De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gereedschap in Zijn hand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gereedschap in Zijn hand

J. Hartman (95) en de hervormde gemeenten van Leerdam en Den Haag

14 minuten leestijd

Van tijd tot tijd willen we in ons blad een vraaggesprek publiceren met iemand die gedurende een langere periode van betekenis mocht zijn voor een hervormd-gereformeerde gemeente. Het motief hierbij is niet een mens centraal te stellen, maar het werk van God, zoals dat gestalte krijgt in het dagelijkse leven van de gemeente, te belichten. Vandaag deel 11: Na Aartje Boon uit Molenaarsgraaf, D. Dekker uit Nunspeet, B. Marijs uit Arnemuiden, C. H. Sukkel uit Kesteren, H. Leonard uit Dordrecht, L. Vlietstra uit Hollandscheveld, J. P. Teeuw uit Lekkerkerk, mevr. Wiesenekker-Moll uit Huizen, J. Wesdorp uit Sint-Annaland en A. Terlouw uit Middelharnis nu de heer J. Hartman uit Leerdam.

De uiteenzetting van de bijbelse leer door de Leerdamse ds. J. Severijn was voor Jan Hartman het begin. 'Ik werd er gevormd, maar het echte geloof zou pas veel later doorbreken.' Dat gebeurde te midden van strijd over het aannemen van de benoeming tot ouderling in Den Haag. 'Toen heeft er een hartveranderend werk in mij plaatsgehad.' Een lang leven in het pastoraat volgde. 'Het is iets geweldigs als je een middel mag zijn om mensen het Woord te brengen, zeker als God het zegent met het oog op het eeuwige leven.'
Samen met zijn vrouw is J. Hartman de leeftijd van de zeer sterken al ruim gepasseerd. De betrokkenheid op kerk en gemeente is er in de twee kamers van bejaardenhuis Oranjehof niet minder op geworden. 'Gisteren was onze synodepreses in Leerdam. Prachtige preek.' Terwijl zijn vrouw in haar rolstoel in de najaarszon wordt rondgereden, vertelt Hartman zonder haperen over de vooroorlogse armoede, zijn honderden Haagse huisbezoeken, de contacten met hofstad-predikanten als D. A. van den Bosch, S. van Dorp, W. Aalders en H. Talsma.
'Toen wij in 1928 trouwden, zei de ambtenaar te hopen dat ik in de voetsporen van mijn opa mocht gaan. Hij was ook ouderling en is 95 jaar geworden. De man kon niet beseffen dat die wens in vervulling zou gaan.
Ik ben in Leerdam geboren, op 30 november 1904. Mijn vader was fabrieksarbeider, mijn moeder had de zorg over elf kinderen. Het was arm, heel arm. Vaak was er bijna geen brood op tafel. Maar de Heere zorgde heel dikwijls. Er was eens niets meer in huis. Moeder zei tegen me: 'Ga jij maar naar de bakker een broodje halen en zeg dat moeder morgen komt betalen.' Maar ook morgen was er geen geld. Ze had op zolder wel een gebedshoekje, en daar heeft de Heere haar .dikwijls verhoord. De volgende morgen kreeg ze van de bakker spontaan een zak met gebroken broden.
Moeder was een eenvoudige, gelovige vrouw. Ze begreep van de preken soms niets, want het was dikwijls zo moeilijk. De prediking was te ingewikkeld voor de middelmatige hoorder. Thuis was het kerkelijke leven heel eenvoudig. Wij gingen wel naar de zondagsschool en de knapenvereniging. Daar werd je al min of meer gevormd. Op de jongelingsvereniging werd goed aan bijbelstudie gedaan. Er werden inleidingen gehouden die er zijn mochten, wat in mijn latere leeftijd tot groot nut geweest is. Maar het echte geloof zou bij mij pas veel later doorbreken. Ds. Severijn heb ik wel begrepen, al was hij voor de gemeente ook te geleerd. Hij heeft maar twee jaar in Leerdam gestaan. Wij mochten als jongens slechts bij hem op catechisatie komen, als we wilden leren. Zijn uiteenzetting van bijbelse gedeelten vond ik zo duidelijk dat ik graag naar hem luisterde, ook in de kerk. Zijn boodschap was voor mij een openbaring. De andere Leerdamse predikanten waren nogal eens saai. En huisbezoek hebben we weinig gehad. Ds. Vreugdenhil, die later naar Gorinchem ging, zei altijd: 'De mensen moeten naar de kerk komen, dan heb ik ze allemaal tegelijk.' We hebben hier ook ds. F. Kijftenbelt gehad, de man die al zijn preken met een zelfgemaakt gedicht eindigde en die later naar Bodegraven vertrok.'

