel van het koraal heeft de vorm van een fuga die in drie delen uiteenvalt.
Het getal 3 is vanouds het symbool voor de Drie-eenheid. Uiterst effectvol zijn de slottonen van de fluiten die daarmee als boodschappers van de hemel het 'door Jezus Christus, Amen' bevestigen. 'Actus tragicus' is de bijnaam van deze cantate. Ik vind dat een ongelukkige benaming. Want centraal staat de boodschap van het eeuwig leven door Jezus Christus.

De toekomst
Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar wordt in de prediking aandacht geschonken aan de laatste dingen, de wederkomst van Christus. Ook in Bachs tijd gebeurde dat. Voor 25 november 1731, in het kerkelijk jaar de 27e zondag na Pinksteren - schreef Bach de cantate 'Wachet auf ruft uns die Stimme'. Op die zondag werd in de lutherse eredienst gelezen de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze maagden (Matth. 25 : 1-13) en de oproep tot waakzaamheid uit 1 Thessalonicenzen 5 : 1-11. De cantate vervlecht de thematiek van de lezingen met het beroemde 16e-eeuwse koraal van Philipp Nicolai, dat u in het Liedboek vindt als Gezang 262 'op, waak op, zo klinkt het luide'.
Het openingskoor van deze terecht geliefde cantate staat in het teken van de wekroep. De instrumenten beelden het ontwaken te middernacht uit. Het koor roept op om op te staan. De tekst van het koraal verbindt de motieven van de waakzaamheid en de bruiloftsstoet met motieven uit het boek Hooglied. Dit boek werd in Bachs tijd veel gelezen en bepreekt en in de lijn van de traditie allegorisch en typologisch betrokken op de liefde tussen de Heere en zijn volk, Christus, de bruidegom en de gelovigen als zijn bruidsgemeente. In een duet tussen sopraan (de stem van de gelovige) en bas (de stem die de woorden van Christus zingt) wordt het verlangen naar de grote bruiloft en de vreugde om de ontmoeting bezongen: 'Mijn vriend is van mij. En ik ben van hem. Niets kan deze liefde scheiden'. We komen deze tweespraak tussen Christus en de ziel ook in andere cantates van Bach tegen. In het slotkoraal worden de intieme beelden van het Hooglied uitvergroot met de woorden over het nieuwe Jeruzalem uit Openbaring 21.

Was Bach een mysticus?
Men heeft vanwege deze Hoogliedmotieven meermalen gesproken over de mystiek die we bij Bach in vele van zijn werken zouden vinden. Ook in de Mattheüspassie komen we de thematiek van de bruid en de Bruidegom tegen. De bruid is daar soms de gemeente, soms de enkele gelovige. Voor Schweitzer was Bach daarom niet in de eerste plaats de orthodoxe lutheraan, maar moeten we hem voor alles zien als een vertegenwoordiger van de Duitse mystiek. Ongetwijfeld speelt het motief van de unio mystica, de mystieke vereniging met Christus door de Heilige Geest bij Bach een grote rol. Deze bevindelijke tonen kleuren om zo te zeggen zijn muziek. Toch moeten we met het woord 'mysticus' voorzichtig zijn. Nergens vinden we bij Bach de gedachte van het opgaan van de mens in de Godheid. Ook in de meest intieme bewoordingen blijft het tegenover van God en de mens bewaard. De gemeenschap met de Heere betekent niet dat de distantie verdwijnt. Bovendien staan de mystiek klinkende teksten in het raam van de lutherse leer van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen. Dat handelen van God in Christus geldt de gelovige dan wel heel persoonlijk. In de kerstnacht heeft God grote dingen aan ons gedaan, horen we in cantate 110. En het geloof wordt vervoegd als verlangen.

Kom Jezus, kom
De toon van verlangen komt ook prachtig uit in de wijze waarop Bach in de adventscantate 61 omgaat met het oude adventslied 'Nun komm der Heiden Heiland'. Deze cantate werd uitgevoerd op de eerste zondag van Advent bij het begin van een nieuw kerkelijk jaar. De komst van Christus in de wereld betekent dat Hij ons vlees en bloed aanneemt. Daar moet de kerk het van hebben: 'Kom. Jezus, kom tot uw kerk en geef een zalig nieuw jaar'. De door een bas gezongen woorden uit Openbaring 3 : 20 richten de aandacht op het komen van Christus in het avondmaal en wekken het verlangen dat de Heiland woning maakt in het hart: 'Amen, amen, kom gij schone kroon van vreugde, toef niet lange, want op U wacht ik met verlangen'. Wat in het avondmaal als voorsmaak ontvangen wordt, zal in het eeuwig leven de gelovigen in volheid ten deel vallen. Luisteren naar Bach betekent steeds nieuwe facetten ontdekken. Je kunt er een leven lang mee bezig zijn. En ieder zal daar zijn eigen ontdekkingen doen.

