Pastoraat, bouwsteen voor het gemeentelijke leven (3)
Open oor
Christus leert ons ook de houding, die bij dat (fijngevoelige) herderschap past. Dat is een houding van 'liefdevol oog en open oor'. Deze woorden vormen de titel van een mooi boek over zielzorg. Het verscheen vorig jaar en draagt als ondertitel: 'Handboek pastoraat in de christelijke gemeente'. Inderdaad, 'liefdevol oog en open oor'. Dat moet je leren. Gelukkig kun je dat ook leren. Wellicht kent u ze ook: ambtsbroeders, die tegenover hun medebroeders gedurig aan het woord zijn en het vaak over zichzelf en over hun gemeente hebben. En toch, ze kunnen wel luisteren naar hun gemeenteleden.
Inderdaad: luisteren. U zult het al vaak hebben horen zeggen en meer dan eens hebben gelezen: luisteren is één van de belangrijkste instrumenten in het pastoraat. Hoe kon onze Heere Christus Zelf dat! Uit het evangelie zijn tal van voorbeelden te verzamelen. En, luisteren wérkt, zeker vandaag de dag. Want veel mensen zijn zó vervuld van zichzelf dat ze slechts aan de ander vragen hoe het met hem gaat om zo gauw mogelijk te kunnen vertellen hoe het met hen zelf gaat. 'Hoe gaat het met u?' - 'Goed, en met u dan? ' En dan komt er een waterval. - Wie echter welgemeend een open oor biedt, merkt hoe graag men daar gebruik van maakt.
Goede vragen
Weten we de goede vragen te stellen, dan merken we telkens weer hoe anderen komen, hoe ze hun vragen en noden voor ons op tafel leggen. Ook dat stellen van de goede vragen is te leren. Het is een techniek, die we ons eigen kunnen maken. Ik besef dat dit wat afstandelijk en theoretiserend klinkt, juist bij een onderwerp als pastoraat. Niettemin is zo'n stukje (gespreks)techniek dienstig.
Ik denk bijv. aan de methode dat je met behulp van een vraag iemand met andere woorden 'teruggeeft' wat hij daarnet gezegd heeft. Zo kan hij beter ontdekken, waarmee hij precies zit. We noemen dat 'verheldering'. Wat kan dat een opluchting geven! Wellicht hebt u zelf dat ook ervaren. Anderen hielpen ons door een helpend gesprek de kluwen van onze problemen, vragen en zorgen te ontwarren.
De formulering van vragen luistert meestentijds nauw. Want je kunt - afhankelijk van de persoon en/of de situatie - een vraag 'eng' stellen, zodat de bezochte in zijn antwoord maar één kant op kan; of 'ruim', waardoor je hem vrijer laat. Bij voorbeeld: 'U zit met de waarom-vraag, is het niet? ' Of: 'Zit u met de waarom-vraag? ' Een subtiel verschil; ik geef het toe. Maar meer dan eens staat of valt een (fijn) gesprek ermee. Al moeten we ervoor waken iemand te bedelven onder een stortvloed van vragen. Dan kan een gesprek op een kruisverhoor gaan lijken.
Praktische wenken
In dit verband wijzen we elkaar op enkele andere praktische zaken. Want niet alleen onze (manier van) vragen vormen een instrument in het pastorale gesprek, ook onze gebaren horen daarbij, en eventuele suggesties. Op bepaalde momenten in het gesprek kan een samenvatting zinvol zijn. We kunnen ook tegenwerpingen maken. Nee, niet om in discussie te gaan. Want discussie in een pastoraal gesprek: dat is meestal uit de boze. Vroeger op het seminarie waarschuwden ze ons ervoor. En Paulus schreef er al over (2 Tim. 2 : 23- 24). In de loop der tijd heb ik hoe langer hoe meer ontdekt hoe waar dat is. Dat wil niet zeggen dat we de ander altijd gelijk moeten geven, of dat we een pittig gesprek uit de weg moeten gaan. Maar het bouwt niet, althans: amper.
Verder kan het goed zijn om adviezen te geven, of juist niet. Ook onze toon is van belang, en onze zithouding. Laten we ook het effect niet vergeten van kleine woordjes als 'hè', of 'nog'. Denk ook aan 'hummen': dat kan stimulerend werken, maar vooral irriterend.
Nu we het toch over techniek en over leren hebben: achter en in allerlei opmerkingen van mensen liggen dikwijls nog weer diepere dingen. Men zegt vaak meer dan men zegt; als u begrijpt wat ik bedoel. Ook dat is iets, waarvoor we antenne moeten krijgen en waarvoor de Heilige Geest ons fijngevoeligheid bijbrengt. Een eenvoudig voorbeeld: Een vrouw zegt: 'De mensen begrijpen je niet altijd.' Die 'je' uit het zinnetje moet de vrouw zelf zijn; dat kan niet missen. En de 'mensen'? Misschien is het haar man, of haar (dominante) moeder. Aan ons de opdracht om een opening te creëren, waardoor de vrouw zich kan uitspreken.