Naar Den Haag
Als jongen van dertien ging Jan Hartman op de drukkerij werken. 'Mijn vader was fabrieksarbeider op de glasfabriek, mijn zusters gingen in Den Haag dienen. Kerkelijk gezien was alles netjes, maar zonder diepgang. Vader was erg bescheiden. Hij kon bepaalde woorden moeilijk lezen, zodat moeder zei: 'Ik zal voortaan wel uit de Bijbel lezen.' Zij had in Den Haag gediend bij een Duits generaalsgezin. Als er zes van ons naar de kerk gingen, was dat zes maal drie cent. Daar kocht je bijna twee broden voor! Zo werd er gerekend.
In 1928 ging ik naar Den Haag. Mijn baas was aangesloten bij de federatie van patroons. Je mocht in die tijd niet werken bij een ongeorganiseerde patroon. Hij zei: 'Ik wil daarvan af; als jullie blijven, krijg je meer loon,' maar het personeel besloot unaniem eruit te gaan. Ik zei als eerste dat ik eruit ging, maar toen bleven de anderen toch! Mijn karakter is echter zo dat mijn ja ja is. De volgende week zag ik een advertentie dat ze een machinezetter zochten bij de Avondpost in Den Haag. Ik verdiende in Leerdam 28 gulden per week en ik kreeg daar 47,50!
Ik moest er wel dag en nacht werken en daardoor ben ik al gauw naar de drukkerij gegaan waar de kerkbode gedrukt werd. In Den Haag kerkten we eerst in de wijkgemeente van ds. S. van Dorp, dat was heel fijn. Daarna verhuisden we naar de wijk van ds. D. A. van den Bosch.
Huisbezoek hebben we in die tijd helaas weinig gehad. De broeders waren er niet zo actief, als je graag zou zien. In 1946 kwam er een ouderling bij ons op bezoek, die me vroeg: 'Ik zie je altijd twee keer in de kerk zitten. Heb je geen zin om als bezoekbroeder mee te gaan?' Nee, ik voelde daar niets voor. 'Woensdag is er een bijeenkomst van de bezoekbroeders, kom daar nu eens kennismaken.' Hij hield aan, kwam een tweede keer. De derde keer zei mijn vrouw: 'Joh, ga toch eens kijken.' Ik stapte op die bewuste avond de flat uit, om met mijn fiets ergens anders heen te gaan, maar ik liet de fiets staan en liep zó naar het wijkgebouw. Daar vroeg de ds. H. Talsma of ik ook bereid was mee te gaan op huisbezoek. 'Ja', zei ik. Ik wilde niet, maar ik ben toch gegaan. De eerste avond hoopte ik maar dat de bezochte mensen hun deur niet open deden, zo zag ik er tegenop. De ouderling met wie ik meeging, brak alles af, wat er bij mij opgebouwd was. Hij zei: 'Mevrouw, u heeft altijd zulke lekkere koffie.' Even later: 'Mevrouw, heeft u soms een sigaretje voor me?' Weer wat later stond hij op en zei: 'Zo, we hebben u weer een bezoekje gebracht.' Buiten zei ik: 'Ik ga nooit meer met jou mee. Is dat bezoekwerk?' Kort daarop kreeg ik het verzoek om ouderling te worden. Dat heeft maanden strijd gekost: Wie ben ik? Wat ben ik? Eindelijk heb ik ja gezegd, en dat ja is voor mij tot grote zegen geworden. Toen is het echte geloof in mij gaan werken. Er had een hartveranderend werk in mij plaatsgehad. Ik was op de school van de Heilige Geest geweest, bij Wie ik het abc van het geloof geleerd had. Met anderen of alleen heb ik veel huisbezoeken afgelegd.'

