Rembrandts etsen en Bachs piëtisme
In de Waarheidsvriend van 14 en van 28 september jl. schreef ik twee artikelen over de vraag hoe gereformeerd of calvinistisch Rembrandt wel of niet was. Voor belangstellenden in deze vraag wil ik wijzen op enkele tentoonstellingen die het prentwerk van Rembrandt, en dan met name zijn bijbelse etsen, presenteren en die ik juist in dit verband graag wil aanbevelen.
In de Kunsthal (Westzeedijk, Museumpark) te Rotterdam is recent de expositie 'Jezus in de Gouden Eeuw' geopend. Die laat in veel schilderijen van bekende meesters zien hoe men in de 17e eeuw het leven van Jezus vanaf Zijn geboorte (en de vooraankondiging daarvan) tot en met Zijn opstanding heeft uitgebeeld. Als onderdeel daarvan is een aparte zaal geheel gewijd aan de 49 etsen die Rembrandt heeft gemaakt over dit aardse leven van Jezus, chronologisch gerangschikt. Naast de schilderijen, oude boeken en prentkunst van andere meesters der Gouden Eeuw is deze etsenverzameling heel bijzonder. Zelden worden ze alle rond dit ene thema getoond. De expositie in Rotterdam loopt tot in januari 2001. Inlichtingen via tel. 010- 4400301.
Omdat het Rijksmuseum in Amsterdam nu twee eeuwen bestaat - niet het huidige gebouw, maar wel de collectie als museum, sterk bevorderd door koning Lodewijk Napoleon - heeft dit museum als bijdrage aan de jubileumviering gekozen voor Rembrandt als centrale figuur en als etser in het project 'Rembrandt in alle staten'. In twee exposities wordt, samen met het Brits Museum in Londen, alle aandacht besteed aan Rembrandts prachtige etskunst.
De eerste expositie bestrijkt zijn vroege werk, ongeveer tot de dood van Saskia, zijn eerste gade. Deze expositie loopt af op 8 oktober. De tweede toont vooral zijn latere etswerk, dat rijper en dramatischer is.
Die gaat open op 22 oktober a.s. en duurt tot 7 januari 2001. Op 26 januari volgend jaar wordt dan heel Rembrandts etskunst gepresenteerd in het Brits Museum, tot 8 april 2001.
In de Serie 'Dossier Rijksmuseum' verschijnt bij Waanders in Zwolle in Engelse en Nederlandse editie het boekje 'Rembrandts etsen', verlucht in kleur. Het telt 64 blz. en kost f24,95.
Verlichte Bach?
Mag men J. S. Bach de Rembrandt van de protestantse muziekkunst noemen? In een serie artikelen in dit blad schetst dr. A. Noordegraaf een heel boeiend portret van de componist in dit gedenkjaar, 250 jaar na zijn sterven. In aflevering 6 van 28 september ging dr. Noordegraaf o.a. in op de vraag of Bach een mysticus was. Ik geef hierbij een paar zaken door die ik eerder dit jaar tijdens een reis langs vele Bach-steden in het Oosten van Duitsland tegenkwam. Die wierpen weliswaar geen heel nieuw licht op Bach als 'vijfde evangelist', maar zijn toch aardig om te vermelden. Ruwweg kwam de componist in het Bach-beeld dat ik daar in musea, kerken en gesprekken kreeg, naar voren als een tamelijk 'verlicht', zo men wil 'progressief' lutheraan, geen mysticus, maar ook niet iemand die men moet scharen bij het piëtistische of bevindelijke lutherdom. Zeg maar: geen A. H. Francke of Nicolaus von Zinzendorf, maar iemand die - al dan niet uit welbegrepen eigenbelang? - zich beter thuisvoelde bij hen die niet al te 'nauw' in de leer waren.
Zijn contacten met hoven en voorname opdrachtgevers kunnen daarbij een rol spelen. Hij werd bovendien nogal eens getypeerd als een niet erg vriendelijk zelfs ronduit onaardige man, die nogal uit was op geld en goed en als hij daarbij zijn zin niet kreeg, snel naar een andere stad vertrok. Stadshistoricus en Bachkenner Martin Sünder vertelde mij in Mühlhausen (Thüringen, de stad van de doperse oproerkraaier en volksaanvoerder Thomas Müntzer in de Boerenoorlog anno 1525), dat Bach in 1707 hier organist werd in de Divi Blasii-kerk in de benedenstad.
Piëtisme en loon?
Daarnaast speelde hij ook wel in de andere schitterende en grote stadskerk, de Mariakerk in de bovenstad van Mühlhausen. In Mühlhausen schreef Bach zijn 'Ratskantate' voor de jaarlijkse wisseling van de raad der stad. Die cantate heeft hijzelf vermoedelijk als eerste uitgevoerd in de Mariakerk. Ds. Elmar van die Marienkirche was peetvader van een van Bachs kinderen. Maar al in 1708, een jaar na aankomst, vertrok Bach weer uit Mühlhausen. Volgens Martin Sünder omdat hij elders meer kon verdienen, maar ook omdat de vaste predikant van Bachs 'Divi Blasiikirche' (aan de huidige J. S. Bach-Platz) een 'strikte piëtist' was onder wie de organist en componist zich niet thuis voelde. In zijn afscheidsbrief van 25 juni 1708, die ik aantrof in het Rijksstadsarchief, is hij uiterst beleefd jegens zijn 'Hochgeneigtesten Patronen' en hij rept niet van geestelijke spanningen, maar benadrukt dat hij hier 'ondanks zijn eenvoudige staat des levens in nooddruft moet leven'. Bij de Hoogvorstelijke Doorluchtigheid van Saksen Weimar komt hij bij de hofkapel veel beter aan zijn trekken.
Ondertussen had hij in zijn kerk wel een nieuw orgel gekregen. In 1709 komt hij nog uit Weimar terug om dat orgel in gebruik te nemen. Volgens Herr Sünder woog echter het feit dat Bach weinig moest hebben van een streng piëtisme zeker zo zwaar. En elders in Thüringen e.o. hoorde ik wel soortgelijke geluiden. Ik kan de waarde van deze opmerkingen onvoldoende beoordelen, maar ik ben wel bereid om aan te nemen dat het Bachbeeld in orthodox calvinistische kringen enige correctie behoeft: ook de lutherse orthodoxie van de 18e eeuw mag men niet zomaar gelijkschakelen met de gereformeerde van toen en van nu. Van belang is mijns inziens niet primair of men Bach nu mysticus of piëtist of juist geen van beide mag noemen, maar wat we met zijn gezongen en gespeelde 'vijfde evangelie' doen. Als zijn geestelijke of kerkmuziek ons uitdrijft naar Christus, dan doet het hokje waarin mensen Bach willen stoppen er niet zoveel toe. Dat de vrijzinnige Albert Schweitzer omstreeks 1950, twee eeuwen na Bachs dood, een andere Bach 'herkende' dan Jan Zwart en zijn zonen en Feike Asma, ligt wel voor de hand: de receptie van kunst - zie Rembrandt - is geen objectieve zaak van iemands oog of gehoorgang; voor een deel hoor je en interpreteer je wat al in je geest resoneerde. Maar met Noordegraaf denk ik, dat Schweitzer er met de 'Duits-mystieke' Bach wel naast zat. En Herr Sünder misschien ook.
Apeldoorn H. H. J. van As
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's