De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ongelukken in de pastorie... (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ongelukken in de pastorie... (1)

6 minuten leestijd

Inleiding

Laatst mocht ik een dienst leiden in een gemeente, waar jarenlang een vermaard predikant heeft gestaan, tot op de dag van vandaag bekend vanwege z'n nagelaten pennenvruchten. Genoemde pennenvruchten waren niet alleen voor ieder meelevend gemeentelid aangenaam om te lezen, maar schonken de lezer ook een blik in het hart van de eerwaarde Verbi Divini Minister. De dominee bleek - ook maar - een gewoon mens, met eigen gaven en talenten, met eigen-aardigheden, maar woekerend met die gaven en talenten om - staande in het wondere ambt - middel te mogen zijn in Gods handen zondaren te leiden tot de Heere Jezus Christus. Nu kom ik pas kijken in het predikanten-wereldje, (na ruim 17, 5 jaar in het basisonderwijs werkzaam te zijn geweest), maar wat me in de afgelopen ruim 5 jaar 'dominee-zijn' bijzonder getroffen heeft - en telkens weer en steeds dieper treft - is, dat er zoveel 'ongelukken' gebeuren in de pastorie! Ik bedoel daarmee, dat er zoveel predikanten bij hun bevestiging in het wondere ambt van zins en willens zijn - zo de Heere wil - tot hun emeritaat te dienen in de gemeente, maar om tal van redenen voortijdig het dienstwerk moeten - of willen - staken met alle gevolgen van dien voor de betreffende gemeente, maar niet minder voor de predikant zelf en - indien aanwezig - zijn vrouw (en kinderen). (Berichten hierover in de pers doen het trouwens - maar heel tijdelijk overigens - altijd goed bij het 'gemiddelde' gemeentelid in den lande). Lang heb ik geaarzeld om rond deze 'ongelukken' in de pastorie wat te schrijven. De frequentie en de ernst van de ongelukken hebben me hiertoe echter gedrongen met als doel enige helderheid aan te brengen naar gemeente en - zo mogelijk - collega's en hen die om de dienaren van het Woord Gods heen staan. Een 'ongeluk' zit namelijk niet alleen vaak in een klein hoekje (in dit geval het glazen huis, dat 'pastorie' heet), maar was vaak lang van tevoren min of meer voorspelbaar! Achteraf blijken we (kerkenraden en gemeenteleden) namelijk heel vaak te kunnen melden, 'dat we het hebben zien aankomen', maar waarom dan niet bijtijds ingegrepen? Wilden we het ongeluk laten gebeuren? Wilden we het ongeluk graag zien gebeuren? Waren we als dienstdoend predikant werkelijk zo naïef, dat we dachten dat we 'ongestraft' konden doorgaan met zaken die indirect leidden tot het 'ongeluk'?! Duidelijk is, dat de eer van de Koning der Kerk er in veel gevallen mee gemoeid is; ontwijfelbaar is het, dat satan het in onze dagen met name voorzien heeft op het huisgezin Gods en daarbinnen weer op dat huisgezin, dat resideert in de pastorie, het huis van de gemeente. Leest u, denkt u, bidt u mee? Graag sta ik open voor reacties die wellicht nog meer helderheid kunnen verschaffen in de problematiek en mogelijk verdere 'ongelukken' in de toekomst kunnen voorkomen.