Oorlog
'In het laatste oorlogsjaar was ik voor mijn baas naar Leerdam geweest, om vlees te kopen. Ik ging, een vrouw met vier kinderen achterlatend. Het werd een tocht vol grote gevaren en reddingen. In Gellicum heb ik zelf twee schaapjes geslacht. Toen we terugkwamen, werd er bij de Hoornbrug in Rijswijk een lange rij mensen gecontroleerd. Je mocht geen vlees vervoeren, terwijl ik twee koffers vol bij me had. De Duitsers liepen met karabijnen langs de rij. Toen ben ik zomaar de rij uitgelopen, langs de soldaten, helemaal tot aan het einde. Het is te wonderlijk om te geloven. Die redding werd de doorbraak in mijn geestelijke leven. Toen wist ik het zéker dat God mij bij de hand nam en uit de moeite uitleidde. Toen heb ik geleerd: 'Als g'in nood gezeten, geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten, God verlaat u niet.' In een cafeetje tegenover de Hoornbrug heb ik twee uur gezeten om bij te komen, biddend en dankend om wat God gegeven had. Strompelend kwam ik thuis. 
Door het werk in de drukkerij waar de kerkbode werd klaargemaakt, heb ik bijna alle Haagse predikanten leren kennen. Ze kwamen hun kopij brengen en bleven gelijk even praten. Met allen ben ik goed omgegaan. Het waren er toen 38, nu zijn er nog maar veertien. Ik sprak met ds. Bronkhorst, een Barthiaan. Ik leerde ook dr. W. Aalders kennen, die zijn blad Ecclesia bij öns liet drukken. Zijn artikelen vond ik steeds positiever worden. Ik kende ook ds. L. Lagerweij en de confessionele ds. Posthumus Meijers, die in zijn prediking een bonder was. Met veel predikanten hebben we vriendschap gehad. Eens waren er zestien gelijk op mijn verjaardag. Ds. Van Dorp is meermalen bij ons geweest, maar ds. Van den Bosch nooit. Met vijf ouderlingen en drie diakenen was ik verantwoordelijk voor een wijk van 70.000 mensen. Ik ben 's avonds nooit thuis geweest, nooit. Ja, ik heb mijn vrouw en de kinderen te veel in de steek gelaten, hoewel mijn vrouw volop meehielp. We woonden vlakbij het wijkcentrum, terwijl ds. Talsma juist ver weg woonde. Als er ineens iets was, belde ds. Talsma me: 'Ach Hartman, ga jij er even naartoe.'
Jarenlang ben ik voorgegaan in bejaardentehuizen. Ds. Talsma uit Leerdam, de zoon van onze Haagse dominee, vroeg eens aan me: 'U hebt geen filosofie gehad, maar u gaat toch voor?' Ik antwoordde hem: 'Ik ben op school geweest bij de Heilige Geest; Die heeft mij onderwezen.' Daardoor kon ik doorgeven wat ik ontvangen had. Ik heb er nooit tegenop gezien een begrafenisdienst te leiden, al heb ik er niet voor geleerd. De Geest gaf het in het hart, gaf de woorden in de mond. Ik had zo'n vertrouwen in Zijn hulp.'