Enkele trefwoorden
Graag noem ik nog een aantal trefwoorden, die - als het goed is - een pastorale houding kenmerken: 1. Empathie = invoelend vermogen. Dat houdt in dat ik echt probeer te begrijpen wat er in de ander omgaat; tot op zekere hoogte (!) mag en moet ik mij ook aantrekken wat de ander bezighoudt. Immers, in de gemeente is het toch zo: als één lid lijdt, lijden alle leden. - 2. Respect. Dat wil zeggen: ik accepteer de ander, met z'n hebbelijkheden en - niet minder - met z'n onhebbelijkheden; waarmee niét gezegd wil zijn dat je alles van de ander goedkeurt. - 3. Confrontatie. Dat betekent dat we de ander wijzen op bijv. eigenaardigheden in gedrag en in beweringen. Dat kan soms ver gaan. Denk aan Christus, toen Hij tegen de Samaritaanse vrouw zei: 'Ga heen, roep uw man, en kom hier.' - 4. Concreetheid. Dat spreekt voor zich: we noemen de dingen bij hun naam; al weten we dat wel te 'timen': je kunt niet op alle momenten alle dingen zeggen. - 5. Duidelijkheid. Ook daaraan moeten we denken, bijv. m.b.t. het volgende bezoek: 'Zullen we elkaar over veertien dagen weer ontmoeten? ' Of: 'Ik stel voor nu geen nieuwe afspraak te maken. En belt u dan mij? Dan neemt u het initiatief.'
Vooral gaat het er echter om authentiek te zijn, echt. Dan geeft het niet, als we er soms naast zitten, of op een bepaald moment niet zo gelukkig zijn in onze verwoording, of ons weinig toegerust en onderlegd voelen. Want waar wij echt zijn, daar zijn wij doorzichtig tot op de grote Herder der schapen, onze Heere Christus. Hém hebben wij in het oog te houden. Anders wordt de oproep om authentiek te zijn tot een nieuwe wet. Hier kan ook de 'volmacht' van het ambt haar werk doen. We mogen in Christus' naam de ander Gods beloften voorhouden. Reken maar dat dat mensen kan bemoedigen, juist in onze tijd, waar elke mening, zelfs de meest buitenissige, evenveel waard lijkt. Wat een bevrijding is het dan om in Gods Naam een Godswoord in je hart gestopt te krijgen. - Wel, op deze manieren krijgt het 'open oor' gestalte.
Liefdevol oog
Het 'liefdevolle oog' houdt daarmee gelijke tred. We zien waar de ander zit. We zien of het in huwelijk of gezin gaat of niet. We zien of er wellicht sprake is van incest of van verslaving. We zien hoe ver iemand is in de verwerking van rouw; in die verwerking zijn namelijk onderscheiden stadia (de onderkenning daarvan kunnen we ook leren). We zien of iemand terecht zit met vragen over de gang naar het avondmaal of meer voor de vorm. We zien dat ook onze medekerkenraadsleden huisbezoek nodig hebben.
We zien niet minder onze eigen beperkingen. Ook dat hoort bij het 'liefdevol oog'. Want in het pastoraat gaat het er natuurlijk nooit om dat ik het ben die succesvol een pastoraal geval afrondt. Nee, 't gaat om de ander: dat die met zichzelf en vooral met God in het reine komt. Daarom moeten we ook willen doorverwijzen, naar een meer of anders begaafde medebroeder, of naar een instantie als de Gliagg.
Het is ook goed om iets te lezen over pastoraat, en om een enkele consistorievergadering per jaar te wijden aan bezinning en aan scholing. Al moeten we er niet alle kaarten op zetten. Voor we het weten, zijn we zó met de theorie bezig dat we aan de praktijk niet meer toekomen.
Wel, zo zijn we aan het 'herderen', met stok en staf. Zo blijkt voortdurend hoe mooi het beeld van kudde is voor de gemeente. En hoe zinvol om daar een definitie en vooral het werk zelf op af te stemmen. - Veel zou er nog te behandelen zijn. Daar komt echter niet meer van. We zullen straks ontdekken dat we aan allerlei zaken nog best aandacht hadden kunnen besteden. Maar we hoeven niet naar volledigheid streven. Dat kan ook niet, waar over pastoraat een halve bibliotheek is volgeschreven.
