De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Weergave Godsnaam
U zult weten dat er al ongeveer zeven jaar een team van vertalers en vertaalsters bezig is om te komen tot een Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Het is een project van de Katholieke Bijbelstichting en het Nederlands Bijbelgenootschap, in samenwerking met de Vlaamse Bijbelstichting en het Vlaams Bijbelgenootschap. Naast de groep vertalers lezen vele tientallen deskundigen mee en geven hun adviezen. Het streven is om de NBV in het jaar 2004 voltooid te krijgen. In 1998 verscheen er een deeluitgave, Werk in uitvoering geheten waarin de bijbelboeken Ester, Prediker, Jona, Judit en Handelingen werden uitgegeven. Al enkele jaren is er een stevige discussie aan de gang over de vertaling van wat genoemd wordt: het tetragrammaton of tetragram. Tetra is het Griekse telwoord voor 'vier' en grammaton is weer te geven met letter. Het tetragrammaton zijn de vier letters waarmee de naam van God wordt aangeduid in het Hebreeuws, weergegeven met de letters JHWH.
Deze Godsnaam is in de genoemde deeluitgave weergegeven met de naam 'HEER'. Daarvan wordt een toelichting gegeven: de begeleidingscommissie van de NBV, dat is dus de adviescommissie die het project begeleidt, heeft de vertalers een voorlopige richtlijn meegegeven. Ze geeft vooralsnog de voorkeur aan een in de traditie bekende weergave van de Godsnaam. Te zijner tijd zal deze beslissing worden heroverwogen, aldus valt te lezen in het hoofdstuk Vertaalregels en - principes van Werk in uitvoering.
Intussen is de discussie en de bezinning volop aan de gang. In de kerkelijke pers verschenen diverse bijdragen. In ons blad heeft collega dr. W. Verboom zijn mening geuit (de Waarheidsvriend, 1999, pag. 156) en krachtig gepleit voor de vertaling 'HEER' of 'HEERE'.
Onlangs verscheen het Kwartaalblad over bijbelvertalen Met Andere Woorden (19e jaargang, september 2000): een speciaal nummer gewijd aan de studiedag over de weergave van de Godsnaam van 7 december 1999. Het doel van deze dag was, aldus de redactie, nadere bezinning op de kwestie van de weergave van de Godsnaam om zo een advies te kunnen formuleren voor de besturen van de Katholieke Bijbelstichting en het Nederlands Bijbelgenootschap. Die besturen zullen uiteindelijk de beslissing moeten nemen. Deskundigen werden die dag uitgenodigd om enkele mogelijke weergaven van de Godsnaam uit te werken en te presenteren. In 1994 werd als voorlopige beslissing genomen: de vertaling van het tetragrammaton wordt 'HEER'. De andere aangedragen alternatieven bleken te veel bezwaren op te roepen. De kwestie van de Godsnaam ligt nu bij de besturen van de KBS en het NBG. Men verwacht begin 2001 een beslissing te nemen.
Om een indruk te geven hoe over een en ander onder deskundigen wordt gedacht, is het uitermate boeiend de tekst van de verschillende lezingen te lezen. Ik koos voor citaten uit twee lezingen. Allereerst iets uit de bijdrage van drs. Edward van Voolen. Hij is conservator van het Joods Historisch Museum en als rabbijn verbonden aan de Liberaal Joodse Gemeente van München.