Na Bachs dood
We kijken nog even terug. Toen hij stierf in 1750, kondigde zich een nieuwe tijd aan, met andere muzikale voorkeuren. Voor velen was Bach ouderwets. Noemde zijn zoon hem niet al 'de oude pruik'? Dat betekent intussen niet dat hij na zijn dood meteen vergeten werd. Die fabel wordt door de feiten weerlegd. Hij bleef bekend als klaviervirtuoos. Van Mozart weten we dat hij diep onder de indruk was toen hem muziek van Bach werd voorgezongen: 'Dat was nu weer eens iets, waaruit te leren valt'. Beethoven moet van Bachs klavierwerken gezegd hebben: 'Kein Bach (= beek), aber ein Meer (= zee)'.
Wel is het zo, dat veel van zijn nalatenschap aan handschriften verloren is gegaan. En in kerkmuzikaal opzicht veranderde de smaak. De verlichte geesten konden met de barokke teksten en de wat men noemde geleerde muziek van Bach niet zoveel beginnen. De cantates en passionen verdwenen uit de liturgie en raakten bij het publiek vergeten. De omslag kwam in de 19e eeuw. In 1829 voerde Felix Mendelssohn in Berlijn voor het eerst weer, zij het ook in verkorte vorm, deze muziek uit. De bijval was enorm, op enkele uitzonderingen na. Zo gaat het verhaal dat de dichter Heinrich Heine - altijd al een spotvogel - gezegd moet hebben: 'Ik heb een voordelige avond gehad. Mijn plaats kostte mij ƒ 1,-. Ik heb me voor een daalder verveeld. Dus heb ik er twee kwartjes aan gewonnen'. Maar het grote publiek was en bleef enthousiast. Ook in andere steden kwam vraag naar een uitvoering van de passiemuziek en andere koorwerken van Bach. De nieuwe aandacht voor Bach leidde tot een heruitgave van zijn werken en tot de oprichting van speciale verenigingen die zich toelegden op de uitvoering van zijn werk. In ons land is de Nederlandse Bachvereniging op dat terrein al 78 jaar actief. We noemen met ere de naam van dr. Anton van der Horst, die op dit terrein baanbrekend werk verricht heeft.

Bach vandaag
Uitvoeringspraktijken mogen wisselen - ik denk aan de discussie rondom de zgn. authentieke uitvoeringen - over één ding zijn voor- en tegenstanders het eens: Bach heeft ons een kostbare erfenis nagelaten, die waard is bewaard te worden. Op vele manieren is het werk van Bach verbonden met het geloof van de kerk der eeuwen, haar prediking en liturgie.
Je kunt de vraag stellen of dat nog overkomt in onze tijd, die gekenmerkt wordt door secularisatie en ontkerstening. Is de wereld van Bach niet een verzonken wereld? Zijn muziek is goeddeels terechtgekomen op de concertpodia.
We moeten nuchter zijn. Velen beleven er niet meer aan dan puur esthetisch genot. Kierkegaard heeft ons geleerd dat in ons leven het esthetische de plaats kan innemen van het geloof en dat een dergelijke levenshouding tot niets verplicht. En ook waar mensen aan Bachs muziek een religieuze ervaring opdoen, weten we dat religie nog niet hetzelfde is als geloof in de bijbelse zin van het woord. Muziek, schreef dr. J. A. Montsma nog niet zo lang geleden, brengt iemand niet tot geloof. Maar hij voegde eraan toe dat geloof wel dringt tot muziek. Voor het geloof heeft muziek een verwijzend karakter naar het goede van de schepping.
Misschien mag je nog een stap verder gaan. Waarom worden duizenden door Bachs muziek geboeid? Waarom beluistert men massaal de Mattheüspassie? Is dat alleen maar voor de muziek? Is het ook niet een uiting van verlangen naar troost en geborgenheid? Er is geen reden om een twee drie van een Bachgemeente te spreken. Maar er is evenmin reden om er geringschattend over te doen en schouderophalend te zeggen: het stelt allemaal niks voor.
Persoonlijk ben ik dankbaar voor de grote aandacht die er in onze postchristelijke tijd bestaat voor het werk van Bach. Want het zou kunnen zijn dat Bachs muziek vragen oproept naar het geloof achter de muziek van zijn cantates en passionen. Ik zou zelf wat voorzichtig zijn met de benaming 'vijfde evangelist'. Maar buiten kijf is dat hij een indrukwekkend vertolker is geweest van het getuigenis van evangelisten en apostelen en zo de kerk der eeuwen gediend heeft.

Ede                A. Noordegraaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Johann Sebastian Bach als vertolker van het Evangelie (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's