Definitie 3
Wél geef ik ter afronding - in het laatste gedeelte van mijn voordracht - nog een derde definitie van pastoraat. Dat is de oude, klassiek-gereformeerde: Pastoraat is vruchten zoeken op de prediking. Aan de hand van deze omschrijving laten zich nog enkele zaken noemen, die nog niet expliciet aan de orde zijn geweest.
Geen vrucht
Meer dan eens voeren we een gesprek, waarin we niet verder komen dan de bekende 'koetjes en kalfjes'. Met de beste gesprekstechniek breek je er niet doorheen. Dat kan natuurlijk aan óns als ambtsdragers liggen. Bijv. aan m'n gezicht dat gisteravond, toen ik in dat jonge gezin was, nogal nors stond, zonder dat ik dat direct besefte; of doordat ik niet zo dicht bij God leef(de) als van mij als onderherder verwacht mocht worden. Maar het kan ook heel goed zijn dat de 'koetjes en kalfjes' het gevolg zijn daarvan dat er geen vrucht op de prediking is.
We zeggen het niet graag zo. En we zien het niet graag zo. Maar niet voor niets heeft Paulus gezegd dat het evangelie in sommigen de uitwerking heeft van 'een reuk des doods ten dode.' Zo'n woord van de apostel moet ons - nee, niet tot gemakzucht, maar - tot nuchterheid nopen: lang niet iedereen is van het evangelie gediend. Er is 'hardigheid des harten'.
P.R.
Wie op deze definitie doordenkt, komt op een gegeven moment tot de conclusie dat veel pastoraat eigenlijk geen echt pastoraat is. Als ambtsdragers zijn we soms meer bezig met 'p.r.' (= public relations) dan met 'p.t.' (= pastoraat). Niet dat dat kwaad kan, maar bouwt het de gemeente? Bovendien kost het aardig wat tijd, kostbare tijd.
Dé vrucht
Dé vrucht van de prediking is of wij, én als ambtsdragers én als gemeenteleden, bij het kruis van Christus terecht zijn gekomen. Daarmee zijn we terug bij het begin: bij wat Luther schreef aan zijn vriend. Zijn brief is in één woord samen te vatten: in het woord aanvechting. Dat woord, de zaak van dat woord is het uiteindelijk wat het leven van een christen en derhalve het pastoraat kenmerkt. Aanvechting hoort onlosmakelijk bij een volgeling van de Gekruisigde.
Die aanvechting is niet voor iedereen hetzelfde en gaat ook niet voor iedereen even diep. De één kent haar meer op geestelijk terrein, de ander op lichamelijk vlak. Voor mijzelf kom ik hoe langer hoe meer tot de ontdekking, meer nog: tot de overtuiging, dat we veel van wat er speelt in ons eigen leven en in de gemeente en in de kerk in dit licht hebben te zien: het licht van de aanvechting. Niét dat we daarmee een bevredigend en alles verklarend antwoord hebben gevonden op tal van vragen, zeker niet m.b.t. de waarom-vragen. Maar we leren alles wat we meemaken wel meer in het perspectief van de Schrift te plaatsen.
Christus de schat
Vanuit de wetenschap dat we als christenen door veel verdrukkingen het Koninkrijk Gods zullen binnengaan, gaan we ook steeds meer ons pastoraat beoefenen. Van hieruit bezien verwondert het ons hoe goed God voor ons is: wat schenkt Hij ons veel aardse zegeningen. En het verwondert ons niét dat we zoveel mee moeten maken. Want aanvechting - zo luidt een bekend gezegde van Luther - leert acht geven op het Woord.
Bijzonder pastoraal wijst hij daarop in de brief, waaruit ik u in het begin voorlas. Nu aan het eind lees ik u er opnieuw uit voor: 'Lieve broeder, leer verstaan dat ge nu in een school zijt, waarin ge de les van het geloof moet leren, niet bespiegelend uit de boeken, maar in de praktijk. Dat is een aanvechting, waaraan niet alleen u blootstaat; maar ook ik en andere christenen moeten haar bijna dagelijks ondergaan. Als wij zo'n aanvechting en zulke zwaarmoedige gedachten niet zouden voelen, zouden wij nooit weten of ervaren wat Christus voor ons betekent. En Christus is de schat, Die ik bezit, al zal de duivel dat tegenstaan. Daarom zal ik mij met deze schat meer vertroosten, dan mijn ziekte en mijn ellende mij zullen verschrikken.' Wat een prachtzin, die laatste zin!
We vatten alles samen in dat veelzeggende korte gedichtje van Guido Gezelle:
Het leven is: geen vreed' alhier,
geen wapenstilstand vragen.
Het leven is: de kruisbanier
tot in Gods handen dragen.
Zo wordt de gemeente gebouwd!
Nieuwerkerk aan den IJssel H. J. Lam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's