Psalm 27
'Op huisbezoek heb ik altijd met de mensen uit het Woord gelezen en gebeden. Ik ben niet belangrijk, het gaat om het Woord dat gebracht wordt. De mensen zijn over het algemeen niet zo praterig over godsdienst. Als je hen beter leert kennen, komt het gesprek wat los. In het Lingeziekenhuis hier in Leerdam heb ik in de vakantietijd ook wel bezoeken gebracht voor de predikanten. Ik ontmoette er ooit een huilende vrouw, met wie ik uit de Bijbel las. Vele jaren later ontmoette mijn broer uit Nijmegen haar op een verjaardag. 'Heet u Hartman? Heeft u een broer in Leerdam? Ach, hij heeft me ooit zo'n goed woord meegegeven.' Wat is dat heerlijk, hè?
In 1953 op de zondagmorgen van de watersnoodramp preekte dr. W. Aalders. In de avonddienst zou de dominee uit Monster voorgaan. Toen die niet kwam, had de kerkenraad een probleem. Ik zat juist een keer bij mijn vrouw in de kerk. In Den Haag was ik op zondag altijd in het zwart, maar juist toen droeg ik een donkergrijs pak. Vanuit de consistorie werd ik gehaald. Men zei: 'Jan, nu moet jij voorgaan.' Niemand anders had vrijmoedigheid. Ik heb toen gesproken, omdat ik altijd enkele voordrachten bij me droeg. Jaren daarna doe ik een avondsluiting in het rusthuis van Scheveningen en komt er een vrouw naar me toe: 'Twintig jaar geleden, in 1953, heb ik u gehoord. Ik ben het nooit vergeten, over Psalm 27: Zo ik niet had geloofd.'
Ik ben in Den Haag 25 jaar achtereen wijkouderling geweest en ook vijf jaar ouderling voor het bejaardenpastoraat. Dat laatste was heel erg nodig. Er was aan de huisbezoeken niet veel gedaan. De bezoeken stelden niet veel voor. Mensen waren ook niet toegerust. Een ouderling die pas benoemd was, hoorde in de prediking over de Drie Formulieren spreken. Hij vroeg me na afloop wat dat voor formulieren waren! Er werden mensen tot ouderling benoemd die echt niet wisten wat ze op bezoek moesten zeggen, die heel moeilijk de Bijbel lazen. Er was een stuk nood! Ds. Van Dorp en ds. Talsma hadden heel Den Haag tot hun arbeidsveld. Weet u wie ook bij ds. Van Dorp in de kerkenraad zat? Duymar van Twist, Tweede-Kamerlid voor de AR en ruim vijftig jaar hoofdbestuurslid van de Gereformeerde Bond. Ds. Talsma was beroepen in de wijk Nieuwe kerk. Maar ja, dat was een wat ruwe buurt. Ik weet niet of hij daarom verzocht heeft naar een andere wijk te mogen, maar hij kreeg zijn arbeidsveld in het midden van Den Haag, toen ds. Ravesloot wegging. De getrouwe leden kwamen overigens uit heel de stad.'

Lege banken
'Ik kerkte altijd in 'Uw koninkrijk kome', ben ook ouderling van dienst geweest bij andere Haagse predikanten, met wie we na de dienst dikwijls nog een gesprekje hadden. Een ouderling van ds. Van Dorp, een geestelijke broeder, had ooit dienst bij een vrijzinnige dominee. Hij zei tegen de mensen: 'De kruimpjes die ik er krijg, zijn toch ook brood.' Zo wisten we ons verantwoordelijk voor heel de gemeente. En zo kom je er achter wat er bij zo'n vrijzinnige man leeft. We zeiden hem: 'U moet de tekst behandelen en geen verhaaltjes houden'. De man zei: 'Ik kan het niet anders.' Tien jaar zat ik ook in de centrale kerkenraad, waar ds. Talsma helaas nooit kwam. Den Haag kende een arbeiderswijk, een middenmoot en deftige mensen. De laatsten zaten in de Kloosterkerk, de wijk die nu nog zo'n 500 bezoekers trekt. Dan volgt in grootte de Bethlehemkerk van ds. P. J. Visser, waar er 300 tot 400 zijn. Dat is toch veel te weinig voor heel Den Haag? In mijn tijd al waren er in een midden-orthodoxe avonddienst in 'Uw koninkrijk kome' soms acht of tien mensen. Ds. Talsma stond gelukkig nooit voor lege banken; waar hij preekte, was het vol.
De nood van de oorlog leerde bidden. In die jaren raakten de kerken stampvol, zodat er in de paden niet meer gecollecteerd kon worden en het bij de uitgang moest. Dat duurde wel tot 1950, 1951. Elke wijk moest toen een eigen kerk hebben. Nu is de Grote Kerk gesloten. De Nieuwe kerk is nu een cultureel centrum. Van de Willemskerk staan nog slechts de buitenmuren. De Julianakerk, het bouwsel waar ds. D. A. van den Bosch zo voor geijverd heeft, is door de gemeente verkocht, waarna er van alles in gehouden wordt. De 2000 plaatsen die er ooit waren, zijn teruggebracht tot een kerkzaal voor vijftig mensen. De Zuiderkerk en de nieuwe Oranjekerk zijn in brand gestoken. Meerdere kerken en gebouwen zijn verkocht. Zo is de zaak teruggelopen, ontzettend!'

