Gemeenteleven (2)
'En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap en in de breking des broods, en in de gebeden'. Handelingen 2 : 42
In deze tweede overdenking in een reeks van vier willen wij horen - na de leer der apostelen - over de betekenis van de gemeenschap, die vrucht is van het ontvangen van de leer der apostelen in mensenharten. Wat is er vandaag de dag ontstellend veel eenzaamheid in onze individualistische samenleving, waarin de liefde meer en meer verkilt! Het ontbreekt ons materieel gezien in de meeste gevallen aan niets, maar wat zijn er massa's mensen ongelukkig en rusteloos.
Zou dat komen, omdat er in veel levens de gemeenschap wordt gemist? En omdat niet een van ons zonder kan! Alleen in de gemeenschap ligt het leven.
In het leven in verbondenheid met de Heiland, Gods Zoon, Jezus Christus, onze Heere.
Toen ik belijdenis des geloofs aflegde in de St.-Joriskerk te Amersfoort, gaf de dominee mij deze tekst mee: 'God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere'. (I Korinthe 1 : 9) Zo'n tekst blijft je steeds in gedachten. Wanneer je bedenkt, dat er zonder het geroepen zijn door het Woord (in onze tekst genoemd de leer der apostelen) geen gemeenschap is met Christus en dat een mensenkind in die toestand vreemd is aan Gods beloften, zonder God in deze wereld is, dan besef je, hoe levensnoodzakelijk het is de gemeenschap met Christus te kennen.
Die werd - zo lezen wij - in de vroegchristelijke gemeente in de harten van de broeders en zusters gelegd. Hoe gebeurde dat?
Dat is door Gods Liefde, die Hem bewoog en beweegt om in zichzelf verloren mensen Zijn genade in Christus aan te bieden, daartoe gaat in de wereld Zijn Woord uit, roepend tot gemeenschap met de Heiland, Christus Jezus.
U/jij weet toch, dat Hij gekomen is om alles te doen, wat nodig was om van de dood tot het leven te leiden? En in het leven in gemeenschap met Hem wordt het nieuwe leven ontvangen. Wat is het dan van wezenlijke betekenis er te zijn, als het Woord, dat ons roept, tot ons uitgaat, daar word ik geplaatst voor de grote heilsdaden van de Heere, daar wordt mij betuigd, dat de Heere mij te midden van mijn zonden en misdaden - nochtans - liefheeft en mij wegroept uit het oude leven vandaan.
Kent u en ken jij de kracht van dat roepen? Die leer je kennen onder de levende verkondiging! En dan weet je ook, dat je daardoor bent gaan inzien, hoe je eraan toe bent zonder Christus, en kwam je ertoe - onrustig gemaakt door het ontdekkende Woord - de toevlucht te nemen tot de Heere in het je gelovig aan Hem toevertrouwen.
Heere, U hebt mij geroepen, hier ben ik! En wat een wonder, dat een zondaar dan ervaren mag, dat de Heere in genade aanneemt en in de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus stelt. In een relatie met Hem, die door het geloof gekend mag worden.
Weet u/jij, wat daarvan de vrucht is? Calvijn heeft ervan gezegd: 'De Vader geeft ons Zijn Zoon in bezit en in Hem deelt Hij ook Zichzelf aan ons mee'. Ja, dan legt de Heere door Zijn Woord en Geest de zekerheid in het hart: ik krijg deel aan het onverderfelijke en onvergankelijke leven, dat in Christus is. Ik mag uit genade in Hem zijn, in leven en in sterven. In dit leven in het heden mag ik leven uit het kindschap Gods en de Heere 'Abba' (d.i. Vader) noemen en 'k weet mij in Zijn trouwe Vaderhanden geborgen en als ik aan de toekomst denk, dan liggen er Zijn machtige beloften: met Hem verheerlijkt worden, met Hem erven, met Hem heersen.
Waar nu uit die gemeenschap met Christus geleefd wordt, daar wil die ook gedeeld worden met anderen in de gemeenschap der heiligen. Daarover belijdt de Heidelberger Catechismus (vr. en antw. 55) behartenswaardige dingen, het gaat daar enerzijds over het leven met Christus, anderzijds over het leven met elkaar. De band aan Christus - naarmate die sterker wordt - doet ook de verbondenheid aan elkaar toenemen. En die verbondenheid in de bonte verscheidenheid, waarin wij allerlei mensen ontmoeten, is naar de bedoeling van de Heere groot.
In de vroeg-christelijke gemeente viel daar zelfs ook het samen delen van geld en goed onder.
Zo'n samenleven is overigens alleen te verwachten als werkelijkheid, wanneer die rust in het leven in gemeenschap met Christus; als 't anders is, dan is het een door mensen gemaakte, die niet stand zal houden in de verscheidenheid van het leven in onze samenleving.
Verharden wij ons toch niet, broeders en zusters!
Dat wij ons steeds laten leiden door Woord en Geest tot de diepe gemeenschap met Christus, om persoonlijk te mogen leven uit de verzoening en om de gave van de gemeenschap der heiligen met broeders en zusters in Christus te kennen.
Heerde U. W. van Slooten, v.d.m.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's