'In de joodse traditie wordt de vierletterige Godsnaam in het merendeel van de gevallen in de uitspraak weergegeven als adonai en in een minderheid van de gevallen als elohiem. Adonai en elohiem komen ook naast elkaar voor in de Hebreeuwse Bijbel. Zij worden dan altijd geassocieerd of verklaard met de volgende twee begrippen: adonai staat voor het begrip midath harachamiem, dat betekent de eigenschap van barmhartigheid, aanwezigheid, Gods nabijheid. Elohiem wordt verklaard als midath hadien, de eigenschap van rechtvaardigheid en Gods rechterlijk oordeel. Dus telkenmale wanneer het tetragram voorkomt is de associatie daar, dat God barmhartig, medelevend, nabij is en telkenmale dat elohiem gebruikt wordt zien wij God in zijn eigenschap van rechtvaardigheid. Als de naam adonai in het Hebreeuws gelezen wordt in de Bijbel, of in het gebedenboek, dan wordt nooit gedacht aan een enkele eigenschap van God met zijn mannelijke of vrouwelijke kanten, maar wordt geduid op een totaal. Want God heeft nog zoveel eigenschappen. Vandaar dat de weergave van adonai met Heer of Heere in mijn ogen uitermate kort door de bocht is.
Moses Mendelssohn gaf aan het eind van de 18e eeuw aan dat de mens niet in staat is God te begrijpen en dat de taal niet in staat is God uit te drukken. Zich ervan bewust zijnde dat het zeer moeilijk is de naam van God op een adequate wijze weer te geven, heeft hij ervoor gekozen om "der Ewige" te gebruiken, "De Eeuwige". Hij sloot daarmee aan op vroegere joodse vertalingen. Al in Targoem Janathan werd God aangeduid als "de Eeuwige". Er is veel voor te zeggen om die term te gebruiken. Misschien niet alles, omdat het een heel filosofische benaming is. Maar omdat Mendelssohns alternatief goed bruikbaar was en "de Heer" in ieder geval te beperkt geacht werd, is "de Eeuwige" standaard in joodse Nederlandse en Duitse vertalingen terechtgekomen, evenals in de liturgie in Nederland, Duitsland, Zweden, België en Frankrijk. Over de weergave in de vertaling van de Amerikaanse Jewish Publication Society (JPS), nu op de meeste plaatsen LORD, wordt opnieuw discussie gevoerd.
In het jodendom heeft het tetragrammaton nooit de betekenis van "Heer" gehad. De naam werd in de tempel nooit uitgesproken, behalve op Grote Verzoendag. Bij het hardop lezen is meestal gekozen voor "Adonai". Maar dat was een aanduiding, een hulpmiddel, het gaf aan dat de uitspraak van de eigennaam van God niet bekend was, c.q. dat die naam niet uitgesproken kon worden. In bijbelse tijden was de uitspraak trouwens vermoedelijk wel bekend, na de verwoesting van de tweede tempel (70 na Chr.) zou de kennis van de uitspraak verloren zijn gegaan. Dat is niet onwaarschijnlijk. Het aantal mensen dat de naam kende was zeer gering want die werd ook alleen maar door de hogepriester uitgesproken.
Ik vind het overigens juist heel mooi dat, door de hele traditie heen, van de vierletterige naam van God altijd een mystieke werking is uitgegaan. Of beter gezegd: een reflecterende werking. Dat we proberen via de naam van God het wezen van de schepping en de wereld te doorgronden. En juist door zich niet vast te leggen op een specifieke invulling van het begrip denk ik dat er altijd een heleboel openheid is geweest. Openheid in de zin van hoe je je God voorstelt, wat God betekent of zou kunnen betekenen. Wellicht is het zo dat die openheid door de weergave van de Godsnaam gewoon met God, eigenlijk het beste gegarandeerd kan worden.'

Van Voolen zegt dan: als weergave van het tetragrammaton niet haalbaar is, zoals hij het zich voorstelt, dan zou hij een pleidooi willen houden voor de vertaling 'God'.

Afblijven van de naam Jahwe
Dat staat boven de bijdrage van dr. Jan Fokkelman, docent klassiek-Hebreeuwse literatuur aan de Universiteit Leiden. Fokkelman vindt: JHWH is Gods eigennaam.
Waar halen we het recht vandaan om met die Naam te gaan knoeien.