Bezoekbroeder
'In 1974 keerden we terug naar Leerdam, toen we de dienstwoning boven de drukkerij in Den Haag moesten verlaten. Ik was hier tien dagen, toen ds. T. Lekkerkerker op huisbezoek kwam: 'Man, ik heb uit Den Haag bericht gehad dat je zoveel kerkelijk werk gedaan hebt. Wil je bezoekbroeder worden bij ds. Groenenboom?' In het Emmahuis, het huis waarin mijn vrouw en ik nu wonen, was een jaar lang geen bezoek gebracht. Ik antwoordde na al het werk in Den Haag toe te zijn aan een rustperiode, maar mijn vrouw zei: 'Joh, doe het maar.' Het gevolg was dat ik hier nog twaalf jaar met zegen heb mogen werken. Ik heb in die jaren vijftien begrafenissen geleid. Ik deed begrafenissen als ik een band met de overledene had en de familie me vroeg. In Den Haag vond ds. Talsma dat altijd goed, evenals ds. Groenenboom en ds. Kieskamp in Leerdam. Het is iets geweldigs als je een middel mag zijn om mensen het Woord te brengen, zeker als God het zegent met het oog op het eeuwige leven.
Het Emmahuis is geen christelijk huis. Onze president-kerkvoogd heeft hier ooit gezeten, wat sommigen hem in de gemeente kwalijk namen. Hij zei: 'Ik kan overal mijn God ontmoeten en overal van mijn God getuigen.' Zo is het bij mij ook. Tegen mijn vrouw zei ik eens: 'Nu heb ik zoveel bezoeken gebracht, heb ik gelezen en gebeden, maar wat heb ik nu voor mezelf?' Dan word je eens stil gezet, want je kunt een kanaal zijn waardoor het water stroomt, maar zelf verwerpelijk bevonden worden. Toen heb ik in de eerste plaats opnieuw mijn knieën gebogen.
Voordat je op bezoek gaat, moet je eerst in gebed gaan, vragen of de Heilige Geest je de woorden in de mond geeft, want van mezelf ben ik niets. Ik ben niet meer dan een stuk gereedschap in Gods hand.
Leerdam kent nu 3 wijken: ds. H. Talsma en ds. R. H. Kieskamp staan in een GB-wijk en in wijk Noord staat de confessionele ds. B. Metselaar. In mijn jeugd was Leerdam een slaperige gemeente, die voldeed aan haar kerkelijke plichten. Boeren die 's morgens vroeg het vee hadden verzorgd, waren zo onder zeil. Een dominee zei eens: 'Het Woord is ook voor de slapers, die nu aan het dutten zijn'. Over de huidige tijd ben ik positiever.
De prediking trekt ook de jongeren, zodat de beide kerken grotendeels vol zijn. Het kerkelijk leven bloeit, al hoop je vooral op een doorbraak in het geloofsleven bij velen.

U bent bijna 96 jaar. Hoopt u honderd jaar te worden?
'Ik hoop dat het beste mij nog wacht. Dan kijk ik nog maar niet naar de jaren'. 

Apeldoorn              P. J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gereedschap in Zijn hand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's