De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Promoveren in de godgeleerdheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Promoveren in de godgeleerdheid

6 minuten leestijd

Bijgaand treft u tien stellingen aan die door prof. dr. J. A. B. Jongeneel verdedigd werden tijdens de vierde bijeenkomst van het van de Gereformeerde Bond uitgaande promovendiberaad, op 15 september jl. in de Schakel te Nijkerk. Deze dag werd door zo'n twintig hervormd-gereformeerde en vrijgemaakt-gereformeerde promovendi bijgewoond. Prof. Jongeneel (die zelf ook uit kringen van de Gereformeerde Bond afkomstig is) is onder de theologische hoogleraren in ons land degene met veruit de meeste ervaring als promotor. Hij bracht reeds zo'n twintig promovendi over de eindstreep, en begeleidt er momenteel nog even zoveel. Hij was dan ook uitgenodigd om de predikanten en andere theologisch doctorandi die deel uitmaken van het beraad vanuit zijn rijke ervaring te voorzien van de nodige adviezen en vingerwijzigingen. Om twee redenen drukken we zijn leerzame bijdrage aan genoemde dag hier af. Allereerst waren niet allen die onder ons een proefschrift voorbereiden op de beraadsdag aanwezig (15 september was o.a. een dag van grote verkeerschaos door wegblokkades). In de tweede plaats kan de bijdrage van Jongeneel misschien ook voor andere, m.n. jonge predikanten en godsdienstleraren een stimulans zijn om een promotiestudie te (her)overwegen. Jongeneel geeft in elk geval helder aan wat erbij komt kijken, en hoe een haalbaar traject eruit ziet. Mochten er zijn bij wie vervolgens ook interesse voor het promovendiberaad gewekt is: de volgende bijeenkomst is gepland op D.V. donderdag 8 maart a.s., opnieuw in de Schakel te Nijkerk.v. d. G.

Uitgaande van mijn ervaring als promotor en met inachtneming van het promotiereglement der Universiteit Utrecht stel ik het volgende over 'promoveren in de godgeleerdheid' aan de orde:

1. Al dan niet promoveren
Of men wel of niet met een promotiestudie beginnen moet (en deze voltooien zal), hangt niet alleen af van de kwaliteit van de doctoraalscriptie, maar ook van motivatie, discipline en doorzettingsvermogen, en - last but not least - van de steun uit de eigen achterban (te beginnen met de levenspartner).

2. Keuze van de promotor(s)
Bij het kiezen van een promotor in binnen- of buitenland dient niet alleen gelet te worden op de expertise van in aanmerking komende hoogleraren, maar ook op hun didactische bekwaamheden en ervaring. Het verdient aanbeveling om meer dan één promotor te hebben: twee weten meer dan één; bovendien zorgt spreiding van de verantwoordelijkheid bij de promotiebegeleiding voor een verminderd risico.

3. Keuze van het proniotieonderwerp
Hoewel het voor de hand ligt om na te gaan of de keuze van het promotieonderwerp kan aansluiten bij de thematiek van de doctoraalscriptie of van eventuele andere door de promovendus geschreven wetenschappelijke verhandelingen (impliceert aanzienlijke tijdsbesparing) en/of bij de thematiek van het onderzoeksprogramma van de promotor (impliceert concentratie van onderzoek), dient de uiteindelijke keuze gebaseerd te zijn op afweging van alle in aanmerking komende mogelijkheden.
De huidige tendens om promovendi te verplichten tot de aanvaarding van een onderwerp dat binnen de kaders van het onderzoeksprogramma der betrokken disciplinegroep valt, brengt een ongewenste verschraling van het theologisch onderzoek met zich mee.

4. Interdisciplinaire oriëntatie
Voor het schrijven van een goed proefschrift is een brede oriëntatie nodig: behalve bestudering van een handleiding bij het maken van academische werkstukken en bestudering van enkele proefschriften in de godgeleerdheid en/of in andere faculteiten die het predikaat 'cum laude' gekregen hebben, is nodig bestudering van met name de contemporaine wetenschapsfilosofie.
Godgeleerde proefschriften dienen niet in isolement geschreven te worden: zij dienen over de grenzen van de eigen faculteit heen te zien, de vruchten van verwant niet-godgeleerd onderzoek te plukken en zo mogelijk/nodig met dit onderzoek in discussie te treden; mede zo kan ervoor gezorgd worden dat godgeleerde proefschriften qua niveau niet onderdoen voor niet-godgeleerde proefschriften.