'De nieuwe vertaling is nog gedeeltelijk in de vorige eeuw gemaakt, maar zal haar lezers in de 21 e eeuw onder ogen komen en is voor die eeuw bestemd. Als we niet alleen trouw aan de brontaal willen zijn, maar ook doeltaakgericht, is het goed ons af te vragen waar zij terecht komt. Ik noem vier hoofdkenmerken van deze nieuwe eeuw. Ten eerste zullen de processen van verandering, die goed op gang zijn gekomen met het einde van de koude oorlog en de verspreiding van informatietechnologie, in nog hoger tempo doorgaan. De gevolgen zullen zeer ingrijpend zijn. Ik beperkt me tot één klein voorbeeld: ikzelf ben nog geheel zonder televisie opgegroeid, mijn twee zoons thuis zouden als ze de kans kregen hun tijd thuis uitsluitend vullen met pendelen van het tv-scherm naar de Nintendo op de gezinscomputer en ze zijn nauwelijks tot lezen te krijgen.
Er is - punt twee - een enorme kaalslag van traditie aan de gang. Een kostelijk erfstuk als het gymnasium wordt door de overheid niet meer dan gedoogd en voortdurend afgeknepen. De kennis van klassieke talen, of althans de verspreiding van die kennis gaat sterk achteruit. De vakgroep voor klassieke talen aan de universiteit is al veel kleiner geworden.
Punt drie: gezag zal nooit meer vanzelfsprekend zijn. De oudere vertalingen, tot en met de NBG-vertaling van 1951, stammen alle uit een tijd dat gezag zich als vanzelfsprekend afficheerde. Wie goed toekijkt, weet dat het in laatste instantie altijd berustte op de taal van knuppel en zwaard. Nog voor het Mokum van 1966 gold: geef een krent aan een agent, en je hebt de poppen aan het dansen; het gezag werd acuut hysterisch, en om goede redenen. Tegenwoordig is gezag er alleen als het door de ander wordt toegekend, op grond van talent en prestaties. Gezag heb je niet van huis uit, je kunt het hoogstens verwerven, het is een product van betekenis- of waardetoekenning geworden.
Punt vier: de meerderheid in het taalgebied van het Nederlands zal de komende eeuw buitenkerkelijk zijn. Een vertaling die daarmee niet serieus rekening houdt zal bijdragen aan de verdere marginalisering van kerk en bijbel.'

Fokkelman is duidelijk, op het heftige af, als hij zegt: 'Het selectieve woord HEER is een relict van de autoritaire maatschappij waarin tot voor kort de hele mensheid leefde en die nog steeds in grote delen van de wereld door knuppel en zwaard wordt gehandhaafd'.

'Psychologisch gezien, komt de weergave van HEER uit de vicieuze cirkel van heersen en overheerst worden vandaan. Ik boor nog even verder. Als een mens iets doet of uitvoert, ligt daaraan altijd een behoefte ten grondslag. De vraag wordt dan: welke behoefte lag eraan ten grondslag de eigennaam Jahwe duizenden malen te verdoezelen met het woord HEER? Mijn antwoord: een neurotische behoefte. De kapitalen van HEER zijn het signaal van een neurotische dialectiek, van willen heersen en als dat niet gaat, slijmen met het gezag. HEER is een projectie van angst en verlangen die door een degelijke psychoanalyse moet worden blootgelegd en genezen. Ik meen het: de weergave HEER is een psychiatrisch geval. Het selectieve dat de keuze voor HEER aankleeft is ook het kenmerk van de diverse adjectieven die men heeft verzonnen, zoals de Eeuwige, de Barmhartige, de Getrouwe, de Heelmaker en een hele reeks schattige benamingen. Die zijn voorgesteld, neem ik aan, omdat we graag een lieverd als Opperwezen hebben.
De Eeuwige is een 19e-eeuwse, filosofisch angehauchte weergave van alweer slechts één aspect. Ikzelf hou graag een scherp onderscheid aan tussen de God van Abraham, Isaak en Jakob en de god der filosofen. Over dat verschil zijn allerlei mooie dingen gezegd, denk aan Rosenzweig, Barth, Miskotte.
Hoe kunnen we nu verdisconteren dat God veel meer is dan de Eeuwige of de Bondgenoot of de Onbenoembare of de Liefde enzovoorts enzovoorts? Door een simpele en nuchtere beslissing: laten we hem zijn eigennaam teruggeven. Dat is netjes, dat is beleefd. We zijn nooit op het idee gekomen te gaan knoeien en knutselen met eigennamen als Joktan. Sara, Chulda of Abigaïl. Waarom zijn we dat dan uitgerekend wel gaan doen met de eigennaam van Onze Lieve Heer? En dat onder het mom van respect. Een vertaler moet consequent zijn en dus afblijven van de naam Jahwe.'