De positie van de predikant anno 2000
De ingewikkelde maatschappij waarin wij vandaag leven is bepaald niet meer de maatschappij van gisteren, en zeker niet van eergisteren! De weleerwaarde predikant - door mij genoemd in de inleiding - zou, vandaag levend, schrijfstof genoeg hebben voor vele kerkbladen om alle veranderingen te beschrijven en te duiden. Maar tegelijkertijd moeten we misschien wel constateren, dat zijn pennenvruchten vandaag voor veel mensen niet interessant meer zijn, omdat het gemiddelde gemeentelid anno 2000 ook een andere is dan dertig jaar geleden. Wie wist in mijn kinderjaren wat internet was, welke dominee had z'n hele boekenkast in z'n computer zitten, wie was er in die dagen niet 'overspannen', maar 'gestresst', wie kende de term 'burn out'? Duidelijk is dat de weleerwaarde anno 2000 een andere 'weleerwaarde' is dan toen! De ambten zijn in het gemeenteleven uitermate genivelleerd; Hydepark probeert aanstaande predikanten op die andere positie wel voor te bereiden, maar de praktijk blijkt toch de beste leermeester! En die leermeester blijkt soms hard! Veel predikanten hebben nog steeds een 7-daagse werkweek of menen, dat ze die móeten hebben; veel collega's willen aan alle verwachtingen die leven in de gemeente voldoen; zijn we daarmee nog wel dienaren van het Woord? En leert dat Woord ons nou juist niet hoe kwetsbaar de positie van Gods knechten was en is? Hij weet hoe zwak van moed en hoe klein van krachten we zijn, maar weten de dominees dat van zichzelf ook? En weet de roepende gemeente dat ook? Hoe komt het, dat er maar weinig dominees fulltime dienstwerk verrichten tot hun 65e verjaardag? Welke factoren hebben bij veel collega's geleid tot het burn-out-syndroom? Waarom vallen vele 'ministers' in het gat waarvoor ze de gemeente jarenlang gewaarschuwd hebben, en moet er vervolgens visitatie aan te pas komen, en is het einde de hartverscheurende losmaking van de gemeente, in welker midden ooit geklonken heeft: 'Ja, ik, van ganser harte'?! Kort geleden mocht ik enkele broeders bevestigen in het ambt van ouderling en diaken. De preekstof voor die dienst was me aangereikt door de HGJB in het kader van Pleinstraat 20. De preek ging dus over Johannes 19 : 25-27 met als door mij gekozen thema: 'Omzien naar elkaar, zoals Jezus omziet naar ons'. De nadruk leggend op het vol-brachte(!) werk van de Heiland (zie vs. 28) heb ik de gemeente, de broeders en mezelf onder meer gewezen op de ont-spanning, waarmee we ons dienstwerk - met ingespannen krachten - mogen doen; tevens heb ik - lettend op de distantie tussen de bloedende Zaligmaker en Zijn moeder - die Hij aansprak met 'vrouw...', gewezen op de noodzaak van enige 'distantie' in ons dienstwerk, terwijl we tegelijkertijd voluit betrokken mogen en moeten zijn met hen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd. Juist dominees hebben blijkbaar de neiging de hier aangereikte grenzen steeds weer te overtreden. Waar diepe ernst niet meer afgewisseld kan worden met gezonde humor, en spanning geen tegenwicht vindt in ont-spanning, vervaagt bijvoorbeeld al snel de grens tussen het 'mijn' en 'dijn', tussen wat of wie 'van mij' is, of van mijn naaste! 't Wordt mijns inziens hoog tijd, dat de problematiek die ik hier met enkele pennenstreken heb geschetst in veel breder verband besproken gaat worden dan alleen op Hydepark! Hoe is het in de pastorie gesteld met de gespreksstof tussen de echtelieden? Tussen pa en de kinderen? Gaat het leven voor de gemeente ten koste van het gezinsleven? Hoe spreken we over het werk in de kerkenraadsvergadering, de dominee met de broeders, de broeders met de dominee? (Of komt dat alleen even aan de orde tijdens de - overigens zeer gewaardeerde - vijfjaarlijkse reguliere visitatie?) Maar bovenal moeten twee wezenlijke zaken - als een open deur, maar tóch - worden genoemd en dat zijn

1. het gebed van de VDM Coram Deo en
2. het gebed van de gemeente vóór de VDM Coram Deo.

Wierden               G. Herwig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ongelukken in de pastorie... (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's