5. Opzetten van de promotiestudie
Zodra (1) de probleemstelling van het onderzoek en (2) de inhoudsopgave van het gehele proefschrift, voorzien van een voorlopige bibliografie (ingedeeld naar primaire bronnen, secundaire bronnen en algemene literatuur), op papier gezet zijn, is het eerste cruciale moment, in het gehele onderzoek aangebroken.
Aan de hand van de volgende criteria dient de promotor na te gaan of (a) de promotiestudie zich echt loont en (b) de promovendus echt capabel geacht kan worden om deze specifieke studie te ondernemen:
-   formele gezichtspunten: het proefschrift dient een heldere structuur te hebben en aan alle vereisten van het promotiereglement te voldoen; en
-   materiële gezichtspunten: de opzet van het proefschrift dient de 'rode draad' inzichtelijk te maken die vanuit de probleemstelling (eerste paragraaf van het eerste hoofdstuk) naar het slothoofdstuk loopt.
Indien de promotor tot de conclusie komt dat een promovendus toch niet capabel geacht kan worden om het voorgenomen onderzoek naar behoren te volbrengen moet hij niet schromen om dit mede te delen en de promotiestudie te stoppen; het uitstellen van een dergelijke ingrijpende beslissing leidt alleen maar tot grotere ellende voor alle betrokkenen op een later tijdstip. Het op dit eerste cruciale moment afzien van een advies aan de betrokken promovendus om te stoppen is overigens geen garantie dat het promotieonderzoek zal slagen.

6. Inleveren van het gehele manuscript
Het tweede cruciale moment doet zich voor als de eerste versie van het gehele manuscript op tafel ligt. Voorlopige goedkeuring van alle afzonderlijke hoofdstukken/delen (minus de slotbeschouwing) impliceert niet dat het manuscript in zijn geheel goedgekeurd is. Pas wanneer alle hoofdstukken/delen in eerste versie op tafel liggen, kan begonnen worden met de revisie van het geheel naar de delen toe: niet alleen het wegwerken van doublures, inconsistenties e.d., maar ook en vooral het bezien of de rode draad van de probleemstelling - via de hoofdstukkenconclusies - naar de slotbeschouwing consistent en helder is (een veelal nog nodige aanscherping van de probleemstelling kan leiden tot de noodzaak van een grondige revisie van het gehele manuscript, eventueel van het schrappen van gehele paragrafen en hoofdstukken en het produceren van totaal nieuwe teksten). Een Neerlandicus (of andere taaldeskundige) dient pas aan de slag te gaan nadat de zojuist genoemde grondige 'opschoning' van het gehele manuscript voltooid is.

7. Goedkeuring van het manuscript
Evenmin als een promotor gehouden is om het gehele manuscript goed te keuren, nadat hij/zij de delen goedgekeurd heeft, is de beoordelingscommissie verplicht om in te stemmen met het oordeel van de promotor(s).
De betrokken promotor(s) en de betrokken universiteit doen hun naam alleen dan eer aan, wanneer zij de sterkst mogelijke beoordelingscommissie benoemen: zij draagt mede verantwoordelijkheid voor het best mogelijke eindproduct. Het samenstellen van een zwakke beoordelingscommissie om een zwak manuscript 'erdoorheen te slepen' is taboe.

8. Publiceren van het manuscript
Hoewel er gepromoveerd kan worden op een voorlopige uitgave van het proefschrift (ca. 25 fotokopieën), verdient het de voorkeur om te promoveren met de gedrukte editie van het proefschrift op tafel (voor het drukken dient voldoende tijd ingeruimd te worden tussen de datum van goedkeuring door de beoordelingscommissie en de datum van promotie).

9. Kosten en baten
Ofschoon promoveren goed is - de universiteit heeft Nachwuchs nodig, de kerk heeft academisch geschoolde leiders nodig, etc. - is niet-promoveren soms beter: geen enkele promotiestudie is het waard om een huwelijk op de klippen te laten lopen of een gemeente te verwaarlozen. Verder verdient 'de eeuwige promovendus' geen 'eeuwige aanbeveling': er is een tijd om te promoveren en er is een tijd om niet te promoveren.
Ten slotte dient bedacht te worden dat een doctorstitel geen garantie voor een academische loopbaan is: er zijn veel meer doctores theologiae dan posten aan de universiteit en er zijn ook gepromoveerden die niet professorabel zijn.

10. Functionaliteit
Aangezien christelijke theologie een functie van de kerk is (vgl. de dialectische theologie van Karl Barth c.s.), dient het promoveren van predikanten in de godgeleerdheid niet alleen academisch beoordeeld te worden, maar ook gekoppeld te zijn aan het denken vanuit en ten behoeve van de wereldkerk.
Ofschoon de zoveelste studie over bijvoorbeeld Augustinus, Calvijn of Barth haar specifieke waarde heeft, moet toch gezegd worden dat er te veel contemporaine geloofsproblemen zijn die onbestudeerd blijven. De kerken zelf zijn hieraan mede debet omdat zij te weinig sturend aanwezig zijn: kerkelijke en semi-kerkelijke beurzen dienen gekoppeld te zijn/worden aan de eigen prioriteitsvragen.
Bij wijze van naschrift: doctores theologiae vervullen een ambt in de kerk (Calvijn); tegelijkertijd leert de ervaring dat er wereldwijd vele niet-gepromoveerde predikanten en leken zijn die meer theologisch en/of ambtelijk gezag hebben dan doctores theologiae.

Bunnik               J. A. B. Jongeneel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Promoveren in de godgeleerdheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's