Deze interpretatie van de vertaling 'Heer' of 'Heere' is mijns inziens net zo goed aanvechtbaar. Ik proef hier een tamelijk agressieve afweer in, die ook bijna neurotisch op mij overkomt. Wel ben ik gevoelig voor het argument: een eigennaam vertaal je niet. Alleen geeft dat praktisch weer de nodige moeite: hoe moet een eenvoudig gemeentelid of een randkerkelijke daarmee omgaan als hij 6800 keer JHWH in zijn bijbel tegenkomt? Fokkelman zegt: Niet moeilijk want de uitspraak is duidelijk. Jahwè moeten we lezen!
We sluiten af met nog een citaat uit dr. Fokkelmans bijdrage:

'Nu zegt u misschien: maar wat betekent die naam nu eigenlijk? Dat hoeven we helemaal niet te weten. Er is semantisch iets bijzonders aan de hand met eigennamen. Ze verwijzen niet of niet meer naar hun eigen betekenis, maar naar de drager: naar de persoon die zo en zo heet. Wat het woord Fokkelman betekent weet ik zelf niet. Mijn buren hebben namen als Timmerman, Brands en Zondag, en de tuinman heet Maandag; maar bij de betekenis van die woorden staat niemand stil in de praktijk van alledag, en dat is de primaire context van het gebruik van eigennamen. Deze namen functioneren perfect, leveren geen misverstanden op, zijn niet selectief, en ook niet ideologisch belast, en ze verwijzen uitstekend naar de unieke personen die zo heten.

Perfect
De eigennaam Jahwe is perfect omdat hij alles open laat. Hij legt de lezer niet vast, hij hersenspoelt de lezer niet met het godsbeeld van een groep vertalers of een geloofsgemeenschap. Elk substituut ervoor betekent dat de identiteit van de godheid wordt opgesloten in de vrieskist van een bepaalde theologie. Als lezer protesteer ik daar ten zeerste tegen. Als ik geen 6800 keer God der Wrake lust, mag ik ook geen 6800 keer barmhartigheid lusten, of welk ander stempel ook dat Jahwe beperkt.

Ja, maar de traditie is toch hecht, zeggen sommigen. Nou nee, de traditie wordt nu dag in dag uit aangevreten, in steeds sneller tempo. En wat erger is, de traditie kan de toets van rationale kritiek niet doorstaan. Als de verantwoordelijken voor de nieuwe vertaling HEER handhaven, isoleren zij de Bijbel en de kerk nog meer. De seksistische, patriarchale, koude, onbarmhartige en ouderwetse weergave de HEER zal in het bijzonder de meerderheid van de bevolking tegenstaan of haar spotlust opwekken. De HEER in stelling brengen zal de nieuwe vertaling bij voorbaat geantiqueerd maken. Dat zou ik zeer betreuren, want ik gun de NBV aan lezers van elke snit.
Ik vat samen: handhaaf de eigennaam, dat is een kwestie van elementaire beleefdheid. Elke vervanger is een product van theologisch gepriegel. De eigennaam zelf conditioneert de lezer niet, legt geen betekenis vast en voert geen onnodige fixatie of beperking in. Hij past naadloos bij het befaamde Ehjè asjer èhjè van Exodus 3 dat nu juist de denotatie is van Gods vrijheid. Het is precies het blanco lexeem dat we nodig hebben. We kunnen de naam frank en vrij uitspreken, en zijn daarmee in het voortreffelijke gezelschap van David en Jesaja. Geef God zijn eigennaam terug: Jahwe.'

Het blijft voor mij de vraag of de vertaling 'Heer' of 'Heere' nu werkelijk de gevoelens van overheersing en macht met die negatieve bijsmaak bij lezers van de Bijbel in onze tijd oproept. Anderzijds vind ik de argumentatie van Fokkelman in de laatste geciteerde regels wel erg sterk. Wij kunnen in geen enkele vertaling de Naam honderd procent recht doen. Wie zal in mensenwoorden de diepte van de Naam kunnen vatten? Daarom misschien toch Jahwè? Er zal wijsheid voor nodig zijn om in deze kwestie het laatste woord te spreken.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's